<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5264</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-04T16:08:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BQ5264</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-05-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.083.549/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=127a">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 127a</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0028899">Wet griffierechten burgerlijke zaken</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0028899&amp;artikel=3">Wet griffierechten burgerlijke zaken 3</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JIN 2011/457</rdf:li>
          <rdf:li>JIN 2011/495</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5264">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5264</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:13:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-05-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5264 Gerechtshof Leeuwarden , 03-05-2011 / 200.083.549/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5264:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Griffierecht. Hof verwerpt verweer dat geen juiste factuur is ontvangen. Bedrag staat op roljournaal.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5264:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>GERECHTSHOF LEEUWARDEN       </para>
      <para>Sector civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>zaaknummer: 200.083.549/01</para>
    <para />
    <para />
    <para>arrest van de eerste civiele kamer van 3 mei 2011</para>
    <para />
    <para>inzake</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[appellant],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>in eerste aanleg: eiseres,</para>
      <para>hierrna te noemen: [appellant]</para>
      <para>advocaat: mr. R.M.A. Arnoldus, kantoorhoudende te Groningen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[geïntimeerde],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna te noemen: [geïntimeerde],</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagde,</para>
      <para>advocaat: mr. L.H. Haarsma, kantoorhoudende te Paterswolde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>1	Het geding in eerste aanleg</para>
    <para />
    <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van de rechtbank Groningen (sector kanton, locatie Groningen) van 9 juni 2010 en 24 november 2010.</para>
    <para />
    <para>2	Het geding in hoger beroep</para>
    <para />
    <para>2.1	[appellant] heeft bij exploot van 14 februari 2011 aangezegd van het laatstgenoemde vonnis in hoger beroep te komen, met dagvaarding van [geïntimeerde] voor dit hof.</para>
    <para />
    <para>2.2	Ter rolle van 15 maart 2011 is de zaak aangebracht. [geïntimeerde] is bij advocaat verschenen.</para>
    <para />
    <para>2.3	[appellant] is in de gelegenheid gesteld om het op 15 maart 2011 geheven griffierecht binnen vier weken te betalen.</para>
    <para />
    <para>2.4	In verband met het achterwege blijven van een tijdige betaling van het griffierecht heeft het hof arrest bepaald op het griffiedossier.</para>
    <para />
    <para>3	De motivering van de beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1	Anders dan mr. Arnoldus blijkens zijn brief van 26 april 2011 lijkt te veronderstellen, is voor de opeisbaarheid van het griffierecht niet vereist dat daarvoor een factuur en eventueel een herinnering wordt gestuurd. Op grond van art 3, derde lid, Wet griffierechten burgerlijke zaken is het griffierecht verschuldigd vanaf de eerste uitroeping ter terechtzitting. Vanaf die roldatum staat ook in het roljournaal vermeld dat de zaak wacht op betaling van het griffierecht, zodat dit voor de advocaat zichtbaar is. Ook het te betalen bedrag staat daarin vermeld. De procesvertegenwoordiger dient zelf voor een juiste en tijdige betaling zorg te dragen. </para>
      <para>In het griffiedossier bevindt zich overigens een kopie van de correct geadresseerde nota d.d. 17 maart 2011.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2	Nu [appellant] niet tijdig tot betaling van het griffierecht is overgegaan, is het hof voornemens [geïntimeerde] overeenkomstig het bepaalde in artikel 127a, tweede lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ter rolle van 14 juni 2011 van deze instantie te ontslaan en [appellant] te veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 284,=.</para>
    <para />
    <para>3.3	Het hof zal niet overgaan tot ontslag van instantie en kostenveroordeling indien [geïntimeerde] uiterlijk ter rolle van 14 juni 2011 incidenteel appel instelt, waarvoor [geïntimeerde], met inachtneming van de voor dagvaarding geldende termijnen, [appellant] bij exploot dient op te roepen. </para>
    <para />
    <para>4	De beslissing</para>
    <para />
    <para>Het hof, recht doende in hoger beroep:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>ontslaat [geïntimeerde] op 14 juni 2011 van deze instantie en veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het (principaal) hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op</para>
      <para>€ 284,= voor verschotten, tenzij [geïntimeerde] uiterlijk op die roldatum, met oproeping van [appellant] bij exploot met inachtneming van de voor dagvaarding geldende termijnen, incidenteel appel instelt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mrs. K.E Mollema, voorzitter, J.H. Kuiper en M.E.L. Fikkers, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>