<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSGR:2010:BL3165</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T12:22:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BL3165</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-02-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">105.005.234-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2010:BL3165">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2010:BL3165</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:54:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSGR:2010:BL3165 Gerechtshof 's-Gravenhage , 09-02-2010 / 105.005.234-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSGR:2010:BL3165:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Uitleg borgstellingsovereenkomst energielevering tuinbouwbedrijf.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSGR:2010:BL3165:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE</para>
      <para>Sector handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 105.005.234/01</para>
      <para>Rolnummer (oud)	: 06/1022</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Rolnummer rechtbank	: 05/2428</para>
    <para />
    <para>arrest van de eerste civiele kamer d.d. 9 februari 2010</para>
    <para />
    <para>inzake</para>
    <para>      </para>
    <parablock>
      <para>[Naam] V.O.F.,</para>
      <para>gevestigd te Honselersdijk (gemeente Westland),</para>
      <para>principaal appellante,</para>
      <para>geïntimeerde in het incidenteel appel,</para>
      <para>hierna te noemen: [appellant],</para>
      <para>advocaat: mr. J.L.G.M. van der Lans te 's-Gravenhage,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Naam] B.V.,</para>
      <para>gevestigd te De Lier (gemeente Westland),</para>
      <para>geïntimeerde in het principaal appel,</para>
      <para>incidenteel appellante,</para>
      <para>hierna te noemen: [geïntimeerde],</para>
      <para>advocaat: mr. A.A.S. Mosele te 's-Gravenhage.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Het geding</para>
    <para />
    <para>Het hof heeft in deze zaak wederom arrest gewezen op 9 juni 2009. Voor het verloop van de procedure tot dan toe verwijst het daarnaar. Het heeft in dat arrest [appellant] in de gelegenheid gesteld bij akte een nieuwe berekening van de aan Westland verschuldigde energiekosten over te leggen, gebaseerd op de grondslagen, weergegeven in de arresten van 3 april 2008 (rechtsoverwegingen 5 en 10) en 9 juni 2009 (rechtsoverwegingen 5 en 6). [appellant] heeft geen akte genomen. Wel heeft [geïntimeerde] een akte genomen en vervolgens de processtukken overgelegd en arrest gevraagd.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Verdere beoordeling </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	[geïntimeerde] heeft bij voornoemde akte geconcludeerd tot verwerping van de vordering van [appellant] in hoger beroep, primair wegens onvoldoende onderbouwing daarvan en subsidiair omdat ook bij het volgen van de door [appellant] gehanteerde (en door [geïntimeerde] betwiste) berekeningsmethode met inachtneming van de door het hof bepaalde uitgangspunten de slotsom is dat [appellant] van [geïntimeerde] niets te vorderen heeft.</para>
      <para>2.	Gelet op hetgeen het hof in de eerdere tussenarresten heeft overwogen, is de tweede grief van [appellant] slechts in zoverre gegrond dat als begindatum van de in aanmerking te nemen periode 3 januari 2005 moet worden genomen. Dit kan echter niet leiden tot vernietiging van het bestreden vonnis, omdat ook indien met deze latere begindatum rekening wordt gehouden, van onverschuldigde betaling aan [geïntimeerde] geen sprake is en derhalve ook in dat geval tot afwijzing van het gevorderde zou moeten worden gekomen. De incidentele grief van [geïntimeerde] slaagt grotendeels, namelijk wat betreft de einddatum van de in aanmerking te nemen periode op 23 februari 2005, en alleen niet wat betreft de begindatum, door haar gesteld op 1 januari 2005. De derde grief kan [appellant] niet meer baten, omdat zij heeft nagelaten de haar toegestane eigen berekening over te leggen. Uit het tussenarrest van 9 juni 2009 (rechtsoverweging 6) volgt dat de vierde grief van [appellant] eveneens faalt. Een en ander leidt ertoe dat geen van de grieven van [appellant] leidt tot vernietiging van het bestreden vonnis. Het hof zal dat vonnis daarom bekrachtigen. Daarbij past een kostenveroordeling van [appellant], zowel in het principaal als in het incidenteel appel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 29 maart 2006;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden in het principaal appel vastgesteld op € 620,- aan verschotten en € 3.473,- aan salaris advocaat en in het incidenteel appel op € 1.737,- aan salaris advocaat;</para>
    <para />
    <para>- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. </para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door mrs. A. Dupain, A.V. van den Berg en A.E.A.M. van Waesberghe en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2010, in bijzijn van de griffier.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>