<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2007:BB2820</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-13T08:34:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:GHSHE:2007:900</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BB2820</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2007-08-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C0600217</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2007:BB2820">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2007:BB2820</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T01:49:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2007-09-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2007:BB2820 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 28-08-2007 / C0600217</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2007:BB2820:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof stelt vast dat de door [appellant] in dit geding ingestelde vordering een zaak in eerste aanleg betreft, waarvan de rechtbank en niet het hof bevoegd is kennis te nemen (artikel 42 en 60 Wet RO). Anders dan [appellant] kennelijk veronderstelt, is de onderhavige procedure geen "incident" in de "hoofdzaak" onder rolnummer C0501226, maar een zelfstandig aanhangig gemaakte (vrijwarings-) procedure. Dit betekent dat het hof zich onbevoegd dient te verklaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2007:BB2820:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>typ. MT</para>
      <para>rolnr. C0600217/HE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,</para>
      <para>sector civiel recht,</para>
      <para>vierde kamer, van 28 augustus 2007,</para>
      <para>gewezen in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[APPELLANT],</para>
      <para>wonende te [plaats],</para>
      <para>eiser bij exploot van dagvaarding van 6 februari 2006,</para>
      <para>procureur: mr. J.J.M. Cliteur,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[GEÏNTIMEERDE],</para>
      <para>wonende te [plaats],</para>
      <para>gedaagde bij gemeld exploot,</para>
      <para>procureur: niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen zullen hierna worden aangeduid als [appellant] en [geïntimeerde].</para>
    <para />
    <para>1. Het verloop van het geding</para>
    <para />
    <para>1.1. Tegen de niet verschenen [geïntimeerde] is verstek verleend.</para>
    <para />
    <para>1.2. [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank      's-Hertogenbosch onder rolnummer 114488/HA ZA 04-1827 gewezen vonnis van 8 juni 2005 tussen onder meer [appellant] als gedaagde sub 2 en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Essent Netwerk B.V. (hierna: Essent) als eiseres. In die zaak, met rolnummer C0501226, heeft [appellant] een memorie van grieven genomen.</para>
    <para />
    <para>1.3. Bij voormelde memorie van grieven heeft [appellant], voor zover thans van belang, in de zaak met rolnummer C0501226 primair geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 8 juni 2005 en tot alsnog afwijzing van de vordering van Essent, met veroordeling van Essent in de proceskosten in beide instanties.</para>
    <para />
    <para>1.4. In de onderhavige zaak met rolnummer C0600217 heeft [appellant] een memorie van grieven genomen met dezelfde inhoud en conclusie als in de zaak met rolnummer C0501226. </para>
    <para />
    <para>1.5. [appellant] heeft vervolgens de gedingstukken aan het hof overgelegd en uitspraak gevraagd. </para>
    <para />
    <para>2. De beoordeling</para>
    <para />
    <para>2.1. [appellant] heeft gevorderd dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, zo mogelijk gelijktijdig met het arrest in de hoofdzaak, aanhangig onder zaaknummer C0501226, [geïntimeerde] veroordeelt om aan [appellant] te betalen datgene waartoe [appellant] als gedaagde in eerste aanleg jegens Essent als eiseres in eerste aanleg mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de kostenveroordeling, met veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van de proceskosten van het geding in vrijwaring.</para>
    <para />
    <para>2.2. Het hof stelt vast dat de door [appellant] in dit geding ingestelde vordering een zaak in eerste aanleg betreft, waarvan de rechtbank en niet het hof bevoegd is kennis te nemen (artikel 42 en 60 Wet RO). Anders dan [appellant] kennelijk veronderstelt, is de onderhavige procedure geen "incident" in de "hoofdzaak" onder rolnummer C0501226, maar een zelfstandig aanhangig gemaakte (vrijwarings-) procedure.</para>
    <para />
    <para>2.3. Dit betekent dat het hof zich onbevoegd dient te verklaren.</para>
    <para />
    <para>2.4. Uit het vorenstaande volgt dat [appellant] als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld dient te worden in de proceskosten aan de zijde van [geïntimeerde]. Het hof stelt deze kosten vast op nihil.</para>
    <para />
    <para>3. De uitspraak</para>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>I. verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vordering van [appellant];</para>
    <para />
    <para>II. veroordeelt [appellant] in de proceskosten aan de zijde van [geïntimeerde], welke kosten tot de dag van deze uitspraak worden begroot op nihil.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door mrs. Bod, De Groot-Van Dijken en Hofkes en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 28 augustus 2007.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>