<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSGR:2011:BU5335</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-30T06:33:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BU5335</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-11-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.088.846-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2011:BU5335">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2011:BU5335</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:11:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSGR:2011:BU5335 Gerechtshof 's-Gravenhage , 02-11-2011 / 200.088.846-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSGR:2011:BU5335:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontvankelijkheid van het hoger beroep, dat is ingesteld door een persoon die ten tijde van het instellen daarvan, onder curatele was gesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSGR:2011:BU5335:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE</para>
      <para>Sector Civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak 		: 2 november 2011 </para>
      <para>Zaaknummer		: 200.088.846/01</para>
      <para>Rekestnr. rechtbank	: FA RK 11-1900</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>[appellant],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoekster in hoger beroep, tevens verweerster in voorwaardelijk incidenteel appel, </para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat mr. E.J.W. Schuijlenburg te Zoetermeer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de raad voor de kinderbescherming te ’s-Gravenhage, </para>
      <para>verweerder in hoger beroep, tevens verzoeker in voorwaardelijk incidenteel appel, </para>
      <para>hierna te noemen: de raad.</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbenden zijn aangemerkt:</para>
      <para>1. de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden, </para>
      <para>gevestigd te ’s-Gravenhage, </para>
      <para>locatie Delft / Westland / Oostland,</para>
      <para>hierna te noemen: Jeugdzorg.</para>
      <para>2. [vader],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>hierna te noemen: de vader.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP</para>
    <para />
    <para>De moeder is op 10 juni 2011 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 14 maart 2011 van de rechtbank ’s-Gravenhage.</para>
    <para />
    <para>De raad heeft op 2 augustus 2011 een verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel appel ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:</para>
      <para>van de zijde van de moeder:</para>
      <para>- op 7 juli 2011 een brief van 6 juli 2011 met bijlagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is op 27 oktober 2011 mondeling behandeld.</para>
      <para>Ter zitting waren aanwezig:</para>
      <para>- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;</para>
      <para>- mevrouw E.K.M. Bakker en mevrouw R. Uddin namens de raad;</para>
      <para>- mevrouw C.H. Lagendijk (gezinsvoogd) namens Jeugdzorg;</para>
      <para>- de vader.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN</para>
    <para />
    <para>Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.</para>
    <para />
    <para>Bij die beschikking heeft de rechtbank Jeugdzorg benoemd tot voogdes over de na te noemen minderjarige. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</para>
    <para />
    <para>Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht. Voorts is in hoger beroep komen vast te staan dat de minderjarige op 7 april 2011 door de vader is erkend en dat de moeder en de vader op 3 mei 2011 zijn gehuwd.</para>
    <para />
    <para>DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP </para>
    <para>   </para>
    <para>1. Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het hoger beroep overweegt het hof als volgt.</para>
    <para />
    <para>2. Vast staat dat de moeder bij beschikking van de rechtbank Delft van 9 december 2010 onder curatele is gesteld wegens een geestelijke stoornis. Mevrouw Hillery Helegonda van Randwijk is sindsdien haar curator. Ingevolge artikel 1:381 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is een onder curatele gestelde persoon onbekwaam rechtshandelingen te verrichten voor zover de wet niet anders bepaalt. Deze handelingsonbekwaamheid omvat onder meer - enige bijzondere wettelijke uitzonderingen daargelaten - de rechtshandelingen van de onder curatele gestelde op het gebied van onder meer het personen- en familierecht en het procesrecht. Op grond van artikel 1:381 lid 6 BW is de onder curatele gestelde in alle overige zaken dan die van curatele niet procesbekwaam. Gelet hierop rijst de vraag of de moeder  kan worden ontvangen in haar hoger beroep. </para>
    <para />
    <para>3. Nu deze vraag geen onderdeel heeft uitgemaakt van het debat ter zitting zal het hof de behandeling van de zaak pro forma aanhouden teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over de ontvankelijkheid van de moeder in haar hoger beroep. </para>
    <para />
    <para>4. Het hof beslist mitsdien als volgt. </para>
    <para />
    <para />
    <para>BESLISSING OP HET PRINCIPALE EN HET VOORWAARDELIJKE INCIDENTELE HOGER BEROEP</para>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>alvorens nader te beslissen: </para>
    <para>  </para>
    <para>stelt partijen in de gelegenheid zich uiterlijk 23 november 2011 schriftelijk uit te laten over de ontvankelijkheid van de moeder in hoger beroep, gelet op de omstandigheid dat zij onder curatele is gesteld, en houdt daartoe de behandeling van de zaak pro forma aan tot 23 november 2010; </para>
    <para>  </para>
    <para />
    <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
    <para>  </para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. De Haan-Boerdijk, Van de Poll en Roelvink-Verhoeff, bijgestaan door mr. Wittich- de Ridder als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 november 2011.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>