<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHLEE:2011:BR1594</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T15:53:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BR1594</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-05-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WAHV 200.078.577</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004581&amp;artikel=2&amp;g=2011-05-20">Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 2</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004581&amp;artikel=9&amp;g=2011-05-20">Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2011:BR1594">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2011:BR1594</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:31:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHLEE:2011:BR1594 Gerechtshof Leeuwarden , 20-05-2011 / WAHV 200.078.577</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHLEE:2011:BR1594:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Officiersappel. De kantonrechter heeft de sanctie gelet op de financiële omstandigheden van de betrokkene gematigd tot de helft. Het hof acht het oordeel van de kantonrechter niet onbegrijpelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHLEE:2011:BR1594:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>WAHV 200.078.577</para>
      <para>20 mei 2011</para>
      <para>CJIB 138487299</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gerechtshof te Leeuwarden</para>
      <para>Arrest</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het hoger beroep tegen de beslissing</para>
      <para>van de kantonrechter van de rechtbank Groningen</para>
      <para>van 25 oktober 2010</para>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),</para>
      <para>wonende te [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing van de kantonrechter</para>
      <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Groningen genomen beslissing gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 80,-. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het procesverloop</para>
      <para>De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.</para>
      <para>De betrokkene heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beoordeling</para>
      <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 160,- opgelegd ter zake van “parkeren op gehandicaptenparkeerplaats anders dan met motorvoert. op meer dan 2 wielen met geldige gehand.parkeerkaart”, welke gedraging zou zijn verricht op 19 januari 2010 om 11.00 uur op de Jachtlaan te Delfzijl met het voertuig met het kenteken [AB-AB-00].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De betrokkene heeft gedurende de procedure niet ontkend dat hij de gedraging heeft verricht, maar stelt dat zich omstandigheden voordoen die het opleggen van een sanctie niet billijken dan wel matiging van die sanctie rechtvaardigen. Daartoe heeft de betrokkene aangevoerd dat hij zijn nicht op de betreffende dag voor een afspraak naar het ziekenhuis heeft gebracht. Bij het ziekenhuis waren alle parkeerplaatsen bezet. De betrokkene heeft toen, mede gelet op de omstandigheid dat ze aan de late kant waren voor de afspraak, gebruik gemaakt van een gehandicaptenparkeerplaats die op dat moment net vrij was. De betrokkene erkent dat hij een fout heeft gemaakt, maar verzoekt gelet op zijn financiële positie tot verlaging van het sanctiebedrag. De betrokkene stelt hiertoe dat hij slechts beschikt over een wachtgelduitkering van € 750,- netto per maand en een bedrag van ongeveer € 60,- aan zorgtoeslag. Gelet hierop is het sanctiebedrag voor de betrokkene erg hoog. Door de officier van justitie is aangegeven dat de betrokkene de zekerheidstelling heeft voldaan. De betrokkene wil erop wijzen dat zijn nichtje de helft van het bedrag heeft betaald. </para>
    <para />
    <para>3.  De kantonrechter heeft overwogen dat de gedraging is verricht en dat de sanctie terecht is opgelegd. Voorts heeft de kantonrechter overwogen dat hij, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval, met name de financiële situatie van de betrokkene, termen aanwezig ziet om de hoogte van het sanctiebedrag te matigen tot de helft. Derhalve heeft de kantonrechter het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking in zoverre gewijzigd dat de sanctie wordt vastgesteld op € 80,-. </para>
    <para />
    <para>4. De officier van justitie voert in hoger beroep - zakelijk weergegeven - aan dat de beslissing van de kantonrechter om de sanctie matigen onbegrijpelijk is.  Naar de mening van de officier van justitie valt een matiging van de sanctie, enkel op basis van het feit dat de betrokkene over geringe financiële middelen beschikt, niet te rechtvaardigen. Daarbij merkt de officier van justitie op dat de betrokkene aan de verplichting tot het stellen van zekerheid heeft voldaan. Ook anderszins is niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de sanctie zou moeten worden gematigd. </para>
    <para />
    <para>5. Ter beoordeling van het hof staat ten eerste de vraag of vaststaat dat de onder 1. genoemde gedraging is verricht. Gelet op de stukken in het dossier, en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging niet bestrijdt, staat vast dat de onder 1. genoemde gedraging is verricht. Het hof dient vervolgens te beoordelen of er redenen zijn de sanctie te matigen.</para>
    <para />
    <para>6. Voor elke gedraging in de zin van artikel 2, eerste lid, WAHV bepaalt de bijlage bij de WAHV de te betalen geldsom. Deze in hoge mate tariefsmatige afdoening van gedragingen brengt mee dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om van de vastgestelde tarieven af te wijken. </para>
    <para />
    <para>7. Voor zover de betrokkene een beroep doet op de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht, overweegt het hof dat hetgeen de betrokkene hieromtrent heeft aangevoerd niet kan gelden als een dergelijke bijzonder omstandigheid. Het hof neemt hierbij onder meer in aanmerking dat er geen sprake was van een acute noodsituatie. De betrokkene had de mogelijkheid om zijn nicht bij de ingang af te zetten en vervolgens opnieuw naar een parkeergelegenheid te zoeken. Dat de betrokkene reeds aan de late kant was en niet aan deze mogelijkheid heeft gedacht dient voor zijn eigen rekening en risico te komen. </para>
    <para />
    <para>8. Voor zover de betrokkene een beroep doet op zijn financiële positie, overweegt het hof als volgt. De kantonrechter, die de betrokkene ter zitting heeft gehoord en zich derhalve een beeld van de betrokkene heeft kunnen vormen, heeft het betoog van de betrokkene met betrekking tot zijn financiële positie aannemelijk geacht. Het hof acht dit oordeel van de kantonrechter niet onbegrijpelijk. Op grond van de stukken van het dossier ziet het hof geen aanleiding om van dit oordeel af te wijken. </para>
    <para />
    <para>9. Het voorgaande brengt mee dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal bevestigen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing</para>
      <para>Het gerechtshof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>