<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHLEE:2005:AU8238</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T14:13:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AU8238</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2005-10-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WAHV 05-00770</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Module Verkeer 2005/68</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2005:AU8238">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2005:AU8238</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T22:58:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2005-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHLEE:2005:AU8238 Gerechtshof Leeuwarden , 13-10-2005 / WAHV 05-00770</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHLEE:2005:AU8238:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overschrijding maximumsnelheid op autosnelwegen; Radarsnelheidsmeter stond opgesteld in de berm van de autosnelweg; Geen onrechtmatige snelheidsmeting; Vrijstelling van de bepalingen van het RVV 1990.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHLEE:2005:AU8238:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>WAHV 05/00770</para>
      <para>13 oktober 2005</para>
      <para>CJIB 09071864114</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gerechtshof te Leeuwarden</para>
      <para>Arrest</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het hoger beroep tegen de beslissing</para>
      <para>van de kantonrechter van de rechtbank te Zutphen</para>
      <para>van 20 april 2005</para>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),</para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De beslissing van de kantonrechter</para>
      <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zutphen ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Het procesverloop</para>
      <para>De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. </para>
      <para>De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Beoordeling</para>
      <para>3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking als kentekenhouder een administratieve sanctie van Euro 145,- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen (gedragsregel); meer dan 30 km/h en t/m 35 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 9 mei 2004 op de Rijksweg A28-Oostbaan te Wezep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2. De betrokkene bestrijdt op zich niet dat hij op tijd en plaats als voormeld de maximumsnelheid heeft overschreden in de mate als hiervoor aangegeven. Hij stelt zich niettemin op het standpunt dat de inleidende beschikking dient te worden vernietigd, omdat het bewijs van de gedraging onrechtmatig zou zijn verkregen. Hiertoe voert hij aan dat de radarsnelheidsmeter in de berm van de A28 stond opgesteld. Dit betekent, aangezien naar zijn mening de berm en de vluchtstrook deel uitmaken van de weg en alleen in noodsituaties mogen worden gebruikt, dat de politie ten behoeve van de snelheidsmeting ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de berm en vluchtstrook. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.3. Het door de betrokkene gestelde kan op grond van het volgende niet leiden tot de conclusie dat er sprake is geweest van een onrechtmatige snelheidsmeting. </para>
      <para>Art. 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) bepaalt dat door het bevoegde gezag ontheffing kan worden verleend van een aantal artikelen, waaronder art. 43.</para>
      <para>Art. 43 RVV 1990 bepaalt in het derde lid: "Behoudens noodgevallen is het de weggebruikers verboden op een autosnelweg of autoweg gebruik te maken van de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm.". </para>
      <para>Het Besluit van de minister van Verkeer en Waterstaat van 31 maart 1994, nr. RVR 172392, betreffende Beschikking houdende vrijstelling van de bepalingen van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, houdt in, voor zover hier van belang:</para>
      <para>"(....)</para>
      <para>II aan de regio's (regionale politiekorpsen) ten behoeve van de bij hen in dienst zijnde ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Politiewet 1993 en aan de Minister van Justitie ten behoeve van de bij het Korps landelijke politiediensten werkzaam zijnde ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Politiewet 1993 alsmede ten behoeve van de bijzondere ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Politiewet 1993, vrijstelling te verlenen van de bepalingen van het RVV 1990.</para>
      <para>III aan de uitoefening van de bevoegdheden, ontleend aan de vrijstelling, de volgende voorschriften te verbinden:</para>
      <para>a. de veiligheid van het verkeer dient zoveel mogelijk te worden gewaarborgd;</para>
      <para>b. van de vrijstelling mag alleen gebruik worden gemaakt voor zover dit voor de uitvoering van de opgedragen taken noodzakelijk is.".</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.4. Uit de stukken blijkt dat opstelling en gebruik van de meetapparatuur geschiedde door ambtenaren van politie als hiervoor bedoeld. Waar gesteld noch gebleken is dat de veiligheid van het verkeer niet zoveel mogelijk is gewaarborgd en opstelling en gebruik van de meetapparatuur bezwaarlijk anders kan worden gezien dan als de uitvoering van een aan ambtenaren van politie opgedragen taak, is voldaan aan de voorschriften, verbonden aan de hiervoor vermelde vrijstelling. Opstelling van meetapparatuur in de berm van een snelweg is derhalve mogelijk  zonder te handelen in strijd met het bepaalde in de RVV 1990.</para>
    <para />
    <para>3.5. Aan het voorgaande kan niet afdoen de omstandigheid dat in een andere, van deze zaak losstaande zaak op grond van dezelfde als door de betrokkene aangevoerde grond het beroep tegen de inleidende beschikking door de officier van justitie gegrond zou zijn verklaard.</para>
    <para>   </para>
    <para>3.6. Aangezien naar de overtuiging van het hof vast staat dat de gedraging is verricht, zal de beslissing van de kantonrechter worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>4. De beslissing</para>
    <para />
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>