<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2013:3392</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T21:16:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-05-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wr 183-05-2013</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2011:3439" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2011:3439</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2013:1336" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2013:1336</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=36&amp;g=2013-07-25">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 36</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2013:3392">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2013:3392</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-25T13:56:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2013:3392 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 31-05-2013 / Wr 183-05-2013</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2013:3392:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wraking van de volledige kamer in een civiele procedure. Het wrakingsverzoek wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2013:3392:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Wrakingskamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>registratienummer wraking Wr 183-05-2013<?linebreak?>datum beslissing 31 mei 2013</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing op het verzoek als bedoeld in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak met zaaknummer HD 200.088.925/01 van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>handelende onder de naam[bedrijf], </para>
      <para>advocaat: mr. M. Burgers, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">verzoeker tot wraking</emphasis>, hierna te noemen: [verzoeker], </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van de behandelende kamer bestaande uit mrs. L.R. van Harinxma thoe Slooten, E.K. Veldhuijzen van Zanten en D. Wachter, raadsheren in de civiele sector van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, hierna ook te noemen: de behandelende kamer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het wrakingsverzoek van 18 april 2013 is door de advocaat van [verzoeker], mr. S. Mangal, ingediend bij H-formulier en diezelfde dag ter griffie ontvangen. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De leden van de behandelende kamer hebben niet in de wraking berust. Zij hebben een schriftelijke reactie op het verzoek aan de wrakingskamer toegezonden. Deze reactie is op voorhand aan [verzoeker] toegezonden. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De wrakingskamer heeft het verzoek ter openbare zitting van 22 mei 2013 behandeld. De leden van de behandelende kamer hebben laten weten geen gebruik te willen maken van de gelegenheid om op het wrakingsverzoek te worden gehoord. [verzoeker], bijgestaan door mr. Mangal, is verschenen en gehoord. Mr. Mangal en [verzoeker] hebben het wrakingsverzoek ter zitting nader toegelicht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Na de mondelinge behandeling heeft de voorzitter het onderzoek gesloten en medegedeeld dat de wrakingskamer op 31 mei 2013 uitspraak zal doen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het standpunt van verzoeker</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] heeft ter onderbouwing van het verzoek tot wraking aangevoerd, verkort weergegeven, dat uit het op 26 maart 2012 gewezen tussenarrest blijkt van partijdigheid van de leden van de behandelende kamer. Alhoewel in eerste aanleg niet ter discussie heeft gestaan dat [verzoeker] zijn wederpartij (hierna: [appellant]) in gebreke heeft gesteld en dat aan laatstgenoemde de gelegenheid is geboden herstelwerkzaamheden te verrichten, heeft de behandelende kamer - in strijd met het recht en er blijk van gevend het dossier niet goed te hebben gelezen - geoordeeld dat geen ingebrekestelling heeft plaatsgevonden en dat de vordering van [verzoeker] tot betaling van schadevergoeding (in reconventie) daarom niet toewijsbaar is. Ook heeft de behandelende kamer daarmee ten onrechte geen uitvoering gegeven aan haar tijdens het pleidooi geuite voornemen om aan ieder van partijen een bewijsopdracht te geven (aan [verzoeker] ter zake van de door hem gevorderde schadevergoeding) en rechtsongelijkheid gecreëerd, nu aan [appellant] wel zoals voorgenomen een bewijsopdracht is verstrekt. Door te beslissen zoals zij heeft gedaan, heeft de behandelende kamer de schijn van partijdigheid gewekt en [verzoeker] het vertrouwen op een eerlijke procedure ontnomen, aldus [verzoeker]. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van de behandelende kamer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De leden van de behandelende kamer hebben geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Mr. Mangal heeft aangevoerd dat zij eerst op 6 april 2013 kennis heeft kunnen nemen van het tussenarrest van 26 maart 2013. Daarvan uitgaande is het verzoek om wraking naar het oordeel van de wrakingskamer tijdig gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 6, eerste lid, EVRM dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De wrakingskamer heeft niet de functie van appel- of cassatierechter. De wrakingskamer kan en zal dan ook niet treden in de vraag of de in het tussenarrest van 26 maart 2013 gegeven beslissingen en de daaraan ten grondslag gelegde motivering al dan niet inhoudelijk juist zijn. Ter beoordeling van de wrakingskamer staat slechts of de leden van de behandelende kamer door te beslissen als zij hebben gedaan of in de motivering van de beslissing blijk hebben gegeven van vooringenomenheid jegens [verzoeker], althans of de dienaangaande bij [verzoeker] bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De ter onderbouwing van het wrakingsverzoek aangevoerde gronden komen erop neer dat [verzoeker] het niet eens is met het tussenarrest voor zover daarin is beslist dat zijn vordering tot betaling van schadevergoeding niet toewijsbaar is en hij niet is toegelaten tot bewijslevering van zijn stellingen dienaangaande. </para>
        <para>Zoals overwogen komt aan de wrakingskamer geen oordeel toe over de juistheid van de door de behandelende kamer genomen beslissingen. Naar het oordeel van de wrakingskamer kunnen noch de beslissingen van de behandelde kamer, noch de daaraan ten grondslag gelegde motiveringen in redelijkheid leiden tot de conclusie dat de leden van de behandelende kamer jegens [verzoeker] vooringenomen zijn dan wel dat de kennelijk bij [verzoeker] dienaangaande vrees van vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is.</para>
        <para>De conclusie is dan ook dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek tot wraking af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan [verzoeker], aan [appellant] en aan mrs. Van Harinxma thoe Slooten, Veldhuijzen van Zanten en Wachter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. N.J.M. van Etten, O.M.J.J. van de Loo en J. Swinkels en in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2013.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>