<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2013:5941</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T14:14:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-12-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-001515-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBBRE:2012:BW2000" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBBRE:2012:BW2000, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2015:1095" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Cassatie: ECLI:NL:HR:2015:1095, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=288&amp;g=2013-12-06">Wetboek van Strafrecht 288</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=289&amp;g=2013-12-06">Wetboek van Strafrecht 289</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2013:5941">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2013:5941</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-12-06T15:41:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2013:5941 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 06-12-2013 / 20-001515-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2013:5941:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft samen met een ander op 9 oktober 2010 een Tilburgse taxichauffeur doodgeschoten. Het hof spreekt verdachte vrij van medeplegen van moord en veroordeelt hem voor medeplegen van gekwalificeerde doodslag tot achttien jaren gevangenisstraf.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2013:5941:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>Afdeling strafrecht</title>
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 20-001515-12 </para>
      <para>Uitspraak	: 6 december 2013</para>
      <para>TEGENSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">'s-Hertogenbosch</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Breda van 12 april 2012 in de strafzaak met parketnummer 02-800205-11 tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [Verdachte J],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum in 1967],</para>
      <para>thans verblijvende in PI Limburg Zuid - Gev. De Geerhorst te Sittard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het beroepen vonnis is de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde medeplegen van moord veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien jaren met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de rechtbank beslist over in beslag genomen voorwerpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen met uitzondering van de opgelegde straf en de beslissing ten aanzien van het beslag en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf van achttien jaren met aftrek van voorarrest met een last tot teruggave van de in beslag genomen voorwerpen aan de rechthebbenden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouwe heeft integrale vrijspraak bepleit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof - anders dan de rechtbank - niet komt tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde. Voorts komt het hof tot een andere selectie van het voorhanden zijnde bewijsmateriaal en tenslotte tot een andere strafoplegging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is - na aanpassing van de tenlastelegging op de voet van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair:</emphasis>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 9 oktober 2010 te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [R] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een vuurwapen een of meer kogel(s) in het lichaam van die [R] geschoten, (mede) tengevolge waarvan die [R] is overleden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair:</emphasis>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 9 oktober 2010 te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [R] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet met een vuurwapen een of meer kogel(s) in het lichaam van die [R] geschoten, (mede) tengevolge waarvan die [R] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten de diefstal (in vereniging) van een Iphone en/of een portemonnee en/of een geldbedrag en/of een TomTom navigatiesysteem, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">tweede subsidiair:</emphasis>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 9 oktober 2010 te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [R] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet, met een vuurwapen een of meer kogel(s) in het lichaam van die [R] geschoten, (mede) tengevolge waarvan die [R] is overleden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">derde subsidiair:</emphasis>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 9 oktober 2010 te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Iphone en/of een portemonnee en/of een geldbedrag en/of een TomTom navigatiesysteem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [R], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [R], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging(en) met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [R] een of meer ma(a)l(en) op/tegen het hoofd/gelaat en/of tegen het lichaam heeft/hebben geschopt en/of (al dan niet met een hard voorwerp) heeft/hebben geslagen en/of die [R] een vuurwapen heeft/hebben getoond en/of dat vuurwapen op hem heeft/hebben gericht en/of met dat vuurwapen een of meer kogel(s) in het lichaam van [R] heeft/hebben geschoten, (mede) ten gevolge waarvan die [R] is overleden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak van het primair ten laste gelegde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt voorop dat voor de dood van de taxichauffeur [R] drie personen zijn vervolgd: de verdachte, [O] en [W]. De laatste is door de rechtbank onherroepelijk veroordeeld voor het primair ten laste gelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde medeplegen van moord gevorderd. </para>
      <para>Zijn standpunt dat er sprake is geweest van voorbedachte raad is - zo begrijpt het hof - in de kern en in hoofdzaak gebaseerd op de verklaring van [O] bij de politie dat de verdachte en [W] in de taxi hebben gesproken over het “opruimen” van de taxichauffeur. </para>
      <para>Het schriftelijke requisitoir (p. 9-10) van de advocaat-generaal houdt dienaangaande in: </para>
      <para>
        <?linebreak?>“<emphasis role="italic">Hij verklaart ongeveer vijf minuten voor het eind van de rit te hebben gehoord dat [W] en [J] het er over hadden dat ze iets wilden stelen en dat ze de taxichauffeur wilden opruimen. Er was dus wetenschap van wat niet anders dan als een ophanden zijnde beroving en/of moord gekenmerkt kan worden.</emphasis>” </para>
      <para>en </para>
      <para>“<emphasis role="italic">(…) anders dan de officier van justitie in eerste aanleg ben ik van mening dat [O] vanwege de term “opruimen” minstens vanaf het horen van die term in de context waarin die werd gebruikt, kennis droeg van de dodelijke intenties van zijn medeplegers.</emphasis>” </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus stelt de advocaat-generaal zich kennelijk op het standpunt dat [O] de term “opruimen” heeft gebruikt in de betekenis van het om het leven brengen van het slachtoffer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouwe heeft - op gronden als in de pleitnota verwoord - betoogd dat de verklaring van [O] dat er in de taxi zou zijn gesproken over “opruimen” niet kan leiden tot een bewezenverklaring van voorbedachte raad en daarmee van (medeplegen van) moord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel 'voorbedachte raad' moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.</para>
      <para>De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de omstandigheid dat slechts sprake is van een korte tijdspanne tussen besluit en uitvoering of dat de gelegenheid tot beraad eerst tijdens de uitvoering van het besluit ontstaat. De enkele omstandigheid dat niet is komen vast te staan dat is gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, is niet toereikend om daaraan de gevolgtrekking te verbinden dat sprake is van voorbedachte raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt het volgende vast ten aanzien van het gebruik van de term “opruimen” door [O]. Vooropgesteld dient te worden dat de term “opruimen” een door een tolk gehanteerde term is ter vertaling van hetgeen de verdachte in het verhoor van 10 februari 2011 in de Poolse taal heeft gezegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een “proces-verbaal van verbatim studioverhoor” d.d. 6 juli 2011 houdt als woordelijke uitwerking van een op 10 februari 2011 gehouden verhoor van [O] - voor zover hier relevant - het volgende in (p. 2 en 13-14 van dat proces-verbaal):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“O: verdachte [O], vertaling door tolk</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V2: verbalisant 2 (…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">V2: wat hoorde jij, wat hoorde jij in de auto? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: dat ze hem eh, dat ze hem wilden opruimen. Ik dacht, ik dacht dat ze hem wilden bestelen, had die en. Ik heb gezegd eh ik ben hier niet geïnteresseerd, waar hebben jullie dat voor nodig? Hebben jullie nog niet genoeg problemen? En toen ben ik er uit gestapt. En toen ben ik weggegaan.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V2: toen ze het er over hadden, wat zeiden ze dan? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: ik weet niet. Ik heb begrepen dat ze spullen van hem wilden stelen, dat dacht ik. Ik weet niet of ze dat gedaan hebben of niet. Ik was niet geïnteresseerd </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V2: ja maar je zei net dat ze hem wilden opruimen. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: dat heb ik ook begrepen. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V2: en hoe begrijp je dat dan? Waardoor? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: iets stelen of zoiets </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V2: nee, hem opruimen zei je net. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: opruimen, gewoon opruimen. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V2: ja </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: wat moet dat anders betekenen? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V2: wat wordt daar mee bedoeld? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: stelen </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V2: dat ze die man wilden opruimen? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O: ik weet niet wat ze wilden doen. Ik ben weggerend (…)”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een “proces-verbaal verhoor verdachte” d.d. 3 mei 2011 houdt als woordelijke uitwerking van een op 5 april 2011 gehouden verhoor van [W] en [O] tezamen - voor zover hier relevant - het volgende in (p. 2 en 29 van dat proces-verbaal):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“O2 = Opsporingsambtenaar (…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V2 = Verdachte [O]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">O2: Jij vertelt dat terwijl jullie nog aan het rijden zijn, dat jij al hoort wat [W] en [J] van plan zijn.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V2: En heb ik dan gezegd ze planden om iemand te doden?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">O2: Op te ruimen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V2: Oh Jezus Maria. Opruimen. Hoe hebben ze dat opgenomen. (…)”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op hetgeen [O] blijkens de woordelijke weergave van deze verhoren - ook na doorvragen door de verhorende verbalisanten - heeft verklaard over de strekking van de door hem gebruikte term “opruimen”, heeft het hof niet de overtuiging bekomen dat het overleg dat de verdachte en [W] voerden circa vijf minuten voordat de taxi stopte, inhield dat het slachtoffer van het leven zou worden beroofd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de tot bewijs gebezigde verklaringen van [O] staat naar het oordeel van het hof wel vast dat de verdachte en [W] circa vijf minuten voordat de taxi stopte, overleg hebben gevoerd over het beroven van de chauffeur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu een beroving niet zonder meer impliceert dat het slachtoffer van die beroving zal worden gedood, is naar het oordeel van het hof niet komen vast te staan dat reeds ten tijde van bedoeld overleg het voornemen is ontstaan om het slachtoffer te doden.</para>
      <para>Niet kan worden uitgesloten dat eerst nadat (of slechts enkele ogenblikken voordat) de taxi is gestopt, de bedoeling om het slachtoffer - ter uitvoering van de voorgenomen beroving - te doden bij de verdachte en [W] is opgekomen. In aanmerking nemende de korte tijdspanne waarvan in dat geval sprake is geweest en indachtig hetgeen is vooropgesteld over de reikwijdte van het begrip ‘voorbedachte raad’, acht het hof de primair ten laste gelegde moord niet wettig en overtuigend bewezen.</para>
      <para>In dit verband overweegt het hof nog dat, voor zover op grond van de verklaringen van [W] al zou kunnen worden aangenomen dat hij geruime tijd voordat hij in de taxi stapte het voornemen had opgevat om iemand te doden, niet is aannemelijk geworden dat de verdachte daarvan ook toen reeds op de hoogte is geraakt en daarmee heeft ingestemd en aldus met voorbedachte raad het opzet op de dood van [R] heeft gehad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de kennelijke bedoeling van de steller van de tenlastelegging, zoals die blijkt uit het samenstel van het primair, subsidiair en tweede subsidiair ten laste gelegde, is niet beoogd om in de primaire tenlastelegging impliciet subsidiair doodslag (art. 287 Sr) ten laste te leggen. Nu het hof moord niet bewezen acht, zal het hof de verdachte geheel vrijspreken van het primair ten laste gelegde en overgaan tot een beoordeling van de subsidiair ten laste gelegde gekwalificeerde doodslag (art. 288 Sr).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 9 oktober 2010 te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [R] van het leven heeft beroofd, immers hebben verdachte en zijn mededader met dat opzet met een vuurwapen kogels in het lichaam van die [R] geschoten, tengevolge waarvan die [R] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd van enig strafbaar feit, te weten de diefstal in vereniging van een Iphone en een portemonnee en een geldbedrag en een TomTom navigatiesysteem, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders subsidiair is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Door het hof gebruikte bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de </para>
      <para>feiten en omstandigheden als vervat in de hierna opgenomen bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Onderzoek van de plaats delict</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op ambtsbelofte c.q. ambtseed opgemaakt proces-verbaal d.d. 19 april 2011, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van verbalisanten (ordner “Unit Forensisch Technisch Onderzoek”, par. 1.2.1.1):</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijke overschot van een man in een greppel langs de Duinlaan te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand, werd op 9 oktober 2010 en de daarop volgende dagen een onderzoek naar sporen ingesteld op de plaats delict.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op zaterdag 9 oktober 2010 werd door ons, [verbalisant], buitengewoon opsporingsambtenaar van politie, en [verbalisant], brigadier van politie, beiden technisch rechercheur en werkzaam bij de unit Forensisch Technisch Onderzoek (unit FTO) van de regiopolitie Midden en West-Brabant, een sporenonderzoek uitgevoerd op de plaats delict.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Beschrijving plaats delict </para>
        <para>De plaats delict zal in dit proces-verbaal worden beschreven vanaf de Duinlaan gezien in oostelijke richting, tenzij anders vermeld. </para>
        <para>Aan de rechterzijde van de Duinlaan bij een lantaarnpaal met nummer 9 stond een taxi. Aan de linkerzijde van de rijbaan bevond zich een berm bestaande uit gras. Links naast deze berm en evenwijdig met de Duinlaan bevond zich een droge greppel. In deze greppel ter hoogte van de taxi werd door ons het stoffelijke overschot van het slachtoffer waargenomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Omschrijving aantreffen en onderzoek voertuig </para>
        <para>Rechts ter hoogte van voornoemde lantaarnpaal 9 zagen wij een zwart personenvoertuig van het merk Mercedes Benz staan. Dit voertuig was voorzien van blauwe kentekenplaten met het Nederlandse kenteken 69-LKK-3. Op het dak linksachter bevond zich een transparant bord, waarop aan de voor- en achterzijde het woord "taxi" stond. Dit voertuig stond enigszins schuin geparkeerd met de rechterwielen in de rechtergrasberm en de linkerwielen op de rijbaan. De voorzijde van dit voertuig stond in de richting van de meer oostelijk gelegen Waalwijksebaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wij zagen dat het gras in de berm direct naast het voertuig ongeveer vanaf het rechtervoorportier was omgebogen, doordat vermoedelijk een mens of voorwerp zich door dit gras had verplaatst. In het gras naast het rechtervoorportier zagen wij een navigatiesysteem van het merk TomTom liggen. Dit navigatiesysteem werd door ons veiliggesteld en gewaarmerkt (SIN AACO0531NL).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Omschrijving aangetroffen sporen plaats delict </para>
        <para>Op de rijbaan tussen het voertuig en de linkerberm zagen wij een achttal metalen pijlen die door medewerkers van de plaatselijke politie daar werden neergelegd. Deze pijlen duidden de door hen aangetroffen sporen en sporendragers aan. Nagenoeg op het midden van de rijbaan en ter hoogte van de achterzijde van het voertuig zagen wij een patroonhuls liggen. Het betrof hier een patroonhuls van het kaliber 7.65 millimeter. Deze patroonhuls werd door ons veiliggesteld en gewaarmerkt (SIN AACO0740NL). Een tweede patroonhuls werd door ons op de rijbaan ter hoogte van het linkerachterwiel waargenomen. Het betrof hier ook een patroonhuls van het kaliber 7.65 millimeter. Deze patroonhuls werd door ons veiliggesteld en gewaarmerkt (SIN AACO0738NL). Een derde patroonhuls werd door ons waargenomen op de rijbaan ter hoogte van het linkervoorwiel. Het betrof hier eveneens een patroonhuls van het kaliber 7.65 millimeter. Deze patroonhuls werd door ons veiliggesteld en gewaarmerkt (SIN AACO0731NL). </para>
        <para>Achter het linkervoorwiel werd op de overgang van klinkerweg naar asfaltweg een zilverkleurig projectiel waargenomen. Dit projectiel werd aangetroffen nadat het voertuig van de plaats delict was vervoerd en tijdens de afronding van het onderzoek op deze plaats delict. Dit projectiel werd vervolgens veiliggesteld en gewaarmerkt (SIN AACC5108NL). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op de klinkerweg van de rijbaan tussen de linkerachterzijde van het voertuig en de linkerberm werd door ons een aantal bloedsporen waargenomen. Deze bloedsporen werden door ons aangeduid met de nummers "7", "8", "9" en "10". Deze bloedsporen zullen hieronder nader worden omschreven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op de door ons aangeduide plaats "7" zagen wij over de breedte van een klinker een bloedspoor passende bij een bloedcontactspoor.</para>
        <para>Op de door ons aangeduide plaats "8" bevond zich een viertal ronde bloedsporen die gezien hun verschijningsvorm mogelijk passen bij passieve bloedspatten. Deze bloedspatten bevonden zich ten opzichte van de overig aangetroffen bloedsporen het dichtst bij het stoffelijke overschot. Eveneens behorend tot deze plaats "8" was een aantal kleine bloedspatten aanwezig.</para>
        <para>Op de door ons aangeduide plaats "9" bevond zich een nagenoeg ronde bloedvlek ter grootte van enkele centimeters. Gezien de verschijningsvorm van dit bloedspoor kan door ons niet uitgesloten worden, dat een bloedbron zich enige tijd op deze plaats heeft bevonden en dat uit deze bloedbron bloed is gevloeid.</para>
        <para>Rechts van de door ons aangeduide plaats "9" werd door ons plaats "10" aangegeven. Op deze plaats bevond zich een bloedbeeld bestaande uit enkele bloedspatten en een bloedcontactspoor.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Onderzoek van het slachtoffer op de plaats delict</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op ambtsbelofte c.q. ambtseed opgemaakt proces-verbaal d.d. 16 maart 2011, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van verbalisanten (ordner “Unit Forensisch Technisch Onderzoek”, par. 1.2.2.1):</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijke overschot van een man in een greppel langs de Duinlaan te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand, werd 9 oktober 2010 en de daarop volgende dagen een onderzoek naar sporen ingesteld op de plaats delict en de daarvoor in aanmerking komende locaties.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In verband met vorenstaande werd door ons, [verbalisant], brigadier van politie, en[verbalisant], hoofdagent van politie, beiden technisch rechercheur en werkzaam bij de unit Forensisch technisch Onderzoek, een nader onderzoek ingesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Omschrijving plaats aantreffen slachtoffer</para>
        <para>Het slachtoffer was gelegen in de greppel aan de linkerzijde van de Duinlaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Onderzoek slachtoffer</para>
        <para>Het linkervoorpand van het overhemd van het slachtoffer was bebloed. Het rechtervoorpand van dit overhemd was eveneens bebloed. Het betrof hier een grote bloedvlek.</para>
        <para>Wij zagen dat de bovenkleding van het slachtoffer op meerdere plaatsen bebloed was en dat er in deze kledingstukken perforaties zaten. Wij zagen verder dat de broekriem was geperforeerd.</para>
        <para>Wij zagen dat het gelaat van het slachtoffer enkele oppervlakkige huidbeschadigingen vertoonde. Zo waren op de linkerzijde van het gelaat donkere, streepvormige hematomen zichtbaar.</para>
        <para>Wij zagen dat het rugpand van het overhemd bebloed was. Zo bevond zich aan de rechterzijde van het overhemd een grote concentratie bloed. Ook het rugpand van het colbert en van het overhemd vertoonde enkele perforaties. </para>
        <para>Bij onderzoek van de rugzijde van het slachtoffer, zagen wij een kleine verdikking onder de kleding van het slachtoffer. Bij verwijdering bleek op de blote huid van de rug een kogel te liggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Veiligstellen sporen </para>
        <para>Tijdens het onderzoek aan het slachtoffer op de plaats delict, werden door ons de navolgende sporen veiliggesteld: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Kleding </para>
        <para>Door ons, verbalisanten, werden de kledingstukken van het slachtoffer veiliggesteld. Na het verwijderen van deze kledingstukken werden deze door ons verpakt in een steriel laken. Later werden deze kledingstukken gewaarmerkt met een SIN (AACQ1443NL-colbert).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Munitiedelen </para>
        <para>Op de rugzijde van het slachtoffer werd door ons, verbalisanten, onder de kleding een kogel aangetroffen. Deze werd door ons veiliggesteld en later gewaarmerkt met het SIN AACC5095NL.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Conclusie</para>
        <para>Gezien de verschijningsvorm van het hematoom op het linkerdeel van het gelaat van het slachtoffer, werd dit mogelijk veroorzaakt door een krachtinwerking met de zool van een schoen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Herkenning van het slachtoffer</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 oktober 2010, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van verbalisanten:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">p. 143-144</emphasis>
        </para>
        <para>Op zaterdag 9 oktober 2010 werd aan ons een drietal foto's ter beschikking gesteld. Het betrof de beeltenis van het gelaat van het slachtoffer aangetroffen op de Duinlaan te Kaatsheuvel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op zaterdag 9 oktober 2010 werden bovenvermelde foto's getoond aan:</para>
        <para>
          [nabestaande 1], de partner van het slachtoffer,</para>
        <para>
          [nabestaande 2], de zoon van het slachtoffer,</para>
        <para>
          [nabestaande 3], de broer van het slachtoffer.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nadat bovengenoemde foto's aan genoemde drie personen getoond waren, werd aan bovenstaande personen gevraagd of zij deze herkenden.</para>
        <para>
          [nabestaande 1] verklaarde: "Dit is mijn man, [R]."</para>
        <para>
          [nabestaande 2] verklaarde: "Dit is mijn vader, [R]."</para>
        <para>
          [nabestaande 3] verklaarde: "Dit was mijn broer, [R]."</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Uitlezen van het navigatiesysteem van de taxi</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal d.d. 12 oktober 2010, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van verbalisant:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 841</emphasis>
      </para>
      <para>Door mij, [verbalisant], digitaal rechercheur, werkzaam bij Bureau Digitale Expertise, Politie Midden en West-Brabant, wordt het volgende verklaard.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 11 oktober 2010 werd assistentie verleend aan het Team Grootschalige Opsporing Duin. Tijdens het onderzoek werd het hierna te noemen goed aangetroffen. Mij werd verzocht dit goed te onderzoeken op aanwezigheid van geheugens of gegevens. Met daarvoor geschikte apparatuur en programmatuur heb ik de opgeslagen gegevens overgenomen. Hierbij bleef de inhoud van het opslagmedium ongewijzigd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Apparatuur / gegevensdrager: </para>
        <para>Soort: Navigatieapparatuur </para>
        <para>Omschrijving: TomTom</para>
        <para>Inbeslagname code: AACO0531NL (SIN) </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 842</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>Onderzoek resultaat: </para>
        <para>De klokinstelling van het navigatiesysteem was juist. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 844-845</emphasis>
      </para>
      <para>In het interne geheugen van de TomTom waren diverse triplogbestanden vastgelegd. Door mij is het bestand Triplog-2010-10-08.dat veiliggesteld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Triplogs zijn logbestanden van de gevolgde route van die datum en zijn in een versleutelde vorm vastgelegd door het besturingssysteem van het navigatieapparaat. Gps-fixes kunnen in bijvoorbeeld Google Earth of Google Maps worden bekeken als een zogenaamd broodkruimelspoor.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het triplogbestand Triplog-2010-10-08.dat is gedecodeerd. Naar aanleiding van de gps-fixes is door mij een routelijst opgesteld waarbij ik in de route locaties zoals kruisingen en viaducten heb gekozen en daarbij het tijdstip van die betreffende gps-fix heb vermeld. Deze lijst is hieronder weergegeven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De tijdstippen zijn vastgesteld aan de hand van de UTC tijdstippen die in de triplogbestanden waren vastgelegd. <emphasis role="italic">(Het hof begrijpt, gelet op de verklaringen van de verdachte, [W] en [O], alsmede het aantreffen van het navigatiesysteem naast de taxi op de Duinlaan op 9 oktober 2010, dat de hieronder vermelde tijdstippen zijn gelegen in de nacht van 8 op 9 oktober 2010.) </emphasis>De locaties zijn vastgesteld aan de hand van de vastgelegde gps-coördinaten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>00:46:30AM Station Tilburg </para>
        <para>00:48:02AM Hart van Brabantlaan rechtsaf Ringbaan West op</para>
        <para>00:48:02AM De Bult / Alleenhouderstraat </para>
        <para>00:48:46AM Ringbaan West thv Wandelboslaan / Kwaadeindstraat</para>
        <para>00:50:08AM Ringbaan West thv Hasseltrotonde </para>
        <para>00:51:04AM Midden Brabantlaan thv Zeven Heuvelenweg / Heikantlaan</para>
        <para>00:51:53AM N261 thv viaduct Burgemeester Letschertweg / Loonsche Heideweg </para>
        <para>00:53:40AM Midden Brabantweg thv Hoge Steenweg </para>
        <para>00:55:22AM Midden Brabantweg (N261) nabij Eftelinghotel </para>
        <para>00:55:35AM vanaf Europalaan rechtsaf de Horst op </para>
        <para>00:56:37AM vanaf Horst rechtsaf naar Van Haestrechtstraat</para>
        <para>00:56:57AM vanaf Van Haestrechtstraat rechtsaf </para>
        <para>00.58.07AM Duinlaan</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Onderzoek in de taxi</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op ambtseed c.q. ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal d.d. 5 juli 2011, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van verbalisanten (ordner “Unit Forensisch Technisch Onderzoek”, par. 1.2.3.1):</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tussen zondag 10 oktober 2010, 13:15 uur en dinsdag 12 oktober 2010, 08:45 uur hebben wij, verbalisanten [verbalisant], brigadier van politie, en [verbalisant], buitengewoon opsporingsambtenaar van politie, beiden deel uitmakende van de Unit Forensisch Technisch Onderzoek van de regiopolitie Midden en West-Brabant, een onderzoek ingesteld in en aan een personenauto van het merk Mercedes-Benz, voorzien van het kenteken 69-LKK-3.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten behoeve van dit onderzoek was voornoemde personenauto op zaterdag 9 oktober 2010 te 09:00 uur door ons, verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant], op de plaats waar deze werd aangetroffen, de Duinlaan te Kaatsheuvel, veiliggesteld en in beslag genomen. </para>
        <para>Nadat het onderzoek op de plaats waar het voertuig was aangetroffen was afgerond, werd voornoemd voertuig op 9 oktober 2010 te 19:00 uur op een afgesloten aanhangwagen overgebracht naar een daartoe bestemde onderzoeksruimte c.q. de garage van de Unit Forensisch Technisch Onderzoek.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het sporenonderzoek in de auto werden vanaf en uit de personenauto de navolgende sporen en goederen (sporendragers) veiliggesteld, gewaarmerkt en in beslag genomen: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Binnenzijde:</para>
      </parablock>
      <para>- huidepitheel vanaf de grendel van het rechter achterportier, SIN AACO3265NL;</para>
      <para>- bemonstering bloed vanaf de rugleuning (wang rechts) van linker voorstoel;</para>
      <para>- een messingkleurige huls van het kaliber 7.65, vanaf de vloermat linksvoor ter hoogte van de rechtervoorzijde van de linker voorstoel, SIN AACO3260NL;</para>
      <para>- vloermat voor linker voorstoel, waarop bloed werd aangetroffen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Conclusie</para>
        <para>Naar aanleiding van onze bevindingen bij het onderzoek in dit voertuig kan door ons worden gesteld dat gezien het aantreffen van de huls op de wagenvloer voor de linker voorstoel en het bloed op de rechterwang van de linker voorstoel (bestuurdersstoel) dezerzijds wordt aangenomen dat de persoon die op de bestuurdersstoel heeft gezeten gewond is geraakt als gevolg van het in of bij de auto schieten met een vuurwapen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Sectie op het slachtoffer</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een deskundigenrapport van het NFI d.d. 27 mei 2011, voor zover inhoudende als bevindingen en/of conclusies van arts en patholoog dr. V. Soerdjbalie-Maikoe, NFI-deskundige forensische pathologie (ordner “Unit Forensisch Technisch Onderzoek”, par. 1.6.2):</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1</nr>
      <parablock>
        <para>Overledene </para>
        <para>Ontvangen van Unit Forensisch Technisch Onderzoek Midden en West Brabant </para>
        <para>Datum ontvangst 10 oktober 2010 </para>
        <para>Naam [R] </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het lichaam werd mij aangewezen en daarna overhandigd door de heer [verbalisant], van de regiopolitie Midden- en West-Brabant en is na gedane schouwing aan deze teruggegeven. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5</nr>
      <parablock>
        <para>Resultaten </para>
        <para>Een samenvatting volgt hieronder. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de sectie op het lichaam van [R] is het navolgende gebleken: </para>
        <para>A. 1. Het lijk van een man. Voorafgaand aan de sectie werd het lichaam in het NFI met röntgenstralen doorlicht d.m.v. de C-boog. Daarbij werden in het lichaam 5 voor kogels verdachte structuren gezien. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Er waren in totaal 9 huidperforaties (A-I), alle gepaard met onderhuidse (of uitgebreide) bloeduitstorting. De perforaties waren als volgt: </para>
      <para>a. Er was 1 ronde huidperforatie aan de rug iets rechts van het midden <emphasis role="bold">(letsel A).</emphasis></para>
      <para>b. Er was 1 onregelmatige huidperforatie aan de rug links <emphasis role="bold">(letsel B).</emphasis></para>
      <para>c. Er was 1 ronde huidperforatie aan de buigzijde van de linkeronderarm ter hoogte van de binnenzijde van de pols <emphasis role="bold">(letsel C).</emphasis></para>
      <para>d. Er was 1 ronde huidperforatie aan de borstkas links ter hoogte van de voorste linkeroksellijn <emphasis role="bold">(letsel D).</emphasis></para>
      <para>e. Er was 1 ronde en plaatselijk iets onregelmatige huidperforatie aan de borstkas rechts, onder de tepel <emphasis role="bold">(letsel E).</emphasis></para>
      <para>f. Er was 1 ronde huidperforatie aan de rug rechts <emphasis role="bold">(letsel F).</emphasis></para>
      <para>g. Er was 1 ronde huidperforatie aan de strekzijde van de rechteronderarm <emphasis role="bold">(letsel G).</emphasis></para>
      <para>h. Er was 1 onregelmatige huidperforatie aan de buigzijde van de rechteronderarm <emphasis role="bold">(letsel H).</emphasis></para>
      <para>i. Er was 1 onregelmatige huidperforatie aan de linkerflank <emphasis role="bold">(letsel I), </emphasis>met daarin een kogel (kogel 2), gericht met de kogelpunt naar het lichaam toe.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Er waren aan het gelaat/hoofd roodpaarse huidverkleuringen van onderhuidse bloeduitstorting, deels met oppervlakkige huidbeschadiging. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>Er was aan de borstkas rechts een min of meer streepvormige oppervlakkige huidbeschadiging met in het verlengde daarvan een roodvlekkige huidverkleuring aan de buigzijde van de rechterbovenarm. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>B. 1. (Waarschijnlijke) schotkanalen (gemeten aan het gestrekte lichaam): </para>
      </parablock>
      <para>a. In relatie met <emphasis role="bold">letsel A </emphasis>(inschot), was er een schotkanaal van achteren naar voren, rechts iets naar links door onder andere het wervelkanaal, door de hartspier met doorschot hierin ter hoogte van de rechterhartkamer, tegen de achterzijde van de 4de rib links naast het borstbeen aan, welke niet was geperforeerd, vervolgens afgeketst tegen de 4de rib eindigend in <emphasis role="bold">kogel 5 </emphasis>welke in de lever was gelokaliseerd. De linkerlong was in relatie hiermee samengevallen. Er was circa 150 ml bloed in de linkerborstholte en 250 ml bloed in het hartzakje. </para>
      <para>b. In relatie met <emphasis role="bold">letsel F </emphasis>(waarschijnlijk inschot), was er een schotkanaal van rechts naar links schuin en voetwaarts en iets achterwaarts door huid en weke delen aan de rug. De borstkas was niet bereikt. Het schotkanaal eindigde in <emphasis role="bold">letsel B </emphasis>aan de rug links (waarschijnlijk uitschot). Er was in relatie met dit schotkanaal een breuk van de 10de rib rechts achter met in relatie daarmee een kleine perforatie in het onderliggend borstvlies rechts achter. Er waren geen vitale structuren geraakt. </para>
      <para>c. In relatie met <emphasis role="bold">letsel C </emphasis>(inschot), was er een schotkanaal van voet- naar hoofdwaarts van rechts naar links en iets voorwaarts, eindigend in <emphasis role="bold">kogel 1 </emphasis>welke onderhuids gelokaliseerd was (bestaand uit 1 groot fragment en 3 kleinere fragmenten). In relatie met dit schotkanaal was een lange pijpbeen van de linkeronderarm (ulna) deels verbrijzeld. Er waren geen vitale structuren geraakt. </para>
      <para>d. In relatie met <emphasis role="bold">letsel G </emphasis>(waarschijnlijk inschot), was er een schotkanaal van rechts naar links schuin en voetwaarts, vrijwel in 1 vlak verlopend, eindigend in <emphasis role="bold">letsel H </emphasis>(waarschijnlijk uitschot), door huid en weke delen. Er was deels verbrijzeling van een lange pijpbeen van de rechteronderarm (ulna). Er waren geen vitale structuren geraakt. </para>
      <para>e. In relatie met <emphasis role="bold">letsel I </emphasis>(inschot) was er een schotkanaal van links naar rechts schuin en voetwaarts door huid en weke delen, eindigend in <emphasis role="bold">kogel 2, </emphasis>welke gelokaliseerd was in de spieren van de heup/rug links. Er waren geen vitale structuren geraakt. </para>
      <para>f. In relatie met <emphasis role="bold">letsel E </emphasis>(inschot) was er een schotkanaal van rechts naar links schuin en voetwaarts, eindigend in <emphasis role="bold">kogel 3, </emphasis>welke gelokaliseerd was in het bot van de linkerheup. Het schotkanaal verliep door onder andere de rechter borsthelft met in relatie hiermee een samengevallen rechterlong, de lever en andere buikorganen (dunne darm, maag, rechterbijnier en rechternier). Er was in relatie hiermee circa 600 ml bloed in de buikholte. Het linker heupbot was deels verbrijzeld. </para>
      <para>g. In relatie met <emphasis role="bold">letsel D </emphasis>(inschot) was er een schotkanaal van links naar rechts schuin en hoofdwaarts vrijwel in 1 vlak verlopend eindigend in <emphasis role="bold">kogel 4 </emphasis>welke gelokaliseerd was in de voorste rompwandspieren links. De borstkas was niet bereikt. Er waren geen vitale structuren geraakt. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Er waren bleke, slappe inwendige organen en er waren bleke slijmvliezen. Er waren weinig lijkvlekken. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>De hersenen toonden tekenen van inklemming. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>C. Er waren macroscopisch en lichtmicroscopisch geen ziekelijke orgaanafwijkingen die het intreden van de dood zouden kunnen verklaren of hiervoor van betekenis geweest zouden kunnen zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6</nr>
      <parablock>
        <para>Interpretatie van resultaten </para>
        <para>Er waren bij sectie tekenen van doorgemaakt uitwendig mechanisch perforerend geweld (sub A2a-i) passend bij 5 inschoten en 2 doorschoten. De letsels waren, gezien de begeleidende bloeduitstortingen, alle bij leven ontstaan. </para>
        <para>In relatie met schotkanaal A-kogel 5 en E-kogel 3 waren onder andere vitale structuren geraakt (hart, lever) en waren de longen samengevallen. Daarnaast was er ook bloedverlies. Het intreden van de dood wordt verklaard door de hierdoor opgelopen combinatie van algehele weefselschade door functieverlies van vitale organen (hart, longen), in combinatie met algehele weefselschade door bloedverlies, met onder andere herseninklemming tot gevolg (sub B3). De bevindingen sub B2 passen bij doorgemaakt bloedverlies. </para>
        <para>In relatie met de overige schotletsels waren geen vitale structuren geraakt, doch gezien de ermee gepaard gaande bloeduitstortingen hebben deze letsels ook een bijdrage geleverd aan het intreden van de dood. </para>
        <para>Er waren bij macroscopisch en lichtmicroscopisch onderzoek geen ziekelijke afwijkingen die het intreden van de dood zouden kunnen verklaren of hiervoor van betekenis geweest zouden kunnen zijn. </para>
        <para>Letsels sub A3 en A4 waren bij leven ontstaan door inwerking van uitwendig mechanisch botsend geweld zoals door stoten (bijvoorbeeld vallen, slaan) kan worden opgeleverd en hebben op zich geen rol van betekenis gespeeld bij het intreden van de dood. Letsels sub A4 zouden ook kunnen passen bij een schampschot. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7</nr>
      <parablock>
        <para>Conclusie </para>
        <para>Bij sectie op het lichaam van [R] werd het intreden van de dood verklaard door algehele weefselschade door functieverlies van vitale organen en bloedverlies, opgelopen door inwerking van uitwendig mechanisch perforerend geweld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Overdracht van de kogels uit het lichaam</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal d.d. 13 oktober 2010, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van verbalisant (ordner “Unit Forensisch Technisch Onderzoek”, par. 1.2.2.3):</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op maandag 10 oktober 2010 was ik,[verbalisant], hoofdagent van politie, behorende bij de regiopolitie Midden- en West Brabant en werkzaam bij de unit Forensisch Technisch Onderzoek, aanwezig bij de sectie op het stoffelijke overschot van: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Overledene: </para>
        <para>Naam: [R] </para>
        <para>Voornamen: [R] </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De sectie vond plaats in het Nederlands Forensisch Instituut te 's-Gravenhage en werd verricht door arts-patholoog V. Soerdjbalie-Makoe.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tijdens de sectie werden de volgende sporen en/of goederen aan mij overgedragen: </para>
        <para>kogel 1 (AACO2142NL), welke onderhuids ter hoogte van de linkerpols werd aangetroffen </para>
        <para>kogel 2 (AACO2143NL), welke in de spieren van de heup/rug links werd aangetroffen </para>
        <para>kogel 3 (AACO2144NL), welke in het bot van de linkerheup werd aangetroffen<?linebreak?>kogel 4 (AACO2495NL), welke in de voorste rompspieren links werd aangetroffen </para>
        <para>kogel 5 (AACO2496NL), welke in de lever werd aangetroffen</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Onderzoek van de kogels</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een deskundigenrapport van het NFI d.d. 26 januari 2011, voor zover inhoudende als bevindingen en/of conclusies van W. Kerkhoff, NFI-deskundige wapens en munitie (ordner “Unit Forensisch Technisch Onderzoek”, par. 1.6.7):</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tabel 1 Overzicht te onderzoeken materiaal </para>
      </parablock>
      <informaltable>
        <tgroup cols="2">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>SIN </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Omschrijving SVO’s zoals op aanvraag </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>AACC5095NL </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Projectiel </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>AACC5108NL </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Projectiel </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>AACO2142NL </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Projectiel </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>AACO2143NL </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Projectiel </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>AACO2144NL </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Projectiel </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>AACO2495NL </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Projectiel </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>AACO2496NL </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Projectiel </para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para>Toelichting: De projectielen worden in de verdere rapportage omschreven als kogels.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vraagstelling </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1</nr>
      <para>Zijn de verschoten munitiedelen afkomstig uit één of meerdere vuurwapen(s)? </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2</nr>
      <para>Wat is het soort en merk van het (de) gebruikte vuurwapen(s)? </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3</nr>
      <para>Zijn er bijzonderheden te zien op de kogels? </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4</nr>
      <para>Resultaten</para>
      <paragroup>
        <nr>4.1</nr>
        <parablock>
          <para>Vooronderzoek </para>
          <para>Kogels [AACC5095NL, AACC5108NL, AACO2142NL, AACO2143NL, AACO2144NL, AACO2495NL en AACO2496NL] </para>
          <para>Behalve de volledig loden kogel [AACO2143NL] zijn alle kogels nikkelkleurig en van het type volmantel. Gezien de massa's en de uiterlijke kenmerken passen de nikkelkleurige kogels het best bij het kaliber 7,65mm Browning. De loden kogel past het best bij kaliber .32 S&amp;W Long. Kogels van dit kaliber kunnen echter ook geplaatst worden op patronen van het kaliber 7,65mm Browning.</para>
          <para>De kogels [AACC5108NL , AACO2142NL, AACO2144NL en AACO2496NL] zijn ongeveer 2 mm langer dan de kogels [AACC5095NL en AACO2496NL]. Gezien de uiterlijke kenmerken passen deze langere kogels bij patronen van het merk Sellier &amp; Bellot. De kenmerken van de kogels [AACC5095NL en AACO2496NL] passen bij die van patronen van het merk Geco. </para>
          <para>In de omtrek van de kogels bevinden zich zes naar links gerichte groeven. De gemeten groefbreedte varieert van 1,0 tot 1,1 mm. Deze groeven zijn veroorzaakt door de velden van een loop. Dit betekent dat het (de) betreffende vuurwapen(s) is (zijn) voorzien van een loop met zes naar links draaiende trekken en velden met een veldbreedte die ligt tussen de 1,0 en 1,1 mm. </para>
          <para>In en tussen de groeven van de kogels bevinden zich kraslijnen die tijdens het afvuren zijn ontstaan. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3</nr>
        <parablock>
          <para>Vergelijkend onderzoek kogels </para>
          <para>Hypothesestelling kogels [AACC5095NL, AACC5108NL, AACO2142NL, AACO2143NL, AACO2144NL, AACO2495NL, AACO2496NL] </para>
          <para>Gezien de vraagstelling en de resultaten van het vooronderzoek zijn voor de zeven kogels de volgende hypothesen beschouwd: </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Hypothese 1: De kogels zijn afgevuurd uit één en dezelfde loop. </para>
          <para>Hypothese 2: De kogels zijn afgevuurd uit meerdere lopen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Resultaten </para>
          <para>Tijdens het vergelijkend onderzoek tussen de sporen in de kogels [AACC5095NL, AACC5108NL, AACO2142NL, AACO2144NL, AACO2495NL en AACO2496NL] is gebleken dat de kraslijnen in en tussen de groeven voor een groot deel aansluitingen vormen. </para>
          <para>Tijdens het vergelijkend onderzoek tussen de loden kogel [AACO2143NL] en de </para>
          <para>andere kogels werden geen aansluitingen in de kraslijnen waargenomen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Interpretatie van de resultaten </para>
          <para>De waarneming dat de kraslijnen in de kogels [AACC5095NL, AACC5108NL, AACO2142NL, AACO2144NL, AACO2495NL en AACO2496NL] grotendeels aansluiten past goed bij de hypothese dat deze afgevuurd zijn uit dezelfde loop (hypothese 1). Op basis van de structuur van de kraslijnen zijn deze sporen als zeer kenmerkend voor de loop van het gebruikte vuurwapen beoordeeld. Er is een minieme kans om deze mate van aansluiting waar te nemen als de kogels zijn afgevuurd uit meerdere lopen (hypothese 2). </para>
          <para>Dat er in de loden kogel [AACO2143NL] geen aansluitingen met de kraslijnen in de andere kogels werden waargenomen past ongeveer even goed bij hypothese 1 als bij hypothese 2. Het verschil in materiaal zou het niet waarnemen van aansluitingen kunnen verklaren indien de kogel wel uit dezelfde loop komt terwijl bij verschillende lopen geen aansluitingen worden verwacht. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5</nr>
      <para>Conclusie </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vraag 1 </para>
        <para>De bevindingen van het vergelijkend kogelonderzoek voor wat betreft de zes kogels [AACC5095NL, AACC5108NL, AACO2142NL, AACO2144NL, AACO2495NL, AACO2496NL] zijn <emphasis role="italic">zeer veel waarschijnlijker </emphasis>wanneer hypothese 1 juist is, dan wanneer hypothese 2 juist is. </para>
        <para>De bevindingen voor wat betreft de kogel [AACO2143NL] en de andere kogels zijn <emphasis role="italic">ongeveer even waarschijnlijk </emphasis>wanneer hypothese 1 juist is als wanneer hypothese 2 juist is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vraag 2 </para>
        <para>De kogels [AACC5095NL, AACC5108NL, AACO2142NL, AACO2143NL, AACO2144NL, AACO2495NL en AACO2496NL] zijn vermoedelijk verschoten met een semi-automatisch pistool van het kaliber 7,65mm Browning.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vraag 3 </para>
        <para>De kogels zijn op de punt kruislings ingekerfd. Dit is mogelijk gedaan met de opzet om het gedrag van de kogel bij inslag te beïnvloeden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Onderzoek van de hulzen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een deskundigenrapport van het NFI d.d. 1 november 2010, voor zover inhoudende als bevindingen en/of conclusies van W. Kerkhoff, NFI-deskundige wapens en munitie (ordner “Unit Forensisch Technisch Onderzoek”, par. 1.6.4):</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Te onderzoeken materiaal</para>
      </parablock>
      <informaltable>
        <tgroup cols="2">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>SIN </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Omschrijving SVO's zoals op aanvraag </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>AACO0731NL </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Huls aangetroffen op PD </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>AACO0738NL </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Huls aangetroffen op PD </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>AACO0740NL </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Huls aangetroffen op PD </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>AACO3260NL </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Huls aangetroffen in auto </para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vraagstelling</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Zijn de verschoten munitiedelen afkomstig uit één of meerdere vuurwapen(s)? </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Wat is het soort en merk van het (de) gebruikte vuurwapen(s)? </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4</nr>
      <para>Resultaten</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1</nr>
        <parablock>
          <para>Vooronderzoek</para>
          <para>De twee hulzen [AACO0731NL en AACO0738NL] zijn voorzien van het bodemstempel ‘Geco 7,65’. De twee hulzen [AACO0740NL en AACO3260NL] zijn voorzien van het bodemstempel ‘S&amp;B 7.65Br.’ Gezien de bodemstempels en de afmetingen zijn alle vier de hulzen van het kaliber 7,65 mm Browning.</para>
          <para>De letters ‘Geco’ in het bodemstempel van de hulzen [AACO0731NL en AACO0738NL] duiden op het gelijknamige munitiemerk. De afkorting ‘S&amp;B’ in het bodemstempel van de hulzen [AACO0740NL en AACO3260NL] duidt op het munitiemerk Sellier &amp; Bellot.</para>
          <para>In de hulzen bevinden zich sporen die veroorzaakt zijn tijdens het verschieten uit een vuurwapen. Zo zijn er sporen te zien van een slagpin, een stootbodem (inclusief slagpingat), en de kamer van een loop. De algemene vorm en de plaats van deze sporen (de systeemsporen) in de vier hulzen komt overeen. In een deel van deze sporen bevinden zich kraslijnen en/of oneffenheden. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2</nr>
        <parablock>
          <para>Mogelijk gebruikt vuurwapen</para>
          <para>De vorm en de ligging van de systeemsporen in de hulzen vertonen sterke gelijkenis met die van een semi-automatisch werkend pistool.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3</nr>
        <parablock>
          <para>Vergelijkend onderzoek</para>
          <para>Hypothesestelling</para>
          <para>Gezien de vraagstelling en de resultaten van het vooronderzoek zijn voor de vier hulzen [AACO0731NL, AACO0738NL, AACO0740NL en AACO3260NL] de volgende hypothesen beschouwd:</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Hypothese 1: De hulzen zijn verschoten met één en hetzelfde vuurwapen.</para>
          <para>Hypothese 2: De hulzen zijn verschoten met meerdere vuurwapens van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Resultaten </para>
          <para>Bij de vergelijking tussen de afvuursporen in de hulzen is gebleken, dat: </para>
        </parablock>
        <para>- een gedeelte van de oneffenheden in de slagpinindrukken overeenkomen; </para>
        <para>- de vorm van de slagpingatsporen overeenkomt; </para>
        <para>- de oneffenheden in de stootbodemsporen overeenkomen; </para>
        <para>- een deel van de kraslijnen in de kamerwandsporen aansluit; </para>
        <para>- in de overige sporen geen kenmerkende overeenkomsten of verschillen werden waargenomen. </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Interpretatie van de resultaten </para>
          <para>De waargenomen overeenkomsten tussen de hulzen passen goed bij de hypothese dat deze met hetzelfde vuurwapen zijn verschoten (hypothese 1). Op basis van de structuur van de kraslijnen en oneffenheden zijn deze sporen als zeer kenmerkend voor het gebruikte vuurwapen beoordeeld. Er is een minieme kans om deze mate van overeenkomst waar te nemen als de hulzen zijn verschoten met meerdere vuurwapens (hypothese 2). </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5</nr>
      <para>Conclusie </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vraag 1 </para>
        <para>De bevindingen van het vergelijkend hulsonderzoek zijn <emphasis role="italic">zeer veel waarschijnlijker </emphasis>wanneer hypothese 1 juist is, dan wanneer hypothese 2 juist is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vraag 2 </para>
        <para>De hulzen [AACO0731NL, AACO0738NL, AACO0740NL en AACO3260NL] zijn vermoedelijk verschoten met een semi-automatisch pistool.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">DNA-matches met de verdachte en [O]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een deskundigenrapport van het NFI d.d. 24 juni 2011, voor zover inhoudende als bevindingen en/of conclusies van dr. B. Kokshoorn, NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA (ordner “Unit Forensisch Technisch Onderzoek”, par. 1.6.19):</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tabel 1 Overzicht te onderzoeken materiaal</para>
      </parablock>
      <informaltable>
        <tgroup cols="2">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>SIN</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Omschrijving</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>AACO3265NL</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>een bemonstering grendel r.a. portier binnen </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>AACQ1443NL</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>een colbert van het slachtoffer [R] </para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>De DNA-profielen van het in tabel 2 vermeld staande eerder onderzochte materiaal zijn betrokken bij het vergelijkend DNA-onderzoek.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tabel 2 Overzicht eerder onderzocht materiaal</para>
      </parablock>
      <informaltable>
        <tgroup cols="2">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>SIN</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Omschrijving </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>AACC1713NL </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>een referentiemonster bloed van het slachtoffer [R] (geboren op [geboortedatum in 1973])</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>RAAM8059NL </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>een referentiemonster wangslijmvlies van de verdachte </para>
                <para>
                  [O] (geboren op [geboortedatum in 1986]) </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>RAAQ1905NL</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>een referentiemonster wangslijmvlies van de verdachte </para>
                <para>
                  [J] (geboren op [geboortedatum in 1967])</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>5.1</nr>
        <para>Onderzoek naar biologische sporen </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Colbert AACQ1443NL van het slachtoffer [R] </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Biologische contactsporen </emphasis>
          </para>
          <para>Conform de vraagstelling in de aanvraag onderzoek is het colbert AACQ1443NL van het slachtoffer [R] bemonsterd op mogelijk aanwezig celmateriaal van diegene(n) die het slachtoffer mogelijk heeft/hebben getild. De volgende bemonsteringen zijn veiliggesteld voor een DNA-onderzoek: </para>
          <para>AACQ1443NL#02 buitenkant van de linkermouw ter hoogte van de oksel </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6</nr>
      <parablock>
        <para>Resultaten </para>
        <para>Van het DNA in de bemonsteringen AACO3265NL#01 (grendel r.a. portier binnen) en AACQ1443NL#02 (oksel colbert) zijn DNA-(meng)profielen verkregen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verkregen DNA-profielen zijn vergeleken met de in tabel 2 vermeld staande DNA-profielen van (onbekende) personen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7</nr>
      <parablock>
        <para>Interpretatie en conclusie</para>
        <para>In tabel 3 staat vermeld van wie het celmateriaal in het onderzochte sporenmateriaal op grond van het vergelijkend DNA-onderzoek afkomstig kan zijn. In de derde kolom staat vermeld wat de berekende frequentie of matchkans is van het DNA-profiel van het celmateriaal in het desbetreffende sporenmateriaal. Ofwel, wat de kans is dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tabel 3 Resultaten, interpretatie en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek </para>
      </parablock>
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>SIN</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Celmateriaal kan afkomstig zijn van</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Berekende frequentie of matchkans DNA-profiel</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>AACO3265NL#01</para>
                <para>grendel r.a. portier binnen</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">onvolledig DNA-profiel</emphasis>
                </para>
                <para>verdachte [O]</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>ongeveer één op 8,4 miljoen</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>AACQ1443NL#02</para>
                <para>buitenkant van de linkermouw ter hoogte van de oksel van het colbert</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">DNA-hoofdprofiel </emphasis>
                </para>
                <para>het slachtoffer [R]</para>
                <para>
                  <emphasis role="italic">DNA-nevenkenmerken </emphasis>
                </para>
                <para>de verdachte [J] en minimaal één onbekende persoon</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
                <para>n.v.t.</para>
                <para />
                <para>niet berekend</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Bewijswaarde van de DNA-match met de verdachte</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een deskundigenrapport van het NFI d.d. 3 oktober 2013 (herziene versie van een deskundigenrapport d.d. 14 augustus 2013), voor zover inhoudende als bevindingen en/of conclusies van dr. B. Kokshoorn, NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA (los opgenomen document):</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.4</nr>
        <parablock>
          <para>Evaluatie bevindingen vergelijkend DNA-onderzoek </para>
          <para>Het is niet mogelijk om een 'standaard' statistische berekening uit te voeren voor het vaststellen van de wetenschappelijke bewijswaarde van de gevonden match tussen het DNA-profiel van [J] RAAQ1905NL en het DNA-mengprofiel van het celmateriaal in de bemonstering AACQ1443NL#02, omdat niet alle DNA-kenmerken van alle celdonoren zichtbaar zijn. De wetenschappelijke bewijswaarde van de bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek wordt daarom geformuleerd in verbale termen van waarschijnlijkheid (zie kader 'Bewijswaarde van de resultaten van vergelijkend DNA-onderzoek met complexe DNA-mengprofielen'). </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn beschouwd onder het volgende hypothesepaar: </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>hypothese I:</para>
          <para>De bemonstering AACQ1443NL#02 bevat celmateriaal van [R], van [J] en van één willekeurige persoon (niet verwant aan [R] of [J]).</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>hypothese II:</para>
          <para>De bemonstering AACQ1443NL#02 bevat celmateriaal van [R] en van twee willekeurige personen (niet verwant aan [R] of [J]).</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker als hypothese I juist is, dan als hypothese II juist is.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Bewijswaarde van de resultaten van vergelijkend DNA-onderzoek met complexe DNA-mengprofielen </para>
          <para>De DNA-deskundige van het NFI maakt gebruik van de volgende reeks van waarschijnlijkheidstermen, met bijbehorend likelihood ratio interval: De bevindingen van het onderzoek zijn…</para>
          <para>• ongeveer even waarschijnlijk		(1) </para>
          <para>• iets waarschijnlijker			(&gt;1-10) </para>
          <para>• waarschijnlijker			(10-100) </para>
          <para>• veel waarschijnlijker			(100-10.000) </para>
          <para>• zeer veel waarschijnlijker		(10.000-1.000.000) </para>
          <para>• extreem veel waarschijnlijker		(&gt;1.000.000)</para>
          <para>…wanneer hypothese I (of II) juist is, dan wanneer hypothese II (of I) juist is. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De gebruikte statistische analysemethode is gebaseerd op inzichten en theorema's die zijn geaccepteerd in de internationale wetenschappelijke gemeenschap van forensisch DNA-deskundigen en statistici. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Verklaring van de verdachte</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>12.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De verklaring van de </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">verdachte</emphasis>
        <emphasis role="bold"> ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 29 maart 2012, weergegeven op pagina’s 2-3 van het proces-verbaal van die terechtzitting, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [W] en [O] heb ik ontmoet in het opvanghuis aan de Barbaraweg in Den Haag. Op 8 oktober 2010 zijn wij gezamenlijk vertrokken. Wij zijn toen met de trein richting Den Bosch gegaan en zijn daar uitgestapt. Wij vertrokken met de trein vanuit Den Bosch. [O] (het hof begrijpt: de verkorte aanduiding van [O]) zei toen dat wij in de buurt van een vriend van hem waren. [O] stuurde een sms’je naar die vriend. Hij wilde weten of het mogelijk was om naar hem toe te gaan. Hij wilde kleding ophalen bij die vriend. Hij vroeg het adres van die vriend op. Wij zijn toen met de trein naar Tilburg gegaan. In Tilburg hebben wij een taxi genomen. Ik ging voorin zitten naast de taxichauffeur. [W] zat achter de taxichauffeur en [O] zat rechts achterin.</para>
        <para>Wij waren vrij lang onderweg. Op een bepaald moment stopte de taxi. [O] stapte uit. Toen het eerste schot viel, stond [O] aan de rechterzijkant van de auto. Ik zag dat [W] schoot.</para>
        <para>Ik ben uitgestapt en rond de auto gelopen. Ik zag de taxichauffeur liggen.</para>
        <para>Ik ben achter het stuur gaan zitten. [W] was de auto aan het doorzoeken. Ik zag dat [W] iets in zijn achterzak stopte. Het lukte mij niet om de auto te starten. Ik wilde wegrijden. Ik had mijn voet op het gaspedaal en heb geprobeerd op te pompen. Ik dacht dat de auto geblokkeerd was. Ik ging zoeken naar de blokkade. [W] riep toen dat ik moest opschieten. Ik wist niet hoe het licht uit moest. [W] deed toen het licht uit en wreef het stuur schoon. Toen [W] het stuur schoonmaakte, zat ik nog op de bestuurdersstoel. Daarna ging ik samen met [W] achter [O] aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Verklaringen van [W]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>13.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 15 maart 2011, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">
          [W]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1611</emphasis>
      </para>
      <para>In de ochtend van 8 oktober 2010 ben ik op de Barbaraweg (het hof begrijpt: te Den Haag) geweest.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik heb aan een tafel gezeten met [J] (het hof begrijpt: [J]) en [O] (het hof begrijpt: [O]). We zijn in de trein gestapt. We stapten uit in Den Bosch. Na een tijd zei [O] dat we naar zijn kennis gingen. Hij had het adres en we gingen ernaartoe.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1613</emphasis>
      </para>
      <para>We zijn toen naar Tilburg gegaan. In Tilburg hebben we het station verlaten. We zijn naar de taxichauffeur gegaan. [O] liet het adres zien en hij zei iets. Toen wees de chauffeur aan 35 euro of zoiets. We stapten in, ik met [O] achterin.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wij zijn in Kaatsheuvel aangekomen. De taxi stopte en de chauffeur deed het lichtje aan. [O] heeft de deur geopend en stapte uit. Via het rechterachterportier. Ik denk dat jullie daar geen vingerafdrukken hebben gevonden. Ik heb namelijk gezien dat [O] de deur heeft schoongemaakt. Dat deed hij met de mouw van zijn jack.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>14.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 16 januari 2011, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">
          [W]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1544</emphasis>
      </para>
      <para>Ik had het wapen bij mij. Ik had het wapen op een plaats waar ik er makkelijk bij kon. </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1545-1546</emphasis>
      </para>
      <para>Nadat ik vanaf de rechterkant op de chauffeur schoot, heb ik het pistool aan een andere persoon overgegeven. Op dat moment heeft een andere persoon dat wapen gepakt. Hij is via de voorkant om de auto heen gelopen. Hij heeft de andere schoten op de taxichauffeur gelost. Dit gebeurde kort naast de auto, aan de bestuurderszijde. Ik zag dat die andere persoon ook de chauffeur schopte. Ik hoorde een geluid alsof de chauffeur stikte. Ik heb dit gezien en gehoord toen ik in de auto spullen pakte. Ik heb de navigatie gepakt. Ik heb de binnenverlichting uit gedaan en heb de motor afgezet. Ik heb ook het tasje en de iPhone gepakt. Ik heb die in mijn jaszak gestopt.</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1546</emphasis>
      </para>
      <para>Alles kogels zijn afgevuurd op de chauffeur.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>15.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 21 januari 2011, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">
          [W]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1565</emphasis>
      </para>
      <para>Ik weet dat de taxichauffeur naast de taxi terecht is gekomen. Ik hoorde een soort gorgelend geluid. Het leek of de chauffeur stikte of zoiets.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik heb gezien dat de taxichauffeur in de greppel lag. Op dat moment hoorde ik nog steeds het geluid alsof hij stikte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1567</emphasis>
      </para>
      <para>Het kan zijn dat ik de navigatie buiten de auto heb laten vallen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>16.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het hiervoor onder 13 genoemde op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van verhoor d.d. 15 maart 2011, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">
          [W]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">p. 1613</emphasis>
        </para>
        <para>De man is langs de voorkant van de auto gelopen. Het pistool kwam even vast te zitten. Het haperde. Ik heb in de auto gekeken. Ik heb de navigatie gepakt.</para>
        <para>Ik heb het licht boven uitgezet en de motor uitgezet. Daarna stapte die andere man in de auto en vroeg hoe hij de auto moest starten. [O] kan het niet zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik zag de gaten in het lichaam van de chauffeur en ik hoorde hoe hij aan het stikken was. </para>
        <para>Ik begon te vluchten. Ik heb toen het tasje weggegooid. Ik had het geld eruit gehaald. 100 euro misschien. Ik heb het tasje weggegooid zoals jullie het gevonden hebben.</para>
        <para>Ik heb ergens bij een kruising gezegd waar het wapen zou moeten liggen. Ik liep voor en die man was achter. Ik zei tegen hem: “Gooi maar weg.” Hij gooide het weg.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>17.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 maart 2011, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van verbalisanten, betreffende een verhoor van </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">
          [W]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1606</emphasis>
      </para>
      <para>Op maandag 14 maart 2011 hoorden wij de verdachte [W]. Het verhoor werd audiovisueel geregistreerd.</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1608</emphasis>
      </para>
      <para>Op enig moment in de audiovisuele opname verklaarde [W] dat tenminste één kogel de taxichauffeur had getroffen in de arm of pols. Op het moment dat hij dit verklaarde, wees hij bij zichzelf naar de onderarm/pols van zijn linkerarm.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>18.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op 16 januari 2011 gesloten op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van verhoor, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als op 15 januari 2011 afgelegde verklaring van </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">
          [W]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">p. 1531-1532</emphasis>
        </para>
        <para>Het wapen was een oud wapen. Het was roestig en donker van kleur. Ik heb het wapen in Nederland verkregen. Ik had het al langer. Het wapen had een kaliber van 7 punt, en dan nog iets. Het wapen had een magazijn waar 7 of 8 kogels in zaten. Dat aantal kogels zat erin. Het magazijn werd in de handgreep aan de onderzijde in het wapen geschoven. Het wapen werkte op een of andere manier niet goed. Het was of er iets vastliep. Ik heb wel eens gezien hoe normaal gesproken een pistool werkt als daarmee geschoten wordt. Ik had de indruk dat het een zwak wapen was. Het wapen werkte anders dan het pistool dat ik eens had gezien. De patronen waren ingesneden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>19.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 17 februari 2011, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">
          [W]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">p. 1604</emphasis>
        </para>
        <para>Ik heb toegekeken hoe die man dood ging en ik keek hem in de ogen. Ik zag gaten hier ergens in de zij en hij verslikte zich. Ik hoorde hem gorgelen. Hij leefde nog na vier schoten misschien. Hij huilde, hij smeekte en ik keek. Ik was tussen de stoelen in, volgens mij zit daar een vak, aan het trekken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Aanwijzen van de plek waar de portemonnee werd weggegooid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>20.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 maart 2011, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van verbalisanten:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">p. 1620-1621</emphasis>
        </para>
        <para>Op dinsdag 1 februari 2011 zijn wij, verbalisanten, met verdachte [W] gegaan naar de plaats delict aan de Duinlaan te Kaatsheuvel. Het doel was om verdachte [W] de vluchtroute aan te laten wijzen alsmede de plaatsen waar hij of zijn medeverdachte(n) goederen hadden weggegooid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte [W] liep met ons de Duinlaan af in de richting van de Waalwijksebaan te Kaatsheuvel. Aan het einde van de Duinlaan liep [W] linksaf de Waalwijksebaan op. Na ongeveer 100 à 200 meter, wees [W] aan de rechterkant van de Waalwijksebaan, gezien vanaf de Duinlaan, een bosperceel aan en vertelde dat hij dacht dat hij in dat bosperceel de portefeuille van het slachtoffer had weggegooid.</para>
        <para>Hierop zijn wij met [W] verder gelopen over de Waalwijksebaan te Kaatsheuvel. Ongeveer 200 meter verder stopte [W] weer. Hij wees ons een omheind stuk grond aan de rechterkant van de weg gezien vanaf de Duinlaan. Hij vertelde dat het ook kon zijn dat</para>
        <para>hij de portefeuille van het slachtoffer daar had weggegooid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Van het zoeken naar en het aantreffen van goederen op de door [W] aangegeven plaatsen zijn afzonderlijke processen-verbaal gemaakt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Aantreffen van de portemonnee</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>21.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op ambtseed c.q. ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 3 februari 2011, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van verbalisanten (ordner “Unit Forensisch Technisch Onderzoek”, par. 1.2.3.4):</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op donderdag 3 februari 2011 werd door ons de melding ontvangen, afkomstig van medewerkers van het Team Grootschalig Optreden genaamd Duin, dat er door hen een onderzoek werd ingesteld in een omheind perceel, gelegen aan de Waalwijksebaan, ter plaatse gelegen in de gemeente Loon op Zand. Tijdens dit onderzoek werd door hen een portemonnee aangetroffen die mogelijk van het slachtoffer afkomstig was. Deze portemonnee werd aangetroffen op aanwijzingen van de inmiddels aangehouden verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In een rietkraag zagen wij een zwarte leren portemonnee liggen. Deze portemonnee werd door ons in beslag genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tijdens het onderzoek werden door ons foto’s gemaakt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Herkenning van de portemonnee</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>22.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 maart 2011, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van verbalisant:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">p. 1623</emphasis>
        </para>
        <para>Op verzoek van de onderzoeksleider van het Team Grootschalig Optreden 'Duin' werd door mij een nader onderzoek uitgevoerd. Dit betrof een herkenning/confrontatie door middel van zes foto's van een portemonnee. Op deze foto's stond een afbeelding van een grote zwarte portemonnee en op een van de foto's stond een 'open gebogen' paperclip.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op zaterdag 26 maart 2011 toonde ik genoemde foto's aan [nabestaande 1].</para>
        <para>Zij verklaarde vervolgens: “Ik omschrijf deze portemonnee als de werkportemonnee van mijn man [R]. Ik herken deze portemonnee aan de beschadigingen en slijtages. Ik heb deze portemonnee namelijk veel in mijn handen gehad.”</para>
        <para>Verder verklaarde zij dat [R] altijd een open gebogen paperclip bij zich had om te gebruiken als tandenstoker; dat zij de portemonnee voor 100 procent herkende als die [R] altijd bij zich had als hij als taxichauffeur aan het werk was.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Verklaringen van [O]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>23.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op ambtseed c.q. ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 14 februari 2011, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">
          [O]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1856</emphasis>
      </para>
      <para>Die chauffeur is ergens gestopt. Ik heb daarvoor gehoord dat [W] (het hof begrijpt: [W]) en [J] (het hof begrijpt: [J]) zeiden dat ze iets zouden gaan stelen als ze waren uitgestapt.</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1858</emphasis>
      </para>
      <para>Ik heb hard gerend. Ik heb [W] naar me horen roepen dat ik op hem moest wachten. Toen heb ik naar hem geroepen dat hij niet achter me aan moest komen. Dat zij de rest van hun leven problemen zouden hebben. Ik heb tegen hem gezegd: "Waarom hebben jullie hem doodgemaakt?"</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>24.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 maart 2011, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van verbalisant, betreffende een verhoor van </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">
          [O]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1831-1832</emphasis>
      </para>
      <para>Op 10 februari 2011 was ik belast met het studioverhoor van verdachte [O]. Het verhoor is audiovisueel geregistreerd. Na 12.40 uur was het niet meer mogelijk om mee te typen. Het verhoor op 10 februari 2011 na 12.40 uur is door mij naderhand zoveel mogelijk verbatim uitgewerkt en wordt hieronder weergegeven.</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1833</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>A: Jullie moeten [J] pakken, hij is de schuldige.</para>
        <para>V: Hoe oud is hij?</para>
        <para>A: Ongeveer 40 jaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1841</emphasis>
      </para>
      <para>Die dood gemaakt hebben, die moeten vastzitten. Jullie moet [J] pakken, [W] hebben jullie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>25.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op ambtseed c.q. ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 14 februari 2011, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">
          [O]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1843</emphasis>
      </para>
      <para>
        [W] is ongeveer 20 jaar.</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1848</emphasis>
      </para>
      <para>Naast de chauffeur zat [J]. Achter de chauffeur zat [W] en rechts achterin zat ikzelf.</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1849</emphasis>
      </para>
      <para>Vijf minuten voor wij stopten, zaten zij te praten. Toen ik vroeg waar zij het over hadden, zei [J] tegen mij dat ik stil moest zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>26.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op 20 maart 2011 gesloten op ambtseed c.q. ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van verhoor, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als op 17 maart 2011 afgelegde verklaring van </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">
          [O]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1900</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>V: Hoe zit het met die beroving van die taxichauffeur?</para>
        <para>A: Ze hebben hem gedood en beroofd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1908</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>Jullie hebben onderzoek gedaan en jullie weten wie die taxichauffeur gedood heeft.</para>
        <para>V: Die man, wie is dat?</para>
        <para>A: Ja, die ouwe. Honderd procent zeker dat kan ik zeggen. [W] moet dat ook gezegd hebben, want [W] weet dat ook. Het is honderd procent zeker dat hij dat ook verklaard heeft. En dat is de waarheid.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>27.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op ambtseed c.q. ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 18 maart 2011, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">
          [O]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">p. 1912</emphasis>
        </para>
        <para>V: Jij hebt verklaard dat jij op 8 oktober 2010 met de trein gaat reizen. Jij hebt gezegd dat je samen was met twee andere mannen en dat blijken [W] en [J] te zijn. In de volksmond en door jou wordt hij (hof: [J], de verdachte) [J] genoemd. Je zegt dat je rond middernacht contact hebt met [K] en je krijgt van hem zijn adres toegestuurd en je zegt dat je bij hem kleding wilt gaan halen. Vervolgens zijn jullie uit de trein gekomen op het station in Tilburg en zijn jullie met zijn drieën naar een taxi gelopen en daarna heb je het adres aan de taxichauffeur laten zien en zijn jullie ingestapt. Dan heb jij ook verteld dat tijdens deze rit [J] en [W] aan het praten zijn over het beroven van de taxichauffeur. Jij vertelde ons dat jij hier niets mee van doen wilde hebben en dat, zodra de taxi stopte, jij bent uitgestapt.</para>
        <para>A: Dat heb ik zo verklaard omdat het zo is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Telefoongesprek tussen [G] en [K]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>28.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een transcriptie van een afgeluisterd telefoongesprek, voor zover inhoudende:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">p. 1289-1290</emphasis>
        </para>
        <para>Gespreksgegevens: 278321046</para>
        <para>Tijdstip: 22-02-11  18:39:56  In/uit : I</para>
        <para>Beller: [K]</para>
        <para>Gebelde: [G]</para>
        <para>Taal: POOLSE</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Inhoud</para>
        <para>Gesprek vertaald door tolk Pools</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [G] wgd <emphasis role="italic">(hof: wordt gebeld door)</emphasis> [K]</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [G]: ik luister</para>
        <para>: nou, [G]?</para>
        <para>
          [G]: ja, hoe is het?</para>
        <para>: hoe is het? heb jij ook al die… heb jij gekregen?</para>
        <para>
          [G]: ja, morgen komen zij mij ophalen</para>
        <para>(…)</para>
        <para>: het gaat om die taxichauffeur… er is een taxichauffeur daar ergens gedood (…)</para>
        <para>
          [G]: mij hebben zij al toen gebeld, zij vroegen een en ander en nu hebben zij gezegd dat ik niet de hele waarheid heb verteld en zij willen nog iets weten en ik moet opnieuw komen</para>
        <para>: wat heb jij niet de hele waarheid verteld?</para>
        <para>
          [G]: weet ik niet, zij vroegen niet naar een of andere gast, zij vroegen alleen hoe wij elkaar leerden kennen en in het algemeen</para>
        <para>: met mijn of met wie?</para>
        <para>
          [G]: met [O]</para>
        <para>(…)</para>
        <para>: en nu houden zij [bijnaam van O] (het hof begrijpt: [O]) vast want [bijnaam van O] weet wie dat was</para>
        <para>(…)</para>
        <para>: en dan gaat hij nog naar die verdomde [J] toe, die altijd de deurklink uittrekt, verneukte debiel</para>
        <para>
          [G]: ik weet het, ik weet wie...</para>
        <para>: ja, dat is een gek, verdomde psychopaat</para>
        <para>
          [G]: verdomd nog aan toe en weet jij daar iets van of niet echt?</para>
        <para>: dat wil zeggen… ik weet het </para>
        <para>(…)</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Verklaring van [G]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>29.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 23 februari 2011, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">
          [G]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1292</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>V: Hoe kunnen we jou het beste aanspreken?</para>
        <para>A: Met [G]</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>V: [G], ik heb hier een verklaring van [O] (het hof begrijpt: [O]) waarin hij verklaart dat hij tegen [G] heeft verteld wat er gebeurd is. Kun jij vertellen wat hij tegen jou verteld heeft?</para>
        <para>A: [O] vertelde aan mij dat zij met de taxi reden.</para>
        <para>V: Wie zat er nog meer in die taxi?</para>
        <para>A: Er zat nog een jonge Pool in de taxi.</para>
        <para>V: Wij hebben drie personen vast zitten hiervoor. Een persoon is [O], een andere is [J] (het hof begrijpt: [J]) en de andere dat wil ik van jou horen.</para>
        <para>A: Ik heb van [O] gehoord dat hij [W] (het hof begrijpt: [W]) heet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>V: Op welke manier is het gegaan?</para>
        <para>A: De oudste van hen, [J], heeft gericht op hem geschoten.</para>
        <para>V: Op wie is er geschoten?</para>
        <para>A: Op de taxichauffeur.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1293</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>V: Wat heeft [O] gedaan nadat het gebeurd was?</para>
        <para>A: [O] heeft verteld dat hij weg is gerend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>V: Weet je wanneer het gebeurd is?</para>
        <para>A: Volgens mij was dit op 8 of 9 oktober.</para>
        <para>V: Wanneer heb je hem voor het eerst weer gezien na de moord?</para>
        <para>A: Dat was op 10 of 11 oktober.</para>
        <para>V: Wanneer heeft hij met jou voor het eerst over de moord gesproken?</para>
        <para>A: Dit was enkele dagen later nadat ik hem voor de eerste keer weer gezien had.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>V: Waarom vertelde hij jou hierover?</para>
        <para>A: Hij zag er droevig uit en ik vroeg hem wat er aan de hand was. Hierop vertelde hij het.</para>
        <para>V: Wat vertelde hij jou toen precies?</para>
        <para>A: Hij begon ermee dat er iets ernstigs had plaatsgevonden. Hierna heeft hij tegen mij verteld wat ik jullie zojuist heb verteld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1294</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>V: Weet je waar ze in de taxi naartoe wilden gaan of naar wie?</para>
        <para>A: [O] heeft mij gezegd dat hij daar een kennis heeft willen ontmoeten en dat hij daar zijn spullen wilde ophalen.</para>
        <para>V: Welke kennis?</para>
        <para>A: Ene [K].</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1294-1296</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>V: Wat heeft [O] gezien van wat er gebeurd is?</para>
        <para>A: Hij heeft gezien dat [J] heeft geschoten.</para>
        <para>V: Hoe weet je dat?</para>
        <para>A: Dat heeft [O] aan mij verteld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>V: Toen jij hoorde dat er iemand vermoord was heb jij hem vragen gesteld, want jij wilde weten of je met een moordenaar te maken had of niet?</para>
        <para>A: Ja, dat klopt. Hij reageerde hierop met: [J] heeft meerdere keren op de taxichauffeur geschoten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1297</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>V: Wat is de bijnaam van [O]?</para>
        <para>A: [O].</para>
        <para>V: Heb je weleens gehoord dat anderen hem “ster”, in het Pools “[bijnaam van O]”, noemden?</para>
        <para>A: Ja, dat klopt want hij heeft een tatoeage van een ster in zijn nek.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Verklaringen van [K]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>30.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op 25 februari 2011 gesloten op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als op 23 februari 2011 afgelegde verklaring van </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">
          [K]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1260</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>V: Hoe noem jij [O]?</para>
        <para>A: Ik noem hem [bijnaam van O] (ster). [G] is zijn vriendin.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1264 en de daaropvolgende ongenummerde pagina</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>V: Wat weet jij van de moord op de taxichauffeur? [bijnaam van O] heeft ons zelf verteld dat hij tegen jou heeft verteld wat er in de nacht van 8 op 9 oktober 2010 is gebeurd.</para>
        <para>A: Hij heeft me verteld dat hij naar me op weg was om kleren te komen halen maar dat hij nooit is aangekomen omdat er wat was gebeurd. Hij vertelde dat hij met de taxi naar me toe kwam en dat iemand anders toen een man heeft gedood.</para>
        <para>V: Wat heeft hij verteld over mensen die bij hem waren?</para>
        <para>A: Dat er mannen bij hem waren.</para>
        <para>V: Wat heeft [bijnaam van O] verteld over die mannen?</para>
        <para>A: Dat die mannen bij hem waren en dat die mannen de taxichauffeur hebben gedood en dat [bijnaam van O] is weggevlucht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>31.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een op ambtseed c.q. ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 25 maart 2011, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als mededeling van verbalisanten en verklaring van </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">
          [K]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold">:</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1276</emphasis>
      </para>
      <para>Mededeling verbalisanten: tijdens het onderzoek is uw GSM afgeluisterd en zijn de gesprekken opgenomen en uitgewerkt. Uit een van die tapgesprekken 278321046, datum 22-02-11, tijdstip 18:39:56 uur, tussen [K] en [G], blijkt dat u nog een andere verdachte kent met de naam [J]. Een gedeelte van de tekst luidt: “[K] zegt: En dan gaat hij nog naar die verdomde [J] toe, die altijd de deurklink uittrekt, verneukte debiel.”</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>A: [O] heeft mij verteld over [J]. Ik heb van [O] gehoord dat het een psychopaat is. Ik hoorde dat hij vertelde dat hij onderweg was naar mij om zijn kleren te halen samen met twee anderen, toen die psychopaat genaamd [J] de taxichauffeur praktisch voor niks heeft vermoord. Hij vertelde dat hij is weggerend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1277</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>V: Wat kun jij vertellen over hetgeen jij gehoord hebt?</para>
        <para>A: Hij zei dat hij onderweg naar mij toe was met de taxi met twee andere personen en dat een van die personen de taxichauffeur vermoordde.</para>
        <para>Ik heb aan hem gevraagd of het inderdaad gebeurd is wat hij vertelde. Dat de moord inderdaad had plaatsgevonden en dat hij is gevlucht.</para>
        <para>V: Wat zei hij dat hij gezien heeft?</para>
        <para>A: Dat hij zag dat iemand vermoord werd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">p. 1278</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>V: Wat bedoel je als je in een gesprek zegt: “En dan gaat hij naar die verdomde [J] toe, die altijd de deurklink uittrekt, verneukte debiel.”</para>
        <para>A: Dat ‘die de deurklink uittrekt’ betekent in de volksmond dat hij een bandiet is, dat hij zomaar iemand dood kan maken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Bruikbaarheid voor het bewijs van de verklaringen van [O]</title>
    <para>De raadsvrouwe heeft onder verwijzing naar de uitspraak van het EHRM in de zaak Vidgen aangevoerd dat de verklaring van [O] dat er in de taxi is gesproken over het “opruimen” van de chauffeur niet kan bijdragen aan een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde medeplegen van moord, nu [O] als getuige heeft geweigerd om vragen van de verdediging hierover te beantwoorden en steunbewijs voor het gevoerde gesprek in de taxi ontbreekt. Voorts is aangevoerd dat dit “grosso modo” eveneens geldt voor de subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feiten. Er zou geen begin van aanwijzing zijn voor een vooropgezet plan om de chauffeur te beroven.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [O] op is 31 januari 2012 in aanwezigheid van de raadsvrouwe van de verdachte door de rechter-commissaris als getuige gehoord. Voorafgaand aan dat verhoor werd hij gewezen op het verschoningsrecht als bedoeld in artikel 219 van het Wetboek van Strafvordering. Bij dat verhoor heeft [O], kennelijk met een beroep op dit verschoningsrecht, geweigerd vragen te beantwoorden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op verzoek van de verdediging is [O] ter terechtzitting in hoger beroep op 8 november 2013 nogmaals als getuige gehoord. Bij die gelegenheid heeft hij zich op de vragen van de raadsvrouwe beroepen op het verschoningsrecht als bedoeld in artikel 219 van het Wetboek van Strafvordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu [O] bij zijn beide hiervoor genoemde getuigenverhoren tevens de hoedanigheid had van medeverdachte in wiens strafzaak nog niet onherroepelijk was beslist, kwam hem als getuige een beroep toe op het door artikel 219 van het Wetboek van Strafvordering gegarandeerde verschoningsrecht. In zoverre bestaat er een rechtvaardiging voor het niet door de verdediging kunnen horen van [O] als getuige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de eventuele gevolgen die dat beroep op het verschoningsrecht heeft voor de bruikbaarheid voor het bewijs van de bij de politie afgelegde verklaringen van [O] overweegt het hof als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het licht van de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens van 10 juli 2012, nr. 29353/06 (Vidgen tegen Nederland), moet worden geoordeeld dat in een geval als het onderhavige, waarin de op verzoek van de verdediging opgeroepen en ter terechtzitting verschenen getuige heeft geweigerd antwoord te geven op de hem gestelde vragen, de verdachte niet het bij artikel 6, derde lid aanhef en onder d, EVRM voorziene recht heeft kunnen uitoefenen die getuige te (doen) horen omtrent diens niet ter terechtzitting afgelegde, de verdachte belastende verklaring.</para>
      <para>Voorts geldt dat in het licht van het EVRM het gebruik voor het bewijs van een ambtsedig proces-verbaal voor zover inhoudende een niet ter terechtzitting afgelegde, de verdachte belastende verklaring niet zonder meer ongeoorloofd is en in het bijzonder niet onverenigbaar met artikel 6, eerste lid en derde lid, aanhef en onder d, EVRM. Van die ongeoorloofdheid is geen sprake indien de verdachte weliswaar niet in enig stadium van het geding de gelegenheid heeft gehad om een dergelijke verklaring op haar betrouwbaarheid te toetsen en aan te vechten door de persoon die de verklaring heeft afgelegd als getuige te (doen) ondervragen, maar die verklaring in belangrijke mate steun vindt in andere bewijsmiddelen. Dit laatste moet aldus worden begrepen dat reeds voldoende is als de betrokkenheid van de verdachte bij het hem ten laste gelegde feit wordt bevestigd door ander bewijsmateriaal. Dit steunbewijs zal dan betrekking moeten hebben op die onderdelen van de hem belastende verklaring die de verdachte betwist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat de betrokkenheid van de verdachte bij het bewezen verklaarde wordt bevestigd door ander bewijsmateriaal, terwijl dit steunbewijs betrekking heeft op die onderdelen van de hem belastende verklaring die de verdachte betwist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De betrokkenheid van de verdachte bij het bewezen verklaarde wordt immers bevestigd door de verklaringen van [W] en de verdachte zelf - waar het betreft de aanwezigheid van de verdachte in de taxi, de door de verdachte op de taxichauffeur geloste schoten en de diefstal van enkele goederen uit de taxi - en voorts door de resultaten van het technische onderzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [W] immers heeft verklaard dat, nadat hij vanaf de rechterkant op de chauffeur schoot, hij het pistool aan een andere persoon heeft overgegeven. Die ander is via de voorkant om de auto heen gelopen en heeft de andere schoten op de taxichauffeur gelost. Dit gebeurde kort naast de auto, aan de bestuurderszijde. Daarna stapte die ander - [O] kan het niet zijn volgens [W] - in de auto en vroeg hoe hij de auto moest starten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte zelf heeft verklaard dat hij voorin naast de taxichauffeur zat, dat de taxi op een bepaald moment stopte en dat [W] heeft geschoten. De verdachte is rond de auto gelopen en zag de taxichauffeur liggen. Hij is daarna achter het stuur gaan zitten en heeft geprobeerd om de auto te starten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De betrokkenheid van de verdachte als één van de schutters kan derhalve blijken uit de verklaringen van [W] en de verdachte zelf, in onderling verband bezien.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De resultaten van het technische onderzoek bieden voorts steun aan de door [W] beschreven gang van zaken, waarbij het slachtoffer aan de bestuurderszijde naast de taxi is terechtgekomen waar meerdere malen op het slachtoffer is geschoten, waarna het slachtoffer uiteindelijk in de greppel is beland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het technische bewijs blijkt dat in de taxi een huls werd aangetroffen op de vloermat linksvoor ter hoogte van de rechtervoorzijde van de linkervoorstoel. Op de vloermat voor de linkervoorstoel en op de rugleuning (wang rechts) van die stoel werd bloed aangetroffen.</para>
      <para>Op de rijbaan tussen de taxi en de linkerberm werden drie hulzen aangetroffen. Achter het linkervoorwiel werd een kogel aangetroffen. Op de rijbaan tussen de linkerachterzijde van de taxi en de linkerberm bevonden zich meerdere bloedsporen.</para>
      <para>In een greppel aan de linkerzijde van de Duinlaan - gezien in oostelijke richting - werd ter hoogte van de taxi het lichaam van het slachtoffer aangetroffen. Bij onderzoek op de plaats delict werd op de rugzijde van het slachtoffer onder de kleding een kogel aangetroffen. Bij sectie bleek dat zich in het lichaam van het slachtoffer vijf kogels bevonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van een en ander stelt het hof vast dat in de taxi eenmaal op het slachtoffer is geschoten en dat de overige schoten buiten in de directe nabijheid van de taxi zijn gelost.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Specifiek ten aanzien van de betrokkenheid van de verdachte bij het bewezen verklaarde blijkt uit het technische bewijs dat, zo leidt het hof uit de DNA-match af, zijn DNA is aangetroffen onder de linkeroksel van het colbert van het slachtoffer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouwe heeft aangevoerd dat de uitgevoerde DNA-onderzoeken de vraag oproepen of de in het NFI-rapport genoemde DNA-nevenkenmerken per toeval “matchen” met het DNA-profiel van de verdachte. Zij heeft gesteld dat het mogelijk is dat deze nevenkenmerken niet afkomstig zijn van de verdachte. In dit verband heeft de raadsvrouwe erop gewezen dat de DNA-match niet statistisch is onderbouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt dat de DNA-match weliswaar niet statistisch is onderbouwd, maar dat dr. B. Kokshoorn de wetenschappelijke bewijswaarde van de bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek wel heeft geformuleerd in termen van waarschijnlijkheid.</para>
      <para>De deskundige heeft gerapporteerd dat de bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek extreem veel waarschijnlijker zijn als de hypothese “<emphasis role="italic">De bemonstering AACQ1443NL#02 bevat celmateriaal van [R], van [J] en van één willekeurige persoon (niet verwant aan [R] of [J])</emphasis>” juist is, dan als de hypothese “<emphasis role="italic">De bemonstering AACQ1443NL#02 bevat celmateriaal van [R] en van twee willekeurige personen (niet verwant aan [R] of [J])</emphasis>” juist is.</para>
      <para>Het hof merkt daarbij op dat de waarschijnlijkheidsterm “extreem veel waarschijnlijker” (met een bijbehorend <emphasis role="italic">likelihood ratio</emphasis> van &gt;1.000.000) de hoogst mogelijke mate van waarschijnlijkheid aangeeft bij deze wijze van rapporteren door het NFI.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt dan ook vast dat DNA-materiaal van de verdachte is aangetroffen op de buitenkant van de linkermouw ter hoogte van de oksel van het colbert van het slachtoffer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft bovendien zowel ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 29 maart 2012 als ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 8 november 2013 verklaard dat hij het slachtoffer heeft aangeraakt nadat het eerste schot was gevallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De betrokkenheid van de verdachte bij het ten laste gelegde kan derhalve blijken uit voornoemde - door de verklaring van de verdachte ondersteunde - DNA-match.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het bijzonder ten aanzien van de verklaring van [O] dat de verdachte en [W] enkele minuten voordat de taxi stopte hebben gepraat over het beroven van de taxichauffeur, overweegt het hof als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [W] heeft op 15 maart 2011 bij de politie verklaard dat, toen de taxi stopte, [O] via het rechterachterportier is uitgestapt en dat hij de deur heeft schoongemaakt met de mouw van zijn jack. Daarom dacht [W] dat de politie daar geen vingerafdrukken zou aantreffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting in hoger beroep van 8 november 2013 heeft [W] als getuige verklaard dat hij inderdaad bij de politie heeft verklaard dat [O] bij het uitstappen de deur heeft schoongemaakt met de mouw van zijn jas, maar dat die verklaring niet klopt. [W] zou dit bij de politie hebben verklaard omdat hij boos was op [O], aangezien hij van de politie had vernomen dat [O] had verklaard dat [W] en de verdachte in de taxi hadden gesproken over het opruimen van de chauffeur.</para>
      <para>Het hof gaat aan dit laatste echter voorbij, nu uit het betreffende verhoor van 15 maart 2011 blijkt dat [W] pas nadat hij had verklaard dat [O] de deur heeft schoongemaakt met de mouw van zijn jack (p. 1613) door de politie werd geconfronteerd met de verklaring van [O] dat vijf minuten voordat de taxi is gestopt [W] en de verdachte overlegd hebben over het beroven van de taxichauffeur (p. 1615).</para>
      <para>Bovendien heeft [O] als getuige ter terechtzitting van 8 november 2013 op vragen van het hof bevestigd dat hij op die wijze, namelijk met de mouw van zijn jack, zijn vingerafdrukken heeft afgeveegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt dat het feit dat [O] bij het verlaten van de taxi zijn vingerafdrukken heeft afgeveegd, steun biedt aan zijn verklaring bij de politie dat de verdachte en [W] enkele minuten voordat de taxi stopte hebben gepraat over het beroven van de taxichauffeur, in die zin dat het afvegen van de vingerafdrukken past bij een scenario waarin [O] tevoren op de hoogte was geraakt van een plan om de taxichauffeur te beroven, dat hij daarbij niet betrokken wilde raken en daarom zijn aanwezigheid in de taxi heeft willen verhullen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verklaring van [O] over het door de verdachte en [W] overleggen over het beroven van de taxichauffeur, vindt naar het oordeel van het hof voorts steun in de verklaringen van [W] en de verdachte over feitelijke gang van zaken nadat de taxi is gestopt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Die verklaringen, in onderling verband bezien, houden immers - voor zover hier relevant - in dat vrijwel direct nadat de taxi is gestopt het volgende is gebeurd:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [W] lost het eerste schot op de taxichauffeur en geeft het pistool door aan de verdachte;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de verdachte stapt uit de taxi, loopt langs de voorkant om de taxi heen en lost aan de bestuurderszijde buiten de taxi de overige schoten op de chauffeur die inmiddels naast de taxi is beland;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>terwijl de verdachte die overige schoten lost, pakt [W] in de taxi spullen van de chauffeur;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de verdachte neemt plaats achter het stuur en probeert tevergeefs de auto te starten, terwijl [W] de auto nog aan het doorzoeken is;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de verdachte vraagt aan [W] hoe hij de auto moet starten en [W] roept dat de verdachte moet opschieten;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [W] doet de binnenverlichting van de auto uit, zet de motor af en wrijft het stuur schoon, terwijl de verdachte nog op de bestuurdersstoel zit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [W] en de verdachte verlaten samen de plaats delict, waarbij [W] de Iphone en het tasje (portemonnee) van het slachtoffer meeneemt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [W] gooit onderweg het tasje weg nadat hij het geld daaruit heeft gehaald;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de verdachte gooit het wapen weg op instigatie van [W].</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze gang van zaken doet zich, gelet op de daaruit blijkende nauwe en bewuste samenwerking tussen [W] en de verdachte, naar de uiterlijke verschijningsvorm voor als een beroving van de taxichauffeur waarbij werd gehandeld ter uitvoering van een daartoe voorgenomen plan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de verklaringen van [O] bij de politie in belangrijke mate steun vinden in andere bewijsmiddelen en derhalve niet zijn aan te merken als bewijs dat “<emphasis role="italic">sole or decisive</emphasis>” is in de betekenis die daaraan toekomt in de rechtspraak van het Europese Hof, zijn die verklaringen bruikbaar voor het bewijs zonder dat inbreuk wordt gemaakt op artikel 6 EVRM.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Betrouwbaarheid van de verklaringen van [W]</title>
    <para> heeft - bij de Poolse politie, vervolgens tegenover een door de Nederlandse justitie ingezette undercoveragent en bij zijn verhoren door de Nederlandse politie als verdachte, bij de rechter-commissaris en ter terechtzitting van het hof als getuige - een groot aantal verklaringen afgelegd. In deze verklaringen heeft [W] verschillende scenario’s beschreven.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht de tot bewijs gebezigde verklaringen van [W] betrouwbaar en als zodanig bruikbaar voor het bewijs.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verklaring van [W] dat hij het pistool bij zich droeg en het eerste schot heeft gelost, acht het hof betrouwbaar, gelet op de details die [W] over dat wapen heeft verschaft. Voor zover de details waarover [W] heeft verklaard verifieerbaar zijn, vinden die steun in objectief bewijsmateriaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [W] heeft immers verklaard dat er zeven of acht kogels in het magazijn van het wapen zaten en dat alle kogels op de chauffeur zijn afgevuurd, hetgeen overeenkomt met het aantreffen van zeven kogels (vijf in het lichaam van het slachtoffer, één bij de rug onder de kleding van het slachtoffer en één bij het linkervoorwiel van de taxi) en het feit dat bij de sectie op het lichaam van het slachtoffer is gebleken dat er sprake was van vijf inschoten en twee doorschoten. De verklaring van [W] dat het wapen een kaliber van “7 punt en dan nog iets” had, correspondeert met de conclusie van het NFI dat de zeven aangetroffen kogels vermoedelijk zijn verschoten met een pistool van het kaliber 7,65mm. [W] heeft voorts verklaard dat de patronen waren ingesneden, hetgeen overeenkomt met de bevindingen van het NFI dat de kogels op de punt kruislings zijn ingekerfd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof beschouwt deze kennis van het wapen als daderwetenschap die steun biedt aan de verklaring van [W] dat het wapen van hem was, hij het wapen bij zich droeg en hij daarmee het eerste schot heeft gelost.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verklaring van [W], voor zover inhoudende dat de verdachte heeft geschoten, vindt steun in de verklaringen van [G] en [K] en in de inhoud van het tussen hen gevoerde telefoongesprek. [G], de vriendin van [O], heeft verklaard dat [O] enkele dagen na het ten laste gelegde tegen haar heeft verteld dat hij heeft gezien dat [J] op de taxichauffeur heeft geschoten. Het hof hecht geloof aan deze verklaring omdat, bij gebreke van enige aanwijzing daarvoor, het hof niet aannemelijk acht dat de verdachte hierover tegen zijn vriendin heeft gelogen. Dit wordt niet anders door het feit dat uit de verklaring van [G] blijkt dat [O] haar niet heeft verteld dat ook [W] heeft geschoten.</para>
      <para>Daarbij neemt het hof in aanmerking dat [G] aan [O] niets heeft gevraagd over de rol van [W] (p. 1296: “V: Wat heb jij gevraagd aan [O] over de rol van [W]? A: Niets, ik heb die informatie niet nodig.”)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat [W] en de verdachte beiden hebben geschoten, is in lijn met de kort na het ten laste gelegde voorval door [O] tegen [W] geuite bewoordingen “Waarom hebben<emphasis role="italic"> jullie</emphasis> hem doodgemaakt?” en de verklaring van [O] d.d. 10 februari 2011 (p. 1841), inhoudende “Die dood gemaakt hebben, die moeten vastzitten. Jullie moet [J] pakken, [W] hebben jullie.” Toen [O] laatstgenoemde verklaring aflegde, was [W] reeds aangehouden, maar de verdachte nog niet. [W] is immers aangehouden op 12 januari 2011 (p. 23); de verdachte op 21 februari 2011 (p. 32).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verklaringen van [W] over het wegnemen van goederen uit de taxi, vinden ten slotte steun in het aantreffen van de navigatie naast de taxi en het tasje van het slachtoffer op een door [W] aangewezen plaats langs de vluchtroute, alwaar de gestolen portemonnee is aangetroffen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Geloofwaardigheid van de lezing van de verdachte</title>
    <para>Het hof hecht geen geloof aan de lezing van de verdachte, kort gezegd inhoudende dat [W] alle schoten heeft gelost, nu die lezing in strijd is met de door het hof betrouwbaar geachte inhoud van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep op 8 november 2013 verklaard dat het slachtoffer, nadat [W] op het slachtoffer had geschoten, op de weg lag en dat de verdachte heeft geprobeerd het slachtoffer van de weg af te halen omdat er anders misschien een auto over hem heen zou rijden.</para>
      <para>Het hof hecht echter geen geloof aan de verklaring van de verdachte dat hij heeft geprobeerd het slachtoffer van de weg te halen met de bedoeling te voorkomen dat er een auto over hem zou heenrijden.</para>
      <para>Een dergelijke handelwijze, direct nadat de verdachte naar zijn zeggen onverwacht werd geconfronteerd met het door [W] schieten op het slachtoffer, komt het hof op zichzelf reeds onaannemelijk voor. De verklaring van de verdachte over zijn poging om het slachtoffer om de door hem gestelde reden te verplaatsen, maakt bovendien deel uit van de lezing van de verdachte dat hijzelf niet heeft geschoten, hetgeen in strijd is met de door het hof betrouwbaar geachte verklaringen van [W] en de <emphasis role="italic">de auditu</emphasis>-verklaringen van [G] en [K].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de lezing van de verdachte betrekt het hof tevens in zijn oordeel dat de verdachte gedurende het gehele opsporingsonderzoek heeft geweigerd antwoord te geven op vragen over het ten laste gelegde. In zijn verhoor van 28 februari 2011 (p. 2075) verklaarde hij dat hij pas nadat hij met zijn advocaat het dossier heeft kunnen doornemen, kan bepalen of hij antwoord gaat geven op vragen.</para>
      <para>Ter terechtzitting in eerste aanleg van 29 maart 2012 heeft de verdachte voor het eerst over het ten laste gelegde verklaard, derhalve op een moment waarop de resultaten van het tactische en technische onderzoek voor hem kenbaar waren. Zodoende heeft hij de mogelijkheid gehad om zijn verklaring aan te passen aan het voorhanden zijnde bewijs, waaronder de rapportage van het NFI met betrekking tot de match tussen het DNA-materiaal onder de linkeroksel van het colbert van het slachtoffer en het DNA-materiaal van de verdachte. Het tijdstip waarop de verdachte zijn verklaring heeft afgelegd, doet daarom afbreuk aan de geloofwaardigheid van die verklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Betrokkenheid van [O]</title>
    <para>De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat [O] als medepleger moet worden aangemerkt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In aanmerking genomen echter dat [O]:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>in de taxi is gestapt met de bedoeling om in Kaatsheuvel kleding op te halen bij [K],</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>niet betrokken is geweest bij het overleg tijdens de taxirit tussen de verdachte en [W] over het beroven van de chauffeur,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>direct nadat de taxi op de Duinlaan is gestopt, is uitgestapt en zich zodoende heeft gedistantieerd van de door de verdachte en [W] voorgenomen beroving,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>als eerste de plaats delict heeft verlaten,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>niet heeft geschoten en evenmin een andere uitvoeringshandeling heeft verricht bij de dood van het slachtoffer,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>geen goederen heeft weggenomen of anderszins een actieve bijdrage heeft geleverd aan de diefstal van de bezittingen van het slachtoffer,</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>is het hof van oordeel dat er geen sprake is geweest van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen enerzijds de verdachte en [W] en anderzijds [O].</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezen verklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 288 juncto artikel 47, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en wordt gekwalificeerd als:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van doodslag, gevolgd van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Op te leggen straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de verdachte ter zake van medeplegen van moord veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien jaren met aftrek van voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van medeplegen van moord zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien jaren met aftrek van voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is gekomen tot een bewezenverklaring van medeplegen van gekwalificeerde doodslag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het hof gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder dit is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard volgt reeds dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van zeer aanzienlijke duur met zich brengt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de bepaling van de duur van die straf heeft het hof rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het strafmaximum van gekwalificeerde doodslag is gelijk aan dat van moord, namelijk een levenslange gevangenisstraf of een tijdelijke gevangenisstraf voor de duur van ten hoogste dertig jaren. Hierin is tot uitdrukking gebracht dat gekwalificeerde doodslag behoort tot de ernstigste delicten die het Wetboek van Strafrecht kent. Het opzettelijk benemen van iemands leven is de meest ernstige en onomkeerbare aantasting van het hoogste rechtsgoed. In de strafwaardigheid van gekwalificeerde doodslag ligt daarenboven het ernstige verwijt besloten dat het leven van een ander welbewust wordt opgeofferd uit zelfzucht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft samen met zijn mededader een taxichauffeur tijdens diens werk met zeven pistoolschoten op een barbaarse wijze genadeloos om het leven gebracht. De verdachte heeft zes van de zeven schoten gelost. Daarnaast heeft hij het slachtoffer geschopt. Uit de verklaringen van de mededader en het sectieverslag blijkt dat het slachtoffer na ten minste enkele schoten nog in leven was. De mededader heeft beschreven dat het slachtoffer heeft gehuild en gesmeekt en dat hij een gorgelend geluid maakte alsof hij stikte. Het bebloede lichaam van het slachtoffer werd de volgende ochtend door een voorbijganger in een greppel aangetroffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door te handelen als bewezen verklaard, heeft de verdachte uit financieel gewin - uiteindelijk niet meer dan ongeveer honderd euro - het slachtoffer op brute wijze van het leven beroofd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft daarmee de rechtsorde ernstig geschokt en de nabestaanden groot en onherstelbaar leed toegebracht. Dit laatste blijkt op indringende wijze uit de in eerste aanleg en in hoger beroep voorgelezen schriftelijke slachtofferverklaringen. Het bewezen verklaarde heeft daarnaast de directe collega’s van het slachtoffer opgeschrikt en in de taxibranche gevoelens van verontrusting en onveiligheid teweeggebracht. Dit alles rekent het hof de verdachte zwaar aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is het hof niet gebleken van strafverlagende omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de meedogenloosheid van het feit komt het hof tot oplegging van een gevangenisstraf van langere duur dan door de rechtbank is opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht de door de advocaat-generaal gevorderde straf passend en geboden en zal de verdachte daarom veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien jaren met aftrek van voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van de voorwerpen met nummers 385018 (taxi) en 400836 (TomTom Navigator 12v lader met zuignap) vermeld op de aan dit arrest gehechte beslaglijst, aangezien thans onvoldoende duidelijk is wie als rechthebbende kan worden aangemerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de overige voorwerpen zal het hof de teruggave aan de verdachte gelasten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 47, 63 en 288 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders subsidiair is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">18 (achttien) jaren</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de voorwerpen met nummers 385018 (taxi) en 400836 (TomTom Navigator 12v lader met zuignap) vermeld op de aan dit arrest gehechte beslaglijst d.d. 28 februari 2012.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de teruggave aan de verdachte van de overige voorwerpen vermeld op de aan dit arrest gehechte beslaglijst d.d. 28 februari 2012.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. K.J. van Dijk, voorzitter,</para>
      <para>mr. K. van der Meijde en mr. R.R. Everaars-Katerberg, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. P. van Glabbeek, griffier,</para>
      <para>en op 6 december 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>