<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2026:8</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-08T16:13:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.362.408/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:8">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:8</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-08T16:11:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:8 Gerechtshof Den Haag , 05-01-2026 / 200.362.408/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2026:8:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afgewezen wrakingsverzoek</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2026:8:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">GERECHTSHOF DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zaaknummer: 200.362.408/01</para>
    <para>Nummer hoofdzaak: BK-25/474</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van 5 januari 2026</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>inzake het verzoek tot wraking als bedoeld in artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de hoofdzaak met genoemd nummer van: </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [X] te [Z] , verzoeker.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het geding</title>
    <para />
    <para>1. Op 9 december 2025 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van mr. Chr.Th.P.M. Zandhuis, voorzitter van de meervoudige belastingkamer in bovengenoemde hoofdzaak (hierna: de raadsheer wier wraking is verzocht). Verzoeker heeft het wrakingsverzoek schriftelijk ingediend tijdens de mondelinge behandeling van de hoofdzaak.</para>
    <para />
    <para>2. De raadsheer wier wraking is verzocht heeft de wrakingskamer meegedeeld niet te berusten in het verzoek tot wraking.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <para>3. Verzoeker heeft aan zijn ter zitting overgelegde verzoek tot wraking het volgende ten grondslag gelegd:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“De reden voor mijn wrakingsverzoek is dat ik van mening ben dat de rechter vooringenomen is en zich niet onpartijdig opstelt, wat leidt tot de schijn van partijdigheid. </para>
      <para>Specifiek verwijs ik naar:</para>
      <para>1. Mijn cruciaal punten van mijn argumentatie negeerde</para>
      <para>2. Tijdens de zitting de rechter meerdere malen tussenbeide kwam om de gemachtigde van de wederpartij te ondersteunen</para>
      <para>Deze feiten en omstandigheden leiden bij mij tot de overtuiging dat rechter niet langer onpartijdig over mijn zaak kan oordelen.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <para>4. Op grond van artikel 8:15 Awb kan op verzoek van een partij, elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Op grond van artikel 8:108, lid 1, Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op de behandeling van het hoger beroep in belastingzaken.</para>
    <para />
    <para>5. Volgens vaste jurisprudentie dient bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat hij jegens de verzoeker een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij de verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is (vgl. onder meer HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1770 en HR 31 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7956).</para>
    <para />
    <para>6. Wat verzoeker als redenen voor het wrakingsverzoek aanvoert in zijn ter zitting overgelegde – en reeds voorafgaand aan de zitting opgestelde – verzoek tot wraking vindt evident geen steun in hetgeen blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 9 december 2025 ter zitting is voorgevallen. Het wrakingsverzoek kan daarom, bij gebrek aan feitelijke grondslag, niet tot de conclusie leiden dat de raadsheer wier wraking is verzocht jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert, of dat een bij verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. </para>
    <para />
    <para>7. De wrakingskamer doet dit verzoek om wraking af zonder behandeling ter zitting (zie artikel 4, lid 1, letter a, van het Wrakingsprotocol gerechtshof Den Haag). Het verzoek is kennelijk ongegrond. Gelet hierop dient het verzoek tot wraking te worden afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek tot wraking af;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan verzoeker, aan de raadsheer wier wraking is verzocht, alsmede aan de Inspecteur.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 5 januari 2026 door K. Schaffels, voorzitter, P. Glazener en A.E. Sutorius – van Hees, in aanwezigheid van de griffier A.S.H.M. Strik. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 januari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per aangetekende post verzonden op:</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>