<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSGR:2011:BU7160</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T14:14:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BU7160</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-11-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.089.076-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002747">Wet op de ondernemingsraden</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002747&amp;artikel=27">Wet op de ondernemingsraden 27</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002747&amp;artikel=36">Wet op de ondernemingsraden 36</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JIN 2012/2 met annotatie van S.F.H. Jellinghaus, K.M.J.R. Maessen</rdf:li>
          <rdf:li>JAR 2012/11</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2011-1015</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2011-1015</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2011:BU7160">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2011:BU7160</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:17:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-12-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSGR:2011:BU7160 Gerechtshof 's-Gravenhage , 29-11-2011 / 200.089.076-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSGR:2011:BU7160:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 36, lid 4 WOR (Wet op de ondernemingsraden) is van openbare orde. Op overschrijding van de in genoemde artikel gestelde termijn kan te allen tijde (in welke stand van een geding ook) een beroep worden gedaan. Het sauveren van de termijnoverschrijding</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSGR:2011:BU7160:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE</para>
      <para>Sector Civiel Recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Zaaknummer	: 200.089.076/01</para>
    <para />
    <para>Rolnummer Rechtbank	: 1166884 VZ VERZ 10-5214</para>
    <para />
    <para>Beschikking ex artikel 27, lid 4 Wet op de ondernemingsraden. </para>
    <para />
    <para>van 29 november 2011</para>
    <para />
    <para>inzake</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stena Line B.V.</para>
      <para>gevestigd te Hoek van Holland,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>hierna te noemen: Stena Line,</para>
      <para>advocaat: mr. H.B. Dekker te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Ondernemingsraad van Stena Line B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Hoek van Holland,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna te noemen: de OR,</para>
      <para>advocaat: mr. N. Ruiter te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Het geding</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Bij op 17 juni 2011 ter griffie binnengekomen beroepschrift  (met producties) met twee toegelichte grieven, is Stena Line in hoger beroep gekomen van de op 12 april 2011 door de rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Rotterdam  (hierna: de kantonrechter) tussen Stena Line als verzoekster en de OR als verweerder gewezen (eind)beschikking ex artikel 27, lid 4 Wet op de ondernemingsraden (hierna: WOR). De OR heeft geen verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden op 18 november 2011. Van die mondelinge behandeling is proces-verbaal opgemaakt.</para>
      <para>De uitspraak is (nader) bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Beoordeling van het hoger beroep</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. De volgende feiten liggen aan het verzoek om vervangende toestemming ten grondslag.</para>
      <para>- Stena Line verzorgt vanuit Hoek van Holland een aantal lijndiensten naar Engeland;</para>
      <para>- binnen Stena Line zijn drie verschillende arbeidsvoorwaardenpakketten van toepassing, </para>
      <para>   waaronder één voor het kantoorpersoneel; voor elke groep geldt ook een eigen </para>
      <para>   pensioenregeling; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>- Stena Line heeft sedert medio 2009 het voornemen de pensioenregeling voor het </para>
      <para>   kantoorpersoneel op twee onderdelen te wijzigen:</para>
      <para>onderdeel I wijzigen van de pensioenpremieverdeling voor het pensioen van het kantoorpersoneel in die zin dat het werknemersaandeel in de te betalen premie stapsgewijs wordt verhoogd van 5% naar 8% van de premiegrondslag;</para>
      <para>onderdeel II vastleggen dat de onregelmatigheidstoeslag niet pensioengevend is.</para>
      <para>- Stena Line heeft, aangezien het een verzekerde pensioenregeling betreft en de </para>
      <para>  pensioenvoorziening niet inhoudelijk in de (inmiddels verstreken) CAO is geregeld, op </para>
      <para>  15 september 2009 de OR verzocht instemming te verlenen met de hiervoor beschreven </para>
      <para>  besluiten;</para>
      <para>- de OR heeft op 18 februari 2010 laten weten de gevraagde toestemming niet te verlenen </para>
      <para>- Stena Line heeft daarop de Bedrijfscommissie voor Vervoer en Logistiek om advies en </para>
      <para>  bemiddeling ex art. 36, lid 3 WOR gevraagd;</para>
      <para>- genoemde Bedrijfscommissie heeft op 13 juli 2010 een schriftelijk advies uitgebracht.  </para>
      <para> - de OR heeft Stena Line op 2 september 2010 laten weten niet bereid te zijn om mee te </para>
      <para>  werken aan het door genoemde Bedrijfscommissie voorgestelde oplossing;</para>
      <para>- Stena Line heeft daarop op 1 oktober 2010 een verzoekschrift ex art. 27, lid 4 WOR </para>
      <para>  ingediend bij de kantonrechter te Rotterdam;</para>
      <para>- het door Stena Line ingediende verzoekschrift is ter zitting van 15 november 2010 door de   </para>
      <para>  kantonrechter behandeld; bij beschikking van 26 november 2010 is de zaak voor drie </para>
      <para>  maanden pro forma aangehouden;</para>
      <para>- bij brief van 24 februari 2011 heeft Stena Line de kantonrechter verzocht de behandeling    </para>
      <para>  van het verzoekschrift voort te zetten;</para>
      <para>- in reactie op de brief van 24 februari 2011 heeft de OR bij ongedateerde brief de  </para>
      <para>   kantonrechter er op gewezen dat het verzoekschrift van 1 oktober 2010 is ingediend buiten       </para>
      <para>   de termijn van dertig dagen als bedoeld in art. 36, lid 4 WOR, hetgeen, aldus de OR, tot </para>
      <para>   niet-ontvankelijkheid van het verzoek moet leiden; bij brief van 7 april 2011 heeft Stena </para>
      <para>   Line op laatstgenoemde brief van de OR gereageerd;</para>
      <para>- de kantonrechter heeft kort daarop, bij beschikking van 12 april 2011, oordelende dat de </para>
      <para>  door art. 36, lid 4 WOR voorgeschreven termijn van openbare orde is, Stena Line, wegens </para>
      <para>  overschrijding van deze termijn alsnog niet ontvankelijk verklaard in haar bij verzoekschrift </para>
      <para>  van 1 oktober 2010 gedane verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Stena Line kan zich met de beschikking van 12 april 2011 niet verenigen, reden waarom zij van die uitspraak in hoger beroep gekomen is en vernietiging verzoekt van genoemde beschikking. Verder verzoekt Stena Line alsnog ontvankelijk verklaard te worden in haar verzoek van 1 oktober 2010 met verlening van de vervangende toestemming voor de voorgenomen besluiten zoals hiervoor omschreven. Stena Line erkent de termijn als bedoeld in art. 36, lid 4 WOR ongebruikt te hebben laten verstrijken, maar zij voegt daar aan toe dat het beroep dat de OR op genoemd artikel gedaan heeft als tardief (want niet gevoerd voor alle weren) aangemerkt moet worden. Nadat het verzoek van Stena Line aan de kantonrechter uitgebreid en inhoudelijk was besproken, ook ten overstaan van de kantonrechter (ter zitting van 15 november 2010), is het volgens Stena Line misbruik van recht om op een zodanig laat tijdstip (april 2011) een beroep te doen op de termijnoverschrijding van art. 36, lid 4 WOR. Een en ander is volgens Stena Line ook in strijd met de redelijkheid en billijkheid. De OR onderschrijft de stellingname van Stena Line niet.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>4. Het hof verwerpt het door Stena Line ingestelde beroep en de daarbij geformuleerde grieven. De kantonrechter heeft in haar beslissing van 12 april 2011 Stena Line terecht niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek van 1 oktober 2010. De termijnoverschrijding van </para>
      <para>art. 36, lid 4 WOR is een vaststaand feit. De in dat artikel genoemde termijn van dertig dagen waarbinnen een verzoekschrift moet worden ingediend, is van openbare orde en dient door de rechter ambtshalve te worden getoetst. Een beroep van een procespartij op termijnoverschrijding zoals hier aan de orde, is derhalve niet noodzakelijk en hoeft dan ook niet voor alle weren gevoerd te worden noch levert een beroep daarop in een laat stadium (zoals in dezen) misbruik van recht op dan wel strijd met de redelijkheid en billijkheid.</para>
      <para>De conclusie van vorenstaande moet dan ook zijn dat de bestreden beschikking zal worden bekrachtigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>bekrachtigt de tussen partijen door de kantonrechter te Rotterdam gegeven beschikking van 12 april 2011.</para>
    <para> </para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. M.H. van Coeverden, S.R. Mellema en J.J.. Trap en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 november 2011 in aanwezigheid van de griffier.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>