<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2010:BP5989</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-31T08:31:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:GHSHE:2010:BW1221</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BP5989</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-11-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09/00564</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ8802" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ8802, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2011/27.19.12</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2011/566 met annotatie van Mr. dr. C. Bruijsten</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2011-0541</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2011030111</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2010:BP5989">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2010:BP5989</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:44:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2010:BP5989 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 05-11-2010 / 09/00564</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2010:BP5989:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Belanghebbende heeft zijn varkenshouderij verkocht aan een collega varkenshouder voor een totaal bedrag van € 1.030.000,-. Niet in geschil is dat dit bedrag een in het economisch verkeer gebruikelijke prijs is. Belanghebbende claimt toepassing van de landbouwvrijstelling voor een bedrag van € 265.000,-, de inspecteur stelt dat er een bedrag van € 80.000,- onder de landbouwvrijstelling valt. Het Hof verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 3 januari 1996, nr. 30.890, BNB 1996/110 en legt daarmee de bewijslast bij de inspecteur ten aanzien van een van de akte afwijkende splitsing van de koopprijs. De inspecteur legt een taxatierapport over met daarin genoemd een aantal verkooptransacties. De door belanghebbende voorgestane splitsing wordt door hem niet aannemelijk gemaakt. Het gelijk is aan de inspecteur, hoger beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2010:BP5989:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH</para>
      <para>Sector belastingrecht</para>
      <para>Eerste meervoudige Belastingkamer</para>
      <para>Kenmerk: 09/00564</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Schriftelijke uitspraak op het hoger beroep van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de heer X,</para>
      <para>wonende te Y,</para>
      <para>hierna: belanghebbende  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen de schriftelijke uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 9 september 2009, nummer AWB 08/2291, in het geding tussen</para>
    <para />
    <para>belanghebbende </para>
    <para />
    <para>en </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de voorzitter van het managementteam van het onderdeel Belastingdienst/Limburg van de rijksbelastingdienst,</para>
      <para>hierna: de Inspecteur,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>betreffende na te noemen aanslag.</para>
    <para />
    <para />
    <para>1. Ontstaan en loop van het geding</para>
    <para />
    <para>1.1.	Aan belanghebbende is voor het jaar 2003 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 280.300 en een inkomen uit sparen en beleggen van € 1.756.   (hierna: de aanslag). De aanslag is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd.  </para>
    <para />
    <para>1.2.	Belanghebbende is van deze uitspraak in beroep gekomen bij de Rechtbank. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van de Rechtbank een griffierecht geheven van € 39. Bij schriftelijke uitspraak heeft de Rechtbank het beroep ongegrond verklaard.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.3.	Tegen deze uitspraak heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld bij het Hof. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van </para>
      <para>€ 110. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.4.	Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 6 juli 2010 te 's-Hertogenbosch. Aldaar zijn verschenen en gehoord de heer drs. A van B B.V. te C, en de Inspecteur.  </para>
    <para />
    <para>1.5.	Het Hof heeft vervolgens het onderzoek gesloten. </para>
    <para />
    <para />
    <para>2. Feiten</para>
    <para />
    <para>Op grond van de stukken van het geding en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het Hof komen vast te staan.</para>
    <para />
    <para>2.1.	Belanghebbende dreef in het onderhavige jaar een agrarische onderneming, bestaande uit een varkenshouderij en een plantenkwekerij. Op 2 mei 2003 heeft belanghebbende de varkenshouderij verkocht voor € 1.030.000 (hierna: de koopsom) aan een collega varkenshouder. De koper is een niet met belanghebbende verbonden derde. Ter zake van de verkoop is geen taxatierapport opgemaakt. </para>
    <para />
    <para>2.2.	De verdeling van de koopsom is vastgelegd in een  notariële akte van levering d.d. 2 mei 2003. De verdeling is als volgt: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ondergrond en erf 8000 m² 	€ 265.000	ofwel € 33,125 per m²</para>
      <para>Bedrijfsgebouwen (stallen)	€ 485.000</para>
      <para>Luchtwasser 			€  50.000</para>
      <para>Productierechten			€ 200.000</para>
      <para>Erfverharding 1000 m² 		€  10.000</para>
      <para>Roerende zaken			€  20.000</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.3.	Belanghebbende heeft over 2003 aangifte gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 97.942 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.756. Ter zake van de staking heeft hij € 234.302 winst op de grond en gebouwen aangegeven, waarvan hij een bedrag van € 232.435 onder de landbouwvrijstelling heeft gebracht. Tevens heeft hij een ondernemersaftrek van € 10.371 toegepast. </para>
    <para />
    <para>2.4.	Tot de gedingstukken behoort een in opdracht van de Inspecteur opgemaakt taxatierapport van D, registertaxateur, van 1 augustus 2007. In dit taxatierapport is de waarde van de varkenshouderij per 2 mei 2003 getaxeerd op € 1.030.000. De afzonderlijke onderdelen zijn als volgt getaxeerd: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ondergrond en erf 8000 m² 	€  80.000	ofwel € 10 per m² </para>
      <para>Bedrijfsgebouwen (stallen)	€ 670.000</para>
      <para>Luchtwasser 			€  50.000</para>
      <para>Productierechten			€ 200.000</para>
      <para>Erfverharding 1000 m² 		€  10.000</para>
      <para>Roerende zaken			€  20.000</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>2.5. In bedoeld taxatierapport is het verkochte omschreven als volgt: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>"Twee vleesvarkensstallen ondergrond erf en erfverharding gelegen aan E-straat en F-straat te Y. Varkensrechten 1.750 geregistreerd als mestnummer 000000000. Zie akte.</para>
      <para>Een stal met centrale gang en 12 afdelingen van 96 tuks en een ziekenboeg van 50 stuks. </para>
      <para>Een stal met centrale gang en 8 afdelingen van 120 stuks en een ziekenboeg. Verbindingssluis tussen de stallen en mestkelders. </para>
      <para>Links naast de stal ligt een hertenwei. </para>
      <para>Informatie bij de gemeente G en Y geeft aan, dat er per de peildatum 2-5-2003 geen woonhuis bij de stallen mag worden gebouwd.".    </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.6.	Naar aanleiding van voornoemd taxatierapport heeft de Inspecteur de aangegeven stakingswinst gecorrigeerd met € 185.000 (minder toepassing landbouwvrijstelling) en de zelfstandigenaftrek verminderd met € 1.807. Het belastbaar inkomen uit werk en woning is aldus vastgesteld op € 280.300 en het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen op € 1.756.</para>
    <para />
    <para>2.7.	 Tot de gedingstukken behoort een door de Inspecteur overgelegd overzicht van taxaties en verkooptransacties van varkenshouderijen in de omgeving van de gemeente Y met navolgende inhoud: </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Nr	Jaar	Plaats	m2	prijs	per m2	akte/taxatie	bijzonderheden	Verkoper	reden</para>
      <para>1	2005	H	10.000	110.000	11,00	akte	woonhuis </para>
      <para>niet bij perceel	varkenshouderij	transactie tussen </para>
      <para>derden</para>
      <para>2	2002	J	3.500	32.000	9,14	gezamenlijke taxatie	woonhuis</para>
      <para>bij perceel	varkenshouderij	staking</para>
      <para>3	2003	J	7.300	59.000	8,08	gezamenlijke taxatie	woonhuis</para>
      <para>bij perceel	varkenshouderij	verzoek splitsing </para>
      <para>koopsom</para>
      <para>4	2003	K	4.000	40.000	10,00	gezamenlijke taxatie	woonhuis</para>
      <para>bij perceel	gemengd bedrijf	liquidatie </para>
      <para>onderneming</para>
      <para>5	2004	L	2.834	23.000	8,12	gezamenlijke taxatie	woonhuis </para>
      <para>bij perceel	varkenshouderij	overdracht aan </para>
      <para>zoon</para>
      <para>5a	2004	L	10.000	90.000	9,00	gezamenlijke taxatie	woonhuis </para>
      <para>niet bij perceel	varkenshouderij	overdracht aan </para>
      <para>zoon</para>
      <para>6	2002	C	5.800	40.000	6,90	gezamenlijke taxatie	woonhuis </para>
      <para>bij perceel	varkenshouderij	overdracht aan zoon</para>
      <para>6a	2002	C	6.820	46.000	6,74	gezamenlijke taxatie	woonhuis </para>
      <para>niet bij perceel	varkenshouderij	overdracht aan zoon</para>
      <para>7	2005	M	20.000	250.000	12,50	externe </para>
      <para>taxateur	woonhuis </para>
      <para>bij perceel	onbekend	inbreng BV</para>
      <para>8	2005	N	3.664	55.000	15,01	akte	woonhuis </para>
      <para>niet bij perceel	onbekend	</para>
      <para>10	2004	P	10.000	75.000	7,50	akte	woonhuis </para>
      <para>niet bij perceel	varkenshouderij	transactie tussen</para>
      <para>derden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>11	</para>
      <para>2005	</para>
      <para>Q	</para>
      <para>4.150	</para>
      <para>30.000	</para>
      <para>7,23	</para>
      <para>akte	</para>
      <para>woonhuis </para>
      <para>bij perceel	</para>
      <para>onbekend	</para>
      <para>transactie tussen</para>
      <para> derden</para>
      <para>12	2006	R	14.287	150.000	10,50	akte	woonhuis </para>
      <para>bij perceel	nertsenfarm	transactie tussen </para>
      <para>derden</para>
      <para>13	2007	S	6.000	48.000	8,00	akte	agrarische bouwkavel,</para>
      <para>woonhuis voor koper</para>
      <para>mogelijk, niet voor verkoper	agrarisch</para>
      <para>bouwblok	transactie tussen </para>
      <para>derden</para>
      <para>14	2008	T	6.600	73.000	11,06	akte	woonhuis </para>
      <para>bij perceel	varkenshouderij	transactie tussen </para>
      <para>derden</para>
      <para>15	2008	V	15.000	135.000	9,00	akte	Agrarische</para>
      <para> bouwkavel	agrarisch</para>
      <para>bouwblok	transactie tussen </para>
      <para>derden</para>
      <para>10a	2008	P	9.610	135.000	14,05	akte	Woonhuis</para>
      <para>niet bij perceel	varkenshouderij	Transactie  tussen </para>
      <para>derden</para>
      <para>16	2009	P	15.846	250.000	15,78	akte	agrarische </para>
      <para>bouwkavel	agrarisch</para>
      <para>bouwblok	transactie tussen </para>
      <para>derden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>2.8. Belanghebbende heeft een akte van levering overgelegd van een varkenshouderij in W. Deze varkenshouderij, met een oppervlakte van 8.685 m2, is in 2007 zonder woonhuis aan derden verkocht voor een bedrag van € 1.205.000. </para>
    <para />
    <para>2.9. De koper heeft de van belanghebbende gekochte varkensstallen verzekerd voor een herbouwwaarde van in totaal € 808.900, exclusief btw. De funderingen en ondergrondse constructies zijn in de verzekerde som begrepen. Tevens is de garantie opgenomen dat de verzekeraar bij schade geen beroep doet op onderverzekering. Op basis van de door AA gepubliceerde bouwkosten bedraagt de investering voor de nieuwbouw van de twee stallen € 923.000. Op basis van de in het Handboek Kwantitatieve Informatie Veehouderij (KWIN-veehouderij) weergegeven kosten per varkensplaats bedraagt de investering voor de nieuwbouw van de twee stallen € 953.000. </para>
    <para />
    <para />
    <para>3.	Geschil</para>
    <para />
    <para>3.1.	In geschil is het antwoord op de vraag of van de koopsom een bedrag van € 265.000 betrekking heeft op de ondergrond en erf, zoals belanghebbende heeft verdedigd, dan wel een bedrag van € 80.000, zoals de Inspecteur heeft betoogd. </para>
    <para />
    <para>3.2.	Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken. Voor hetgeen zij hieraan ter zitting hebben toegevoegd wordt verwezen naar het van deze zitting opgemaakte proces-verbaal. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.3.	Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 97.942 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.756. </para>
      <para>De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.	Beoordeling van het geschil</para>
    <para />
    <para>4.1.	De Rechtbank heeft vastgesteld dat tussen partijen   niet in geschil is dat de koopsom, die belanghebbende heeft bedongen en de koper heeft betaald, de normale in het economische verkeer gebruikelijke prijs is voor een transactie als de onderhavige en dat de koopsom daarmee de waarde in het economische verkeer van het verkochte als één geheel vertegenwoordigt. Dat laatste standpunt hebben partijen ter zitting van het Hof bevestigd. </para>
    <para />
    <para>4.2. In beginsel is, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 3 januari 1996, nr. 30.890, onder meer gepubliceerd in BNB 1996/110, de in de koopakte opgenomen splitsing van de koopsom leidend, tenzij de Inspecteur aannemelijk maakt dat de in werkelijkheid door de contracterende partijen betaalde prijzen hiervan afwijken. </para>
    <para />
    <para>4.3. De Inspecteur heeft ter staving van de juistheid van het onder 2.4 vermelde taxatierapport, waar dit de waardebepaling van de 8000 m² ondergrond/erf betreft, het in 2.7 vermelde overzicht van taxaties en verkooptransacties van varkenshouderijen in de omgeving van de gemeente Y overgelegd. In dat overzicht is bij de objectnummers 1 en 10 een grondprijs van € 11 respectievelijk € 7,50 per m² vermeld, bij grondoppervlakten van 10.000 m². Blijkens het overzicht betreffen die objecten beide een varkenshouderij zonder aanwezigheid van een woonhuis op het perceel, is sprake van een verkooptransactie en gaat het om een levering aan een derde. De beide objecten betreffen transacties in 2005 respectievelijk 2004. Naar 's Hofs oordeel kunnen die objecten voor de beslissing in het onderhavige geschil als vergelijkingsmaatstaf worden genomen. </para>
    <para />
    <para>4.4. Mede gelet op hetgeen het Hof in 4.3 heeft overwogen, hecht het Hof voor de beslissing in het geschil waarde aan het onder 2.4 vermelde taxatierapport, waarin de grond is getaxeerd op € 10 per m². </para>
    <para />
    <para>4.5. De koper heeft de opstallen, met inbegrip van de funderingen en de ondergrondse constructies, verzekerd voor een herbouwwaarde van in totaal € 808.900. De Inspecteur heeft voorts onweersproken gesteld dat mede op basis van de in 2.9 weergegeven bouwkosten de vervangingswaarde op een bedrag kan worden berekend dat ligt tussen circa € 678.000 en circa € 730.000.</para>
    <para />
    <para>4.6. Belanghebbende, op wie gelet op het vorenstaande de bewijslast is komen te rusten dat de in de akte weergegeven splitsing juist is, heeft in hoger beroep herhaald dat de bepaling van de koopsom op € 1.030.000 in de notariële akte mede het resultaat is van na onderhandelingen bereikte overeenstemming over de prijs van de grond. Belanghebbende, die zelf geen taxatierapport heeft laten uitbrengen, heeft dat evenwel tegenover de betwisting daarvan door de Inspecteur niet aannemelijk gemaakt. Uit de stelling van belanghebbende dat "koper en verkoper een tegenstrijdig belang hebben nu beiden de onderhavige onroerende zaken tot hun bedrijfsvermogen dienen te rekenen", valt geen conclusie te trekken over een door de koper exclusief voor de grond betaalde prijs. </para>
    <para />
    <para>4.7. In dit verband verwijst het Hof naar een mede door belanghebbende getekend verslag van het hoorgesprek d.d. 16 januari 2008, gehouden naar aanleiding van het door belanghebbende ingediende bezwaar tegen de aanslag. In dat verslag is ondermeer het volgende vermeld: </para>
    <para />
    <para>"Verder is aan de heer X gevraagd hoe men tot de verdeling van de koopsom was gekomen en of hier een taxatie aan ten grondslag lag. In eerste instantie vertelde de heer X dat hij zelf tot de verdeling van de koopsom was gekomen. Bij nader doorvragen vertelde hij dat hij deze verdeling in overleg met de bedrijfsbegeleider van de veevoederleverancier had opgesteld. Er was geen taxatie uitgevoerd. De koper kon de uitsplitsing van de koopsom accepteren, anders ging de koop niet door.". </para>
    <para />
    <para>4.8. Gelet op de wijze van totstandkoming van de in de notariële akte opgenomen splitsing van de koopsom, een en ander als in het verslag van het hoorgesprek weergegeven, hecht het Hof voor de beslissing in het geschil geen betekenis aan de omstandigheid dat in de notariële akte voor de grond een prijs van € 265.000 is opgenomen. Aan die prijsbepaling lag geen taxatie ten grondslag. Feiten en/of omstandigheden waaruit is af te leiden dat belanghebbende en de koper over de prijs voor de grond afzonderlijk hebben onderhandeld, zijn niet aannemelijk geworden. </para>
    <para />
    <para>4.9. Gelet op het vorenstaande, in onderlinge samenhang bezien, moet voor de beslissing in het geschil aansluiting worden gezocht bij de in het door de Inspecteur overgelegde taxatierapport vermelde waardevaststelling voor de grond, neerkomende op € 10 per m2. De enkele omstandigheid dat bij de onder 2.8 vermelde transactie € 25,90 per m2 is betaald - van welke transactie de Inspecteur ter zitting overigens heeft verklaard dat hij deze eveneens ter discussie zal stellen -, brengt het Hof niet tot een ander oordeel. De koopsom heeft voor een gedeelte van € 80.000 betrekking op de ondergrond en erf. </para>
    <para />
    <para>4.10 Het gelijk is aan de zijde van de Inspecteur. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de Rechtbank moet worden bevestigd. </para>
    <para />
    <para>5. Griffierecht</para>
    <para />
    <para>De uitspraak van de Rechtbank moet worden bevestigd. Het Hof acht geen redenen aanwezig om te gelasten dat de Staat aan belanghebbende het door hem betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoedt.  </para>
    <para />
    <para>6. Proceskosten</para>
    <para />
    <para>Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. </para>
    <para />
    <para>7. Beslissing</para>
    <para />
    <para>Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Aldus gedaan op 5 november 2010 door J.W.J Huige, voorzitter, P.A.M. Pijnenburg en J.A. Meijer, in tegenwoordigheid van A.A. van Wendel de Joode, griffier. De beslissing is op die datum ter openbare zitting uitgesproken en afschriften van de uitspraak zijn op die datum aangetekend aan partijen verzonden.   </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Het aanwenden van een rechtsmiddel</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarbij moet het volgende in acht worden genomen.</para>
      <para>1. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.</para>
      <para>2. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</para>
      <para>a) de naam en het adres van de indiener;</para>
      <para>b) een dagtekening;</para>
      <para>c) een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;</para>
      <para>d) de gronden van het beroep in cassatie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.</para>
    <para />
    <para>In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>