<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1761</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T17:44:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AE1761</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2002-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WAHV 01/00646</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1761">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1761</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T17:44:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1761 Gerechtshof Leeuwarden , 20-03-2002 / WAHV 01/00646</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1761:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1761:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>WAHV 01/00646</para>
      <para>20 maart 2002</para>
      <para>CJIB 37260183</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gerechtshof te Leeuwarden</para>
      <para>Arrest</para>
      <para>op het hoger beroep tegen de beslissing</para>
      <para>van de kantonrechter te Utrecht</para>
      <para>van 8 oktober 2001</para>
      <para>betreffende</para>
      <para>[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),</para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De beslissing van de kantonrechter</para>
      <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Het procesverloop</para>
      <para>De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. </para>
      <para>De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Beoordeling  </para>
      <para>3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,- opgelegd ter zake van "niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht", welke gedraging zou zijn verricht op 3 oktober 2000 op de Dr. Plesmanlaan in de plaats [woonplaats]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2. De betrokkene stelt, dat het verkeerslicht de kleur oranje uitstraalde op het moment, dat zij het verkeerslicht passeerde. Haars inziens moet er sprake zijn van een waarnemingsfout van de agent. Zij voert hiertoe aan, dat het onmogelijk is voor een agent om een juiste beslissing te kunnen nemen, indien hij hiertoe in 1 seconde een diagram, een verkeerslicht en eventueel een tweede agent in de gaten moet houden. Zij voegt eraan toe, dat het in het onderhavige geval nog moeilijker was om een juiste beslissing te kunnen nemen, nu twee auto's op kleine afstand van elkaar reden. Haars inziens heeft de auto die achter haar reed de gedraging verricht die haar, de betrokkene, verweten wordt. </para>
    <para />
    <para>3.3. Het zaakoverzicht houdt als relaas van de verbalisant - onder meer - in: Het verkeerslicht straalde ongeveer 3 seconden rood licht uit op het moment dat betrokkene dit licht negeerde. De verklaring van de betrokkene bij de staandehouding zoals opgenomen in het zaakoverzicht luidt als volgt: 'Ik dacht dat het nog net oranje was.'</para>
    <para />
    <para>3.4. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van 24 september 2001 bij de kantonrechter heeft de officier van justitie ter terechtzitting verklaard, dat aan de hand van een fasediagram kan worden vastgesteld hoeveel seconden de afzonderlijke kleuren rood, geel en groen door het betreffende verkeerslicht worden uitgestraald, dat na het constateren van de gedraging via een computeruitdraai wordt gecontroleerd of het betreffende verkeerslicht op het moment van de gedraging in werking was en dat het beleid is dat verbaliserend wordt opgetreden als het verkeerslicht drie seconden rood licht uitstraalt op het moment dat iemand het verkeerslicht passeert. Het hof begrijpt deze verklaring aldus, dat nadat door de verbalisant visueel is waargenomen, dat iemand een verkeerslicht passeerde op het moment dat dit reeds een aantal seconden rood licht uitstraalde, achteraf aan de hand van een fasediagram wordt vastgesteld hoeveel seconden de verkeerslichtinstallatie de afzonderlijke kleuren rood, geel en groen licht uitstraalt en of die verkeersinstallatie op dat moment in werking was.</para>
    <para />
    <para>3.5. De enkele stelling van de betrokkene dat zij het vermoeden heeft dat de verbalisant een waarnemingsfout heeft gemaakt, omdat hij volgens de betrokkene teveel handelingen tegelijk moest verrichten om een juiste beslissing te kunnen nemen, brengt niet mee dat getwijfeld zou moeten worden aan de juistheid van de op ambtseed afgelegde verklaring van de verbalisant. Anders dan de betrokkene veronderstelt, kijkt de verbalisant niet op het moment dat hij de gedraging constateert op een fasediagram, maar stelt de verbalisant pas achteraf aan de hand van een fasediagram vast hoeveel seconden de afzonderlijke kleuren door de verkeerslichtinstallatie worden uitgestraald en of de betreffende verkeerslichtinstallatie in werking was. Daaruit volgt dat hetgeen de betrokkene vermoedt met betrekking tot de tegelijk te verrichten handelingen op een misverstand berust. Het hof heeft dan ook geen reden te twijfelen aan de waarneming van de verbalisant. Daarnaast blijkt uit de verklaring van de betrokkene bij de staandehouding, dat de betrokkene niet zeker wist of het verkeerslicht nog geel licht uitstraalde.</para>
    <para />
    <para>3.6. Derhalve is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. </para>
    <para />
    <para />
    <para>4. De beslissing</para>
    <para />
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>