<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSGR:2010:6240</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T11:23:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-03-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">105.006.879/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSGR:2012:5725" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSGR:2012:5725</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSGR:2012:5724" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHSGR:2012:5724</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2010:6240">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2010:6240</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-10-06T15:12:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSGR:2010:6240 Gerechtshof 's-Gravenhage , 23-03-2010 / 105.006.879/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSGR:2010:6240:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanvaring op het Schelde-Rijnkanaal. Avarij-grosse met als tegenwerping het eigen schuld verweer. Exploitatieketen. Derdenwerking. Duits recht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSGR:2010:6240:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">GERECHTSHOF  ’s-GRAVENHAGE</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Sector handel. kamer 2</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraakdatum 23 maart 2010</para>
    <para>Zaaknummer : 105.006.879101</para>
    <para>Rolnummer rechtbank : 06/46</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. V.O.F. ENIGMA.</para>
    <para>2. [appellant] ,</para>
    <para>3. [appellante] ,</para>
    <parablock>
      <para>gevestigd, respectievelijk wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellanten,</para>
      <para>hierna te noemen: Enigma c.s. en appellant sub 2 ook: [appellant] ,</para>
      <para>advocaat: mr. C. Jol (‘s-Gravenhage),</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>SAAR COAL INTERNATIONAL GMBH,</para>
      <para>gevestigd te Saarbrücken, Duitsland,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna te noemen: Saar Coal,</para>
      <para>procesadvocaat: mr. W.P. den Hertog (‘s-Gravenhage),</para>
      <para>behandelend advocaat mr. S.T. Dreesmann.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Enigma c.s. is bij exploot van 13 juni 2007 in hoger beroep gekomen van het tussen</para>
      <para>haar en Saar Coal door de rechtbank te Rotterdam gewezen vonnis van 14 maart 2007.</para>
      <para>Bij memorie van grieven van 10 januari 2008 heeft zij één grief aangevoerd. Toen de</para>
      <para>zaak vervolgens op de rol stond voor het indienen van een memorie van antwoord heeft</para>
      <para>Enigma .s. op 15 mei 2008 een akte genomen met een aanvullende grief. Saar Coal</para>
      <para>heeft daartegen bezwaar gemaakt. Ter rolle van 23 december 2008 heeft Saar Coal een</para>
      <para>memorie van antwoord ingediend. Mei 2009 hebben partijen arrest gevraagd. Saar Coal</para>
      <para>heeft een compleet procesdossier overgelegd; Enigma c.s. enkele losse processtukken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling van het hoger beroep</title>
    <para />
    <para>1. In geschil is of Saar Coal gehouden is een bijdrage te betalen in de door</para>
    <parablock>
      <para>Enigma c.s. averij-grosse verklaarde schade, welke is ontstaan doordat het aan</para>
      <para>Enigma c.s. toebehorende binnenvaartschip “ [naam 1] ” op 11 december 2000 in het</para>
      <para>Schelde-Rijnkanaal tegen een pijler van de Slaakbrug is gevaren, daarbij beschadigd</para>
      <para>is geraakt en water heeft gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De “ [naam 1] ” voer van Antwerpen naar Karlsruhe met aan boord een lading</para>
    <parablock>
      <para>cokes (ca. 1200 ton Chinese Gieβreikoks) die Saar CoaL had aangekocht. Voor het</para>
      <para>vervoer van de cokes had Saar Coal, althans haar onzelfstandige vestiging te</para>
      <para>Karlsruhe, Winschermann Süd Kohle, een overeenkomst gesloten met Rhenania, die</para>
      <para>op haar beurt een bevrachtingsovereenkomst sloot met Nautica Binnenscheepvaart</para>
      <para>B.V. (hierna: Nautica) en die weer met Enigma c.s., schematisch:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Enigma c.s.  Nautica ‘ Rhenania , Saar Coal (Winschermann Süd Kohle)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De vrachtbrief die met betrekking tot de bevrachtingsovereenkomst tussen</para>
    <parablock>
      <para>Rhenania en Saar Coal is opgemaakt, vermeldt rechts boven “Rhenania Transport</para>
      <para>BV”, is door deze vennootschap ondertekend en verwijst naar algemene voorwaarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van (maar niet in geschil is) Rhenania - genaamd: Verlade- und Transport-</para>
      <para>Bedingungen für Binnenschiffstransporte (Konnossements-Bedingungen der</para>
      <para>Rhenania Gruppe) - die in § 24 een rechtskeuze voor Duits recht behelzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Door [naam 2] Expertise- en Taxatiebureau is ten aanzien van de</para>
    <parablock>
      <para>door Enigma c.s. averij-grosse verklaarde schade een dispache opgemaakt</para>
      <para>overeenkomstig de Rijnregelen IVR 1979. Daarin is het ladingaandeel bepaald op</para>
      <para>€ 63.415,27. Van dat bedrag is nog aantal posten afgetrokken, waarna het</para>
      <para>ladingaandeel uiteindelijk is vastgesteld op € 54.418,25. Teneinde uitlevering van de</para>
      <para>lading te bewerkstelligen heeft de ladingassuradeur (Gerling) een getekend revers tot</para>
      <para>een maximum van USD 25.490,70 afgegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Enigma c.s. heeft bij inleidende dagvaarding betaling door Saar Coal van</para>
    <parablock>
      <para>genoemd bedrag van € 54.418,25 met rente gevorderd. Saar Coal heeft een beroep op</para>
      <para>verjaring gedaan en daarnaast het verweer gevoerd dat vanwege schuld van Enigma</para>
      <para>c.s. aan de aanvaring geen bijdrageplicht bestaat. De rechtbank heeft het</para>
      <para>verjaringsverweer verworpen, maar het beroep op eigen schuld gehonoreerd. Het</para>
      <para>vonnis behelst in dat verband de volgende overwegingen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">7.4</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Regel III van de Rijnregels moet aldus worden uitgelegd, zulks in</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">overeenstemming met de uitleg van Rule D YAR, dat de ladingbelanghebbende</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">die in rechte door de reder wordt aangesproken tot betaling van de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">ladingbijdrage in avarij-grosse, in deze procedure als verweer een beroep kan</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">doen op de “schuld” van de reder aan het voorval dat de aanleiding was tot de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">avarij-grossehandeling. (..)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">7.5</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vervolgens moet het verweer van Saar Coal worden onderzocht dat de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">aanvaring van het ms. [naam 1] met de brugpijler te wijten was aan de schuld</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">van het schip. Partijen zijn het erover eens dat het hier gaat om een verwijt dat</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">is gebaseerd op de regels van aanvaring. Ook dit verweer dient te worden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">beoordeeld naar Nederlands recht.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">7.6</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Enigma c.s. heeft met zoveel woorden aangevoerd dat de aanvaring met een</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">vast gedeelte van de brug is ontstaan door een navigatiefout. Daarmee wordt</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">kennelijk gedoeld op een fout van schipper [appellant] die toen de navigatie</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">voerde. Dat betekent dat sprake was van schuld van het schip in de zin van art.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">8:1004 BW waarvoor V.O.F. Enigma aansprakelijk is. Onder de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">dientengevolge te vergoeden schade kan worden begrepen het bedrag van het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">ladingaandeel in de avarij-grosse, zodat dit voor rekening dient te blijven van</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">V.O.F. Enigma.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">7.7</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtbank deelt niet de (..) opvatting (..) dat voor het honoreren van een op</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“schuld” gebaseerd verweer tegen een vordering tot bijdrage in avarij-grosse</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">als bedoeld in Rijnregel III is vereist dat (..) sprake is van opzet of bewuste</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">roekeloosheid. Dat zulks het geval zou zijn volgt noch uit de tekst, noch uit de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">strekking van deze bepaling, terwijl deze opvatting evenmin steun vindt in</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">recente rechtspraak en literatuur.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">7.8</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aan aansprakelijkheid voor de aanvaring staat niet in de weg een beroep op</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">art. 2:901 BW; geen aansprakelijkheid van een goederenvervoerder voor</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">schade ontstaan door —   kort gezegd —   navigatiefouten (behoudens opzet of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">bewuste roekeloosheid van de vervoerder/schipper). Tussen V.O.F. Enigma en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Saar Coal bestond geen contractuele band en er wordt door Enigma c.s.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">uitdrukkelijk geen beroep gedaan op art. 8:364 BW (daargelaten of dat ertoe</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zou leiden dat aansprakelijkheid van Enigma c.s. is uitgesloten).</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>6. Met haar enige bij memorie van grieven aangevoerde grief beklaagt Enigma</para>
    <parablock>
      <para>c.s. zich over de als laatste weergegeven overweging (7.8) van de rechtbank dat door</para>
      <para>Enigma c.s. uitdrukkelijk geen beroep is gedaan op art. 8:364 BW. Volgens Enigma</para>
      <para>c.s. is het tegendeel het geval. Daarbij vergeet zij echter dat zij bij voorwaardelijke</para>
      <para>conclusie van dupliek onder punt 10 de mogelijkheid van een beroep op de</para>
      <para>betreffende bepaling onder ogen heeft gezien en vervolgens heeft geconcludeerd:</para>
      <para>“Maar het is aan Enigma om dat al dan niet te doen. En die kiest ervoor om dat niet</para>
      <para>te doen.” Saar Coal meent dat  -  gegeven deze keuze -  Enigma c.s. hier in hoger</para>
      <para>beroep niet op terug kan komen. Ook dat is niet juist, aangezien het hoger beroep er</para>
      <para>tevens toe dient om fouten (misslagen) of verzuimen te herstellen. De vraag is wel of</para>
      <para>de in hoger beroep ingeroepen derdenwerking Enigma c.s. verder brengt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. 	- Bij de beantwoording van die vraag wordt vooropgesteld dat partijen het</para>
    <parablock>
      <para>erover eens zijn dat de aanvaring het gevolg is van een nautische fout.</para>
      <para>Daarvan uitgaande beroept Enigma c.s.. zich via art. 8:880 BW jo . art. 8:364 BW op</para>
      <para>§ 16.3 en § 20.3 van de volgens haar in de relatie Rhenania —   Saar Coal toepasselijke</para>
      <para>algemene voorwaarden van Rhenania. Deze bepalingen luiden als volgt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">§16 	Haftung des Frachtführers</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(..)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. Der Frachtführer haftet nicht:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(..)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">d) für Verlust oder Beschädigung der Güter, Aufenthalt, Verspätung oder</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">sonstige Nachteile infolge nautischen Verschuldens, inbesondere (..)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Anfahrung (..) oder Untergang des Schjffes (..) soweit nicht Vorsatz oder</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">grobe Fahrlässigkeit vorliegt.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">§20 	Havarie-grosse</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. Für die Havarie-grosse gelten die “Rhein-Regeln IVR” (..).</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. (..)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. Absender, Auftraggeber und Empfänger haften dem Frachtführer als</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gesamtschudner für alle aufgrund einer dieser Bedingungen und den</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">§§ 78 ffBinSchG entsprechenden Dispache auf ihre Giller emfatlenden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beiirdge zur Havarie-grosse. Der Frachführer is berechtigt, für diese</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beiträge einen Revers einzufordern und einen Kosteneinschuβ zu</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verlangen. Ein Zurückbehaltungsrecht an Beiträgen zur Havarie-grosse</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">ist ausgeschlossen, auch in dem Fall, daβ der Havarie-grosse-Fall</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">schuldhaft herbeigeführt wurde, es sei denn, der Havarie-grosse-Fall sei</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">auf eine Handlung oder Unterlassung zurückzuführen, die von dem</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Frachtführer selbst oder einer Person im Sïnne des §1 Abs. 3 in der</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Absicht, einen solchen Fall herbeizuführen, oder leichfertig in dem</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewuβtsein begangen wurde, daβ ein solcher Fall mit Wahrscheinlichkeit</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">nicht eintreten werde.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Saar Coal erkent dat Enigma c.s. tegenover haar niet verder aansprakelijk is</para>
    <parablock>
      <para>dan Enigma c.s. zou zijn uit hoofde van de vervoerovereenkomst tussen Rhenania en</para>
      <para>Saar Coal. Saar Coal betwist evenwel dat die vervoerovereenkomst een geldige</para>
      <para>uitsluiting van aansprakelijkheid voor nautische fouten kent of een eigen</para>
      <para>schuldverweer in het kader van een avarij-grosse claim uitsluit. Indien al de</para>
      <para>algemene voorwaarden van Rhenania naar het toepasselijke Duitse recht geldig zijn</para>
      <para>overeengekomen, waar Saar Coals in hoger beroep, anders dan in de eerste aanleg,</para>
      <para>een vraagteken bij plaatst, zijn volgens haar de door Enigma c.s. ingeroepen §§ 16.3</para>
      <para>en 20.3 van die algemene voorwaarden nietig, althans dienen deze buiten toepassing</para>
      <para>te blijven, omdat zij in strijd zijn met semi-dwingend Duits recht. Wat § 16.3 betreft</para>
      <para>wijst zij op § 425 HGB waaruit naar zij stelt volgt dat de vervoerder in gevallen als</para>
      <para>de onderhavige in beginsel aansprakelijk is tenzij deze bewijst dat sprake is van</para>
      <para>overmacht in de zin van § 426 HGB. Afwijking is mogelijk maar moet dan tevoren</para>
      <para>specifiek tussen partijen zijn overeengekomen. § 20 lid 3 is volgens haar in strijd met</para>
      <para>§ 79 sub 2 Binnenschiffahrtgesetz. Ook over een afwijking van laatstbedoelde</para>
      <para>bepaling moet vooraf specifiek overeenstemming zijn bereikt. Bovendien bestaat</para>
      <para>strijd met § 307 BGB, aldus telkens Saar Coal, die deze opvatting baseert op een</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>door haar bij m.v.a. overgelegde Legal opinion van de hand van de Duitse advocaat</para>
      <para>Thomas Wanckel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. Omdat die Legal opinion bij het laatst ingediende processtuk is gevoegd,</para>
    <parablock>
      <para>waardoor Enigma c.s. er nog niet op heeft gereageerd, en het op basis van die Legal</para>
      <para>opinion ingenomen standpunt niet zo zeer anders als wel nieuw is ten opzichte van</para>
      <para>dat van Saar Coal in de eerste aanleg, krijgt Enigma c.s. de gelegenheid voor een</para>
      <para>reactie. Daartoe zal een comparitie van partijen worden gelast. Indien Enigma c.s. het</para>
      <para>standpunt van Saar Coal over de niet-toepasselijkheid naar Duits recht van de</para>
      <para>ingeroepen bepalingen uit de algemene voorwaarden wenst te betwisten en zich</para>
      <para>daarbij wil beroepen op een andere, door haar aan te vragen Legal opinion, dient zij</para>
      <para>die Legal opinion tevoren aan Saar Coal en de raadsheer-commissaris ter hand te</para>
      <para>stellen. Ter comparitie zal tevens worden stilgestaan bij de vraag of Saar Coal in</para>
      <para>hoger beroep ook meer in het algemeen wil betwisten dat bedoelde algemene</para>
      <para>voorwaarden (stilzwijgend) zijn overeengekomen in haar relatie met Rhenania en zo</para>
      <para>ja hoe zich dat dan verhoudt tot haar beroep op de keuze voor Duits recht in die</para>
      <para>algemene voorwaarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>10. Het beroep door Enigma c.s. op art. 8:901 BW is door de rechtbank</para>
    <parablock>
      <para>verworpen onder verwijzing naar het ontbreken van een contractuele band tussen</para>
      <para>Enigma c.s. en Saar Coal. Bij haar in hoger beroep herhaalde beroep op deze</para>
      <para>wetsbepaling is Enigma c.s. hier niet op ingegaan en heeft zij niet aangevoerd dat en</para>
      <para>waarom het artikel wèl van toepassing is. Ook heeft zij niet gesteld en is evenmin</para>
      <para>gebleken dat het artikel gelding heeft binnen de laatste exploitatieovereenkomst in de</para>
      <para>keten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>11. De tweede grief van Enigma c.s., die, na de memorie van grieven van 10</para>
    <parablock>
      <para>januari 2008, eerst bij akte van 15 mei 2008 is aangevoerd, richt zich tegen</para>
      <para>overweging 7.4 van de rechtbank, inhoudende dat de ladingbelanghebbende, conform</para>
      <para>Regel III van de Rijnregels aangesproken tot een bijdrage. verweer kan voeren door</para>
      <para>een beroep te doen op “schuld” van de reder aan het voorval dat de aanleiding was</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tot de avarij-grosse handeling. Deze grief is te laat ingediend, waartegen Saar Coal</para>
      <para>bezwaar heeft gemaakt. Volgens vaste rechtspraak (vgl. o.m. HR 19 juni 2009, LJN:</para>
      <para>B18771) brengt de in art. 347 lid 1 Rv besloten twee-conclusie-regel mee dat de</para>
      <para>rechter in beginsel niet behoort te letten op grieven die in een later stadium dan in de</para>
      <para>memorie van grieven dan wel - ingeval van incidenteel appel -  bij memorie van</para>
      <para>antwoord worden aangevoerd. Door Enigma c.s. is niets aangevoerd waaruit zou</para>
      <para>kunnen worden opgemaakt dat tijdige indiening van de grief niet mogelijk was. Een</para>
      <para>inhoudelijke behandeling van de grief kan daarom achterwege blijven. Niettemin</para>
      <para>wordt - ten overvloede -  overwogen dat de aangevochten overweging van de</para>
      <para>rechtbank juist is en de daartegen gerichte grief ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>12. De comparitie zal tevens worden benut voor het beproeven van een</para>
    <para>vereniging.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- gelast partijen, in persoon of als het om een rechtspersoon gaat, deugdelijk</para>
    <parablock>
      <para>vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte is en bevoegd</para>
      <para>is om een schikking aan te gaan, vergezeld van hun raadslieden, voor het</para>
      <para>verstrekken van inlichtingen en het beproeven van een minnelijke regeling te</para>
      <para>verschijnen voor de hierbij benoemde raadsheer-commissaris mr. J.M. van der</para>
      <para>Klooster in een der zalen van het Paleis van Justitie, Prins Clauslaan 60 te ‘s</para>
      <para>Gravenhage op <emphasis role="bold">dinsdag 21 september 2010 om 10.30 uur</emphasis>;  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- bepaalt dat, indien een der partijen <emphasis role="bold">binnen veertien dagen na heden</emphasis>, onder</para>
    <parablock>
      <para>gelijktijdige opgave van de verhinderdata van beide partijen in de maanden</para>
      <para>oktober tot en met december 2010, opgeeft dan verhinderd te zijn, de raadsheer</para>
      <para>commissaris (in beginsel eenmalig) een nadere datum en tijdstip voor de</para>
      <para>comparitie zal vaststellen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>- bepaalt dat Enigma c.s. een kopie van de volledige procesdossiers in eerste</para>
    <parablock>
      <para>aanleg en in hoger beroep, inclusief producties, <emphasis role="bold">binnen 2 maanden na heden</emphasis></para>
      <para>naar de griffie handel van dit hof (postbus 20302, 2500 EH Den Haag, P2-236)</para>
      <para>zal zenden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- bepaalt dat partijen de bescheiden waarop zij voor het overige een beroep zouden</para>
    <parablock>
      <para>willen doen, zullen overleggen door deze <emphasis role="bold">uiterlijk twee weken vóór de</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">comparitie</emphasis> in kopie aan de griffie handel en aan de wederpartij te zenden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. J.M. van der Klooster, J.H.W. de Planque en R. van der</para>
      <para>Vlist en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 maart 201 Om aanwezigheid</para>
      <para>van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>