<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0013</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T20:37:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZJ0013</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-07-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WAHV 00-00034</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004581&amp;artikel=24&amp;g=2000-07-12">Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 24</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004581&amp;artikel=25&amp;g=2000-07-12">Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 25</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004581&amp;artikel=26&amp;g=2000-07-12">Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004581&amp;artikel=26a&amp;g=2000-07-12">Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>VR 2001, 12</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0013">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0013</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T15:27:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0013 Gerechtshof Leeuwarden , 12-07-2000 / WAHV 00-00034</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0013:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0013:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>WAHV 00/00034</para>
      <para>12 juli 2000</para>
      <para>CJIB 19386658</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gerechtshof te Leeuwarden</para>
      <para>Beschikking</para>
      <para>op het hoger beroep tegen de beschikking</para>
      <para>van de kantonrechter te Tilburg</para>
      <para>van 28 januari 2000</para>
      <para>betreffende</para>
      <para>[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),</para>
      <para>wonende te [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.  De beschikking van de kantonrechter</para>
      <para>De beschikking van de kantonrechter houdt in, dat deze is gegeven op 28 januari 1999. Nu de beschikking is gegeven naar aanleiding van een op 22 maart 1999 door de kantonrechter ontvangen verzetschrift, is hier sprake van een kennelijke schrijffout en moet voor de datum waarop de beschikking is gegeven, worden gelezen 28 januari 2000.</para>
      <para>De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 3 maart 1999 uitgevaardigd dwangbevel gedeeltelijk gegrond verklaard en dit dwangbevel </para>
      <para>vernietigd voor zover het de tenuitvoerlegging van een bedrag ad fl. 63,75 overschrijdt. Voorts heeft de kantonrechter bepaald dat het griffierecht, voor zover betaald,  door de griffier van het kantongerecht te Tilburg zal worden terugbetaald. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.  Het procesverloop</para>
      <para>De officier van justitie heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.</para>
      <para>De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3.  Beoordeling  </para>
      <para>3.1 Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van  fl. 170,-- ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1) meer dan 20 t/m 25 km per uur", welke gedraging is verricht op 9 december 1997 te Tilburg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2 Na de aanmaning als bedoeld in art. 24 WAHV heeft betrokkene het bedrag van de initiële sanctie, fl. 170,--, voldaan. </para>
    <para />
    <para>3.3  Nadat tevergeefs is gepoogd een bedrag, bestaande uit de verhogingen ex art. 23, tweede lid, en art. 25, eerste lid, WAHV - volgens de officier van justitie een bedrag van fl. 148,75 - op de bankrekening van betrokkene te verhalen, heeft de officier van justitie te Leeuwarden op 3 maart 1999 een dwangbevel ter hoogte van fl. 148,75 uitgevaardigd, hetwelk op 8 maart 1999 aan betrokkene is betekend.</para>
    <para />
    <para>3.4 Betrokkene heeft tegen de tenuitvoerlegging bij wege van dwangbevel verzet gedaan. Daartoe heeft hij aangevoerd, dat  hij de aan hem in rekening gebrachte verhogingen buitensporig hoog vindt. Voorts heeft hij zich er ter zitting van de kantonrechter op beroepen, dat hij van het CJIB ter zake van de tweede verhoging - de verhoging op grond van art. 25, eerste lid, WAHV - geen aanmaning  heeft ontvangen zodat hij buiten zijn schuld wordt geconfronteerd met verhogingen die samen meer omvatten dan het oorspronkelijke sanctiebedrag.</para>
    <para />
    <para>3.5 Het door de betrokkene gedane verzet tegen voormelde dwangbevel is door de kantonrechter gedeeltelijk gegrond verklaard, en wel omdat de tweede verhoging  niet mede mag worden berekend over het reeds betaalde bedrag van de opgelegde sanctie.</para>
    <para />
    <para>3.6 In het beroepschrift is door de officier van justitie aangevoerd -zakelijk weergegeven-, dat de kantonrechter door aldus te oordelen een onjuiste uitleg heeft gegeven aan art. 25, eerste lid, WAHV.</para>
    <para />
    <para>3.7 Bij Wet van 15 mei 1997, Stb. 212, in werking getreden op 30 juni 1997, is art. 25, eerste lid, WAHV gewijzigd. Deze bepaling luidt sindsdien als volgt: "Indien degene aan wie een administratieve sanctie is opgelegd nalatig blijft de sanctie en de daarop gevallen verhoging geheel te voldoen binnen de in de aanmaning gestelde termijn van vier weken, wordt het inmiddels verschuldigde bedrag van rechtswege verder verhoogd met vijftig procent van het bedrag van de sanctie en de daarop inmiddels gevallen verhoging, doch ten minste vijfentwintig gulden, en kan door de officier van justitie verhaal worden genomen op de goederen, de inkomsten en het vermogen van degene aan wie een administratieve sanctie is opgelegd, overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 26 en 27.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.8 De Memorie van Toelichting bij de Wet van 15 mei 1997  (TK 1993-1994, 23 689, nr. 3, blz. 5) houdt het volgende in:</para>
      <para>"In de praktijk is gebleken dat onduidelijkheid bestaat over de berekening van de voorgeschreven verhogingen. Om elk misverstand hieromtrent weg te nemen, wordt voorgesteld in artikel 25, eerste lid, te bepalen dat degene die nalatig blijft </para>
      <para>het oorspronkelijk opgelegde bedrag plus de daarop inmiddels gevallen verhoging geheel te voldoen, ook na gedeeltelijke betaling van het inmiddels verschuldigde bedrag, alsdan een verdere verhoging verschuldigd is ten bedrage van vijftig procent (doch ten minste fl. 25), berekend over de sanctie plus de daarop inmiddels gevallen verhoging. Het kan niet zo zijn dat de betrokkene die de aanmaning negeert en de oorspronkelijke acceptgirokaart inzendt daarmee wordt beloond doordat hij alsdan niet meer de wettelijk voorgeschreven tweede verhoging zou behoeven te betalen, doch slechts een gedeelte daarvan, te weten een tweede verhoging, slechts berekend over het nog niet-betaalde bedrag."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.9 Uit het vorenoverwogene volgt, dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld, dat de tweede verhoging zich niet uitstrekt over het inmiddels betaalde bedrag van de sanctie.</para>
    <para />
    <para>3.10 Het vorenoverwogene brengt mee, dat de in de bestreden beslissing daarvoor gegeven gronden niet kunnen leiden tot gedeeltelijke gegrondverklaring van het verzet. Het hof heeft thans te onderzoeken of hetgeen betrokkene in zijn beroepschrift heeft aangevoerd, daartoe kan leiden.</para>
    <para />
    <para>3.11 Ingevolge art. 25, eerste lid, WAHV wordt, indien degene aan wie een administratieve sanctie is opgelegd nalatig blijft de sanctie en de daarop ingevolge art. 23 WAHV gevallen verhoging te voldoen binnen de in de ingevolge art. 24 WAHV verzonden aanmaning gestelde termijn van vier weken, het inmiddels verhoogde bedrag van rechtswege verhoogd met vijftig procent, doch ten minste vijfentwintig gulden. Eveneens ingevolge het eerste lid van art. 25 WAHV kan de officier van justitie alsdan verhaal nemen op de goederen, de inkomsten en het vermogen van degene aan wie de sanctie is opgelegd overeenkomstig het bepaalde in art. 26 en 27 WAHV. De beleidsvrijheid die de wetgever met betrekking tot dit verhaal aan de officier van justitie heeft gelaten brengt mee dat de juistheid van diens beslissing daaromtrent in het algemeen niet door de rechter kan worden getoetst, behoudens in het geval dat zich strijd voordoet met beginselen van behoorlijk bestuur (HR 17 juli 1995, VR 1996, 58).</para>
    <para />
    <para>3.12 Naar het hof ambtshalve bekend is, behelst de ingevolge art. 24 WAHV aan betrokkene gezonden aanmaning - de eerste aanmaning - de mededeling dat wanneer het verschuldigde bedrag weer niet tijdig wordt ontvangen, aan de betrokkene van rechtswege een tweede verhoging wordt opgelegd ten bedrage van vijftig procent van het verschuldigde bedrag, maar ten minste vijfentwintig gulden. Een afzonderlijke aanmaning met betrekking tot deze tweede verhoging wordt noch door art. 25 WAHV noch door enige andere wettelijke bepaling voorgeschreven.</para>
    <para />
    <para>3.13 Het vorenstaande neemt niet weg, dat beginselen van behoorlijk bestuur kunnen meebrengen dat de officier van justitie de betrokkene in de gelegenheid stelt alvorens verhaal te nemen door middel van een dwangbevel, het gehele inmiddels door hem verschuldigde bedrag te voldoen teneinde betrokkene in de gelegenheid te stellen de kosten van verhaal te voorkomen. Daartoe dient de officier van justitie de betrokkene in elk geval in de gelegenheid te stellen in een geval als het onderhavige, waarin de kosten van verhaal het door de betrokkene verschuldigde bedrag in hoogte benaderen. In de praktijk pleegt dit te geschieden doordat het CJIB een tweede aanmaning aan de betrokkene zendt.</para>
    <para />
    <para>3.14 Blijkens het door het CJIB op verzoek van de officier van justitie vervaardigde commentaar op het oorspronkelijke verzet en het daarbij gevoegde zaakoverzicht, heeft het CJIB aan betrokkene op 2 juni 1998, derhalve ruim voordat de officier van justitie tot verhaal is overgegaan, aan de betrokkene een tweede aanmaning gezonden, en wel naar een adres waarvan de juistheid in de gemeentelijke basisadministratie is gecontroleerd.</para>
    <para />
    <para>3.15 Uit het voorgaande volgt, dat de officier van justitie de redelijkerwijs van hem te vergen inspanning heeft verricht om de betrokkene in de gelegenheid te stellen de kosten van verhaal te voorkomen. Daaraan doet niet af hetgeen betrokkene in zijn verzetschrift heeft aangevoerd, te weten dat door zijn verhuizing naar [woonplaats] diverse verhogingen op reeds betaalde bekeuringen zijn toegepast waarvan hij niet op de hoogte was. In aanmerking genomen dat de tweede aanmaning is gezonden naar het adres van betrokkene als opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie komt deze omstandigheid immers voor rekening van betrokkene.</para>
    <para> </para>
    <para>3.16  Het vorenoverwogene brengt mee, dat de beslissing van de kantonrechter dient te worden vernietigd en dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard..</para>
    <para />
    <para />
    <para>4.  De beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerechtshof:</para>
      <para>- vernietigt de beschikking van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het verzet ongegrond.</para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mrs Vellinga, vice-president als voorzitter, Dijkstra, vice-president, en Kalsbeek, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr Wijma, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 juli 2000.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>