<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2013:4389</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-28T09:22:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:GHSHE:2013:4631</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-09-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HV 200.126.716_01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2013:4389">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2013:4389</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-10-01T08:24:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2013:4389 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 05-09-2013 / HV 200.126.716_01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2013:4389:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>onderbewindstelling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2013:4389:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 5 september 2013</para>
      <para>Zaaknummer: HV 200.126.716/01</para>
      <para>Zaaknummer eerste aanleg: 875579 BM VERZ 13-252</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant] namens de </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">Stichting IZ Advies</emphasis>
        <emphasis role="bold">,</emphasis>
      </para>
      <para>woonplaats gekozen hebbende ten kantore van zijn advocaat,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>hierna te noemen: [appellant],</para>
      <para>advocaat: mr. G.J.P.C.G. Verheijen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Als belanghebbende in deze zaak wordt aangemerkt:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-[belanghebbende], hierna te noemen: [belanghebbende].</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, sector kanton, locatie ’s-Hertogenbosch, van 4 maart 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 2 mei 2013, heeft [appellant] verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad het verzoek om Stichting IZ Advies tot beschermingsbewindvoerder van [belanghebbende] te benoemen toe te wijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 1 augustus 2013. Bij die gelegenheid zijn gehoord: </para>
        <para>- [appellant], bijgestaan door mr. Verheijen.</para>
        <para>Het hof heeft de advocaat van [appellant] op voorhand laten weten dat tijdens de mondelinge behandeling slechts de ontvankelijkheid van het hoger beroep aan de orde zal worden gesteld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.2.1.</nr>
        <para>
          [belanghebbende] is<emphasis role="italic">,</emphasis> hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:</para>
        <para>- het proces-verbaal van het kennismakingsgesprek met de kantonrechter in eerste aanleg d.d. 11 februari 2013.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter bepaald dat [appellant] dan wel de Stichting IZ Advies niet bij de rechtbank Oost-Brabant als bewindvoerder benoemd zullen worden en dat voor [belanghebbende] een andere bewindvoerder gezocht en benoemd zal worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [appellant] kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [appellant] voert met betrekking tot de ontvankelijkheid kort samengevat het volgende aan. Bij de kantonrechter is de benoeming van de stichting IZ Advies afgewezen op grond van privé-omstandigheden van [appellant] uit het verleden, terwijl het ging om de bewindvoering van [belanghebbende]. [appellant] is van mening dat hij in deze zaak belanghebbende is, nu hij - en daarmee de stichting IZ-advies - door de kantonrechter feitelijk op non-actief is gesteld. Als in deze zaak in hoger beroep niet geoordeeld wordt, dan blijven alle lopende verzoeken tot onderbewindstelling waarin [appellant] namens de stichting IZ Advies verzoekt tot bewindvoerder te worden benoemd, aangehouden. [appellant] moet worden aangemerkt als een afgeleide belanghebbende. Het gaat niet om zijn persoonlijk belang, maar om het belang van de stichting. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof overweegt als volgt. </para>
        <para>Uit de stukken maakt het hof op dat het inleidend verzoek tot onderbewindstelling is gedaan door [belanghebbende]. Gelet op artikel 1:432 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek behoren [appellant] noch de Stichting IZ Advies tot de limitatief opgesomde personen, die een verzoek tot instelling van een bewind over [belanghebbende] kunnen doen. [appellant] dan wel de stichting zijn door de kantonrechter derhalve ten onrechte als verzoeker aangemerkt. Nu [appellant]/de Stichting IZ Advies geen verzoek tot onderbewindstelling van [belanghebbende] konden indienen, staat voor hen ook niet de mogelijkheid van hoger beroep open. [appellant]/de Stichting IZ Advies kunnen dan ook niet in het hoger beroep worden ontvangen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Het vorenstaande leidt tot de volgende beslissing. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn verzoek in hoger beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. E.F.G.M. Gelderman, C.D.M. Lamers en C.E.M. Renckens en in het openbaar uitgesproken op 5 september 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>