<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSGR:2000:2</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-04T15:10:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Gravenhage" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Gravenhage</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-11-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">R 00/275</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2000:2">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSGR:2000:2</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-04T15:09:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSGR:2000:2 Gerechtshof 's-Gravenhage , 16-11-2000 / R 00/275</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSGR:2000:2:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>gedogen aanleg en instandhouding drinkwatertransportleiding</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSGR:2000:2:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Uitspraak: 16 november 2000</para>
  <para>Rekestnr. : R 00/275</para>
  <parablock>
    <para>HET GERECHTSHOF TE ’S-GRAVENHAGE, eerste civiele kamer, heeft de </para>
    <para>volgende beschikking gegeven op het verzoek van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [verzoeker],</para>
    <para>wonende te [woonplaats], </para>
    <para>verzoeker, </para>
    <para>hierna te noemen: [verzoeker], </para>
    <para>procureur: mr. J. Geelhoed, </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,</para>
    <para>zetelende te ’s-Gravenhage, </para>
    <para>gerequestreerde, </para>
    <para>hierna te noemen: de Minister, </para>
    <para>vertegenwoordigd door mr. F. Blok. </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Het geding</title>
    <parablock>
      <para>Bij verzoekschrift (met producties), ingekomen ter griffie van het hof per fax op 25 </para>
      <para>april 2000 en per post op 26 april 2000, heeft [verzoeker] het hof verzocht de be-</para>
      <para>schikking van de Minister van 27 maart 2000, waarbij aan Vof Firma [naam 1], [naam 2] </para>
      <para>en [naam 3] [verzoeker] (hierna: de Vof) als rechthebbende op de onroerende zaak,</para>
      <para>kadastraal bekend gemeente [woonplaats en nr.] (hierna: het </para>
      <para>perceel) op verzoek van de NV Waterbedrijf Europoort (hierna: het Waterbedrijf) </para>
      <para>de plicht is opgelegd tot het gedogen van de aanleg en instandhouding van een drinkwatertransportleiding met bijkomende werken (door het Waterbedrijf) in de </para>
      <para>gemeenten Rotterdam en Schiedam. </para>
      <para>Bij vertoogschrift (met producties), ingekomen ter griffie van het hof op 6 juni 2000, </para>
      <para>heeft de Minister het verzoekschrift bestreden. </para>
      <para>Op 19 en 22 september 2000 zijn van [verzoeker] een aantal stukken ter griffie binnengekomen. Van het Waterbedrijf (belanghebbende) zijn op 22 september </para>
      <para>2000 een aantal stukken ter griffie ontvangen. </para>
      <para>OP 25 september 2000 heeft het hof de zaak mondeling behandeld. Daarbij is aan </para>
      <para>de hand van pleitnotities gepleit door de procureur van [verzoeker] en door mr. F. </para>
      <para>Blok namens de Minister. Mr. H.D.M. Mulder, advocaat te Rotterdam, heeft voor </para>
      <para>het Waterbedrijf een toelichting gegeven. Mr. Blok heeft nog een kopie van een </para>
      <para>publicatie in het huis-aan-huisblad de Maasstad overgelegd en [verzoeker] een inge-</para>
      <para>kleurde (en ingetekende) kopie van een kadastrale kaart. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling van het verzoek</title>
    <para>1. [verzoeker], vennoot van de Vof, heeft ter zitting verklaard niet namens de Vof </para>
    <parablock>
      <para>maar voor zichzelf op te treden. Hij heeft onweersproken gesteld, dat de Vof in </para>
      <para>1987 is ontbonden waarna de eigendom van het aan de Vof toebehorende per-</para>
      <para>ceel, waarop de gedoogplicht betrekking heeft, na een arbitrale procedure tussen </para>
      <para>de vennoten, aan [verzoeker] is toebedeeld en dat de vordering van een der andere</para>
      <para>vennoten tot vernietiging van het arbitrale vonnis is afgewezen, tegen welke af-</para>
      <para>wijzing geen hoger beroep meer openstaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Hoewel de overdracht van het perceel aan [verzoeker] nog niet heeft </para>
    <parablock>
      <para>plaatsgevonden, heeft [verzoeker] aldus aannemelijk gemaakt dat hij enig recht heeft </para>
      <para>ten aanzien van het perceel, zodat hij in zijn verzoek kan worden ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. [verzoeker] heeft zijn bij pleidooi aanvankelijk ingenomen stelling, dat de gedoogbeschikking nog niet in werking is getreden, omdat de burgemeester van </para>
    <parablock>
      <para>Rotterdam deze nog niet zou hebben doen publiceren, opgegeven nadat zijdens </para>
      <para>de Minister een kopie van die publicatie in het geding is gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Het hof komt derhalve thans toe aan de toetsing van de gedoogbeschikking aan </para>
    <parablock>
      <para>de in art. 4, eerste lid Belemmeringenwet Privaatrecht (BWP) genoemde gronden. </para>
      <para>Het hof kan de beschikking slechts vernietigen hetzij op grond dat de belangen </para>
      <para>van de rechthebbende ten aanzien van de onroerende zaak redelijkerwijs onteige-</para>
      <para>ning vorderen, hetzij omdat de opgelegde gedoogplicht het gebruik ervan verdergaand belemmert dan redelijkerwijs voor het werk nodig is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Op grond van hetgeen over en weer niet (voldoende) betwist is gesteld (waaronder de mededelingen ter zitting) alsmede op basis van de niet (voldoende) betwiste inhoud van de overgelegde stukken is het volgende komen vast te staan. </para>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het werk waarop de bij de beschikking opgelegde gedoogplicht betrekking </para>
        <para>heeft, bestaat uit de aanleg en instandhouding van een drinkwatertransportleiding </para>
        <para>met een diameter van 1 meter. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Het perceel van [verzoeker] waarin de waterleiding is gepland grenst aan een </para>
        <para>spoorlijn. Op korte afstand van de spoorlijn lopen daaraan parallel, gerekend vanaf </para>
        <para>de spoorlijn achtereenvolgens een (ondergrondse) hogedrukgastransportleiding, </para>
        <para>de geplande (ondergrondse) drinkwatertransportleiding en een (bovengrondse) hoogspanningsverbinding. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>In de nabijheid van de gasleiding mag op een afstand van 5 meter aan </para>
        <para>weerszijden van de leiding niet worden gebouwd, in de nabijheid van de hoogspanningsleiding evenmin op een afstand van 27.50 meter aan weerszijden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>In november 1964 zijn twee vergunningen verleend voor kassenbouw op drie percelen ([nummers]), die volgens [verzoeker] zijn samengevoegd (en </para>
        <para>hernummerd) tot het perceel ([nummer]). </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <parablock>
        <para>De bouw van die kassen is aangevangen, maar in 1965 (nadat een deel van </para>
        <para>de fundering lag) onderbroken door een bouwstop van de toenmalige minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. De (gedeeltelijke) fundering ligt op een afstand van ca. 200 meter van de spoorlijn. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De bestemming  van het (thans als weiland in gebruik zijnde) perceel is sedert </para>
        <para>1968 recreatie. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>6. [verzoeker] is van oordeel dat het perceel (gedeeltelijk) had moeten worden </para>
      <parablock>
        <para>onteigend, omdat het perceel in verband met de voorwaarden betreffende de drinkwaterleiding niet meer of in mindere mate bruikbaar is voor de kassenbouw (met waterbassins) waarvoor bouwvergunning is verleend. Daarnaast wordt door </para>
        <para>de cumulatie van de thans opgelegde beperking met de reeds bestaande beper-</para>
        <para>kingen die verband houden met de gas- en hoogspanningsleiding alsook een optie </para>
        <para>van de Nederlandse Spoorwegen tot uitbreiding van de spoorlijn op het perceel de belemmering zodanig dat verder bedrijfsvoering op het perceel onmogelijk al-</para>
        <para>thans teveel beperkt wordt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>7. Het hof overweegt als volgt. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>Uitgangspunt voor de beoordeling of de belangen van [verzoeker] redelijkerwijs onteigening vorderen zijn de huidige toestand en omstandigheden. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>In casu is in 1965 begonnen met de uitvoering van het perceel toegestane </para>
        <para>kassenbouw, welke bouw vervolgens tot op heden heeft stilgelegen. </para>
        <para>Al aangenomen dat [verzoeker] die bouw thans zou mogen hervatten – de Minister </para>
        <para>bestrijdt dat – dan nog blijkt uit de overgelegde vergunningen niet dat zij strekken </para>
        <para>tot de bouw van kassen of een waterbassin op het perceelsgedeelte waar de </para>
        <para>waterleiding is gepland en volgens [verzoeker] zijn er geen andere stukken dan thans </para>
        <para>zijn overgelegd. </para>
        <para>Nu voorts de huidige bestemming van het perceel recreatie is, is er geen sprake </para>
        <para>van dat het perceel(sgedeelte) in verband met de aanleg (instandhouding) van de watreleiding niet meer of in mindere mate bruikbaar is als glastuinbouwgrond. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Ook kan niet worden gezegd dat de belangen van [verzoeker] op grond van een </para>
        <para>te vergaande cumulatie van beperkingen redelijkerwijs onteigening vorderen. </para>
        <para>Herhaald zij, dat het bij deze beoordeling gaat om de huidige toestand. In casu </para>
        <para>dient te worden uitgegaan van de bestemming recreatiegrond en niet valt in te zien </para>
        <para>dat de aanleg en instandhouding van de waterleiding aan de reeds bestaande </para>
        <para>beperkingen (de gasleiding en hoogspanningverbinding en de optie van de NS) op </para>
        <para>het gebruik als recreatiegrond een beperking toevoegt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>8. Nu de belangen van [verzoeker] niet redelijkerwijs de onteigening van het </para>
        <para>perceel(sgedeelte) vorderen, zal het verzoek worden afgewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- wijst het verzoek af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. In ’t Velt-Meijer, Dupain en Heikens en </para>
      <para>uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 november 2000. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>