<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2013:3010</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T18:37:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HD 200.114.408-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=401a&amp;g=2013-07-10">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 401a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2014/58</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2013:3010">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2013:3010</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-10T15:41:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2013:3010 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 09-07-2013 / HD 200.114.408-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2013:3010:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek tot het tussentijds openstellen van cassatieberoep ex art. 401a lid 2 Rv</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2013:3010:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</bridgehead>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer HD 200.114.408/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">aanvullend arrest van 9 juli 2013</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Fortis  Bank N.V., h.o.d.n. BNP Parisbas Fortis</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats], België,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>advocaat: mr. B.F.H. Scheltema te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. R.A.M. van Dooren, </emphasis>
      </para>
      <para>in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van [Gerechtsdeurwaarderskantoor] Gerechtsdeurwaarderskantoor B.V. en [X.], </para>
      <para>kantoorhoudende te [vestigingsplaats],</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>advocaat: mr. Y.H.M. Einig te Maastricht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van Fortis om alsnog tussentijds cassatieberoep open te stellen tegen het in deze zaak op 4 juni 2013 gewezen tussenarrest. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek en de beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 25 juni 2013 heeft de advocaat van Fortis, mr. B.F.H. Scheltema te Amsterdam, het hof verzocht om op de voet van artikel 401a Rv Fortis toe te staan om tegen het arrest van dit hof van 4 juni 2013 tussentijds cassatieberoep in te stellen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De advocaat van de curator, mr. Y.H.M. Einig te Maastricht, heeft bij brief van 25 juni 2013 op dit verzoek gereageerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Mr. Scheltema heeft aangevoerd, kort samengevat, dat Fortis het oordeel van de rechtbank en het hof, dat in deze zaak de Nederlandse rechter bevoegdheid toekomt op grond van de EU Insolventieverordening, in cassatie ter toetsing door de Hoge Raad wil voorleggen. Zij stelt dat niet kan worden uitgesloten dat door de Hoge Raad een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie zal moeten worden gesteld en dat er een niet onaanzienlijke kans bestaat dat de Hoge Raad tot het oordeel zal komen dat de Nederlandse rechter onbevoegd is. Volgens mr. Scheltema is het onwenselijk dat Fortis eerst de hoofdzaak zou moeten uitprocederen voordat de bevoegdheidsvraag ter toetsing kan worden voorgelegd en moet de situatie worden voorkomen dat de hoofdzaak vergeefs in Nederland wordt uitgeprocedeerd om vervolgens in België te moeten worden herhaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Mr. Einig heeft het door mr. Scheltema gestelde belang van Fortis bij een tussentijdse toetsing door de Hoge Raad gemotiveerd betwist. Mr. Einig voert verder aan, kort samengevat, dat tussentijds beroep in cassatie tot onacceptabele vertraging van de procedure en hogere kosten voor de boedel leidt en dat het maatschappelijk onaanvaardbaar zou zijn indien een te zijner tijd doorprocederen in de hoofdzaak vanwege die vertraging en hogere kosten niet meer haalbaar zou zijn. Volgens mr. Einig moet bovendien het door Fortis gestelde principiële belang om zich in haar thuisland te kunnen verdedigen betekenisloos worden geacht nu Fortis een internationale bankinstelling is die tot voor kort zelfs in Nederland was gevestigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof onderkent het belang dat een partij die de bevoegdheid van de Nederlandse rechter betwist in beginsel heeft om een definitief oordeel over die bevoegdheid te verkrijgen alvorens over de hoofdzaak verder wordt geprocedeerd. Daar staat echter tegenover het door de artikelen 337 lid 2 en 401a lid 2 Rv gediende belang van de wederpartij om vertraging in de voortgang van de procedure te voorkomen. In dit geval moet naar het oordeel van het hof het belang van de curator bij een voortgang van de hoofdzaak prevaleren. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat Fortis in eerste aanleg al de gelegenheid van een tussentijds hoger beroep is geboden, zodat zij de door haar opgeworpen bevoegdheidsvraag al aan twee rechterlijke instanties heeft kunnen voorleggen. Voorts neemt het hof daarbij in aanmerking dat de rechtsvraag die Fortis in cassatie beoogt voor te leggen de door de curator primair gestelde grondslag voor de bevoegdheid van de Nederlandse rechter betreft. </para>
        <para>Dit betekent dat, ook indien in cassatie tot een andersluidend oordeel op dat punt zou worden gekomen, de bevoegdheidsvraag daarmee nog niet definitief is beslist. In alle gevallen zal derhalve bij het in deze zaak openstellen van tussentijds cassatieberoep een gezien de omstandigheden onacceptabele vertraging van de procedure moeten worden verwacht. </para>
        <para>Het verzoek ex artikel 401a lid 2 Rv zal om die reden worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het verzoek om Fortis toe te staan om tegen het arrest van dit hof van 4 juni 2013 tussentijds cassatieberoep in te stellen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit aanvullend arrest is gewezen door mrs. J.A.M. van Schaik-Veltman, J.C.J. van Craaikamp en M.W.M. Souren en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 9 juli 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>