<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2009:BH4245</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-26T07:07:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BH4245</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-02-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HV 200.015.611</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2009:BH4245">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2009:BH4245</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T04:14:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2009-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2009:BH4245 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 26-02-2009 / HV 200.015.611</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2009:BH4245:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrouw in incidenteel appel niet-ontvankelijk in haar beroep tegen de echtscheiding nu er sedert het uitspreken van de echtscheiding meer dan drie maanden zijn verstreken en de man in principaal appel (alleen) van een nevenvoorziening in beroep is gekomen (art.820 lid 4 Rv).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2009:BH4245:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>ER</para>
      <para>26 februari 2009</para>
      <para>Sector civiel recht</para>
      <para>Zaaknummer HV 200.015.611/01</para>
      <para>Zaaknummer eerste aanleg 176548 FA RK 07-2697</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH</para>
      <para>Beschikking</para>
    </parablock>
    <para>		</para>
    <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[X.]</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>appellant in principaal appel,</para>
      <para>geïntimeerde in incidenteel appel,</para>
      <para>de man,</para>
      <para>advocaat: K.T.J.M. Pijls-olde Scheper,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Y.], </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>geïntimeerde in principaal appel,</para>
      <para>appellante in incidenteel appel,</para>
      <para>de vrouw,</para>
      <para>advocaat: H.L.A.M. Swagemakers.</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>1. Het geding in eerste aanleg</para>
    <para />
    <para>Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Breda van 14 juli 2008, waarvan de inhoud bij partijen bekend is.</para>
    <para />
    <para>2. Het geding in hoger beroep</para>
    <para />
    <para>2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 10 oktober 2008, heeft de man verzocht de bestreden beschikking voor wat betreft de door de rechtbank vastgestelde behoefte van de vrouw te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat de huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw wordt vastgesteld op een bedrag van € 3.859,00 netto dan wel een dusdanig verminderd bedrag als het hof juist acht, te bepalen dat de aanvullende behoefte met ingang van datum beroepschrift nader wordt vastgesteld op nihil en te bepalen dat de bijdrage die de man dient te voldoen in het levensonderhoud van de vrouw nader wordt vastgesteld op nihil, dan wel een bedrag van € 353,00 per maand, met ingang van de datum waarop de echtscheiding zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2. De vrouw heeft een verweerschrift ingediend, welk verweerschrift is ingekomen ter griffie op 5 januari 2009.  </para>
      <para>Tevens heeft de vrouw hierbij incidenteel beroep ingesteld en daarin verzocht de bestreden beschikking te vernietigen voor wat betreft de uitgesproken echtscheiding, alsmede de veroordeling van de man te voldoen aan de vrouw een bedrag van </para>
      <para>€ 5.080,00 per maand en, opnieuw rechtdoende, alles onder verbetering van gronden, alsnog te bepalen dat de man aan de vrouw bij vooruitbetaling dient te voldoen een bedrag van € 1.800,00 (bedoeld lijkt te zijn: </para>
      <para>€ 18.000,00), althans € 13.216,20 per maand ten titel van levensonderhoud vanaf de dag dat de echtscheidingsbeschikking zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.3. Bij brief van 8 januari 2009 heeft de man gereageerd op het incidenteel appel van de vrouw tegen het uitspreken van de echtscheiding. De man heeft daarbij het hof verzocht de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar appel tegen de echt- scheiding. Bij deze brief heeft de man het hof tevens verzocht op de kortst mogelijke termijn een mondelinge behandeling te bepalen met betrekking tot het incidenteel appel van de vrouw tegen het uitspreken van de echtscheiding. Het hof heeft dit verzoek van de man ingewilligd. In het navolgende zal het hof derhalve alleen het incidenteel appel tegen het uitspreken van de echtscheiding behandelen (grief 1 van de vrouw in incidenteel appel).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:</para>
      <para>- de producties, overlegd bij het beroepschrift;</para>
      <para>- de productie, overgelegd bij het verweerschrift;</para>
      <para>- het proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg op 23 april 2008;</para>
      <para>- de beschikking inzake voorlopige voorzieningen van de rechtbank Breda van 28 augustus 2008.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.5. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 januari 2009. Bij die gelegenheid zijn gehoord:</para>
      <para>- de man, bijgestaan door mr. A.M.C.J. Dekkers-de Jong;</para>
      <para>- de advocaat van de vrouw.</para>
      <para>De vrouw is, alhoewel behoorlijk daartoe opgeroepen, niet ter zitting verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.6. Bij beschikking van 18 december 2008 heeft dit hof op verzoek van de man de tenuitvoerlegging van de op 14 juli 2008 door de rechtbank Breda gegeven beschikking geschorst, doch uitsluitend ten aanzien van de uitkering tot levensonderhoud van de vrouw, en wel totdat de beschikking van het hof in de hoofdzaak voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden.</para>
    <para />
    <para>3. De gronden van het hoger beroep in incidenteel appel</para>
    <para />
    <para>Het hof verwijst naar de inhoud van het verweerschrift, tevens houdende incidenteel beroep. </para>
    <para />
    <para>4. De beoordeling in incidenteel appel</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.1. Partijen zijn op 21 november 1984 met elkaar gehuwd. </para>
      <para>Bij de bestreden beschikking is tussen partijen, voor zover thans van belang, de echtscheiding uitgesproken. De vrouw heeft tegen het uitspreken van de echtscheiding incidenteel appel ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.2. Hoewel beide partijen het huwelijk duurzaam ontwricht achten, heeft de vrouw bezwaar tegen een echtscheiding thans, zonder dat de vermogensrechtelijke gevolgen daarvan ook maar enigszins geregeld zijn. De vrouw wijst erop dat er een beschikking voorlopige voorzieningen is gegeven. Een en ander geldt volgens de vrouw temeer nu de man beoogt, mede door zijn hoger beroep voor wat betreft de vaststelling van de door hem verschuldigde uitkering levensonderhoud, te bewerkstelligen dat er een soort verrekening komt indien en voor zover de uitspraak van het hof gunstiger is voor hem en bovendien zou teruggrijpen naar een eerder tijdstip dan de datum van de beschikking. Hoewel de vrouw van mening is dat het veeleer in de rede ligt dat het hof een hogere uitkering voor haar levensonderhoud zal vaststellen dan de rechtbank heeft gedaan in de beschikking voorlopige voorzieningen, stelt de vrouw recht en belang te hebben bij rust op dit front. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.3. De man maakt nadrukkelijk bezwaar tegen het feit dat de vrouw in incidenteel appel komt van de echtscheiding zelf. De man stelt dat de vermogensrechtelijke afwikkeling niets van doen heeft met de echtscheiding. De verrekening van de vermogensrechtelijke afwikkeling heeft betrekking op de periode tot het moment waarop de man het verzoekschrift tot echtscheiding heeft ingediend, nu partijen op huwelijkse voorwaarden gehuwd zijn, en daarmee de verrekenperiode vaststaat.</para>
      <para>Terzake van de alimentatieverplichting ten behoeve van de vrouw stelt de man dat, nu de uitvoerbaarverklaring bij voorraad hiervan is geschorst bij beschikking van dit hof van 18 december 2008 tot het moment dat het hof een definitieve beslissing heeft genomen in het kader van de partneralimentatie, de man gehouden is de alimentatie zoals vastgesteld bij de beschikking voorlopige voorzieningen te blijven voldoen.</para>
      <para>De man stelt onredelijk te worden benadeeld door het hoger beroep tegen de echtscheiding, omdat de alimentatieduur daarmee doorloopt, alsmede de periode waarover de pensioenrechten verevend dienen te worden.</para>
      <para>Nu de vrouw zelf ook erkent dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en zij volgens de man op generlei wijze benadeeld wordt, is de man van mening dat de vrouw niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in haar appel met betrekking tot de echtscheiding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.4. Het hof overweegt als volgt. </para>
    <para />
    <para>4.4.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 820 lid 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan, indien een echtgenoot slechts hoger beroep heeft ingesteld tegen een beslissing omtrent een nevenvoorziening, zoals in casu de man heeft gedaan tegen de beslissing omtrent de partneralimentatie, de andere echtgenoot na het verstrijken van de voor het instellen van het desbetreffende rechtsmiddel geldende termijn geen beroep meer instellen tegen de uitspraak voor zover daarbij een verzoek tot echtscheiding is toegewezen. </para>
    <para />
    <para>4.4.2. Nu sedert het uitspreken van de echtscheiding (14 juli 2008) meer dan drie maanden zijn verstreken alvorens de vrouw hiervan in incidenteel appel is gekomen (5 januari 2009), en de man in principaal appel alleen van een nevenvoorziening in beroep is gekomen, is de vrouw reeds om die reden niet-ontvankelijk in haar incidenteel appel tegen het uitspreken van de echtscheiding. </para>
    <para />
    <para>4.4.3. Het hof verklaart de vrouw derhalve niet-ontvankelijk in haar incidenteel appel tegen het uitspreken van de echtscheiding, en houdt iedere verdere beslissing aan tot een nader te bepalen datum. </para>
    <para />
    <para>5. De beslissing</para>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>op het incidenteel appel:</para>
    <para />
    <para>verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar incidenteel appel tegen de beschikking van de rechtbank Breda van 14 juli 2008, voor zover de rechtbank daarbij de echtscheiding heeft uitgesproken; </para>
    <para />
    <para>op het principaal en incidenteel appel:</para>
    <para />
    <para>houdt iedere verdere beslissing aan tot een nader te bepalen datum. </para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. Everaars-Katerberg, Smeenk-van der Weijden en Raab, en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2009.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>