<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHLEE:2004:AR5157</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T21:33:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AR5157</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2004-10-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BK 118/04 Inkomstenbelasting</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002320&amp;artikel=11&amp;g=2004-10-29">Algemene wet inzake rijksbelastingen 11</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002320&amp;artikel=15&amp;g=2004-10-29">Algemene wet inzake rijksbelastingen 15</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2004:AR5157">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2004:AR5157</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T21:33:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2004-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHLEE:2004:AR5157 Gerechtshof Leeuwarden , 29-10-2004 / BK 118/04 Inkomstenbelasting</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHLEE:2004:AR5157:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In geschil is het antwoord op de vraag of de  berekening van de aanslag juist is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHLEE:2004:AR5157:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>BELASTINGKAMER    GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN                              UITSPRAAK</para>
      <para>Kenmerk: BK-04/00118                  		                         29 oktober 2004                                           </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> </para>
    <para>Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwar-den, derde enkelvoudige  belastingkamer, op het beroep van </para>
    <para />
    <para>X te Z (: belanghebbende)</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van</para>
    <para />
    <para>de inspecteur Belastingdienst/Noord/kantoor Groningen (: de inspec-teur), </para>
    <para />
    <para>gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de hem opgelegde aan-slag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen  voor het jaar 2002.   </para>
    <para />
    <para>1. Het procesverloop</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1. Aan de belanghebbende is met dagtekening 29 augustus 2003 een  aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2002 opgelegd.</para>
      <para>De berekening van het te betalen bedrag komt uit op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2. Een door belanghebbende tegen deze aanslag tijdig ingediend bezwaarschrift heeft de inspecteur bij uitspraak van 9 januari 2004  afgewezen.</para>
    <para />
    <para>1.3. De belanghebbende is tegen deze uitspraak bij een bij het hof op 11 februari 2004 binnengekomen  beroepschrift in beroep gekomen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>1.4. Van de inspecteur is op 26 maart 2004 een verweerschrift met bijlagen ontvangen.</para>
    <para />
    <para>1.5. Bij brief van 27 augustus 2004 is van belanghebbende een reactie op het verweerschrift ontvangen.</para>
    <para />
    <para>1.5. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op de zitting van 27 augustus 2004 , gehouden te Groningen, alwaar is verschenen de   inspecteur. De belanghebbende is, zoals hij in zijn voornoemde brief heeft aangekondigd, niet verschenen.</para>
    <para />
    <para>2. Het geschil.</para>
    <para />
    <para>2.1. In geschil is het antwoord op de vraag of de  berekening van de aanslag juist is.</para>
    <para />
    <para>2.2 De belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en de inspecteur bevestigend.</para>
    <para />
    <para>	     2.3. Voor een meer uitvoerige uiteenzetting van de standpunten van                        partijen verwijst het hof naar de gedingstukken.</para>
    <para />
    <para>3. De overwegingen</para>
    <para>			</para>
    <para>3.1. Ter zake van genoemde aanslag heeft de inspecteur op 23 september 2003 een ongemotiveerd bezwaarschrift van belanghebbende ontvangen.</para>
    <para />
    <para>3.2. Bij brief van 2 december 2003 verzoekt de inspecteur aan belanghebbende het bezwaarschrift alsnog te motiveren.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.3. Bij een op 11 december 2003 door de inspecteur ontvangen brief motiveert belanghebbende zijn bezwaar aldus:</para>
      <para>Op 29 augustus 2003 krijg ik een brief van de belasting waaruit blijkt dat alles voor elkaar is. Te betalen nul euro.</para>
      <para>Op 19 september 2003 krijg ik weer een rekening van € 2.064,-- inclusief aanmaningskosten. Met deze rekening ben ik het niet eens.  </para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para />
    <para>3.4. Volgens de processtukken blijkt de door belanghebbende bedoelde rekening een aanmaning te zijn ter zaken van achterstand in de betaling van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2002, welke in de definitieve aanslag reeds is verrekend, als ware deze geheel voldaan.</para>
    <para> </para>
    <para>3.5. Belanghebbendes bezwaar tegen het alsnog betalen van die voorlopige aanslag acht het hof dan ook niet terecht. </para>
    <para />
    <para>3.6. Het beroep is, gelet op het voorgaande, ongegrond. </para>
    <para />
    <para>5. De proceskosten.</para>
    <para />
    <para>Het hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.	</para>
    <para />
    <para>6. De beslissing.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
      <para>verklaart het beroep ongegrond;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Gedaan  door mr Drion, raadsheer als  voorzitter,  in tegenwoordigheid van de heer Haarsma als griffier en in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden op  29 oktober 2004 , door de voorzitter, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift aangetekend aan beide partijen</para>
      <para>verzonden op 3 november 2004</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>