<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2013:CA2186</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T17:42:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">CA2186</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-06-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HD 200.099.673 E</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2013:CA2186">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2013:CA2186</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-22T17:19:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2013:CA2186 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 04-06-2013 / HD 200.099.673 E</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2013:CA2186:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overeenkomst van opdracht. Redelijke vergoeding aan opdrachtnemer toegekend op basis van artikel 7:405 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2013:CA2186:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH </para>
      <para>Afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>zaaknummer HD 200.099.673/01</para>
    <para />
    <para>arrest van 4 juni 2013</para>
    <para />
    <para>in de zaak van </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Online Accountants MKB] h.o.d.n. Online Accountants MKB,</para>
      <para>wonende en zaakdoende te [woon- en zaaksplaats],</para>
      <para>appellante, </para>
      <para>hierna te noemen: [appellante],</para>
      <para>advocaat: mr. S.C. Blommendaal te Maastricht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>ICT-Coach voor het MKB BV,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>geïntimeerde, </para>
      <para>hierna te noemen: ICT-Coach,</para>
      <para>advocaat: mr. L.C.M. Muris te Venlo,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 18 december 2012 in het hoger beroep van het door de rechtbank Maastricht onder zaaknummer 441972 CV EXPL 3723/11 gewezen vonnis van 23 november 2011.</para>
    <para />
    <para>6. Het tussenarrest van 18 december 2012</para>
    <para />
    <para>Bij genoemd arrest heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld te reageren op hetgeen in rechtsoverweging 4.4.3. van het tussenarrest is overwogen en is iedere verdere beslissing aangehouden.</para>
    <para />
    <para>7.  Het verdere verloop van de procedure</para>
    <para />
    <para>Beide partijen hebben een akte genomen.</para>
    <para />
    <para>Vervolgens heeft het hof de uitspraak bepaald op heden.</para>
    <para />
    <para>8. De verdere beoordeling</para>
    <para />
    <para>8.1. In het tussenarrest heeft het hof vastgesteld dat door ICT-Coach geen individuele trainingen zijn gegeven aan de deelnemers 2, 3 en 4 (genoemd in de onbetaald gebleven facturen d.d. 8 juli 2010 en 11 oktober 2010) en dat daarmee vast is komen te staan dat ICT-Coach in zoverre de overeengekomen werkzaamheden niet heeft verricht.</para>
    <para />
    <para>Onder 4.4.3 van het tussenarrest heeft het hof verder overwogen dat het voorgaande nog niet betekent dat [appellante] in het geheel geen vergoeding verschuldigd is, aangezien ICT-Coach heeft gesteld wel degelijk werkzaamheden voor de franchisenemers van [appellante] te hebben verricht, zij het afwijkend van de oorspronkelijke opdracht. In het bijzonder ging het hierbij om een groepstraining die aan franchisenemers van [appellante] is gegeven op 7 september 2010. Het hof heeft overwogen dat er mogelijk aanleiding bestaat om met toepassing van artikel 7:405 BW voor deze werkzaamheden een bedrag toe te kennen. Het hof partijen in de gelegenheid gesteld zich hieromtrent uit te laten.</para>
    <para />
    <para>8.2. [appellante] heeft zich in haar akte na tussenarrest bereid verklaard om een vergoeding te betalen voor de door ICT-Coach in de persoon van [trainer van ICT Coach] gegeven groepstraining, maar zij acht het aantal ter zake van deze training (in de urenspecificatie van ICT-Coach, productie 8 bij de memorie van grieven) opgevoerde uren, te weten in totaal 30,25 uren, veel te hoog. [appellante] wijst erop dat de training 4 uur heeft geduurd en zij acht een voorbereidingstijd van 2 uur redelijk, zodat – uitgaande van het door ICT-Coach zelf opgegeven tarief van € 75,- per uur – een bedrag van 6 x € 75,- = € 450,- zou kunnen worden toegewezen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>8.3. ICT-Coach stelt zich op het standpunt dat [appellante] voor de groepstraining tenminste het tussen partijen per individuele begeleiding overeengekomen bedrag van € 2.250,- met reiskosten en btw dient te betalen. Volgens ICT-Coach valt uit de e-mail van [appellante] d.d. 14 januari 2011 (productie 7 bij de inleidende dagvaarding) af te leiden dat [appellante] zich bereid heeft verklaard voormeld bedrag voor de groepstraining te betalen. </para>
      <para>Verder stelt ICT-Coach dat uit productie 9 bij de inleidende dagvaarding valt af te leiden dat [appellante] akkoord is gegaan met de herziene offerte van ICT-Coach d.d. 5 oktober 2010 (productie 14 bij memorie van antwoord). Volgens ICT-Coach dient [appellante] op basis van deze nieuwe afspraken tenminste een bedrag van € 5.398,14 inclusief btw te voldoen, te vermeerderen met wettelijke handelsrente.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>8.4. Het hof begrijpt uit de stellingen van partijen dat zij het erover eens zijn dat [appellante] jegens ICT-Coach gehouden is een bedrag te betalen wegens de door ICT-Coach (in de persoon van [trainer van ICT Coach]) aan franchisenemers van [appellante] gegeven groepstraining.</para>
      <para>Dat [appellante] zich jegens ICT-Coach verbonden zou hebben voor die groepstraining een bedrag van € 2.250,- met reiskosten en btw te voldoen, valt naar het oordeel van het hof niet te lezen in de e-mail van [appellante] d.d. 14 januari 2011 (productie 7 bij de inleidende dagvaarding). Nu enige andere onderbouwing ontbreekt, kan deze stelling van ICT-Coach niet worden aanvaard.</para>
      <para>Hetzelfde geldt voor de - door [appellante] betwiste - stelling van ICT-Coach dat partijen het erover eens waren dat ICT-Coach haar werkzaamheden aan [appellante] zou kunnen declareren op basis van de offerte van 5 oktober 2010 (productie 14 bij memorie van antwoord). Anders dan ICT-Coach stelt kan uit de emailberichten van 12 april 2011 (prod. 9 bij inleidende dagvaarding) niet worden afgeleid er een - nadere - overeenkomst tot stand was gekomen op basis van de offerte van 5 oktober 2010. Het emailbericht van 19:09 luidt onder meer, dat de afspraak over te leveren prestaties waren gewijzigd, en dat de gefactureerde bedragen niet overeenkomstig de gewijzigde afspraak waren, doch elke verwijzing naar de offerte van 5 oktober 2010 ontbreekt. Niet onvermeld kan voorts blijven dat in de op blad 3 van de akte van ICT-Coach gegeven opsomming van uren van [leidinggevende van trainer van ICT Coach] en [trainer van ICT Coach] verreweg het grootste deel van de uren is gemaakt voor de offerte van 5 oktober 2010, welke volgens ICT-Coach per email van 7 oktober 2010, om 23:04 uur, aan [appellante] is gezonden. Nergens blijkt uit, ook niet uit de offerte van 5 oktober 2010, dat deze offerte dan wel de tarieven daaruit met terugwerkende kracht (volgens ICT-Coach: vanaf 7 september 2010) zouden gelden. </para>
      <para>Ook overigens ontbreekt bewijs voor de hier bedoelde stelling van ICT-Coach , evenals een voldoende gespecificeerd bewijsaanbod.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>8.5. Gelet op het hiervoor overwogene zal het hof, met toepassing van artikel 7:405 BW, een beloning vaststellen voor de door ICT-Coach gegeven groepstraining op 7 september 2010.</para>
      <para>Het hof begrijpt dat partijen het erover eens zijn dat een tarief van € 75,- per uur exclusief btw voor de werkzaamheden van [trainer van ICT Coach] redelijk is. Het hof zal hiervan uitgaan.</para>
      <para>Volgens de urenspecificatie van ICT-Coach (productie 8 memorie van grieven) zou [trainer van ICT Coach] aan de groepstraining 30,25 uren besteed hebben. [appellante] acht dit aantal uren buitenproportioneel aangezien de training zelf maar 4 uren heeft geduurd.</para>
      <para>Het hof zal, gelet op het over en weer gestelde, de beloning voor de door ICT-Coach gegeven groepstraining ex aequo et bono vaststellen op 15 uren x € 75,- , te vermeerderen met € 150,- reiskosten en btw. Het hof neemt hierbij in overweging dat – kennelijk – de groepstraining nieuw was opgezet hetgeen extra uren aan voorbereiding zal hebben gevergd; tevens acht het hof het aannemelijk dat ook de leidinggevende van [trainer van ICT Coach], [leidinggevende van trainer van ICT Coach], de nodige uren aan de voorbereiding zal hebben besteed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8.6. Voor zover ICT-Coach bedoeld heeft te stellen dat partijen het ook over andere werkzaamheden dan de hiervoor bedoelde groepstraining (en de door [appellante] betaalde begeleiding van de heer [X.]) eens waren en dat ook daarvoor een redelijk beloning moet worden vastgesteld, is die stelling onvoldoende onderbouwd zodat het hof hieraan voorbij gaat.</para>
    <para />
    <para>8.7. Voor toewijzing van buitengerechtelijke kosten is geen plaats nu niet is gebleken dat door ICT-Coach meer kosten zijn gemaakt dan nodig ter voorbereiding en instructie van de onderhavige procedure. Het hof begrijpt overigens uit de akte na tussenarrest van ICT-Coach dat de vordering ter zake van buitengerechtelijke kosten niet langer wordt gehandhaafd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>8.8. Uit het voorgaande volgt dat een bedrag van 15 x € 75,- = € 1.125,- te vermeerderen met een bedrag ad € 150,- aan reiskosten en te vermeerderen met de btw, in totaal € 1.517,25 toewijsbaar is.</para>
      <para>Over dit bedrag is [appellante] wettelijke handelsrente verschuldigd, aangezien de vordering van ICT-Coach is gebaseerd op een tussen partijen gesloten handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a BW. De ingangsdatum voor de wettelijke handelsrente zal het hof bepalen op de datum van dit arrest., </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8.9. De uitkomst van de procedure geeft het hof aanleiding de proceskosten te compenseren, zowel die van de eerste aanleg als van het hoger beroep.</para>
    <para />
    <para>9.  De uitspraak</para>
    <para> </para>
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>vernietigt het vonnis waarvan beroep;</para>
    <para />
    <para>veroordeelt [appellante] om aan ICT-Coach tegen bewijs van kwijting te betalen: een bedrag van € 1.517,25 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over dat bedrag vanaf 10 november 2010 tot aan de dag der voldoening;</para>
    <para />
    <para>verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>wijst af het meer of anders gevorderde;</para>
    <para />
    <para>compenseert de proceskosten tussen partijen zowel die van de eerste aanleg als van het hoger beroep.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door mrs. N.J.M. van Etten, J.M. Brandenburg en Y.L.L.A.M. Delfos-Roy en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 4 juni 2013.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>