<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSGR:2009:BK3562</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T09:31:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BK3562</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-11-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">105.000.564-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2009:BK3562">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2009:BK3562</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:29:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2009-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSGR:2009:BK3562 Gerechtshof 's-Gravenhage , 17-11-2009 / 105.000.564-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSGR:2009:BK3562:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onttrekken procesvertegenwoordiger aan verdere behandeling van de zaak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSGR:2009:BK3562:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE</para>
      <para>Sector handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 17 november 2009</para>
      <para>Zaaknummer: 105.000.564/01 (02/550)</para>
      <para>Zaaknummer rechtbank: 189480 (00/4728)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Arrest van de eerste civiele kamer </para>
    <para />
    <para>gewezen in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Naam],</para>
      <para>handelend onder de naam […],</para>
      <para>wonende te Oegstgeest,</para>
      <para>appellant, </para>
      <para>hierna: [appellant], </para>
      <para>advocaat: (voorheen) mr. H.J.A. Knijff te ’s-Gravenhage,</para>
      <para>tegen:</para>
      <para>[Naam],</para>
      <para>gevestigd te Katwijk,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna: [geïntimeerde],</para>
      <para>advocaat: mr. G.R. van der Plas te Katwijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding</para>
      <para>Het hof verwijst voor het verloop van het geding tot nog toe naar zijn tussenarrest van 27 maart 2003 (het eerste tussenarrest) en van 21 oktober 2004 (het tweede tussenarrest). In het tweede tussenarrest is [appellant] in de gelegenheid gesteld nog een akte te nemen voor het leveren van bewijs. [appellant] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Ter zitting van 18 augustus 2009 heeft de procesvertegenwoordiger van [appellant] zich aan een verdere behandeling van de zaak onttrokken. Hierna heeft [geïntimeerde] haar procesdossier aan het hof overgelegd en arrest gevraagd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdere beoordeling van het hoger beroep</para>
      <para>1. In het eerste tussenarrest is [appellant] in de gelegenheid gesteld zich bij akte erover uit te laten of hij in staat is zijn stelling te bewijzen dat hij aan de Gebroeders […] en […] of aan [geïntimeerde] een bankgarantie heeft afgegeven, bestemd voor de betaling van de door hem aan [geïntimeerde] vanaf 1 augustus 1995 verschuldigde huur en voorts dat Gebroeders […] en […] of [geïntimeerde] deze bankgarantie ten onrechte voor de betaling van een andere vordering op hem heeft aangewend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. [appellant] heeft hierna uitstel voor het leveren van bewijs van zijn stellingen gevraagd omdat hij de door hem bij de bank opgevraagde stukken met betrekking tot de betrokken bankgarantie nog niet had ontvangen</para>
    <para />
    <para>3. In het tweede tussenarrest heeft het hof overwogen dat [appellant] ten tijde van dit tussenarrest ruimschoots in de gelegenheid is geweest het van hem verlangde bewijs te vergaren en is hij in de gelegenheid gesteld dit bewijs alsnog bij akte in het geding te brengen.</para>
    <para />
    <para>4. [appellant] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Zijn procesvertegenwoordiger heeft zich uiteindelijk, ter zitting van 18 augustus 2009, aan een verdere behandeling van de zaak onttrokken. Onder deze omstandigheden moet ervan worden uitgegaan dat [appellant] niet in staat is het van hem verlangde bewijs te leveren. Hieruit vloeit voort dat de grief van [appellant] ongegrond is en dat het bestreden vonnis dient te worden bekrachtigd.</para>
    <para />
    <para>5. [appellant] zal in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld nu hij in deze procedure in het ongelijk wordt gesteld.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing</para>
      <para>Het gerechtshof:</para>
      <para>- bekrachtigt het bestreden vonnis;</para>
      <para>- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op € 769.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door mrs. M.L. Vierhout, J.W. van Knobelsdorff en P.J.J. Vonk, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 november  2009 in het bijzijn van de griffier.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>