<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2000:AA9599</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T15:33:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA9599</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-01-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C9800028/RO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2000:AA9599">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2000:AA9599</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:19:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2000:AA9599 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 18-01-2000 / C9800028/RO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2000:AA9599:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2000:AA9599:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Typ. JZ</para>
      <para>Rolnr. C9800028/RO</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE ’s-HERTOGENBOSCH,</para>
      <para>Vierde kamer, van 18 januari 2001,</para>
      <para>gewezen in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[APPELLANT],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>principaal appellant,</para>
      <para>incidenteel geïntimeerde,</para>
      <para>procureur: mr. L.R.G.M. Spronken,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n :</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[GEÏNTIMEERDE],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>principaal geïntimeerde,</para>
      <para>incidenteel appellant,</para>
      <para>procureur: mr. J.E. Lenglet,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>als vervolg op het tussenarrest in deze zaak van 18 juli 2000.</para>
    <para />
    <para />
    <para>In principaal en incidenteel appel:</para>
    <para />
    <para>6. 	Het arrest van 18 juli 2000</para>
    <para />
    <para>Bij dit arrest, waarbij het hof volhardt, werd aan [appellant] in principaal appel bewijs opgedragen dat de overeenkomst tussen partijen d.d. 6 mei 1996 onder de door hem gestelde opschortende voorwaarden is aangegaan. Iedere verdere beslissing in principaal en incidenteel appel werd aangehouden.  </para>
    <para />
    <para>7. 	Het verdere verloop van de procedure</para>
    <para />
    <para>[appellant] heeft op 3 oktober 2000 vier getuigen doen horen. Het proces-verbaal van getuigenverhoor bevindt zich bij de stukken. [geïntimeerde] heeft geen gebruik gemaakt van het recht op tegengetuigenverhoor. </para>
    <para />
    <para>Partijen hebben nadien hun procesdossiers overgelegd en uitspraak gevraagd.</para>
    <para />
    <para>8. 	De verdere beoordeling</para>
    <para />
    <para>In principaal appel:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>8.1. Het hof is van oordeel, dat [appellant] in het hem opgedragen bewijs is geslaagd. </para>
      <para>Dit volgt met name uit de verklaring van [getuige 1], die als financieel adviseur voor [appellant] is opgetreden in verband met de voorgenomen overname door laatstgenoem-de van [horecagelegenheid]. Uit deze verklaring blijkt, dat tijdens vier vóór 6 mei 1996 gevoerde gesprekken, waarbij [geïntimeerde] telkens aanwezig was, onder meer de volgende voorwaarden zijn besproken:</para>
      <para>- [geïntimeerde] moest zorgen voor een verklaring dat hij de zaak overdroeg vrij van schulden, lasten en beslagen;</para>
      <para>- [geïntimeerde] moest ervoor zorgen dat de huur van het pand aan [appellant] werd overgedragen en er moest een regeling worden getroffen voor de huurachterstand van [geïntimeerde];</para>
      <para>- [geïntimeerde] moest bescheiden overleggen in verband met de overname van lopende zaken, zoals BUMA/STEMRA, lichtre-cla-me en legeskosten;</para>
      <para>- [geïntimeerde] diende de contracten af te geven in verband met de eventuele overname door [appellant] van de drankaf-na-meverplichtingen.</para>
      <para>Voorts blijkt uit deze verklaring, dat [geïntimeerde] deze voorwaarden niet is nagekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De verklaring van [getuige 2] is in lijn met de verklaring van [getuige 1]. [getuige 2] is, nog voordat de gesprekken met [getuige 1] plaatsvonden, bij een gesprek over de overname van het café aanwezig geweest. Tijdens het gesprek in maart 1996, waarbij [appellant], [geïntimeerde] en een vriend van [geïntimeerde] aanwezig waren en waarbij [getuige 2] als tolk is opgetreden, is gesproken over contracten die [geïntimeerde] moest opzoeken in verband met mogelijke overname van bijvoorbeeld de gokkast, de muziekinstallatie en het biercontract. </para>
    <para />
    <para>De verklaring van [getuige 1] wordt voorts geschraagd door de partijverklaring van [appellant], die onder meer heeft verklaard, dat tijdens ieder van de drie gesprek-ken, waarvan het laatste gesprek in aanwezigheid van [getuige 1], erop is aangedrongen dat de zaken goed geregeld moesten worden door [geïntimeerde], omdat de overname anders niet doorging. Dit laatste geeft de voorwaarden het opschortende karakter. Overigens is door [geïntimeerde] ook niet, althans onvoldoende betwist, dat de door [appellant] gestelde voorwaarden als opschortende voorwaarden zijn te beschouwen. </para>
    <para />
    <para>Voornoemde getuigenverklaringen zijn niet door [geïntimeerde] weerlegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>8.2. Het vorenoverwogene betekent, dat grief 1 slaagt voorzover deze inhoudt dat de rechtbank de bewijsopdracht te beperkt heeft geformuleerd, dat grief 3 eveneens slaagt en dat de vonnissen waarvan beroep vernietigd moeten worden. </para>
      <para>Bewezen is, dat de overeenkomst tussen [appellant] en [geïntimeerde] is gesloten onder opschortende voorwaarden, die door [geïntimeerde] moesten worden vervuld, maar niet zijn vervuld. Voor zover [geïntimeerde] heeft gesteld dat de voor-waar-den wel zijn vervuld gaat het hof daaraan voorbij. Hetgeen [geïntimeerde] dienaangaande bij memorie van grieven heeft gesteld, te weten dat de brouwerij [appellant] reeds goedgekeurd had, dat de drankenhandel ook bij de bespre-kingen was betrokken en dat daarmee afspraken waren gemaakt, levert onvoldoende grond op om de hierboven vermelde opschortende voorwaarden vervuld te achten. </para>
      <para>Dit betekent, dat de werking van de verbintenis tot nakoming niet is aangevangen, zodat door [geïntimeerde] geen nakoming kan worden gevorderd. Het alsnog vervullen van de voorwaarden is niet (meer) aan de orde, nu als onvol-doende gemotiveerd betwist vaststaat dat het café sedert begin 1998 wordt geëxploiteerd door een derde.</para>
      <para>De vorderingen van [geïntimeerde] moeten dan ook alsnog afgewe-zen worden, inclusief die met betrekking tot de buitenge-rechtelijke incassokosten. </para>
      <para>De grieven 4 en 5 behoeven geen bespreking meer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>In incidenteel appel:</para>
    <para />
    <para>8.3. Het hof verwijst naar hetgeen in 4.7. van het tussen-arrest van 18 juli 2000 is overwogen.</para>
    <para />
    <para>In principaal en incidenteel appel:</para>
    <para />
    <para>8.4. [geïntimeerde] dient als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van de eerste aanleg en die van het hoger beroep in principaal en incidenteel appel veroordeeld te worden.  </para>
    <para />
    <para>9. 	De uitspraak:</para>
    <para />
    <para>In principaal appel:</para>
    <para />
    <para>vernietigt de tussen partijen gewezen vonnissen van de rechtbank te [woonplaats] van 28 januari 1997 en 21 augustus 1997;</para>
    <para />
    <para>opnieuw rechtdoende:</para>
    <para />
    <para>wijst de vorderingen van [geïntimeerde] af;</para>
    <para />
    <para>in principaal en incidenteel appel:</para>
    <para />
    <para>veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten in eerste aanleg, aan de zijde van [appellant] begroot op f 1.490,= aan verschotten en f 3.640,= aan salaris procureur, een en ander op de voet van art. 57b Rv. te voldoen aan de griffier van de rechtbank te [woonplaats];</para>
    <para />
    <para>veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van het hoger beroep, aan de zijde van [appellant] begroot op resp. f 1.738,93 aan verschotten en f 8.800,= aan salaris procureur in het principaal appel en f 1.100,= aan salaris procureur in het incidenteel appel, een en ander op de voet van art. 57b Rv. te voldoen aan de griffier van dit hof.</para>
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mrs. De Kok, Smeenk-Van der Weijden en Van Griensven en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 18 januari 2001.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>