<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0318</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-29T11:50:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BR0318</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-05-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.041.344.01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0318">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0318</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:27:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0318 Gerechtshof 's-Gravenhage , 11-05-2011 / 200.041.344.01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0318:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Omgang. Verwijzing naar omgangshuis en dwangsom.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0318:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE</para>
      <para>Sector civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak 		: 11 mei 2011</para>
      <para>Zaaknummer		: 200.041.344/01</para>
      <para>Rekestnr. rechtbank	: F1 RK 07-333</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>[verzoeker],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoeker in hoger beroep, </para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>advocaat mr. W.N. Sardjoe te ’s-Gravenhage,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verweerster],</para>
      <para>zonder bekende woon- of verblijfplaats,</para>
      <para>verweerster in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: voorheen mr. K. Lammers-Roselaar te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:</para>
      <para>de raad voor de kinderbescherming, regio Rotterdam-Rijnmond, </para>
      <para>locatie Rotterdam,</para>
      <para>hierna te noemen: de raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>VERDERE PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP</para>
    <para />
    <para>Voor het verloop van het geding verwijst het hof naar de beschikking van 21 juli 2010.</para>
    <para />
    <para>Bij de tussenbeschikking van 21 juli 2010 heeft het hof de bestreden beschikking vernietigd voor zover het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling is afgewezen, en zijn partijen, uitvoerbaar bij voorraad, verwezen naar de Rotterdamse Omgangsbegeleiding voor begeleide contacten tussen de vader en de minderjarige [naam minderjarige], geboren [in 2004] te [geboorteplaats] en is bepaald dat de Rotterdamse Omgangsbegeleiding het hof vóór 30 oktober 2010 rapporteert omtrent het verloop van de begeleide contacten. De verdere behandeling van de zaak ten aanzien van de omgang is pro forma aangehouden. Voor het overige is de bestreden beschikking, voor zover aan ’s hofs oordeel onderworpen, bekrachtigd.</para>
    <para />
    <para>Bij brief van 29 november 2010 heeft het Rotterdams Omgangshuis aan het hof meegedeeld dat de moeder voor een kennismakingsgesprek op 16 november 2010 was uitgenodigd, doch dat zij niet naar de afspraak is gekomen. Zij is op 10 december 2010 wederom uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek. </para>
    <para />
    <para>Bij brief van 18 januari 2011 heeft het Rotterdams Omgangshuis het hof onder meer bericht dat de moeder niet naar de afspraken is gekomen en ook niet heeft gereageerd op de uitnodigingen. Het Rotterdams Omgangshuis kan om bovenvermelde reden niet starten met de begeleide omgang. De zaak wordt daarmee voor het Rotterdams Omgangshuis afgesloten. </para>
    <para />
    <para>Bij brief van 24 februari 2011 heeft de raad aan het hof meegedeeld dat de raad ter zitting aanwezig zal zijn.</para>
    <para />
    <para>Bij faxbericht van 17 maart 2011 heeft mr. K. Lammers-Roselaar, de advocaat van de moeder, aan het hof meegedeeld dat zij al geruime tijd geen contact heeft gehad met de moeder. Zij is dan ook niet in staat om haar belangen goed te behartigen tijdens de komende zitting. Om die reden heeft zij zich teruggetrokken als advocaat van de moeder. Zij heeft de oproep voor de zitting aan de moeder toegezonden. </para>
    <para />
    <para>De moeder is voorts door de griffier van het hof per advertentie in een landelijk dagblad opgeroepen ter zitting te verschijnen.</para>
    <para />
    <para>Bij faxbericht van 29 maart 2011 heeft de vader aan het hof aanvullend verzocht te bepalen dat de moeder zowel haar onvoorwaardelijke medewerking zal verlenen aan het traject bij het omgangshuis als alle overige in redelijkheid te bepalen omgangscontacten zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-, althans een bedrag dat het hof redelijk acht, voor iedere dag, nadat de moeder, nadat twee dagen na betekening zijn verstreken, in gebreke blijft om aan de in deze te wijzen beschikking te voldoen, althans een regeling die het hof redelijk acht, en de procedure aan te houden tot een nader te bepalen periode. De advocaat van de vader heeft deze brief in afschrift aan de (voormalige) advocaat van de moeder toegezonden, daar de vader niet bekend is met het adres van de moeder.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 6 april 2011 is de mondelinge behandeling voortgezet. </para>
      <para>Ter zitting waren aanwezig:</para>
      <para>- de vader, bijgestaan door zijn advocaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De moeder is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.</para>
    <para />
    <para>De raad is, anders dan aangekondigd in voormelde brief van 24 februari 2011, niet verschenen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>VERDERE BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP</para>
    <para />
    <para>1. De vader stelt dat de moeder de belangen van de minderjarige schaadt door niet mee te werken aan het begeleide omgangstraject. Zij handelt hiermee volgens de vader in strijd met haar verplichting om de band met de andere ouder te bevorderen. De vader voorziet een scheefgroei in vertragende procedures alsmede een verdere bedreiging in de ontwikkeling van de minderjarige als er nu niet wordt ingegrepen. De vader ziet zich dan ook genoodzaakt om een dwangsom te verzoeken ten aanzien van alle door het hof vast te stellen omgangscontacten. De door hem verzochte dwangsom dient enkel om de omgang te waarborgen en hij zal trachten hiermee op een oplossingsgerichte manier om te gaan. </para>
    <para />
    <para>2. Het hof is uit de bovengenoemde brieven van het Rotterdams Omgangshuis en het besprokene ter zitting genoegzaam gebleken dat het traject bij het Rotterdams Omgangshuis niet van de grond is gekomen omdat de moeder niet meewerkt. </para>
    <para />
    <para>3. Gelet op het feit dat de moeder tot op heden haar medewerking niet verleent aan het traject bij het Omgangshuis, hetgeen niet in het belang van de minderjarige wordt geacht, is het hof van oordeel dat het aanvullende verzoek van de vader toegewezen dient te worden, in die zin dat de moeder haar onvoorwaardelijke medewerking dient te verlenen aan het traject bij het omgangshuis, zulks op verbeurte van een dwangsom als na te melden. Aangezien het omgangshuis de rechter heeft bericht dat de zaak is afgesloten, zal het hof hierbij partijen opnieuw verwijzen naar het omgangshuis teneinde te bewerkstelligen dat partijen opnieuw zullen worden opgeroepen voor een afspraak in het omgangshuis.</para>
    <para />
    <para>4. Het hof zal in het licht van het voorgaande bepalen dat, indien het Rotterdams Omgangshuis de moeder oproept om, al dan niet met de minderjarige, aldaar te verschijnen teneinde uitvoering te geven aan het omgangstraject en de moeder die oproep niet nakomt, aan haar een dwangsom wordt opgelegd van € 500,-, voor iedere keer nadat de moeder, nadat twee dagen na betekening zijn verstreken, in gebreke blijft om aan het omgangstraject haar medewerking te verlenen en daartoe niet verschijnt op een oproep van het Omgangshuis dan wel op een daarmee gemaakte afspraak, met een maximum van € 3.000,-.</para>
    <para />
    <para>5. Het hof zal, met inachtneming van hetgeen is overwogen bij de tussenbeschikking van 21 juli 2010, iedere beslissing voor wat betreft de omgang tussen de vader en de minderjarige pro forma aanhouden tot 27 augustus 2011. </para>
    <para />
    <para />
    <para>BESLISSING </para>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>verwijst partijen, te weten:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verzoeker],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>advocaat: mr. W.N. Sardjoe te ’s-Gravenhage,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
      <para>[verweerster],</para>
      <para>laatstelijk woonplaats gekozen hebbende ten kantore van mr. K. Lammers-Roselaar,</para>
      <para>Mathenesserlaan 277, 3021 HH Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>opnieuw naar de Rotterdamse Omgangsbegeleiding voor begeleide contacten tussen de vader voornoemd en [naam minderjarige] geboren [in 2004] te [geboorteplaats];</para>
    <para />
    <para>bepaalt dat partijen zich binnen veertien dagen na deze beschikking melden bij de Rotterdamse Omgangsbegeleiding (adres als na te melden, telefoonnummer: 010-416 38 20) voor het maken van een afspraak; indien de moeder zich niet meldt en de vader wel acht het hof het geraden dat het omgangshuis de moeder schriftelijk uitnodigt en dit zonodig nog eenmaal herhaalt;</para>
    <para />
    <para>bepaalt dat de moeder de minderjarige tijdig voorafgaand aan ieder omgangscontact zal brengen naar het omgangshuis, en haar daar aan het einde van elk contact weer zal ophalen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van deze beschikking te zenden naar:</para>
      <para>Rotterdamse Omgangsbegeleiding,</para>
      <para>p/a Rotterdams Omgangshuis </para>
      <para>Klencke 603 </para>
      <para>3191 VZ Hoogvliet-Rotterdam;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>bepaalt dat de Rotterdamse Omgangsbegeleiding het hof vóór na te melden pro formadatum rapporteert omtrent het verloop van de begeleide contacten;</para>
    <para />
    <para>bepaalt dat partijen het hof vóór na te melden pro formadatum berichten of een nadere mondelinge behandeling is gewenst of dat de zaak schriftelijk kan worden afgedaan;</para>
    <para />
    <para>bepaalt dat de moeder haar medewerking dient te verlenen aan het traject bij het Rotterdams Omgangshuis, zoals overwogen bij beschikking van dit hof van 21 juli 2010, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 500,--,- voor iedere keer nadat de moeder, nadat twee dagen na betekening zijn verstreken, in gebreke blijft om aan het omgangstraject haar medewerking te verlenen zoals bovenvermeld onder 4, met een maximum van € 3.000,- ;</para>
    <para>   </para>
    <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>houdt de behandeling van de zaak ten aanzien van de omgang pro forma aan tot zaterdag 27 augustus 2011;</para>
    <para />
    <para>houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de omgang aan.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. Mink, Van Leuven en Hulsebosch, bijgestaan door Lekahena als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 mei 2011.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>