<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2014:1615</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T15:13:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-06-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HD 200.096.930_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2014:4223" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:4223</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2014:1615">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2014:1615</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-06-03T15:31:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2014:1615 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 03-06-2014 / HD 200.096.930_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2014:1615:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>regresvordering op medehuurders van een camping.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2014:1615:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH  </bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer HD 200.096.930/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 3 juni 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] (Duitsland),</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>hierna te noemen: [appellant],</para>
      <para>advocaat: mr. T.G.M. Scheers te Roermond,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [de man],<?linebreak?><?linebreak?>wonende te [woonplaats],</title>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: [geïntimeerde 1],</para>
      <para>niet verschenen,</para>
      <para>2. <emphasis role="bold">[de vrouw],</emphasis><?linebreak?><?linebreak?>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>hierna te noemen: [geïntimeerde 2], </para>
      <para>advocaat: R.A.C.J. van Kessel</para>
      <para>geïntimeerden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 6 november 2012 en 23 april 2013 in het hoger beroep van het door de rechtbank Middelburg, sector kanton, locatie Terneuzen onder zaaknummer 212651/10-2576 gewezen vonnis van 17 augustus 2011.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para>- het tussenarrest van 23 april 2013;</para>
    <para>- de processen-verbaal van de enquête van 14 augustus 2013 en 15 november 2013;</para>
    <para>- het proces-verbaal van de contra-enquête van 5 februari 2014;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de memorie na enquête van [appellant] met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de antwoordmemorie na enquête van [geïntimeerde 2] met producties.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben arrest gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>11</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>11.1.</nr>
      <para>Bij genoemd tussenarrest van 23 april 2013 heeft het hof [appellant] toegelaten tot het bewijs van zijn stelling dat hij met [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] heeft afgesproken dat hij niet draagplichtig zal zijn voor de verplichtingen die voortvloeien uit de met de stad Neufchâteau gesloten huurovereenkomst met betrekking tot de camping [camping].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van het hof is [appellant] niet in zijn bewijsopdracht geslaagd. De getuigen [getuige 1] en [getuige 2] hebben verklaard niets te weten van afspraken tussen [appellant], [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] over de financiën van de camping. In de schriftelijke verklaring van [getuige 3], overgelegd bij memorie na enquête,  wordt niet gerept over afspraken die door [appellant], [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] zouden zijn gemaakt met betrekking tot de financiën van de camping. In contra-enquête betwist [geïntimeerde 2] de gestelde afspraak.</para>
        <para>Alleen [appellant] zelf verklaart dat hij met [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] de afspraak zou hebben gemaakt dat hij niet zou meedelen in de kosten van de camping. Ingevolge artikel 164 lid 2 Rv kan een verklaring van een partijgetuige slechts bewijs in het voordeel van die partij opleveren, indien die verklaring strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs.</para>
        <para>Nu onvolledig bewijs ontbreekt, kan de verklaring van [appellant] geen bewijs in zijn voordeel opleveren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.3.</nr>
      <para>De conclusie uit het voorgaande is dat niet is komen vast te staan dat tussen partijen is afgesproken dat [appellant] niet draagplichtig  zou zijn voor de verplichtingen, voortvloeiend uit de met de stad Neufchâteau gesloten huurovereenkomst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.4.</nr>
      <parablock>
        <para>In rechtsoverweging 8.9. van het tussenarrest heeft het hof als voorlopig oordeel de stelling van [appellant] verworpen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om hem als mede-huurder draagplichtig te houden voor de verplichtingen die uit de huurovereenkomst voortvloeien.</para>
        <para>Dit oordeel wordt definitief gemaakt. Er zijn geen feiten of omstandigheden komen vast te staan die de conclusie rechtvaardigen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om [appellant] aan zijn draagplicht te houden. De omstandigheid dat hij zich nimmer met de exploitatie van de camping heeft bemoeid en nooit enige revenuen daaruit heeft ontvangen, is ontoereikend om die conclusie te trekken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.5.</nr>
      <para>Het voorgaande betekent dat de grieven 1, 2 en 5 falen en dat de primaire vordering van [appellant] niet toewijsbaar is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de subsidiaire vordering van [appellant] heeft het hof in rechtsoverweging 8.10 van het tussenarrest van 23 april 2013 vastgesteld, dit onder verwijzing naar rechtsoverweging 4.2 van het vonnis van de kantonrechter d.d. 8 juni 2011, dat de draagplicht van partijen (en daarmee de regresvordering van [appellant]) moet worden bezien in het totaal van alle betalingen die op basis van de met de stad Neufchâteau gesloten huurovereenkomst zijn gedaan gedurende de twee jaar dat de huurovereenkomst heeft geduurd.</para>
        <para>In rechtsoverweging 8.11 van het tussenarrest heeft het hof als voorlopig oordeel gegeven dat de verdeling van de draagplicht van partijen slechts speelt indien en voor zover betalingen aan de stad Neufchâteau zijn gedaan uit privé-middelen van (een van) partijen.</para>
        <para>Partijen zijn in hun memories na enquête niet op deze laatstbedoelde kwestie ingegaan.</para>
        <para>
          [geïntimeerde 2] heeft als getuige verklaard dat - conform de bedoeling van partijen -  de lasten van de camping werden voldaan uit de opbrengst van de camping, maar dat die opbrengst niet toereikend bleek om alle lasten te voldoen; om die reden is een aantal betalingen aan de stad Neufchâteau gedaan via de (door haar in privé verstrekte) bankgarantie of rechtstreeks uit haar privé-middelen.</para>
        <para>Op grond van het voorgaande stelt het hof thans definitief vast dat onderling regres tussen partijen slechts aan de orde is indien en voor zover betalingen aan de stad Neufchâteau zijn voldaan uit privé-middelen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.7.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [geïntimeerde 2] heeft bij haar antwoordmemorie na enquête bewijsstukken overgelegd waaruit volgens haar moet worden geconcludeerd dat door haar uit privé-middelen een bedrag van (omgerekend) € 28.246,10 is betaald aan de stad Neufchâteau.</para>
        <para>Zij stelt dat door haar nog méér bedragen zijn betaald, namelijk in totaal € 32.000,- en zij verwijst daartoe naar de stukken die door haar in eerste aanleg in het geding zijn gebracht. Het hof acht die stukken echter te onduidelijk om te kunnen concluderen dat [geïntimeerde 2] uit privé-middelen € 32.000,- ten behoeve van de camping heeft betaald.</para>
        <para>Anders dan [geïntimeerde 2] veronderstelt is door de kantonrechter niet beslist dat door haar een bedrag van € 32.000,- uit <emphasis role="underline">privé</emphasis>-middelen is voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.8.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft in zijn memorie na enquête verklaard dat hij op basis van de tegen partijen uitgesproken vonnissen in totaal € 29.997,96 heeft voldaan en dat thans geen betalingsverplichtingen met betrekking tot de camping resteren. [geïntimeerde 2] heeft dit niet weersproken; het hof zal daarom uitgaan van de juistheid van voormelde stellingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.9.</nr>
      <parablock>
        <para>Indien de door [geïntimeerde 2] in haar antwoordmemorie na enquête verstrekte gegevens juist zijn, dan is door [appellant] en [geïntimeerde 2] samen uit privé-middelen een bedrag van € 58.244,06 voldaan. </para>
        <para>Omdat het aandeel van ieder van de drie partijen € 19.414,69 bedraagt, heeft [appellant] ingevolge artikel 6:10 lid 2 BW regres tot een bedrag van (€ 29.997,96 - € 19.414,69 =)</para>
        <para>€ 10.583,27. </para>
        <para>Aangezien [geïntimeerde 2] al meer dan haar aandeel heeft betaald, heeft [appellant] uitsluitend regres op [geïntimeerde 1], hetgeen betekent dat de subsidiaire vordering van [appellant] op [geïntimeerde 2] moet worden afgewezen en dat de subsidiaire vordering op [geïntimeerde 1] toewijsbaar is tot een bedrag van € 10.583,27.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.10.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [appellant] is echter nog niet in de gelegenheid geweest om op de door [geïntimeerde 2] bij memorie na enquête verstrekte gegevens te reageren.</para>
        <para>Het hof zal hem de gelegenheid geven om dit bij akte alsnog te doen.</para>
        <para>
          [geïntimeerde 2] heeft geen recht op een antwoordakte.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>12</nr>De uitspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 1 juli 2014 voor akte aan de zijde van [appellant] met het hiervoor onder 11.10 vermelde doel (geen antwoordakte);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. N.J.M. van Etten, B.A. Meulenbroek en I.B.N. Keizer en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 3 juni 2014.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>