<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2005:AU4179</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T08:42:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AU4179</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2005-08-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C0401761-HE</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2005:AU4179">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2005:AU4179</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T22:44:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2005-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2005:AU4179 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 02-08-2005 / C0401761-HE</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2005:AU4179:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incident tot voeging. [Verzoekster in het incident] heeft aan haar incidentele vordering tot voeging ten grondslag gelegd dat bedoelde overeenkomst tussen (thans) Dexia en [appellant] een huurkoopovereenkomst is, een species van een overeenkomst van koop op afbetaling, waarvoor [appellant] ingevolge artikel 1:88 lid 1 sub d BW de toestemming van zijn echtgenote [verzoekster in het incident] behoefde. [Verzoekster in het incident] heeft die toestemming echter niet verleend, en zij wil zich daarom in de hoofdzaak voegen aan de zijde van [appellant] zodat zij in rechte bij wege van verweer ex artikel 3:51 lid 3 BW een beroep kan doen op voormelde vernietigingsgrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2005:AU4179:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>typ. JD</para>
      <para>rolnr. C0401761/HE</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,</para>
      <para>eerste kamer, van 2 augustus 2005,</para>
      <para>gewezen in het incident tot voeging inzake:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[VERZOEKSTER IN HET INCIDENT],</para>
      <para>wonende te [Woonplaats], </para>
      <para>verzoekster in het incident,</para>
      <para>procureur: mr. I.D.A. Welles,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>	in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[APPELLANT],</para>
      <para>wonende te [Woonplaats],</para>
      <para>appellant in de hoofdzaak bij exploot van dagvaarding van 20 december 2004,</para>
      <para>verweerder in het incident,</para>
      <para>procureur: I.D.A. Welles,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>geïntimeerde bij gemeld exploot,	</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>procureur: mr. J.E. Lenglet,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van het door de rechtbank 's-Hertogenbosch, sector kanton, locatie 's-Hertogenbosch gewezen vonnis van 4 november 2004 tussen appellant - [appellant] - als gedaagde en geïntimeerde - Dexia - als eiseres.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in eerste aanleg (rolnr. 4664-04 en zaaknr. 350553) </para>
    <para />
    <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.</para>
    <para>				</para>
    <para>2. Het geding in hoger beroep</para>
    <para />
    <para>2.1. Tegelijk met het nemen van een memorie van grieven door [appellant] in de hoofdzaak, heeft verzoekster in het incident - [verzoekster in het incident] - een incidentele memorie tot voeging genomen en gevorderd dat het hof haar in de hoofdzaak zal toelaten als gevoegde partij aan de zijde van [appellant].</para>
    <para />
    <para>2.2. Vervolgens heeft Dexia een memorie van antwoord in het incident genomen en zich daarin uiteindelijk gerefereerd aan het oordeel van het hof.</para>
    <para />
    <para>2.3. [Appellant] heeft niet geantwoord in het incident, hoewel hij daartoe wel in de gelegenheid is gesteld door het hof.</para>
    <para />
    <para>2.4. Tenslotte hebben partijen de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd in het incident.</para>
    <para />
    <para>3. De beoordeling van de incidentele vordering</para>
    <para />
    <para>3.1. In de hoofdzaak heeft Dexia gevorderd dat [appellant] een geldbedrag aan haar zal betalen, zulks uit hoofde van een aandelenlease-overeenkomst welke op of omstreeks 13 december 1999 tussen [appellant] en de rechtsvoorgangster van Dexia is gesloten.</para>
    <para />
    <para>3.2. Bij het vonnis waarvan beroep heeft de kantonrechter de vordering van Dexia grotendeels toegewezen.</para>
    <para />
    <para>3.3. [Verzoekster in het incident] heeft aan haar incidentele vordering tot voeging ten grondslag gelegd dat bedoelde overeenkomst tussen (thans) Dexia en [appellant] een huurkoopovereenkomst is, een species van een overeenkomst van koop op afbetaling, waarvoor [appellant] ingevolge artikel 1:88 lid 1 sub d BW de toestemming van zijn echtgenote [verzoekster in het incident] behoefde. [Verzoekster in het incident] heeft die toestemming echter niet verleend, en zij wil zich daarom in de hoofdzaak voegen aan de zijde van [appellant] zodat zij in rechte bij wege van verweer ex artikel 3:51 lid 3 BW een beroep kan doen op voormelde vernietigingsgrond.</para>
    <para />
    <para>3.4. Naar het oordeel van het hof brengt het voorgaande mee dat [verzoekster in het incident] een belang in de zin van artikel 217 Rv heeft om zich in de hoofdzaak te voegen aan de zijde van [appellant].</para>
    <para />
    <para>3.5. Nu [verzoekster in het incident] de incidentele vordering tot voeging voorts tijdig heeft ingesteld gelet op artikel 353 lid 1 jo. 218 Rv, zal het hof deze vordering toewijzen.</para>
    <para />
    <para>3.6. Het hof zal de beslissing over de kosten van dit incident aanhouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.</para>
    <para />
    <para>4. De uitspraak</para>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>in het incident:</para>
    <para />
    <para>laat [verzoekster in het incident] toe zich in het geding tussen [appellant] en Dexia te voegen aan de zijde van [appellant];</para>
    <para />
    <para>reserveert de kosten van dit incident tot het eindarrest in de hoofdzaak;</para>
    <para />
    <para>in de hoofdzaak:</para>
    <para />
    <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van dit hof van 13 september 2005 voor memorie van grieven aan de zijde van [verzoekster in het incident].</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door mrs. Feith, Hendriks-Jansen en Fikkers en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 2 augustus 2005.</para>
    <para />
    <para />
    <para>	griffier				rolraadsheer</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>