<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSGR:2000:AB0134</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:21:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB0134</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-07-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">176-H-00</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2000:AB0134">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2000:AB0134</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:21:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSGR:2000:AB0134 Gerechtshof 's-Gravenhage , 05-07-2000 / 176-H-00</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSGR:2000:AB0134:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSGR:2000:AB0134:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Uitspraak : 5 juli 2000</para>
      <para>Rek.nr.  : 176-H-00</para>
      <para>Rek.nr. rb.: 99-3320</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE</para>
      <para>FAMILIEKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	B e s c h i k k i n g</para>
      <para>	in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>[naam vader],</para>
      <para>wonende te [woonplaats vader],</para>
      <para>verzoeker in hoger beroep, </para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>procureur mr. A.H. Westendorp.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Als belanghebbende is aangemerkt:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[naam moeder],</para>
      <para>wonende te [woonplaats moeder], verblijvende op een voor het hof onbekend adres in Spanje,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>procureur mr. C.M. Schouten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>De vader is op 17 maart 2000 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 19 januari 2000 waarbij de rechtbank te 's-Gra-ven-hage, op een verzoek van de vader tot een omgangsre-geling met zijn zoon [naam kind] (hier-na: [naam kind]), geboren op 8 juni 1988, zich na verweer van de moe-der onbe-voegd heeft verklaard om van dat verzoek kennis te ne-men.</para>
    <para />
    <para>De moeder heeft een ver-weer-schrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Namens de vader is bij het hof een brief met bijlagen ingeko-men, geda-teerd 18 mei 2000.</para>
    <para />
    <para>Namens de moeder is bij het hof een brief ingekomen, gedateerd 19 mei 2000.</para>
    <para />
    <para>Van de raad voor de kinderbescherming te 's-Gravenhage is bij het hof een brief ingekomen gedateerd 26 mei 2000, onder meer inhou-dende dat de raad in deze zaak geen rapporten en/of adviezen heeft uitge-bracht.</para>
    <para />
    <para>Op 31 mei 2000 is de zaak mondeling behandeld. Als belang-hebbenden zijn verschenen: de vader en zijn procu-reur en de procureur van de moeder. [naam kind] en de moeder zijn, hoewel daar-toe behoor-lijk opge-roepen, niet in persoon versche-nen. </para>
    <para />
    <para />
    <para>VASTSTAANDE FEITEN</para>
    <para />
    <para>Uit de stukken en het verhandelde ter zitting maakt het hof op dat de volgende feiten als niet of onvoldoende weersproken tussen de partijen vaststaan.</para>
    <para />
    <para>[naam kind] is geboren uit de affectieve relatie tussen de vader en de moeder. De vader heeft [naam kind] erkend. De moeder heeft van rechtswege het gezag over [naam kind], die rechtens en feitelijk bij haar verblijft.</para>
    <para />
    <para>Bij beschikking van 18 oktober 1996 heeft de rechtbank te 's-Gravenhage - met wijziging van haar beschikking van 25 ok-to-ber 1990 - de vader het recht op omgang met [naam kind] ontzegd voor een periode van twee jaar, welke periode op 18 oktober 1998 is verstreken.</para>
    <para />
    <para />
    <para>DE BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP</para>
    <para />
    <para>1. In geschil is de bevoegdheid van de Nederlandse rechter, die afhangt van de gewone verblijfplaats van [naam kind] in de zin van artikel 1 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1961 (het verdrag). De vader beroept zich op het [adres moeder] van de moeder; de moeder stelt dat de gewone verblijfplaats van haar en van [naam kind] in Spanje is.</para>
    <para />
    <para>2. De vader verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en zijn verzoek tot omgang met [naam kind] alsnog toe te wijzen, kosten rechtens. De moeder verzoekt de bestreden be-schik-king te bekrachtigen.</para>
    <para />
    <para>3. De vader heeft ter terechtzitting erkend dat hij "van horen zeggen" weet dat de moeder en [naam kind] sinds oktober 1997 in Spanje ver-blijven, doch stelt dat voor hem dat verblijf niet vaststaat omdat bewijs daarvan voor hem ontbreekt, ter-wijl de moeder en [naam kind] in het Neder-landse bevol-kings-register staan inge-schre-ven en onge-veer vier maal per jaar een week lang Neder-land be-zoe-ken. Hij biedt bewijs door getui-gen aan van die bezoeken.</para>
    <para />
    <para>4. De moeder stelt dat zij, hoewel formeel domici-lie hebbend in Neder-land, sinds oktober 1997 met [naam kind] in Spanje ver-blijft, waar [naam kind] sinds-dien ook school gaat. Ter sta-ving zijn ter terechtzit-ting enkele documenten in kopie overgelegd. Volgens de moeder gaat zij gemid-deld eens per jaar met [naam kind] naar Neder-land voor een bezoek aan haar ouders.</para>
    <para />
    <para>5. Het hof concludeert op grond van deze documenten - waaron-der schoolrap-porten van [naam kind] van de cursus-jaren 1998-1999 en 1999-2000 van een Spaan-se school met goede cij-fers voor Spaans - dat [naam kind] sinds geruime tijd in Spanje school -gaat. Hiermee staat voor het hof vast dat de moeder en [naam kind] hun gewone ver-blijf in Spanje hebben.</para>
    <para />
    <para>6. Het bewijsaanbod van de vader ten aanzien van de frequentie van het bezoek van de moeder en [naam kind] aan Nederland, passeert het hof als niet ter zake dienende.</para>
    <para />
    <para>7. Aangezien ook Spanje partij is bij het Haagse Kinderbe-scher-mingsverdrag van 1961, is de Neder-landse rechter niet be-voegd om van het verzoek van de vader kennis te nemen. De bestreden be-schikking dient derhalve te worden bekrachtigd.</para>
    <para />
    <para />
    <para>BESLISSING IN HOGER BEROEP</para>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>bekrachtigt de bestreden beschikking.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. Fockema Andreae-Hartsui-ker, Koning en Panne-koek-Dubois, bijge-staan door mr. Oostveen als griffier en uit-gespro-ken ter openba-re te-rechtzit-ting van 5 juli 2000.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>