<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSGR:2012:BV2206</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-03T13:03:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:GHSGR:2012:109</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BV2206</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-01-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-000160-11</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2012:BV2206">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2012:BV2206</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:34:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSGR:2012:BV2206 Gerechtshof 's-Gravenhage , 10-01-2012 / 22-000160-11</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSGR:2012:BV2206:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het Hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep op verzoek van procureur-generaal.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSGR:2012:BV2206:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Rolnummer:		22-000160-11 </para>
      <para>Parketnummers:	09-607995-10, 09-637759-10 en </para>
      <para>15-700068-10 (TUL)</para>
      <para>Datum uitspraak:	10 januari 2012</para>
      <para>TEGENSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Gerechtshof te 's-Gravenhage</para>
      <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van </para>
      <para>30 december 2010 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[de verdachte],</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] (1981),</para>
      <para>[adres] </para>
      <para>thans uit anderen hoofde gedetineerd [...].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>De vordering van de advocaat-generaal</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 10 januari 2012 gevorderd dat de verdachte </para>
      <para>niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Procesgang</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte van het bij dagvaarding met [parketnummer] onder 1 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het bij dagvaarding met [parketnummer] onder 1 primair en 2 ten laste gelegde en het bij dagvaarding met [parketnummer] onder 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van voorarrest, alsmede tot een geldboete van € 200,-, subsidiair 4 dagen hechtenis. Voorts is een beslissing gegeven omtrent de vordering tot tenuitvoerlegging, als nader in het vonnis omschreven. </para>
      <para>Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Ontvankelijkheid van het hoger beroep</para>
    <para />
    <para>Blijkens het arrest van de Hoge Raad d.d. 22 december 2009, LJN-nummer BJ7810, dient de schriftelijke volmacht waarmee een advocaat een griffiemedewerker machtigt om namens de verdachte hoger beroep in te stellen, te voldoen aan de in artikel 450, derde lid van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) nader geformuleerde eisen. Dat betekent dat de schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om hoger beroep in te stellen moet inhouden:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. de verklaring van de advocaat dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep (artikel 450, eerste lid sub a Sv);</para>
      <para>2. de verklaring van de advocaat dat de verdachte instemt met het door de medewerker ter griffie aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep (artikel 450, derde lid Sv);</para>
      <para>3. het adres dat door de verdachte is opgegeven voor de toezending van het afschrift van de appeldagvaarding (artikel 450, derde lid Sv).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Artikel 450, derde lid Sv, houdt in dat slechts dan gevolg behoeft te worden gegeven aan een schriftelijke volmacht die aan een griffiemedewerker is verleend met het oog op het instellen van hoger beroep, indien de volmacht voldoet aan de wettelijke eisen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de bij de appelakte gevoegde volmacht d.d. </para>
      <para>10 januari 2011 van mr. P. Ruys, advocaat, is enkel vermeld "Bij deze machtig ik de griffier van de rechtbank Den Haag uitdrukkelijk om als gevolmachtigde de akte tot het instellen van hoger beroep op te maken tegen het vonnis van 30 december 2010 van de Politierechter (...)". De volmacht bevat geen verklaringen als hierboven onder 1 en 2 bedoeld. Evenmin bevat de volmacht een adres waarnaar een afschrift van de appeldagvaarding kan worden verzonden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Nu de genoemde machtiging niet voldoet aan de eisen gesteld in artikel 450 Sv, zoals hiervoor is vermeld, is het hoger beroep tegen het vonnis van 30 december 2010 niet geldig ingesteld. Gelet op het voorgaande zal het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. T.W.H.E. Schmitz, </para>
      <para>mr. W.J. van Boven en mr. C.M.P. Flint-van Noort, in bijzijn van de griffier mr. C.J.A. Sabatier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 10 januari 2012.</para>
    <para />
    <para>mr. C.M.P. Flint-van Noort is buiten staat dit arrest te ondertekenen.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>