<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0005</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T06:07:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZJ0005</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AJ6655</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-05-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WAHV 00-00026</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:9&amp;g=2000-05-24">Algemene wet bestuursrecht 6:9</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:11&amp;g=2000-05-24">Algemene wet bestuursrecht 6:11</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004581&amp;artikel=26&amp;g=2000-05-24">Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004581&amp;artikel=26a&amp;g=2000-05-24">Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>VR 2001, 13</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0005">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0005</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T15:27:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-06-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0005 Gerechtshof Leeuwarden , 24-05-2000 / WAHV 00-00026</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0005:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0005:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>WAHV 00/00026</para>
      <para>24 mei 2000</para>
      <para>CJIB 24255871</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gerechtshof te Leeuwarden</para>
      <para>Beschikking</para>
      <para>op het hoger beroep tegen de beschikking</para>
      <para>van de kantonrechter te Tilburg</para>
      <para>van 24 januari 2000</para>
      <para>betreffende</para>
      <para>[betrokkene], (hierna te noemen: betrokkene),</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>voor wie als gemachtigde optreedt H. Kuys, werkzaam bij de Stichting Maatschappelijke Opvang Midden-Brabant te Tilburg.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>1. De beschikking van de kantonrechter</para>
    <para />
    <para>De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 23 juni 1999 uitgevaardigd dwangbevel niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
    <para />
    <para>2. Het procesverloop</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>H. Kuys heeft, als gemachtigde van de betrokkene, tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.</para>
      <para>De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de bestreden beschikking  </para>
    <para />
    <para>3.1. Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet, omdat het verzetschrift niet tijdig is ingediend.</para>
    <para> </para>
    <para>3.2. Beoordeeld dient te worden of de kantonrechter het verzet terecht en op goede gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het hof overweegt daartoe het volgende.</para>
    <para />
    <para>3.3. Ingevolge art. 26, derde lid, WAHV wordt het verzetschrift binnen twee weken na de betekening van het dwangbevel ingediend bij het kantongerecht binnen het rechtsgebied waar het adres is van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd.</para>
    <para />
    <para>3.4.Voorts dient het volgende in aanmerking te worden genomen. Ingevolge het bepaalde in het tweede lid van art. 1:4 Awb zijn de art. 6:9 en 6:11 Awb van toepassing uitgesloten. De wetgever heeft bij de vaststelling van de huidige tekst van art. 26 WAHV in lid 5 van dat artikel wel voorzien in de gelegenheid tot herstel van het verzuim met betrekking tot de bij het verzetschrift over te leggen stukken, doch niet in de mogelijkheid van verschoonbaarheid van overschrijding van de in art. 26, derde lid, WAHV genoemde termijn. In die omstandigheden moet worden aangenomen, dat de wetgever -anders dan in het niet van toepassing zijnde art. 6:11 Awb- in beginsel niet heeft willen voorzien in verschoonbaarheid van overschrijding van de in art. 26, derde lid, WAHV genoemde termijn. Daarom kan slechts in bijzondere omstandigheden van klemmende aard worden aangenomen, dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend verzetschrift op grond daarvan niet-ontvankelijkverklaring achterwege dient te blijven. </para>
    <para />
    <para>3.5. Blijkens de gedingstukken is het dwangbevel op 2 juli 1999 aan de betrokkene betekend. Gelet op het bepaalde in art. 26, derde lid, WAHV dient het verzetschrift op 16 juli 1999 door het kantongerecht ontvangen te zijn. Het verzetschrift is gedateerd 16 juli 1999 en is op 19 juli 1999 door het arrondissementsparket te Breda ontvangen. Het is vervolgens doorgezonden naar het kantongerecht, waar het op 30 augustus 1999 is ontvangen. De kantonrechter heeft derhalve terecht geoordeeld, dat het verzetschrift niet tijdig is ingediend.</para>
    <para />
    <para>3.6. Van de in r.o. 3.4. genoemde bijzondere omstandigheden van klemmende aard is niet gebleken. </para>
    <para />
    <para>3.7. Gelet op het voorgaande zal het hof de beschikking van de kantonrechter bevestigen. </para>
    <para />
    <para />
    <para>4. De beslissing</para>
    <para />
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <para>bevestigt de beschikking van de kantonrechter.</para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Wijma, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 24 mei 2000.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>