<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHLEE:2011:BT2019</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T18:58:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BT2019</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-09-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24-001211-11</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2011:BT2019">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2011:BT2019</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:50:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-09-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHLEE:2011:BT2019 Gerechtshof Leeuwarden , 20-09-2011 / 24-001211-11</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHLEE:2011:BT2019:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Vervolging wegens het medeplegen van een vernieling, betaande uit het opblazen van één of meer brievenbussen.  </para>
        <para>Het hof spreekt verdachte vrij, omdat er geen wettig en overtuigend bewijs is van nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en degenen van wie vaststaat dat die een brievenbus hebben opgeblazen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHLEE:2011:BT2019:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Gerechtshof Leeuwarden</para>
      <para>Sector strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer:	24-001211-11 </para>
      <para>Uitspraak d.d.:	20 september 2011</para>
      <para>TEGENSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken</para>
      <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 9 juni 2011 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 07-612296-09, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte],</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [1993], </para>
      <para>wonende te [woonplaats], Hendrik IJzerbrootlaan 22.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Het hoger beroep</para>
    <para />
    <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Onderzoek van de zaak</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 6 september 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een werkstraf voor de duur van twintig uren, subsidiair tien dagen jeugddetentie, en tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van tachtig euro, alsmede tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel tot dat bedrag. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat de vordering tot tenuitvoerlegging wordt toegewezen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. F.N. Dijkers, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Het vonnis waarvan beroep</para>
    <para />
    <para>Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>De tenlastelegging</para>
    <para />
    <para>Aan verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    <para />
    <para>hij in de periode van 18 december 2010 tot en met 3 januari 2011 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk één of meer brievenbus(sen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.</para>
    <para />
    <para>Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Vrijspraak</para>
    <para />
    <para>Op grond van het onderzoek ter terechtzitting en de inhoud van de bewijsmiddelen stelt het hof vast dat verdachte geen uitvoeringshandelingen heeft verricht bij de explosie van de brievenbus, die door de getuige als de tweede explosie wordt aangeduid. Uit de bewijsmiddelen is evenmin af te leiden dat verdachte zo bewust en nauw heeft samengewerkt met degene of degenen die de vernieling als gevolg van deze explosie heeft/hebben gepleegd, dat hij als medepleger van deze vernieling beschouwd kan worden. Van betrokkenheid van verdachte bij een andere dan deze explosie is niets gebleken. Verdachte behoort daarom te worden vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]</para>
    <para />
    <para>De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 390,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 80,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.</para>
    <para />
    <para>De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Vordering tot tenuitvoerlegging </para>
    <para>  </para>
    <para>Gelet op de vrijspraak van verdachte zal de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Zwolle-Lelystad van 26 april 2011, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 29 juli 2010, met parketnummer 07-612296-09, voorwaardelijk opgelegde werkstraf voor de duur van veertig uren worden afgewezen. </para>
    <para />
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    <para />
    <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]</para>
      <para>Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.</para>
    <para />
    <para>Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Zwolle-Lelystad van 26 april 2011, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter te Zwolle-Lelystad van 29 juli 2010, parketnummer 07-612296-09, voorwaardelijk opgelegde werkstraf voor de duur van veertig uren.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. T.M.L. Wolters, voorzitter,</para>
      <para>mr. P.J.M. van den Bergh en mr. W. van Houtum, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A. Meester, griffier,</para>
      <para>en op 20 september 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
      <para>mr. W. van Houtum is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>