<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2765</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-10T06:50:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BX2765</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-05-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.099.878-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PFR-Updates.nl 2012-0048</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2765">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2765</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T10:33:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2765 Gerechtshof 's-Gravenhage , 23-05-2012 / 200.099.878-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2765:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewindvoering en vergoeding van de verleende diensten. Uitleg van de "Aanbevelingen meerderjarigenbewind" van het LOVCK.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2765:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE</para>
      <para>Sector Civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak 			: 23 mei 2012</para>
      <para>Zaaknummer			: 200.099.878/01</para>
      <para>Rekestnummer rechtbank		: 11-81618</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Stichting [A], </para>
      <para>kantoorhoudende te [woonplaats],</para>
      <para>vertegenwoordigd door haar directeur </para>
      <para>[naam directeur],</para>
      <para>bewindvoerster ,</para>
      <para>verzoekster in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de bewindvoerster,</para>
      <para>advocaat mr. M. Shaaban te Zoetermeer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende is aangemerkt:</para>
      <para>[naam belanghebbende],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>hierna te noemen: de rechthebbende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP</para>
    <para />
    <para>De bewindvoerster is op 3 januari 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 7 oktober 2011 van de kantonrechter in de rechtbank ’s-Gravenhage (locatie Alphen aan de Rijn). </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:</para>
      <para>van de zijde van de bewindvoerster: op 17 april 2012 een faxbericht van diezelfde datum met bijlage.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is op 25 april 2012 mondeling behandeld.</para>
      <para>Ter zitting waren aanwezig:</para>
      <para>- [naam directeur] namens de bewindvoerster, bijgestaan door de advocaat van de bewindvoerster.</para>
      <para>De belanghebbende is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij de beschikking is het verzoek van de bewindvoerster - strekkende tot machtiging om een advocatenkantoor in te schakelen en tot machtiging voor een vergoeding aan de bewindvoerster ten laste van de rechthebbende voor het verrichten van extra werkzaamheden ad € 913,50 - afgewezen.  </para>
      <para>Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP</para>
    <para />
    <para>1. Ter zitting bij het hof heeft de advocaat van de bewindvoerster gesteld dat haar verzoek moet worden gelezen als zijnde ingediend namens de Stichting [A]. Het hof gaat hier dan ook van uit.</para>
    <para />
    <para>2. In geschil is de vergoeding aan de bewindvoerster ten laste van de rechthebbende voor het verrichten van extra werkzaamheden ad € 913,50. </para>
    <para />
    <para>3. De bewindvoerster verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, alsnog machtiging te verlenen voor de toekenning van een bedrag van € 913,50 aan de bewindvoerster ter zake van extra werkzaamheden, althans zodanig te beslissen als het hof in goede justitie juist acht. </para>
    <para />
    <para>4. De bewindvoerster stelt dat voor de rechthebbende extra werkzaamheden (huisbezoeken in verband met opnemen waterstanden, opvragen rekeningafschriften, aanvragen vergoeding bij de gemeente voor maaltijden, aanvragen bijzondere bijstand) moesten worden verricht die gerelateerd zijn aan haar specifieke persoonlijke situatie. De rechthebbende kampt met een licht verstandelijke beperking en een lichamelijke beperking. Volgens de bewindvoerster ontmoedigt de bestreden beschikking en de overweging dat meerwerk gecompenseerd wordt met minderwerk, iedere bewindvoerder tot het verrichten van extra werkzaamheden en/of het voeren van bewind over personen voor wie, in verband met hun persoonlijke omstandigheden, extra werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Gezien de omstandigheden van de rechthebbende en haar wens dat de huidige bewindvoerster de werkzaamheden ten behoeve van haar blijft verrichten, heeft zij er belang bij dat de extra vergoeding aan haar bewindvoerster wordt toegekend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. Het hof overweegt als volgt. Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting bij het hof is het hof van oordeel dat de door de bewindvoerster gestelde extra werkzaamheden niet voor vergoeding in aanmerking komen. Het hof heeft hierbij in aanmerking genomen dat – zoals de rechtbank reeds heeft overwogen en zoals ook opgenomen is in de “Aanbevelingen Meerderjarigenbewind van het LOVCK” – het systeem van de professionele bewindvoering uitgaat van de solidariteitsgedachte van een ‘onderlinge’, dat wil zeggen dat de eenvoudige bewinden mede de lasten dragen van ingewikkelde bewinden, zodat de bewindvoerster in casu de door haar gestelde extra werkzaamheden vergoed krijgt door de vergoeding die zij ontvangt voor een eenvoudig bewind.</para>
      <para>Voorts heeft het hof in aanmerking genomen dat de bewindvoerster heeft nagelaten om voor de extra werkzaamheden vooraf machtiging te vragen aan de kantonrechter. De bewindvoerster had derhalve eerder kunnen weten of zij een machtiging kreeg voor de door haar tot dan toe uitgevoerde werkzaamheden en zo ja ter hoogte van welk bedrag.</para>
      <para>Daarnaast is van belang dat uit de toelichting van de bewindvoerster op het overgelegde uurschrijfformulier is gebleken dat dit formulier achteraf is opgesteld, waarbij een schatting is gemaakt van de aan de werkzaamheden bestede tijd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Gelet op het voorgaande zal het hof het verzoek van de bewindvoerster afwijzen en de bestreden beschikking derhalve bekrachtigen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>BESLISSING OP HET HOGER BEROEP</para>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>bekrachtigt de bestreden beschikking;</para>
    <para />
    <para>wijst het in hoger beroep verzochte af.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. Husson, De Haan-Boerdijk en Burgerhart, bijgestaan door mr. Vergeer-van Zeggeren als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 mei 2012.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>