<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHLEE:2010:BP0665</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:30:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BP0665</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.075.378</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2010:BP0665">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2010:BP0665</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:30:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHLEE:2010:BP0665 Gerechtshof Leeuwarden , 21-12-2010 / 200.075.378</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHLEE:2010:BP0665:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Anders dan de minderjarige kwalificeert het hof het vastpakken of vasthouden, slaan, duwen en trappen van zijn moeder, dan wel zus als gewelddadigheden. Gelet hierop en de overige omstandigheden als door het hof weergegeven, wordt de beschikking tot gesloten plaatsing bekrachtigd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHLEE:2010:BP0665:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Beschikking d.d. 21 december 2010</para>
      <para>Zaaknummer 200.075.378 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking in de zaak van </para>
      <para>	[Naam],</para>
      <para>	wonende te [woonplaats], </para>
      <para>	thans verblijvende in intensieve jeugdzorgvoorziening [naam], 	appellant,</para>
      <para>	hierna te noemen: [appellant],</para>
      <para>	advocaat mr. W.M. Bierens, kantoorhoudende te Assen,</para>
    </parablock>
    <para>	</para>
    <para>	tegen</para>
    <para>	</para>
    <parablock>
      <para>	Bureau Jeugdzorg Drenthe,</para>
      <para>	gevestigd te Emmen,</para>
      <para>	geïntimeerde,</para>
      <para>	hierna te noemen: BJZ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>	Belanghebbenden:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	[naam moeder],</para>
      <para>	wonende te [woonplaats],</para>
      <para>	hierna te noemen: de moeder,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	[naam vader],</para>
      <para>	wonende te [woonplaats],</para>
      <para>	hierna te noemen: de vader,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	de raad voor de kinderbescherming,</para>
      <para>	gevestigd te Groningen,</para>
      <para>	hierna te noemen: de raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding in eerste aanleg</para>
      <para>Bij beschikking van 18 augustus 2010 heeft de kinderrechter in de rechtbank Assen - voor zover hier van belang - de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige [appellant], geboren op [1995] te [plaats], in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg met ingang van 27 augustus 2010 verlengd tot 27 augustus 2011.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geding in hoger beroep</para>
      <para>Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 14 oktober 2010, heeft [appellant] verzocht de beschikking van 18 augustus 2010 te vernietigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Bij verweerschrift, binnengekomen op de griffie op 22 oktober 2010, heeft BJZ het verzoek bestreden en verzocht het verzoek af te wijzen.</para>
    <para />
    <para>Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een brief van 18 oktober 2010 van mr. Bierens en een faxbrief van 20 oktober 2010 van mr. H.R. Eising, kantoorgenoot van mr. Bierens, waarin in verband met ziekte is verzocht om de behandeling ter zitting van 28 oktober 2010 een week aan te houden. De zitting is daarom verplaatst naar 10 november 2010. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting van 10 november 2010 is de zaak behandeld. Verschenen zijn [appellant], bijgestaan door mr. Eising, de moeder en mevrouw M.A. IJsselstein en de heer P. Kooy namens BJZ.</para>
      <para>De vader en de raad zijn opgeroepen, maar niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beoordeling</para>
      <para>1. [appellant] heeft ter zitting van het hof laten weten dat hij niet de ondertoezichtstelling bestrijdt, noch de noodzaak van zijn uithuisplaatsing. Wel bestrijdt hij dat een machtiging tot gesloten plaatsing noodzakelijk is. Subsidiair voert hij aan dat die machtiging vanaf februari 2011 niet meer nodig zal zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Een machtiging tot gesloten plaatsing kan worden verleend indien de jeugdige ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen heeft die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat gesloten plaatsing noodzakelijk is om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de zorg die hij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken. </para>
    <para />
    <para>3. Uit de stukken maakt het hof het volgende op. De moeder heeft het gezag over [appellant]. Sinds 2003 is er hulpverlening voor [appellant] ingezet. Diverse hulpverleners zijn actief geweest in de thuissituatie en leeromgeving van [appellant]. Op 27 augustus 2008 is een ondertoezichtstelling over [appellant] uitgesproken. Op dat moment verbleef hij in een intensieve jeugdzorgvoorziening. In november 2008 ging [appellant] met behulp van MST (Doen wat werkt) weer thuis wonen. Het schoolverzuim nam echter toe, [appellant]'s gedrag was binnen en buiten het gezin steeds moeilijker te begrenzen en hij vertoonde fysieke agressie. In maart 2009 is [appellant] weer teruggeplaatst in een intensieve jeugdzorgvoorziening. [appellant] verblijft naar aanleiding van het uitgezette traject sinds april 2010 in het [naam jeugdvoorziening] voor gedragsobservatie en een persoonlijkheidsonderzoek, waar hij lange tijd niet aan mee wilde werken. Ook al wil [appellant] door naar het Fasehuis, hij erkent dat hij nu (nog) op de goede plek zit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. Uit diagnostisch onderzoek uit 2003 is gebleken dat [appellant] beperkingen ondervindt door ADHD en ODD. Hij kan zich moeilijk verplaatsen in de gevoelens van een ander en is nauwelijks in staat te reflecteren op zijn eigen handelen. Hij handelt daardoor soms maatschappelijk onaanvaardbaar en doet anderen verbaal en fysiek pijn. Anders dan [appellant], kwalificeert het hof zijn vastpakken of vasthouden, slaan, duwen en trappen van zijn moeder, dan wel zijn zus als gewelddadigheden. Thuis richtte hij vernielingen aan.</para>
      <para>[appellant] heeft voorts een forse achterstand in zijn schoolontwikkeling, omdat hij veel gespijbeld heeft. Op school is hij veelal passief aanwezig. Zijn inzet is wel verbeterd, maar nog steeds matig zo maakt het hof mede op uit de e-mail van 21 oktober 2010 van Gz-psycholoog en behandelcoördinator J.W. Solinger. Onvoldoende weersproken is dat [appellant] op veel scholen heeft gezeten en daar niet meer terecht kan. Hij ziet het belang van een diploma niet, wil het liefst met rust gelaten worden en meent dat hij in de toekomst wel een uitkering zal krijgen en een van zijn kennissen hem onderdak zal verschaffen. Hij is gericht op onmiddellijke behoeftebevrediging en heeft nog geen zicht op doelen op langere termijn. </para>
      <para>[appellant] heeft behoefte aan duidelijke structuur. Hij heeft voortdurende controle en aansporing nodig. Hij zoekt grenzen op. Hij is geneigd zich aan zorg en gezag te onttrekken. [appellant] wordt aldus bedreigd in zijn sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren. Dat zijn ouders daar mede schuld aan zouden hebben, zoals [appellant] opmerkt, maakt dat - wat er verder ook van zij - niet anders. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. In de jeugdzorgvoorziening heeft [appellant] een adequaat dag- en nachtritme, zijn gedrag op school is verbeterd (zo geeft ook zijn docent [naam] aan) en hij accepteert begrenzing. Hij beseft dat hij in zijn huidige omgeving bepaalde gedragingen moet nalaten omdat er anders consequenties zullen volgen. Er zijn aldus weliswaar positieve veranderingen, maar deze zijn nog niet bestendig gebleken. [appellant] is namelijk - evenals in het verleden - in februari 2010 en ook de afgelopen herfstvakantie zonder toestemming (nachten) weggebleven. Het hof is ervan overtuigd dat het weglopen van [appellant], dan wel het anderszins zich niet aan de regels houden, zal toenemen als er geen voortdurende controle op hem wordt uitgeoefend. In het kader van de trajectaanpak verblijft [appellant] weliswaar al enige tijd in een open behandelgroep van [naam jeugdvoorziening], maar naar het hof aannemelijk acht zijn de recente verbeteringen het gevolg van de 'stok achter de deur' - die gevormd wordt door de machtiging tot gesloten plaatsing. Gelet op lid 6 van art. 29h Wet op de Jeugdzorg is die machtiging dan ook noodzakelijk om de positieve veranderingen te bestendigen. </para>
      <para>Het hof neemt voorts in aanmerking dat er bij [appellant] nog weinig sprake lijkt te zijn van intrinsieke motivatie en dat hij - zoals hierboven al aangegeven - gericht is op onmiddellijke behoeftebevrediging en nog geen zicht heeft op de doelen op lange termijn. </para>
      <para>De machtiging tot gesloten plaatsing is daarom nog steeds vereist om te voorkomen dat [appellant] zich aan de voor hem nodige zorg zal onttrekken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. [appellant] heeft subsidiair bepleit dat de machtiging tot een half jaar beperkt dient te worden. De behandeling tot het vergroten van zijn zelfstandigheid zal volgens hem namelijk begin 2011 afgerond zijn, evenals het diagnostisch onderzoek. Voornoemde behandelcoördinator Solinger heeft op 21 oktober 2010 aangegeven, dat [appellant] nog wel een jaar voor zijn behandeling nodig zal hebben, omdat hij zelf nog steeds geen verantwoordelijkheid neemt. Het hof acht een kortere duur van de maatregel daarom niet in het belang van [appellant]. Het hof is niet tot de overtuiging gekomen dat de situatie van [appellant] binnen een half jaar na 27 augustus 2010 oftewel binnen de drie maanden na de zitting bij dit hof al zodanig verbeterd zal zijn dat de machtiging tot gesloten plaatsing dan niet langer noodzakelijk zal zijn. De afronding van het persoonlijkheidsonderzoek eind dit jaar brengt bovendien niet op voorhand mee dat de machtiging tot gesloten plaatsing niet meer nodig zal zijn. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De slotsom </para>
      <para>Het voorgaande betekent dat het hof de beschikking zal bekrachtigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing </para>
      <para>Het gerechtshof: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Assen van 18 augustus 2010 voor zover aan het oordeel van hof onderworpen. </para>
    <para> </para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. J.D.S.L. Bosch, voorzitter, G.M. van der Meer en R. Feunekes, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het hof op 21 december 2010 in bijzijn van de griffier.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>