<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHLEE:2004:AR2657</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T22:26:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AR2657</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2004-09-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BK 696/03 Forensenbelasting</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005416&amp;artikel=223&amp;g=2004-09-09">Gemeentewet 223</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2004/1320</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2004:AR2657">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2004:AR2657</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T21:25:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2004-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHLEE:2004:AR2657 Gerechtshof Leeuwarden , 09-09-2004 / BK 696/03 Forensenbelasting</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHLEE:2004:AR2657:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In geschil is het antwoord op de vraag of de aanslag forensenbelasting berust op juiste gronden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHLEE:2004:AR2657:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>BELASTINGKAMER    GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN    UITSPRAAK</para>
      <para>BK-03/00696                                                                                              9 september 2004 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, eerste enkelvoudige belastingkamer, op het beroep van </para>
    <para />
    <para>X te Z (: de belanghebbende)</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van</para>
    <para />
    <para>de heffingsambtenaar van de gemeente Westerveld (: de ambtenaar) </para>
    <para />
    <para>gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de aan hem opgelegde aanslag forensenbelasting terzake van het jaar 2002.</para>
    <para />
    <para>1. De procesgang </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1. Belanghebbende is bij aanslagbiljet d.d. 31 mei 2003 aangeslagen in </para>
      <para>de forensenbelasting 2002. Het bedrag van de aanslag is € 448,-- opgelegd naar een grondslag van 1,00. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2. Deze aanslag heeft de ambtenaar na daartegen door de belanghebbende gemaakt bezwaar bij uitspraak van 8 juli 2003 gehandhaafd. </para>
    <para />
    <para>1.3. Tegen deze uitspraak heeft belanghebbende bij een op 18 augustus  2003 bij het hof binnengekomen beroepschrift beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.4. Van de ambtenaar is op 1 oktober 2003 een verweerschrift met</para>
      <para>bijlagen ontvangen.  </para>
    </parablock>
    <para>  </para>
    <para />
    <para />
    <para>1.5. Op 3 december 2003 is van belanghebbende een conclusie van repliek (met bijlagen) bij het hof ingekomen. De ambtenaar heeft vervolgens een op 12 december 2003 bij het hof ingekomen conclusie van dupliek ingediend.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.6. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op de zitting</para>
      <para>van 17 juni 2004 te Leeuwarden, alwaar zijn verschenen de belanghebbende en de gemachtigde van de ambtenaar.  De belanghebbende heeft zijn pleitnota voorgedragen en overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.7. Van alle genoemde (en hierna nog te noemen) stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.</para>
    <para />
    <para>2. Het geschil en de standpunten van partijen.</para>
    <para />
    <para>2.1. In geschil is het antwoord op de vraag of de aanslag forensenbelasting berust op juiste gronden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2. De belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend. </para>
      <para>De ambtenaar concludeert tot bevestiging van de beroepen uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.3. Voor een meer uitvoerige uiteenzetting van de standpunten van partijen verwijst het hof naar de gedingstukken. </para>
      <para>Partijen hebben daaraan ter zittingen geen nadere gronden aangevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>3. De overwegingen omtrent het geschil.</para>
    <para />
    <para>3.1. Ingevolge artikel 2, eerte lid, van de "Verordening forensenbelasting 2002" van de gemeente Westerveld (: de verordening) wordt onder de naam forensenbelasting een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Ingevolge het tweede lid wordt naar de omstandigheden beoordeeld of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft. </para>
    <para />
    <para>3.2. Ingevolge artikel 4 van de verordening bedraagt de maatstaf van de heffing per woning € 448,--.</para>
    <para />
    <para>3.3. Volgens de belanghebbende is hem ten onrechte een aanslag  opgelegd. Hij neemt het standpunt in dat een door de gemeente gegeven verbod tot permanente bewoning van de woning aan een aanslag forensenbelasting in de weg staat.</para>
    <para />
    <para>3.4. Op grond van artikel 223 van de Gemeentewet kan een forensenbelasting worden geheven zoals hiervoor onder sub 3.1. is omschreven. Daarbij zijn geen nadere voorwaarden gesteld anders dan in dat artikel omschreven.</para>
    <para />
    <para>3.5. De aanslag is gebaseerd op een uit de Gemeentewet voortvloeiende verordening. Op grond van die verordening is de belanghebbende als belastingplichtige aan te merken. De omstandigheid dat de gemeente hun niet toestaat de woning permanent te bewonen voor welk geval hij niet in de forensenbelasting zou worden betrokken doet niet af aan de rechtsgrond van de aanslag. </para>
    <para />
    <para>3.6. Belanghebbende heeft nog als grieg aangevoerd, dat hij op zijn bezwaar niet door de ambtenaar is gehoord. Opmerking verdient in dit verband, dat naar het bepaalde in artikel 25, lid 4, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de belanghebbende slechts op zijn verzoek dient te worden gehoord en de ambtenaar – onweersproken – heeft gesteld dat hij een zodanig verzoek niet van belanghebbende heeft ontvangen.</para>
    <para />
    <para>3.7. Het beroep is gelet op het voorgaande ongegrond.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>4. De proceskosten.</para>
    <para />
    <para>Het gerechtshof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    <para />
    <para>5. De beslissing.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
      <para>verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gedaan  door Prof. mr Aardema, vice-president, voorzitter, lid van de eerste enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de heer Haarsma als griffier en in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>op 9 september 2004, door de voorzitter, in tegenwoordigheid van de griffier.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,                                                    De voorzitter,</para>
      <para>M. Haarsma                                                  Prof. mr E. Aardema </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Op     22 september 2004              afschrift </para>
      <para>aangetekend verzonden aan beide partijen.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>