<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ7647</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T12:53:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AZ7647</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2006-11-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C200500501</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=237&amp;g=2006-11-07">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 237</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=239&amp;g=2006-11-07">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 239</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ7647">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ7647</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T01:01:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2007-02-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ7647 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 07-11-2006 / C200500501</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ7647:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Appellant trekt vorderingen in hoger beroep in na de memorie van grieven en de memorie van antwoord. Geintimeerde vraagt arrest omdat appellant de proceskosten niet wil vergoeden.</para>
        <para>Volgt veroordeling tot betaling proceskosten in hoger beroep aan de zijde van geintimeerde.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2006:AZ7647:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>C0500501/HE</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,</para>
      <para>achtste kamer, van 7 november 2006,</para>
      <para>gewezen in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[X.],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>appellant bij exploot van dagvaarding</para>
      <para>van 29 maart 2005,</para>
      <para>procureur: mr. J. de Haan,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Y.],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>geïntimeerde bij gemeld exploot, </para>
      <para>procureur: mr. B.Th.H. Boomsma,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van de door de rechtbank ’s-Hertogenbosch, sector kanton, locatie ‘s-Hertogenbosch gewezen vonnissen van 7 september 2000, 18 november 2004 en 10 februari 2005 tussen appellant - [X.] - als gedaagde en geïntimeerde – [Y.] - als eiser.</para>
    <para />
    <para>Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 162071, rolnr. 5828/99) </para>
    <para />
    <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.</para>
    <para />
    <para>2. Het geding in hoger beroep</para>
    <para />
    <para>2.1. Bij memorie van grieven heeft [X.] 20 grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van de vonnissen waarvan beroep en, kort gezegd, tot het niet-ontvankelijk verklaren van [Y.] in zijn vordering, althans tot het ontzeggen van die vordering, met diens veroordeling in de proceskosten van beide instanties.</para>
    <para />
    <para>2.2. Bij memorie van antwoord heeft [Y.] onder aanvulling van de grondslag van zijn vordering de grieven bestreden en geconcludeerd tot het in stand laten van de bestreden vonnissen, met veroordeling van [X.] in de kosten van de procedure in beide instanties.</para>
    <para />
    <para>2.3. Na bezwaar van [X.] tegen de aanvulling van de grondslag van de vordering heeft de rolraadsheer van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch bij beslissing van 25 oktober 2005 het bezwaar van [X.] tegen de vermeerdering van eis ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.4. Vervolgens heeft [X.] bij akte vermindering van eis zijn vordering tot vernietiging van de vonnissen waartegen beroep ingetrokken en verzocht om [Y.] te veroordelen in de proceskosten in hoger beroep.</para>
      <para>Bij antwoordakte heeft [Y.] gesteld dat [X.] in zijn appel niet ontvankelijk dient te worden verklaard, met zijn veroordeling in de proceskosten in hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.5. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.</para>
    <para />
    <para>3. De gronden van het hoger beroep</para>
    <para />
    <para>Nu [X.] te kennen heeft gegeven de vordering in hoger beroep in te trekken zijn ook de in de memorie van grieven aangevoerde gronden niet meer relevant.</para>
    <para />
    <para>4. De beoordeling</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.1. Bij akte heeft [X.] te kennen gegeven dat hij zijn appel wil intrekken en dat hij de vordering tot vernietiging van de vonnissen waartegen beroep intrekt.</para>
      <para>Op deze vordering behoeft derhalve niet meer te worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2. [X.] heeft zijn vordering tot veroordeling van [Y.] in de kosten van het hoger beroep gehandhaafd.</para>
      <para>Hij stelt daartoe dat hij nooit in hoger beroep zou zijn gegaan indien [Y.] in deze procedure eerder onrechtmatige daad aan zijn vordering ten grondslag zou hebben gelegd. Hij meent dat [Y.] derhalve in de kosten van het hoger beroep dient te worden veroordeeld.</para>
      <para>[Y.] heeft zich daartegen verweerd en heeft aangevoerd dat [X.] geen belang meer heeft bij zijn hoger beroep en veroordeeld dient te worden in de proceskosten in hoger beroep.</para>
      <para>Hij had ook willen meewerken aan royement, indien de wederpartij de proceskosten in hoger beroep voor zijn rekening zou nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.3. Nu [X.] hoger beroep heeft ingesteld en na de genomen memorie van grieven en de memorie van antwoord zijn vordering tot vernietiging van de vonnissen waarvan beroep heeft ingetrokken, dient [X.] als de in het ongelijk gestelde partij te worden aangemerkt en te worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep.</para>
      <para>5. De uitspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>verstaat dat [X.] zijn vordering in hoger beroep heeft ingetrokken;</para>
    <para />
    <para>veroordeelt [X.] in de proceskosten in hoger beroep, aan de zijde van [Y.] tot op heden begroot op € 244,-- wegens verschotten en op € 894,-- wegen salaris procureur.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door mrs. Koster-Vaags, Waaijers, Slootweg en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 7 november 2006.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>