<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHLEE:2009:BK5530</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T19:38:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BK5530</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-11-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WAHV 200.040.132</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004581&amp;artikel=5&amp;g=2009-11-10">Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 5</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004581&amp;artikel=14&amp;g=2009-11-10">Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 14</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004581&amp;artikel=20d&amp;g=2009-11-10">Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>VR 2011/32</rdf:li>
          <rdf:li>Jwr 2009/115 met annotatie van J.W. van der Hulst</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2009:BK5530">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2009:BK5530</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:35:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-03-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHLEE:2009:BK5530 Gerechtshof Leeuwarden , 10-11-2009 / WAHV 200.040.132</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHLEE:2009:BK5530:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Officiersappel. Sanctie ter zake van snelheidsoverschrijding. Straatnaam niet goed vermeld in beschikking. Kantonrechter matigde de sanctie tot nihil, omdat de officier van justitie zijn standpunt laat kenbaar maakte en de betrokkene daardoor tot op zekere hoogte is bemoeilijkt in zijn verweer. Hof vernietigt beslissing kantonrechter.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHLEE:2009:BK5530:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>WAHV 200.040.132</para>
      <para>10 november 2009</para>
      <para>CJIB 19123635693</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gerechtshof te Leeuwarden</para>
      <para>Arrest</para>
      <para>op het hoger beroep tegen de beslissing</para>
      <para>van de kantonrechter van de rechtbank Leeuwarden</para>
      <para>van 13 juli 2009</para>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),</para>
      <para>wonende te [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing van de kantonrechter</para>
      <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden genomen beslissing gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot nihil. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het procesverloop</para>
      <para>De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.</para>
      <para>De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beoordeling</para>
      <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 182,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 29 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 6 oktober 2008 om 14.47 uur op de N359 Koaidyk bij Wommels met het voertuig met het kenteken [AB-AB-00].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De betrokkene heeft in de procedure bij de kantonrechter aangevoerd dat er geen Koaidyk bestaat in of bij Wommels, zodat hij om die reden niet op die plaats de gedraging kan hebben verricht. Ter zitting van de kantonrechter heeft de betrokkene aangegeven dat hij in die buurt wel op de weg is geweest ten tijde van de gedraging. </para>
    <para />
    <para>3. De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter, omdat hij zich niet kan verenigen met de matiging van de sanctie tot nihil. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat bij de betrokkene geen misverstand kan bestaan omtrent de vraag waar de gedraging is verricht. Derhalve hoeft een eventuele onjuistheid in de inleidende beschikking niet tot vernietiging van die beschikking te leiden. De overweging van de kantonrechter dat de betrokkene in zekere mate is bemoeilijkt in zijn verweer, doordat het standpunt van de officier van justitie pas in een laat stadium kenbaar is gemaakt, volgt de officier van justitie daarom niet. Bovendien heeft de betrokkene in zijn beroepschrift bij de officier van justitie in het geheel geen melding gemaakt van een onjuiste straatvermelding.</para>
    <para />
    <para>4. Op basis van topografisch materiaal stelt het hof vast dat er geen Koaidyk bestaat in of bij Wommels. De N359 bestaat daarentegen wel. Bovendien blijkt dat de N359 na de kruising met de N383 ook wel wordt aangeduid als Koaidyk. Desalniettemin is de plaatsaanduiding niet volledig juist opgenomen in de inleidende beschikking. De kantonrechter heeft de plaatsaanduiding daarom terecht gewijzigd in N359. </para>
    <para />
    <para>5. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene niet bestrijdt dat hij de maximumsnelheid heeft overschreden op de N359 bij Wommels, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Derhalve dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>6. De memorie van toelichting op het wetsontwerp dat heeft geleid tot de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften houdt voor zover te dezen van belang in (Kamerstukken II, 1987/88, 20329, nr. 3, p. 40):</para>
      <para>“In de schriftelijke beschikking, waarbij de administratieve sanctie wordt opgelegd, dient voor de duidelijkheid van de justitiabele een korte omschrijving van de gedraging te worden opgenomen. In aanvulling op het commissievoorstel is bepaald dat de beschikking gedagtekend dient te zijn. Tevens dient de beschikking de datum en het tijdstip waarop, alsmede de plaats, waar de gedraging is geconstateerd, te vermelden. Op deze wijze wordt degene aan wie de sanctie is opgelegd, in staat gesteld om zelf na te gaan op welke gedraging de administratieve sanctie betrekking heeft.”</para>
      <para>Dit brengt mee, dat de omstandigheid dat de inleidende beschikking onjuistheden bevat, niet tot vernietiging van de beschikking behoeft te leiden ingeval die onjuistheden niet zodanig zijn, dat bij de betrokkene redelijkerwijs misverstand kan zijn ontstaan omtrent de vraag op welke gedraging de hem opgelegde sanctie betrekking heeft en waartegen hij zich moet verdedigen. (vgl. HR 20 april 1993, VR 1993/109, LJN ZC9252).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. Net als de kantonrechter is het hof van oordeel dat bij de betrokkene - door de enkele onjuiste toevoeging aan de plaatsaanduiding 'Koaidyk' - redelijkerwijs geen misverstand kan zijn ontstaan omtrent de vraag op welke gedraging de opgelegde sanctie betrekking heeft en waartegen hij zich moet verdedigen. Immers, uit de inleidende beschikking volgt genoegzaam dat de gedraging is verricht op de N359 bij Wommels. Bovendien heeft de betrokkene in zijn beroepschriften, noch ter zitting van de kantonrechter, aangegeven dat hij niet weet waartegen hij zich dient te verdedigen. Integendeel, de betrokkene heeft ter zitting van de kantonrechter aangegeven dat hij zich herinnert ten tijde van de gedraging in de buurt van de plaatsaanduiding te hebben gereden. Voor vernietiging van de sanctie in verband met de gedeeltelijk onjuiste vermelding van de pleeglocatie bestaat daarom geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para>8. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er redenen zijn de sanctie te matigen, zoals de kantonrechter heeft gedaan. Het hof ziet echter in hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd geen reden de sanctie te matigen. Het hof overweegt hiertoe dat uit het voorgaande reeds is gebleken dat de betrokkene niet in een rechtens te respecteren belang is geschaad door de gedeeltelijk onjuiste plaatsaanduiding. Daardoor volgt het hof de kantonrechter niet in zijn overweging dat de betrokkene tot op zekere hoogte is bemoeilijkt in zijn verweer, doordat hij pas in een laat stadium op de hoogte is geraakt van het standpunt van de officier van justitie ten aanzien van de gedeeltelijk onjuiste plaatsaanduiding. Het hof begrijpt dat de kantonrechter hiermee heeft willen aangeven dat de betrokkene beroep bij de kantonrechter heeft moeten instellen om te vernemen waarom een en ander niet tot vernietiging van de sanctie behoort te leiden. Dit is naar het oordeel van het hof echter geen reden voor matiging van de sanctie tot nihil. In het bijzonder niet nu de betrokkene in het beroepschrift bij de officier van justitie slechts heeft opgemerkt dat hij 'naar zijn weten niet op het bedoelde tijdstip op de in de beschikking bedoelde plaats heeft gereden'. In alle redelijkheid kan niet van de officier van justitie worden verwacht dat hij die zinsnede opvat als een argument inhoudende dat de plaatsaanduiding in de inleidende beschikking niet juist zou zijn. </para>
    <para />
    <para>9. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de kantonrechter de sanctie ten onrechte heeft gematigd tot nihil. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter vernietigen en beslissen als volgt. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing</para>
      <para>Het gerechtshof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>vernietigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    <para />
    <para>verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;</para>
    <para />
    <para>vernietigt de beslissing van de officier van justitie, voor zover deze betrekking heeft op de plaatsaanduiding van de gedraging;</para>
    <para />
    <para>wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat als plaatsaanduiding van de gedraging heeft te gelden “N359”.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door mrs. Beswerda, Sekeris en Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>