<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHLEE:2004:AO2082</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T07:17:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AO2082</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2004-01-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BK 1695/02 WOZ</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:5&amp;g=2004-01-16">Algemene wet bestuursrecht 6:5</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:7&amp;g=2004-01-16">Algemene wet bestuursrecht 6:7</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:15&amp;g=2004-01-16">Algemene wet bestuursrecht 6:15</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2004/451</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2004:AO2082">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2004:AO2082</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T20:37:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2004-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHLEE:2004:AO2082 Gerechtshof Leeuwarden , 16-01-2004 / BK 1695/02 WOZ</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHLEE:2004:AO2082:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In geschil is de ontvankelijkheid van het beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHLEE:2004:AO2082:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>BELASTINGKAMER    GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN    UITSPRAAK</para>
      <para>Nr. 1695/02                                                                                                 16 januari 2004 </para>
      <para>Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwar-den, tweede enkelvoudige belastingkamer, op het beroep van </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>X te Z (: de belanghebbende)</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van</para>
    <para />
    <para>de heffingsambtenaar van de gemeente Weststellingwerf  (: de ambtenaar)</para>
    <para />
    <para>gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de aan hem  uitgereikte waardebeschikking van nagenoemde onroerende zaak.</para>
    <para />
    <para>1. Het procesverloop </para>
    <para />
    <para>1.1. In het kader van de Wet waardering onroerende zaken (: de Wet) heeft de ambtenaar de waarde van de onroerende zaak a-laan 2 te Z (: de onroerende zaak)  bij beschikking d.d. 30 april 2001 vastgesteld op ƒ 258.000,--, onder vermelding van de waardepeildatum 1 januari 1999 en het geldende tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004.  </para>
    <para />
    <para>1.2. De belanghebbende heeft bij een op 5 juni 2001 door de ambtenaar ontvangen bezwaarschrift bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de vastgestelde waarde. </para>
    <para> </para>
    <para>1.3. Bij uitspraak van 28 mei 2002 heeft de ambtenaar het bezwaarschrift ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>1.4. Bij brief van 21 juni 2002 heeft de belanghebbende de Nationale ombudsman verzocht hem van advies te dienen.</para>
    <para />
    <para>1.5.  Het verweerschrift van de ambtenaar is op 27 november 2002 door het hof ontvangen.</para>
    <para />
    <para>1.6. De mondelinge behandeling  heeft plaatsgevonden op de zitting van 27 oktober 2003, alwaar zijn verschenen de belanghebbende en de ambtenaar.  </para>
    <para />
    <para>1.7. Van alle genoemde (en hierna nog te noemen) stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.</para>
    <para />
    <para>2. De ontvankelijkheid van het beroep.</para>
    <para />
    <para>2.1. Bij brief van 21 juni 2002 met het onderwerp "procedure bouwvergunning" heeft de belanghebbende aan de nationale ombudsman het volgende geschreven: "U ontvangt hierbij veel correspondentie met de gemeente Weststellingwerf betreffende een bouwvergunning voor de uitbreiding van een naast mijn huis gelegen winkelruimte. ………Ik heb het verstrekken van deze vergunning proberen tegen te houden. …….Graag wil ik U uitnodigen e.e.a. te bekijken en te beoordelen. Graag ontvang ik van U een nader bericht."</para>
    <para />
    <para>2.2. Deze brief heeft de Nationale ombudsman opgevat als beroepschrift tegen de uitspraak van 28 mei 2002 en doorgestuurd naar het hof Leeuwarden.  </para>
    <para />
    <para>2.3. Anders dan de Nationale ombudsman is het hof van oordeel dat uit inhoud van deze  brief niet valt af te leiden dat de belanghebbende met deze brief heeft beoogd beroep in te stellen tegen de door de ambtenaar gewezen uitspraak d.d. 28 mei 2002. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.4. Derhalve dient de brief van belanghebbende bij het hof binnengekomen op 23 augustus 2002 te worden aangemerkt als beroepschrift. </para>
      <para>2.5. Nu dit beroepschrift niet is ingediend binnen de daarvoor geldende wettelijke termijn van zes weken en er redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de belanghebbende niet in verzuim is geweest, is de belanghebbende niet ontvankelijk in zijn beroep.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De beslissing.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerechtshof:</para>
      <para>verklaart belanghebbende niet ontvankelijk in zijn beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gedaan  door  mr Pruiksma, vice-president, voorzitter, lid van de tweede enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de heer Haarsma als griffier en in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden op 16 januari 2004. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Op  21 januari 2004                     afschrift </para>
      <para>aangetekend verzonden aan beide partijen.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>