<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2011:BU5535</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-13T13:51:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BU5535</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-11-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HV 200.080.287 E</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=288&amp;g=2011-11-22">Faillissementswet 288</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=287a&amp;g=2011-11-22">Faillissementswet 287a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2011:BU5535">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2011:BU5535</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:12:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-11-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2011:BU5535 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 22-11-2011 / HV 200.080.287 E</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2011:BU5535:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Art. 288 Aanhef en sub a FW.</para>
        <para>Budgetplan/VTLB-berekening.</para>
        <para>Onvoldoende aannemelijk dat schuldenaar niet kan voortgaan met betalen van haar schuld.</para>
        <para>Verzoek ex art. 287a Fw derhalve evenmin toewijsbaar. </para>
        <para>Geen proceskostenveroordeling.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2011:BU5535:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH</para>
      <para>Sector civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 22 november 2011</para>
      <para>Zaaknummer: HV 200.080.287/01</para>
      <para>Zaaknummers eerste aanleg: 10.1905 en 10.1906 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[X.],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>hierna te noemen: [X.],</para>
      <para>advocaat: mr. H.L. van Toorenburg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid De Nederlandse Voorschotbank B.V.,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>verweerster, </para>
      <para>hierna te noemen: De Nederlandse Voorschotbank,</para>
      <para>advocaat: mr. A.C.G. Reezigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Het arrest d.d. 17 juni 2011</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij dit arrest heeft het hof [X.] in de gelegenheid gesteld aan het hof een nieuwe vtlb-berekening over te leggen en volledig inzicht te verschaffen in haar inkomsten en uitgaven.</para>
      <para>Het hof heeft verder in voormeld arrest De Nederlandse Voorschotbank in de gelegenheid gesteld om schriftelijk te reageren op de door [X.] over te leggen stukken.</para>
      <para>Het hof heeft in afwachting van voormelde stukken iedere verdere beslissing pro forma aangehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.1. De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 november 2011. Bij die gelegenheid zijn gehoord: </para>
      <para>- [X.], bijgestaan door mr. V.C.A. Eschauzier-van Wijk, waarnemend voor mr. H.L. Van Toorenburg;</para>
      <para>- namens De Nederlandse Voorschotbank mr. A.C.G. Reezigt en mr. L. Jongedijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.2. Het hof heeft na het arrest van 17 juni 2011 kennisgenomen van de inhoud van:</para>
      <para>- de brief met bijlagen van de advocaat van [X.] d.d. 28 juli 2011;</para>
      <para>- de brief van de advocaat van De Nederlandse Voorschotbank d.d. 8 augustus 2011.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. De verdere beoordeling</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>7.1. [X.] heeft in voormeld faxbericht d.d. 28 juli 2011 - kort samengevat - het volgende aangevoerd.</para>
      <para>Uit de door [X.] overgelegde stukken volgt dat zij niet in staat kan worden geacht een hoger bedrag aan De Nederlandse Voorschotbank te betalen dan € 350,-- per maand, immers slechts dan is er sprake van aflossing van de schuld. [X.] stelt daarom dat het te voorzien is dat zij redelijkerwijs niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schuld aan De Nederlandse Voorschotbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>7.2. [X.] heeft ter zitting in hoger beroep hieraan - kort samengevat - het volgende toegevoegd. [X.] heeft puntsgewijs de door De Nederlandse Voorschotbank betwiste posten van het budgetplan en/of vtlb-berekening nader toegelicht.</para>
      <para>[X.] maakt voor de opvang van haar dochter gebruik van twee verschillende kinderopvangcentra. De kosten hiervan bedragen - zoals uit de overgelegde facturen kan worden afgeleid - € 515,22 per maand. De verwachting is dat deze kosten met ingang van januari 2012 zullen stijgen.</para>
      <para>Ten aanzien van de autokosten heeft [X.] - desgevraagd - verklaard dat van de 31.000 kilometers die zij per jaar aflegt, ongeveer 2/3 deel zakelijk is. </para>
      <para>[X.] heeft verder - desgevraagd - verklaard dat zij thuis internet nodig heeft voor haar werk, waarvoor een post ad € 50,-- is opgenomen in het budgetplan. </para>
      <para>Voor wat betreft de post onvoorzien ad € 160,-- heeft [X.] gesteld dat bepaalde kosten in een budgetplan mogen worden opgenomen, die niet in een vtlb-berekening mogen worden opgenomen.</para>
      <para>[X.] heeft verder aangevoerd dat zij niet in staat is om fulltime te gaan werken. Uitbreiding van het dienstverband bij haar huidige werkgever is niet mogelijk. Daarnaast heeft [X.] een specialistisch vakgebied waarin moeilijk werk te vinden is, zeker voor slechts één dag per week. Daarnaast acht [X.] fulltime werken niet wenselijk vanwege de zorg voor haar kinderen. De zoon van [X.] gaat thans naar het voortgezet onderwijs, maar dit brengt met zich dat hij vaak vroeg thuis is. </para>
      <para>[X.] merkt op dat haar ex-partner - die tevens hoofdelijk aansprakelijk is - voor de schuld aan De Nederlandse Voorschotbank in september 2011 naar Nederland is teruggekeerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>7.3. De Nederlandse Voorschotbank heeft in voormelde brief d.d. 8 augustus 2011 - kort samengevat - het volgende aangevoerd.</para>
      <para>Een groot aantal van de door [X.] in het budgetplan genoemde posten zijn niet met bescheiden nader onderbouwd. </para>
      <para>De Nederlandse Voorschotbank stelt dat het door [X.] in de vtlb-berekening opgevoerde bedrag aan auto- en reiskosten van € 434,-- per maand erg hoog is. Bovendien rijst de vraag welk gedeelte van de 31.000 kilometers die [X.] per jaar aflegt, zakelijke kilometers zijn. </para>
      <para>Uit het budgetplan volgt dat een bedrag van € 79,50 per maand “nog te besteden” is, welk bedrag, naar de mening van De Nederlandse Voorschotbank, kan worden aangewend ter aflossing van de schuld. </para>
      <para>Ten aanzien van de door [X.] opgevoerde kosten kinderopvang merkt De Nederlandse Voorschotbank op dat - uit de door [X.] overgelegde facturen - niet valt af te leiden hoe hoog deze kosten per maand zijn. </para>
      <para>De Nederlandse Voorschotbank stelt verder dat niet alle in het budgetplan opgevoerde lasten, onderdeel uit mogen maken van een vtlb-berekening. Gedoeld wordt op de posten onvoorzien ad € 160,-- per maand, internet ad € 50,-- per maand, zakgeld kinderen ad € 14,-- per maand en het lidmaatschap ANWB ad € 9,-- per maand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>7.4. Namens de Nederlandse Voorschotbank is hieraan ter zitting in hoger beroep - kort samengevat - het volgende toegevoegd.</para>
      <para>De ter zitting van het hof door [X.] gegeven verklaringen omtrent de (hoogte van de) posten autokosten en internet zijn voor De Nederlandse Voorschotbank niet controleerbaar. Wel acht De Nederlandse Voorschotbank het reëel dat van de door [X.] afgelegde 31.000 kilometers op jaarbasis, 2/3 zakelijk is. De Nederlandse Voorschotbank stelt zich op het standpunt dat de afloscapaciteit van [X.] hierdoor met € 145,-- per maand toeneemt. </para>
      <para>De Nederlandse Voorschotbank heeft ter zitting van het hof - desgevraagd - verklaard dat [X.] thans € 313,-- per maand aan rente betaalt en niet (meer) het bedrag van € 350,--, waarvan bij de vorige mondelinge behandeling nog werd uitgegaan. Verder heeft De Nederlandse Voorschotbank ter zitting in hoger beroep - desgevraagd - verklaard dat wanneer men ervan uitgaat dat [X.] een afloscapaciteit van € 800,-- per maand heeft, volledige aflossing van de schuld tussen de vijf en tien jaar mogelijk is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7.5. Het hof komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>7.5.1. Ingevolge artikel 288 lid 1 aanhef en sub a Fw wordt het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden.</para>
      <para>Ingevolge artikel 287a lid 1 Fw aanhef en sub a Fw kan de schuldenaar in het verzoekschrift als bedoeld in artikel 284 lid 1 Fw de rechtbank verzoeken één of meer schuldeisers die weigert of weigeren mee te werken aan een vóór indiening van het verzoekschrift aangeboden schuldregeling, bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>7.5.2. Het hof stelt voorop dat de schuld aan De Nederlandse Voorschotbank de enige schuld is die [X.] heeft. [X.] betaalt thans een bedrag van € 360,-- per maand aan De Nederlandse Voorschotbank. </para>
      <para>Het hof stelt vast dat uit zowel de door [X.] overgelegde stukken als naar aanleiding van het verhandelde ter zitting in hoger beroep is gebleken, dat de daadwerkelijke afloscapaciteit van [X.] hoger is dan door haar wordt voorgesteld. Het hof overweegt daartoe dat de in het  budgetplan opgenomen post “nog te besteden” ad € 79,50 per maand bij de afloscapaciteit van [X.] dient te worden opgeteld. Verder overweegt het hof dat ter zitting in hoger beroep is vast komen te staan dat van de door [X.] afgelegde 31.000 kilometer per jaar, 2/3 deel zakelijk is. Dit brengt met zich dat in de vtlb-berekening slechts rekening mag worden gehouden met 2/3 deel van de door [X.] opgevoerde reiskosten, derhalve € 290,-- per maand. De afloscapaciteit van [X.] neemt hierdoor met € 145,-- per maand toe. Het hof acht het verder niet juist om bij de bepaling van de afloscapaciteit van [X.] rekening te houden met de in het budgetplan opgenomen post “kleding, kapper, onvoorzien” ad € 160,-- per maand. </para>
      <para>Met inachtneming van het vorenstaande, is het hof van oordeel, dat de afloscapaciteit van [X.] tussen de € 600,-- en € 800,-- per maand ligt. Nu ter zitting van het hof is gebleken dat de rente op de schuld aan De Nederlandse Voorschotbank thans € 313,-- per maand bedraagt, ligt aflossing van voormelde schuld binnen zes tot tien jaar in de rede. </para>
      <para>Ten overvloede overweegt het hof dat nu de ex-man van [X.] sinds september 2011 is teruggekeerd in Nederland, ook hij kan worden aangesproken door de Nederlandse Voorschotbank, waardoor de totale aflossingstermijn in beginsel nog aanzienlijk kan worden verkort. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7.5.3. Het hof is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat [X.] zal kunnen voortgaan met de betaling van de schuld aan De Nederlandse Voorschotbank, zodat aan de voorwaarde voor toelating tot de schuldsaneringsregeling van artikel 288 lid 1 aanhef en sub a Fw niet is voldaan. Dit brengt met zich dat het verzoek van [X.] ex artikel 287a Fw niet toewijsbaar is.. </para>
    <para />
    <para>7.6. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. </para>
    <para />
    <para>7.7. Nu De Nederlandse Voorschotbank niet wordt bevolen om in te stemmen met de door [X.] aangeboden schuldregeling, is er geen aanleiding om de Nederlandse Voorschotbank in de kosten van deze procedure te veroordelen. Het hof wijst derhalve het desbetreffende verzoek van [X.] af.</para>
    <para />
    <para>8. De beslissing</para>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;</para>
    <para />
    <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. Th.A. Pouw, L.Th.L.G. Pellis en J.H.Th. Veldman en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2011.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>