<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSGR:2012:BY5766</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-06-03T18:34:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY5766</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-11-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.098.197-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2012:BY5766">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2012:BY5766</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:15:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSGR:2012:BY5766 Gerechtshof 's-Gravenhage , 14-11-2012 / 200.098.197-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSGR:2012:BY5766:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voortzetting na tussenbeschikking. Gezamenlijk gezag. De ouders hebben baat bij de door Jeugdzorg ingezette begeleiding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSGR:2012:BY5766:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE</para>
      <para>Sector Civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak 		: 14 november 2012</para>
      <para>Zaaknummer		: 200.098.197/01</para>
      <para>Rekestnr. rechtbank	: F2 RK 11-92</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>[appellant],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoekster in hoger beroep, </para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat mr. W.J.J. Trooster te Vlaardingen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[geïntimeerde],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verweerder in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>advocaat voorheen mr. drs. M.T. Dijkstra te Vlaardingen, thans mr. C. van de Kuilen te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als degene wier verklaring in verband met de beoordeling van het verzoek van betekenis kan zijn, is aangemerkt: </para>
      <para>de Stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam, te Rotterdam, </para>
      <para>hierna te noemen: Jeugdzorg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In verband met het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: </para>
      <para>de raad voor de kinderbescherming te Rotterdam, </para>
      <para>hierna te noemen: de raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP</para>
    <para />
    <para>De moeder is op 2 december 2011 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 7 september 2011 van de rechtbank Rotterdam.</para>
    <para />
    <para>De vader heeft op 17 januari 2012 een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:</para>
      <para>van de zijde van de moeder:</para>
      <para>-	op 12 december 2011 een brief van 9 december 2011 met bijlagen;</para>
      <para>-	op 21 december 2011 een brief van diezelfde datum met bijlagen;</para>
      <para>-	op 23 januari 2012 een brief van 20 januari 2012 met bijlage;</para>
      <para>-	op 29 februari 2012 een brief van 28 februari 2012 met bijlage;</para>
      <para>van de zijde van Jeugdzorg:</para>
      <para>-	op 6 maart 2012 een faxbericht van diezelfde datum met bijlagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De raad heeft het hof op 17 februari 2012 bericht ter zitting aanwezig te zullen zijn.</para>
    <para />
    <para>De zaak is op 7 maart 2012 mondeling behandeld, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. De behandeling van de zaak is aangehouden om Jeugdzorg de gelegenheid te geven de noodzakelijke hulpverlening in te zetten en een verslag in te dienen over onder andere het verloop van de ondertoezichtstelling. Beide partijen hebben op dit verslag gereageerd. Het hof heeft besloten opnieuw een mondelinge behandeling te laten plaatsvinden. Partijen zijn daartoe opnieuw opgeroepen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het hof zijn de volgende stukken ingekomen:</para>
      <para>van de zijde van de moeder:</para>
      <para>-	op 9 augustus 2012 een brief van 8 augustus 2012;</para>
      <para>-	op 26 september 2012 een faxbericht van diezelfde datum met bijlagen;</para>
      <para>van de zijde van de vader:</para>
      <para>-	op 7 augustus 2012 een faxbericht van diezelfde datum; </para>
      <para>van de zijde van Jeugdzorg:</para>
      <para>-	op 30 juli 2012 een faxbericht van diezelfde datum met bijlagen, welk bericht tevens als brief, gedateerd 27 juli 2012 op 31 juli 2012 bij het hof is ingekomen. als brief met bijlage.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De raad heeft het hof op 11 september 2012 bericht ter zitting aanwezig te zullen zijn. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 10 oktober 2012 is de mondelinge behandeling voortgezet.</para>
      <para>Ter zitting waren aanwezig:</para>
      <para>- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;</para>
      <para>- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;</para>
      <para>- mevrouw S.J. van der Meer (gezinsvoogd) en mevrouw M.C. Kensenhuis namens Jeugdzorg;</para>
      <para>- mevrouw P. van Vessem namens de raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN</para>
    <para />
    <para>Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de beschikking van 13 mei 2011 van de rechtbank Rotterdam en de bestreden beschikking.</para>
    <para />
    <para>Bij de beschikking van 13 mei 2011 heeft de rechtbank de beslissing aangehouden in afwachting van het resultaat van een mediationtraject. </para>
    <para />
    <para>Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank - voor zover in hoger beroep van belang - het verzoek van de moeder om alleen met het gezag over de minderjarige [X], geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] (verder: de minderjarige), te worden belast, afgewezen. </para>
    <para />
    <para>Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.</para>
    <para />
    <para>De minderjarige is geboren uit de moeder. De vader heeft de minderjarige erkend. De ouders hebben gezamenlijk het gezag over de minderjarige. De minderjarige woont bij de moeder. </para>
    <para />
    <para />
    <para>BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP</para>
    <para />
    <para>1. In geschil is het gezag over de minderjarige.</para>
    <para />
    <para>2. De moeder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, het zelfstandig verzoek van de moeder toe te wijzen en haar te belasten met het eenhoofdig gezag over de minderjarige. </para>
    <para />
    <para>3. De vader bestrijdt het beroep en verzoekt het hof het hoger beroep van de moeder af te wijzen en te bepalen dat de bestreden beschikking ongewijzigd in stand blijft, opdat de vader samen met de moeder met het ouderlijk gezag over de minderjarige belast blijft. </para>
    <para />
    <para>4. De moeder stelt zich op het standpunt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het gezamenlijk gezag over de minderjarige in stand kan blijven, ondanks dat de minderjarige klem en verloren lijkt te raken in de strijd tussen de ouders. De moeder voert daartoe – kort samengevat – het volgende aan. De vader veroorzaakt onrust en zit te dicht op de huid van de moeder. De vader heeft meermalen geprobeerd het door partijen ondertekende ouderschapsplan te wijzigen. De vader bestookt de moeder dagelijks met telefoontjes en e-mails en allerlei aanwijzingen over de opvoeding van de minderjarige. Daarnaast controleert de vader de moeder dagelijks en zet hij instanties in om zaken gedaan te krijgen. De overeengekomen zorgregeling tussen partijen verloopt moeizaam en de vader handelt geregeld in strijd met die regeling.</para>
    <para />
    <para>5. De vader bestrijdt de aantijgingen van de moeder. De vader stelt dat de moeder het contact tussen hen beiden belemmert door niet of negatief op vragen en voorstellen van hem te reageren. De vader voelt zich niet geaccepteerd door de moeder als mede gezagouder. De vader verwacht dat de bemoeienis van Jeugdzorg meer duidelijkheid en rust zal geven. De vader meent dat de opstelling van de moeder schadelijk is voor de minderjarige. Het is in het belang van de minderjarige dat het gezamenlijk gezag gehandhaafd blijft, aldus de vader.</para>
    <para />
    <para>6. Jeugdzorg heeft ter zitting verklaard dat sinds augustus van dit jaar gezinsbegeleiding en hulpverlening is ingezet. Dat is nog te recent om conclusies te trekken. De ondertoezichtstelling is inmiddels wel verlengd, met instemming van de ouders, tot augustus 2013.</para>
    <para />
    <para>7. De raad heeft ter zitting verklaard dat de grote zorgen die de raad had over het loyaliteitsconflict waarin de minderjarige verkeerde op dit moment op de achtergrond zijn geraakt, nu de ouders onder begeleiding van Jeugdzorg aan het verbeteren van hun onderlinge verhouding werken. </para>
    <para />
    <para>8. Het hof overweegt als volgt. Beide ouders hebben ter zitting verklaard baat te hebben bij de begeleiding en hulpverlening door/via Jeugdzorg. Beide ouders hebben ter zitting verklaard dat de minderjarige sinds de bemoeienis van Jeugdzorg rustiger en vrijer is geworden. Uit het verhandelde ter zitting is het hof gebleken dat de eerder aanwezige risicofactoren zijn geluwd, omdat de thans ingezette hulpverlening en begeleiding weliswaar recent zijn, maar wel een positieve ontwikkeling hebben veroorzaakt in de situatie tussen de ouders. Gelet op het uitgangspunt van de wetgever dat ouders gezamenlijk het gezag over een minderjarige dienen te hebben, alsmede gelet op het belang van de minderjarige bij het feit dat zijn ouders als ouders met elkaar kunnen omgaan, acht het hof een gezagswijziging op dit moment niet geïndiceerd. Het hof acht het daarentegen van belang dat de door Jeugdzorg en de ouders ingezette lijn wordt gecontinueerd en dat de huidige positieve ontwikkelingen worden bestendigd.</para>
    <para />
    <para>9. Het voorgaande brengt mee dat het verzoek van de moeder zal worden afgewezen en de bestreden beschikking zal worden bekrachtigd. </para>
    <para />
    <para />
    <para>BESLISSING OP HET HOGER BEROEP</para>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;</para>
    <para />
    <para>wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Leuven, Van Nievelt en Stuurop, bijgestaan door mr. Wijkstra als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 november 2012.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>