<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHLEE:2010:BM0728</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T22:12:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BM0728</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-02-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WAHV 200.025.900</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:7&amp;g=2010-02-15">Algemene wet bestuursrecht 6:7</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:8&amp;g=2010-02-15">Algemene wet bestuursrecht 6:8</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:17&amp;g=2010-02-15">Algemene wet bestuursrecht 6:17</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0006622&amp;artikel=72&amp;g=2010-02-15">Wegenverkeerswet 1994 72</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004581&amp;artikel=5&amp;g=2010-02-15">Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 5</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004581&amp;artikel=9&amp;g=2010-02-15">Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004581&amp;artikel=20d&amp;g=2010-02-15">Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>VR 2012/25</rdf:li>
          <rdf:li>Jwr 2010/35</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2010:BM0728">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2010:BM0728</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:13:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-08-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHLEE:2010:BM0728 Gerechtshof Leeuwarden , 15-02-2010 / WAHV 200.025.900</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHLEE:2010:BM0728:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Officiersappel: gezondheidstoestand betrokkene reden voor verschoonbare termijnoverschrijding? Hof komt aan die vraag niet toe. Beroep is ontvankelijk omdat aan de gemachtigde geen afschrift van de bestreden beslissing is toegezonden (6:17 Awb) en niet kan worden vastgesteld dat het beroep niet tijdig is ingesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHLEE:2010:BM0728:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>WAHV 200.025.900</para>
      <para>15 februari 2010</para>
      <para>CJIB 111887314</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gerechtshof te Leeuwarden</para>
      <para>Arrest</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het hoger beroep tegen de beslissing</para>
      <para>van de kantonrechter van de rechtbank Roermond</para>
      <para>van 16 oktober 2008</para>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats],</para>
      <para>voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], wonende te [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing van de kantonrechter</para>
      <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Roermond genomen beslissing gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot nihil. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het procesverloop</para>
      <para>De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.</para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beoordeling</para>
      <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 75,- opgelegd ter zake van “Voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren”, welke gedraging blijkens een registercontrole van de RDW zou zijn verricht op 26 oktober 2007 met het voertuig met het kenteken [00-AB-00].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Ingevolge het bepaalde in artikel 9, eerste lid, WAHV in verbinding met de artikelen 6:7 en 6:8 Algemene wet bestuursrecht (Awb), dient het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de beslissing van de officier van justitie aan de betrokkene is toegezonden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. De beslissing van de officier van justitie is blijkens de stukken op 4 december 2007 aan de betrokkene toegezonden. Het beroepschrift is gedateerd 13 februari 2008 en het is blijkens het op de envelop geplaatste poststempel op 13 maart  2008 afgestempeld. De kantonrechter heeft geoordeeld dat het beroep niet tijdig is ingesteld. De kantonrechter heeft deze termijnoverschrijding echter verschoonbaar geacht, om de volgende redenen. </para>
      <para>De betrokkene heeft eind augustus 2007 een "Gehirninfarkt" (het hof begrijpt: herseninfarct) gekregen en verblijft thans in een revalidatiekliniek. De kantonrechter begrijpt uit de stukken dat de heer [gemachtigde] de post van betrokkene slechts op bepaalde gezette tijden kan afhalen dan wel afhaalt. Hoewel het op de weg van betrokkene had gelegen om bij (langdurige) afwezigheid of ziekte zorg te dragen voor een adequate oplossing met betrekking tot het afhandelen van de post, acht de kantonrechter, gezien de gezondheidstoestand van betrokkene, de termijnoverschrijding in dit geval verschoonbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter ten onrechte de termijnoverschrijding verschoonbaar heeft geacht en voert daartoe het volgende aan. Nu blijkt dat het "Gehirninfarkt" (het hof begrijpt herseninfarct) betrokkene niet in de weg stond om een ander te belasten met de verzorging van zijn post en het feit dat het te laat indienen van een beroepschrift uitsluitend te wijten is aan de frequentie waarin deze post kon worden opgehaald, komt de termijnoverschrijding voor rekening en verantwoording van betrokkene. De officier van justitie verzoekt het hof daarom de beslissing van de kantonrechter te vernietigen en het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren.</para>
    <para />
    <para>5. De gemachtigde van de betrokkene verzoekt de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten en voert hiertoe aan dat de betrokkene hem niet met de regelmatige verzorging van zijn post heeft belast. De gemachtigde woont in [woonplaats] en bezocht de betrokkene slechts af en toe in de revalidatiekliniek. Op die momenten bekeek de gemachtigde dan ook de post van de betrokkene. Dit was slechts een vriendendienst van de gemachtigde omdat de betrokkene alleenstaand is. De gemachtigde heeft geen verstand van het Nederlandse recht en is de Nederlandse taal niet machtig, zodat het kan zijn dat hij hierdoor een foutje heeft gemaakt.</para>
    <para />
    <para>6. Het hof oordeelt als volgt. Uit de stukken van het geding blijkt dat de betrokkene [gemachtigde] heeft gemachtigd om zijn zaak te behartigen en dat de gemachtigde het beroep tegen de inleidende beschikking, waarbij aan de betrokkene de sanctie is opgelegd, heeft ingesteld. Bij de gedingstukken bevindt zich echter niet een aan de gemachtigde van de betrokkene gerichte brief, waarbij de beslissing van de officier van justitie op dat beroep aan hem wordt toegezonden. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat de beslissing van de officier van justitie niet aan de gemachtigde van de betrokkene is gezonden.</para>
    <para />
    <para>7. Nu de beslissing van de kantonrechter in strijd met het in artikel 6:17 Awb bepaalde niet ook aan de gemachtigde van de betrokkene is toegezonden, is die beslissing niet op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt. De termijn, als bedoeld in artikel 6:8, eerste lid, Awb is derhalve niet aangevangen op 4 december 2007, de datum van verzending aan de betrokkene. Derhalve kan niet worden vastgesteld dat het beroep niet tijdig is ingesteld. De kantonrechter heeft het beroep derhalve - zij het op onjuiste gronden -  terecht ontvankelijk geacht.</para>
    <para />
    <para>8. Nu het hoger beroep zich kennelijk niet richt tegen de argumenten op grond waarvan de kantonrechter het beroep gedeeltelijk gegrond heeft verklaard en de sanctie tot nihil heeft gematigd, zal het hof verder volstaan met de vaststelling dat de overwegingen van de kantonrechter diens beslissing kunnen dragen.</para>
    <para />
    <para>9. Het voorgaande brengt mee dat het hof de beschikking van de kantonrechter zal bevestigen, zij het met verbetering van gronden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing</para>
      <para>Het gerechtshof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Beswerda en Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>