<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHLEE:2012:79</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-03-11T13:47:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-01-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WAHV 200.091.665</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2012:79">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2012:79</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-03-11T13:45:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHLEE:2012:79 Gerechtshof Leeuwarden , 06-01-2012 / WAHV 200.091.665</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHLEE:2012:79:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In een zaak waarin de betrokkene zelf in hoger beroep is gekomen tegen de opgelegde sanctie, wordt door Boeteservice.nl verzocht om een proceskostenvergoeding. Het hof overweegt in een overweging ten overvloede dat Boeteservice.nl in deze zaak niet als gemachtigde kan worden beschouwd en geen aanspraak kan maken op vergoeding van proceskosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHLEE:2012:79:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold">WAHV 200.091.665</emphasis>
    </para>
    <para>6 januari 2012</para>
    <parablock>
      <para>CJIB 142856938</para>
      <para />
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Gerechtshof te Leeuwarden</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
    <para>op het hoger beroep tegen de beslissing</para>
    <para>van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam</para>
    <para>van 22 april 2011</para>
    <para>betreffende</para>
    <para>
      [naam betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [plaats].</para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Door Boeteservice.nl is verzocht om een vergoeding van kosten.</para>
      <para>De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder is geen keuringsbewijs afgegeven”, welke gedraging blijkens een registercontrole van de RDW zou zijn verricht op 21 juni 2010 met het voertuig met het kenteken [kenteken].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>In het beroepschrift d.d. 27 juli 2010 tegen de inleidende beschikking heeft de betrokkene aangevoerd dat de auto op 1 april 2010 bij het keuringsstation van de RDW te Zwijndrecht is (goed)gekeurd in verband met de overschrijving van het Italiaanse naar een Nederlands kenteken. Uit informatie van de website van de RDW noch bij de keuring door de RDW is haar duidelijk geworden dat naast de technische keuring nog een APK diende te gebeuren. In hoger beroep heeft de betrokkene herhaald dat aan haar mondeling noch schriftelijk is duidelijk gemaakt dat de keuring bij de RDW niet een APK betrof. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Het hof leidt uit het beroepschrift van de betrokkene af dat zij erkent dat de gedraging is verricht doch dat zij zich beroept op omstandigheden die het opleggen van een sanctie niet billijken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit het zaakoverzicht van het CJIB blijkt dat het voertuig van de betrokkene op </para>
        <para>9 april 2010 is geregistreerd in het kentekenregister. Op de datum van overdracht was de vervaldatum voor de algemene periodieke keuring 4 december 2005. Voorts blijkt uit een zich in het dossier bevindende op 4 januari 2011 afgedrukte lijst met kentekengegevens dat de geldigheid van het keuringsbewijs behorende bij het voertuig met kenteken 50-LGP-8 op 9 juli 2011 eindigde. Die datum stemt overeen met een mededeling van de betrokkene in haar boven aangehaalde beroepschrift dat de algemene periodieke keuring op 9 juli 2010 is uitgevoerd. Derhalve staat vast dat de gedraging is verricht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof stelt voorop dat van de eigenaar of houder van een kentekenplichtig motorrijtuig mag worden verwacht dat zij op de hoogte is van de voorschriften ten aanzien van - in het onderhavige geval - de periodieke algemene keuring. Dat de Dienst Wegverkeer is belast met de uitvoering van bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 en andere wetten opgedragen taken en in dat kader ook bij wijze van serviceverlening praktische informatie en ondersteuning biedt aan het publiek, ontslaat de kentekenhouder niet van haar eigen verantwoordelijkheid om te voldoen aan de voorschriften ten aanzien van de periodieke algemene keuring. Raadpleging van de website van de RDW leert overigens dat de Dienst Wegverkeer particulieren die een personenauto invoeren uit een EU-lidstaat er nadrukkelijk op wijst dat het onderzoek van die auto ter verkrijging van het kentekenbewijs niet de technische staat van de auto betreft. Op de website is dienaangaande de volgende tekst te lezen: </para>
        <para>"De RDW kijkt bij het onderzoek van een ingevoerde personenauto uit een EU-lidstaat niet naar de technische staat van de auto. Is uw voertuig echter (bijna) APK-plichtig, dan moet deze wel goedgekeurd zijn voor de APK."</para>
        <para>Het hof acht niet aannemelijk dat de hier aangehaalde informatie ten tijde van de invoer van het voertuig in april 2010 niet op de website van de Dienst Wegverkeer te vinden was.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.</nr>
      <para>Gelet op het hiervoor overwogene is het hof van oordeel dat de betrokkene op de hoogte had kunnen en moeten zijn van de omstandigheid dat het door haar ingevoerde voertuig APK-plichtig was en dat het onderzoek ter verkrijging van het kentekenbewijs niet als een algemene periodieke keuring kon worden aangemerkt. Het hof ziet daarom in de door de betrokkene aangevoerde omstandigheden geen aanleiding tot het achterwege laten van de sanctie, en zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.</nr>
      <para>Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld bestaat er geen grond voor vergoeding van kosten. Het hof overweegt ten aanzien van het kostenverzoek ten overvloede dat Boeteservice.nl in deze zaak niet als gemachtigde kan worden aangemerkt en derhalve geen aanspraak kan maken op vergoeding van proceskosten. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>