<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ3198</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T16:03:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ3198</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-02-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HD 103.005.169 E</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ3198">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ3198</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T12:53:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ3198 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 26-02-2013 / HD 103.005.169 E</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ3198:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Voortzetting van LJN BY1759.</para>
        <para>Afwikkeling van een niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding. </para>
        <para>Verjaring wettelijke rente over de verrekenvordering.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ3198:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH</para>
      <para>Afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>zaaknummer HD 103.005.169</para>
    <para />
    <para>arrest van 26 februari 2013</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[X.],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>appellant in principaal appel, </para>
      <para>geïntimeerde in incidenteel appel,</para>
      <para>hierna te noemen: de man,</para>
      <para>advocaat: mr. J.A.Th.M. van Zinnicq Bergmann,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Y.],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>geïntimeerde in principaal appel,</para>
      <para>appellante in incidenteel appel,</para>
      <para>hierna te noemen: de vrouw,</para>
      <para>advocaat: mr. J.C. van Haarlem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>als vervolg op de door de hof gewezen (tussen)arresten van 16 juni 2009, 23 februari 2010 en 23 oktober 2012 in het hoger beroep van het door de rechtbank Maastricht onder nummer 100935/HA ZA 05-423 gewezen vonnis van 4 april 2007.</para>
    <para />
    <para>14. Het arrest van 23 oktober 2012 </para>
    <para />
    <para>In het arrest heeft het hof op alle geschilpunten beslist behoudens op het punt van de gevorderde wettelijke rente en op het punt van (een deel van) de proceskosten. Op deze punten is de beslissing aangehouden.		</para>
    <para>	</para>
    <para>15. Het verdere verloop van de procedure </para>
    <para />
    <para>De vrouw heeft tweemaal een akte met één productie genomen. De man heeft een antwoordakte genomen, eveneens met één productie.</para>
    <para />
    <para>Partijen hebben hierna aanvullend gefourneerd en uitspraak gevraagd.</para>
    <para />
    <para>16. De verdere beoordeling</para>
    <para />
    <para>in principaal en incidenteel appel</para>
    <para />
    <para>16.1. In het arrest van 23 oktober 2012 heeft het hof, behoudens op het punt van de gevorderde wettelijke rente en (een deel van) de proceskosten, op alle geschilpunten in hoger beroep beslist en die beslissingen opgenomen in het dictum van het arrest. Het hof heeft de vrouw in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten omtrent het door de man gedane beroep op verjaring van haar rentevordering.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>16.2. Na het voormelde arrest van 23 oktober 2012 heeft de advocaat van de man een brief d.d. 14 november 2012 aan het hof gezonden waarin wordt betoogd dat – zo begrijpt het hof – in het genoemde arrest sprake is van een kennelijke vergissing omdat door het hof bij de berekening van het door hem aan de vrouw te betalen bedrag ter zake van de verrekening van het huwelijkse vermogen, ten onrechte geen rekening is gehouden met door hem te betalen inkomstenbelasting en premieheffing. De hier bedoelde brief is als productie gevoegd bij de akte van de vrouw van 20 november 2012 en bij de antwoordakte van de man van 18 december 2012. Namens de man wordt verzocht om de gestelde vergissing te herstellen.</para>
      <para>De vrouw heeft het verzoek van de man bestreden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>16.3. Naar het oordeel van het hof is van een “kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent” als bedoeld in artikel 31 Rv geen sprake, zodat het verzoek van de man tot herstel niet toewijsbaar is.</para>
      <para>Voor zover de man bedoeld heeft het hof te verzoeken om terug te komen op de berekening van het door hem te betalen verrekenbedrag is dat verzoek evenmin toewijsbaar: omtrent de door de man te betalen hoofdsom is door het hof een beslissing opgenomen in het dictum van het arrest d.d. 23 oktober 2012; dat arrest is in zoverre een eindarrest. Het hof kan op die beslissing – indien daartoe al aanleiding zou bestaan – thans niet meer terugkomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>16.4. De vrouw heeft zich in haar akte d.d. 20 november 2012 uitgelaten over het beroep van de man op verjaring van de door haar gevorderde wettelijke rente. Zij bestrijdt dat haar vordering is verjaard en stelt voorts dat het beroep van de man op verjaring in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>16.5. Het hof overweegt hieromtrent het volgende. Zoals in rechtsoverweging 12.6.1 van het arrest van 23 oktober 2012 is overwogen is de man in beginsel wettelijke rente verschuldigd over het door hem aan de vrouw te betalen verrekenbedrag, zulks vanaf de peildatum 17 juni 2001.</para>
      <para>Ingevolge artikel 3:308 BW verjaart een vordering ter zake van wettelijke rente na vijf jaar. In de onderhavige zaak heeft de vrouw bij akte van 24 november 2009 in rechte wettelijke rente over de verrekenvordering gevorderd. Daardoor is de lopende verjaring gestuit.</para>
      <para>Dit betekent dat de vrouw recht heeft op wettelijke rente vanaf 24 november 2004.</para>
      <para>Bijzondere omstandigheden die het beroep van de man op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zouden kunnen doen zijn, zijn niet gesteld of gebleken.</para>
      <para>Om die reden zal het hof de vordering van de vrouw ter zake van wettelijke rente toewijzen vanaf 24 november 2004 en voor het overige afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>16.6. De proceskosten van het hoger beroep zullen, voor zover niet al reeds is beslist in het vonnis van 23 oktober 2012, worden gecompenseerd aangezien partijen voormalige echtgenoten zijn.</para>
    <para />
    <para>17. De uitspraak</para>
    <para> </para>
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>op het principaal en incidenteel appel</para>
    <para />
    <para>in aanvulling op hetgeen reeds is beslist in het arrest van 23 oktober 2012:</para>
    <para />
    <para>veroordeelt de man om aan de vrouw wettelijke rente te betalen over het door hem ingevolge het verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden aan de vrouw verschuldigde bedrag van € 58.155,50, zulks vanaf 24 november 2004 tot aan de dag van de voldoening van de hoofdsom en wijst de vordering ter zake van wettelijke rente voor het overige af;</para>
    <para />
    <para>verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>compenseert de kosten van het hoger beroep, behoudens de kosten van de deskundigenonderzoeken waaromtrent reeds is beslist in het arrest van 23 oktober 2012,  aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door mrs. N.J.M. van Etten, B.A. Meulenbroek en I.B.N. Keizer en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 26 februari 2013.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>