<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5136</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T00:21:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BQ5136</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-02-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.079.338</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5136">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5136</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:12:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-05-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5136 Gerechtshof Leeuwarden , 24-02-2011 / 200.079.338</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5136:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hoger beroep ingetrokken. Geïntimeerde verzoekt proceskostenveroordeling, nu hij verweerschrift gereed had en hij appellant ook gewezen had op feit dat appel in deze niet mogelijk was. Hof vindt het aangevoerde onvoldoende voor proceskostenveroordeling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5136:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Beschikking d.d. 24 februari 2011			</para>
      <para>Zaaknummer 200.079.338			</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>								</para>
    <para>HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN</para>
    <para>								</para>
    <parablock>
      <para>Beschikking in de zaak van </para>
      <para>	[naam appelante], </para>
      <para>	wonende te [woonplaats],</para>
      <para>	appellerende partij,</para>
      <para>	advocaat mr. R. Skála, kantoorhoudende te Haren,</para>
    </parablock>
    <para>	</para>
    <para>	tegen</para>
    <para>	</para>
    <parablock>
      <para>	de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>	Woonnexxt Hypotheken B.V.,</para>
      <para>	gevestigd  te Amersfoort,</para>
      <para>	geïntimeerde partij,</para>
      <para>	advocaat mr. E.E.W. Danen, kantoorhoudende te Rosmalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Overige belanghebbenden:</para>
      <para>	1. [belanghebbende 1],</para>
      <para>	wonende te [woonplaats];</para>
      <para>	2. [belanghebbende 2],</para>
      <para>	wonende te [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding in eerste aanleg</para>
      <para>Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Groningen van 10 december 2010, partijen voldoende bekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding in hoger beroep</para>
      <para>Bij beroepschrift, binnengekomen bij de griffie op 26 december 2010, heeft de appellerende partij verzocht de bovengenoemde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende het gevraagde verlof alsnog af te wijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken, waaronder brieven van mr. Skála van 12 januari en 10 februari 2011 en een brief van mr. Danen van 13 januari 2011. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beoordeling</para>
      <para>1. Uit de stukken blijkt dat de appellerende partij het hoger beroep in deze zaak heeft ingetrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.	De appellerende partij heeft dientengevolge geen grieven meer aangevoerd tegen de beschikking waarvan beroep.</para>
    <para />
    <para>3.	Het vorenstaande brengt mee dat het verzoek in hoger beroep moet worden afgewezen.</para>
    <para />
    <para>4.	De geïntimeerde partij heeft verzocht de appelerende partij te veroordelen in de door de geïntimeerde partij gemaakte kosten. Zij voert daartoe aan, dat zij het verweerschrift, dat uiterlijk op 18 januari 2011 kon worden ingediend, ten tijde van de mededeling van intrekking van het hoger beroep reeds gereed had liggen voor verzending, terwijl zij de appellerende partij er reeds op 30 december 2010 op had gewezen dat hoger beroep in deze zaak niet mogelijk was.</para>
    <para />
    <para>5.	De appellerende partij stelt dat dit verzoek dient te worden afgewezen. Het hoger beroep is tijdig ingetrokken, dat wil zeggen voor de datum dat een verweerschrift diende te worden ingediend. Bovendien had een verweerschrift, gelet op het terechte standpunt dat hoger beroep niet mogelijk was, uiterst beperkt kunnen blijven.</para>
    <para />
    <para>6.	Het hof stelt voorop dat het hier voor wat betreft de vraag of een proceskostenveroordeling dient te volgen, gelet op art. 289 jo. 362 Rv., om een discretionaire bevoegdheid van de rechter gaat. Dit wijkt af van de dwingende regeling in dagvaardingszaken zoals vervat in artikel 237 jo. 353 Rv.</para>
    <para />
    <para>7.	In hetgeen de geïntimeerde partij ter zake gesteld heeft ziet het hof, mede gelet op hetgeen de appellerende partij daar tegen ingebracht heeft, onvoldoende reden om in afwijking van hetgeen gebruikelijk is de appellerende partij in de proceskosten van de geïntimeerde partij te veroordelen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing</para>
      <para>Het gerechtshof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>wijst het verzoek in hoger beroep af;</para>
    <para />
    <para>wijst het verzoek om de appellerende partij in de proceskosten te veroordelen af.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. J.D.S.L. Bosch, B.J.J. Melssen en M.W. Zandbergen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 24 februari 2011 in bijzijn van de griffier.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>