<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSGR:2010:BO8347</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T00:11:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO8347</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">105.004.941/01, C06/729 (oud)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2010:BO8347">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2010:BO8347</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:24:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSGR:2010:BO8347 Gerechtshof 's-Gravenhage , 07-12-2010 / 105.004.941/01, C06/729 (oud)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSGR:2010:BO8347:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verval van instantie, art. 27, lid 2 Faillissementswet; art 15 van de EU Insolventieverordening (EIV)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSGR:2010:BO8347:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE</para>
      <para>Sector handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer		: 105.004.941/01</para>
      <para>Rolnummer (oud)		: 06/729</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Zaak-/rolnummer rechtbank	: 198482 / HA ZA 03-1505</para>
    <para />
    <para>Arrest van de eerste civiele kamer d.d. 7 december 2010</para>
    <para />
    <para>inzake</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar Belgisch recht FRO D’OR,</para>
      <para>gevestigd te Bilzen (België),</para>
      <para>op 13 november 2009 failliet verklaard,</para>
      <para>appellante in de hoofdzaak,</para>
      <para>hierna te noemen: Fro d'Or,</para>
      <para>advocaat: mr. W.P. den Hertog te 's-Gravenhage,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>TRESCON B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Zoetermeer,</para>
      <para>geïntimeerde in de hoofdzaak,</para>
      <para>hierna te noemen: Trescon,</para>
      <para>advocaat: mr. H.J.A. Knijff te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Het geding</para>
    <para />
    <para>Bij arrest van 7 juli 2009 heeft het hof het verzoek van Fro d'Or ex artikel 843a Rv. afgewezen. Voor de gang van zaken tot dan toe wordt verwezen naar dit arrest. Vervolgens heeft Trescon op 27 oktober 2009 een memorie van antwoord (met producties) genomen. Hierop heeft Fro d'Or op 24 november 2009 een akte genomen en op de rol van 12 januari 2010 (onder meer) een kopie van het vonnis van de rechtbank van Tongeren (België) van 13 november 2009, waarin het faillissement van Fro d'Or is uitgesproken, in het geding gebracht. Op 26 januari 2010 heeft Trescon een antwoord-akte genomen. De advocaat van Fro d'Or heeft bericht dat de curatoren in het faillissement van Fro d'Or het geding niet wensen over te nemen. Hierop heeft Trescon op 25 mei 2010 nog een akte genomen, zakelijk inhoudende een herhaald verzoek tot verval van instantie op grond van artikel 27, tweede lid Faillissementswet (Fw). Hierna hebben partijen arrest gevraagd. </para>
    <para />
    <para />
    <para>Beoordeling van het hoger beroep</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.Het gaat in dit geding, voor zover thans nog aan de orde, om het volgende.</para>
      <para>(1.1) Bij het thans bestreden eindvonnis van 2 november 2005 is Fro d'Or veroordeeld, zakelijk weergegeven, om (wegens geleverde goederen) aan Trescon in hoofdsom te betalen een bedrag van € 53.864,41, vermeerderd met contractuele rente, beslag- en proceskosten. De tegenvordering van Fro d'Or (wegens schadevergoeding) is daarbij afgewezen.</para>
      <para>(1.2) Fro d'Or is van dit vonnis en het daaraan voorafgegane tussenvonnis van 14 september 2005 in hoger beroep gekomen. Hangende dit hoger beroep is Fro d'Or  failliet verklaard.</para>
      <para>(1.3) Vervolgens is de procedure in hoger beroep geschorst en heeft Trescon de curator in het faillissement van Fro d'Or opgeroepen tot overneming van het geding (ingevolge artikel 27, eerste lid Faillissementswet -Fw-). De curator heeft aan deze oproeping geen gevolg gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Trescon vraagt thans ontslag van instantie als bedoeld in artikel 27, tweede lid Fw. Haar belang bij een ontslag van instantie is, aldus Trescon, hierin gelegen dat zij niet gedwongen wordt tot het maken van verdere kosten die mogelijk, vanwege het faillissement van Fro d'Or, niet kunnen worden verhaald.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Op de onderliggende procedure is Nederlands recht van toepassing. Dit is tussen partijen niet in geschil. Ook op het verzoek tot ontslag van instantie is Nederlands recht van toepassing. Dit volgt onder meer uit het bepaalde in artikel 15 van de EU Insolventie¬verordening (EIV). </para>
      <para>Het verzoek van Trescon zal als op de wet gegrond en niet weersproken worden toegewezen. Hierbij past een proceskostenveroordeling ten laste van Fro d'Or.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>- verleent ontslag van instantie op grond van artikel 27, tweede lid Faillissementswet;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt Fro d'Or in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Trescon  tot op heden begroot op € 1.860,-- aan verschotten en € 3.262,-- aan salaris advocaat;</para>
    <para />
    <para>- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para> </para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, J. Kramer en J.C.N.B. Kaal en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 december 2010 in aanwezigheid van de griffier.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>