<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSGR:2011:BP8428</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-03T14:54:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:GHSGR:2011:738</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BP8428</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-03-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.077.613/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroepKortGeding">Hoger beroep kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2011:BP8428">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2011:BP8428</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:51:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSGR:2011:BP8428 Gerechtshof 's-Gravenhage , 15-03-2011 / 200.077.613/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSGR:2011:BP8428:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeid; uitvoerbaar bij voorraad verklaring van voorlopige voorziening in eeste aanleg.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSGR:2011:BP8428:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Sector handel</para>
    <para />
    <para>Zaaknummer	: 200.077.613/01</para>
    <para />
    <para>Rolnummer rechtbank	: 1132283 CV EXPL 10-39773</para>
    <para />
    <para>arrest in het incident van de achtste civiele kamer d.d. 15 maart 2011</para>
    <para />
    <para>inzake</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	V.O.F. Wolkenkrabbers,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>2.	[appellante],</para>
      <para>	wondende te [woonplaats],</para>
      <para>3.	[appellant],</para>
      <para>	wonende te [woonplaats], [land],</para>
      <para>appellanten in de hoofdzaak,</para>
      <para>geïntimeerden in het incident,</para>
      <para>hierna te noemen: Wolkenkrabbers cs,</para>
      <para>advocaat: mr. R.A. van Winden te Naaldwijk, gemeente Westland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[geïntimeerde],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>geïntimeerde in de hoofdzaak,</para>
      <para>appellante in het incident</para>
      <para>hierna te noemen: [geïntimeerde],</para>
      <para>advocaat: mr. E.H.P. Dingenouts te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het geding in hoger beroep (vervolg)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In vervolg op het tussenarrest van 28 december 2010 heeft op 25 januari 2011 een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. </para>
      <para>Vervolgens heeft [geïntimeerde] arrest in het incident gevraagd op basis van het comparitiedossier, waarvan deel uitmaakt de op voorhand toegezonden en op de comparitie genomen memorie van antwoord in het incident.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Beoordeling van het hoger beroep (vervolg)</para>
    <para />
    <para>1. De kantonrechter heeft in het vonnis van 22 oktober 2010 onder 5.17. als volgt over¬wogen:</para>
    <para />
    <para>"Op grond van al hetgeen hiervoor is overwogen acht de kantonrechter thans aannemelijk dat de vordering in de hoofdzaak zal worden toegewezen. Dat [geïntimeerde] een voldoende spoed¬eisend belang heeft bij een voorlopige voorziening is door haar voldoende aannemelijk ge¬maakt. In het mogelijke restitutierisico acht de kantonrechter bij afweging van de belan¬gen van enerzijds [geïntimeerde] en anderzijds Wolkenkrabbers c.s. onvoldoende grond gelegen voor af¬wij¬zing van de gevraagde voorziening. Nu tegen de hoogte van de gevorderde voor¬ziening geen af¬zonderlijk verweer is gevoerd, zal de kantonrechter de provisionele vordering toe¬wij¬zen als gevorderd. Wolkenkrabbers c.s. zullen hoofdelijk veroordeeld worden tot beta¬ling van een bedrag van €5000,00 bruto."</para>
    <para />
    <para>2. In het dictum heeft de kantonrechter onder het kopje "In het incident" als volgt beslist:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>"veroordeelt Wolkenkrabbers c.s. hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn be¬vrijd, bij wege van voorlopige voorziening aan [geïntimeerde] te betalen een bedrag van € 5.000,00 bruto.</para>
      <para>(…)"</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. In het onderhavige incident vordert [geïntimeerde] alsnog - zoals door haar in eerste aanleg was gevorderd - uitvoerbaar verklaring bij voorraad van voormelde voorlopige voorziening.</para>
    <para />
    <para>4. Anders dan Wolkenkrabbers cs hebben aangevoerd kan het oordeel van het hof uit de hier¬boven geciteerde gedeelten van het vonnis van de kantonrechter - mede gelet op het doel van een voorlopige voorziening, waaraan wezenlijk af¬breuk wordt gedaan indien deze niet bij voor¬raad is - niet anders worden geoor¬deeld dan dat hier sprake is van een kennelijke omis¬sie. De andersluidende stellingen van Wolkenkrabbers stuiten hier op af.</para>
    <para />
    <para>5. Hetgeen Wolkenkrabbers cs overigens hebben aangevoerd is onvoldoende om voormelde voorziening niet alsnog - en zonder voorwaarde dat eerst zekerheid wordt gesteld - uitvoer¬baar bij voorraad te verklaren. De onderhavige incidentele vordering zal dan ook alsnog wor¬den toe¬gewezen. </para>
    <para />
    <para>6. Bij deze uitkomst past het om Wolkenkrabbers cs te veroordelen in de kosten van dit in¬ci¬dent zoals gevorderd, aangezien het standpunt van Wolkenkrabbers cs ter zake [geïntimeerde] noopte tot het onderhavige incident. Daarbij heeft het hof de gehouden comparitie voor de helft toe¬gere¬kend aan dit incident.</para>
    <para />
    <para>7. Gelet op hetgeen bij de comparitie is besproken zal de hoofdzaak door het hof ambtshalve worden geroyeerd.</para>
    <para />
    <para>Beslissing in het incident</para>
    <para />
    <para>Het hof: </para>
    <para />
    <para>-	verklaart de hierboven sub 2. geciteerde voorlopige voorziening uit het vonnis van de kantonrechter van 22 oktober 2010 alsnog uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>-	veroordeelt Wolkenkrabbers cs hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn be¬vrijd, in de kosten van dit incident, tot op dit arrest aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op nihil aan verschotten en € 948,= aan salaris advocaat, welk bedrag dient te worden voldaan aan de griffier van het hof, die daarmee zal handelen overeenkomstig het bepaalde in art. 243 Rv;</para>
    <para />
    <para>-	verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <para>-	bepaalt dat de hoofdzaak ambtshalve wordt geroyeerd;</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door mrs. M.H. van Coeverden, S.R. Mellema en R.S. van Coe¬vor¬den en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 maart 2011 in aanwezigheid van de griffier.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>