<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2026:459</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-30T09:45:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.329.398/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2025:2958" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2025:2958</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2025:2959" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2025:2959</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:459">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:459</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-30T09:44:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:459 Gerechtshof Den Haag , 24-02-2026 / 200.329.398/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2026:459:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindarrest. Vordering aannemer tot vernietiging arbitrale vonnissen afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2026:459:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF DEN HAAG                      </bridgehead>
    <para>Civiel recht</para>
    <para>Team Handel</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer hof	: 200.329.398/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest van 24 februari 2026 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] , gemeente [gemeente] ,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat: mr. E. Hoekstra, kantoorhoudend in Alkmaar,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [verweerder 1] ,</title>
    <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
    <para>2.<emphasis role="bold"> [verweerder 2]</emphasis>,</para>
    <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
    <para>3. <emphasis role="bold">[verweerder 3] ,</emphasis></para>
    <para>wonend in [woonplaats] ,<?linebreak?>4. <emphasis role="bold">[verweerder 4] ,</emphasis><?linebreak?>wonend in [woonplaats] ,</para>
    <para>5. <emphasis role="bold">[verweerder 5] ,</emphasis></para>
    <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
    <para>6. <emphasis role="bold">[verweerder 6] ,</emphasis></para>
    <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
    <para>7. <emphasis role="bold">[verweerder 7] ,</emphasis></para>
    <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
    <para>8. <emphasis role="bold">[verweerder 8] ,</emphasis></para>
    <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
    <para>9. <emphasis role="bold">[verweerder 9] ,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
      <para>10.<emphasis role="bold">[verweerder 10] ,</emphasis></para>
      <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para>11. <emphasis role="bold">[verweerder 11] ,</emphasis></para>
    <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
    <para>12. <emphasis role="bold">[verweerder 12] ,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>wonend in [woonplaats] .</para>
      <para>verweerders,</para>
      <para>advocaat: mr. F. Dijkslag, kantoorhoudend in Amersfoort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof noemt eiseres hierna [eiseres] . Verweerders worden afzonderlijk aangeduid met hun achternaam en gezamenlijk met [verweerder 1] c.s.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zaak in het kort</title>
    <para>Een aannemer heeft zes woningen gebouwd in een voormalig kerkgebouw in [plaats] . De opdrachtgevers hebben bij de Geschillencommissie Verbouw &amp; Nieuwbouw een procedure aanhangig gemaakt in verband met bouwtijdoverschrijding. De Geschillencommissie heeft de aannemer in zes arbitrale vonnissen veroordeeld tot betaling van boetes ten aanzien van ieder van de zes opdrachtgevers. De aannemer heeft vernietiging van de arbitrale vonnissen gevorderd. In het tussenarrest van 25 februari 2025 heeft het hof ten aanzien van vier arbitrale vonnissen geoordeeld dat die niet voor vernietiging in aanmerking komen. Ten aanzien van de overige twee vonnissen heeft het hof geoordeeld dat er grond is voor terugverwijzing in de zin van artikel 1065a Rv (“remission”), omdat de Geschillencommissie in die zaken op een essentieel verweer niet is ingegaan. Op 7 oktober 2025 heeft de Geschillencommissie in die zaken twee herstelvonnissen gewezen. In dit eindarrest komt het hof tot het oordeel dat de Geschillencommissie in die twee vonnissen alsnog is ingegaan op de essentiële verweren van de aannemer. Daarmee bestaat de vernietigingsgrond niet meer. De vordering tot vernietiging wordt daarom afgewezen.</para>
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2</nr>Procesverloop in hoger beroep</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Voor het procesverloop tot 22 april 2025 verwijst het hof naar zijn tussenarrest van die datum. Bij dit tussenarrest heeft het hof met toepassing van artikel 1065 Rv (de regeling van de zogenoemde remission) de procedure geschorst voor de duur van zes maanden en de Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw (Geschillencommissie) in de gelegenheid gesteld om twee door de Geschillencommissie op 1 september 2022 gewezen arbitrale vonnissen te herstellen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op 7 oktober 2025 heeft de Geschillencommissie in beide zaken een arbitraal vonnis gewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op 28 oktober 2025 is de procedure bij dit hof hervat. [eiseres] en [verweerder 1] c.s. hebben ieder een akte genomen, waarbij [verweerder 1] c.s. twee producties heeft overgelegd, waaronder de arbitrale vonnissen van 7 oktober 2025.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Vervolgens is arrest bepaald op heden. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De verdere beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Bij tussenarrest van 22 april 2025 heeft het hof geoordeeld dat de Geschillencommissie in de zaak van [eiseres] tegen [verweerder 5] en [verweerder 6] en in de zaak van [eiseres] tegen [verweerder 3] en [verweerder 4] op een essentieel verweer niet is ingegaan, en dat dit een grond voor vernietiging van de arbitrale vonnissen op de voet van artikel 1065 lid 1, aanhef en onder d Rv oplevert. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>In de zaak van [eiseres] tegen [verweerder 5] en [verweerder 6] gaat het om een gestelde vertraging in de bouw doordat eigen aannemers van [verweerder 5] en [verweerder 6] in de woning hebben gewerkt. De daardoor ontstane vertraging dient volgens [eiseres] voor rekening van [verweerder 5] en [verweerder 6] te komen. In de zaak van [eiseres] tegen [verweerder 3] en [verweerder 4] gaat het om een gestelde vertraging in de bouwtijd die samenhangt met het door [verweerder 3] en [verweerder 4] aan [eiseres] opgedragen meerwerk, waar [eiseres] volgens haar wel van te voren bouwtijdverlenging voor heeft aangekondigd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Bij het arbitraal (herstel)vonnis van 7 oktober 2025 in de zaak van [eiseres] tegen [verweerder 5] en [verweerder 6] heeft de Geschillencommissie ten aanzien van de bouwtijdverlenging in verband met de eigen aannemers het volgende overwogen:</para>
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="8eb2d631-4f0c-4bc3-9b22-27e57a09ae5c" depth="97" width="549" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7e01ff88-e1b3-4195-938f-d85b1a0515a3" depth="384" width="557" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>In de zaak van [eiseres] tegen [verweerder 3] en [verweerder 4] heeft de Geschillencommissie ten aanzien van het verweer van [eiseres] dat bouwtijdverlenging is overeengekomen als volgt overwogen:</para>
      <para>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="280723a1-b98d-4079-8248-348f4988d8b9" depth="509" width="523" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>
        <inlinemediaobject>
          <imageobject>
            <imagedata align="center" scale="100" fileref="7ed2973e-2261-4f2f-a7d9-4b3c5fed95e1" depth="199" width="524" format="image/png" />
          </imageobject>
        </inlinemediaobject>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Volgens [verweerder 3] en [verweerder 4] en [verweerder 5] en [verweerder 6] heeft de Geschillencommissie hiermee alsnog op de openstaande punten een motivering gegeven en is er geen aanleiding meer om de arbitrale vonnissen te vernietigen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft zich in haar akte op het standpunt gesteld dat de Geschillencommissie een onjuiste maatstaf heeft toegepast door [eiseres] te houden aan bewijs van concrete vertraging door de eigen aannemers van [verweerder 5] en [verweerder 6] . Volgens haar heeft de Geschillencommissie verder miskend dat enkel het feit van exclusieve beschikking over het werk door [verweerder 5] en [verweerder 6] gedurende elf dagen met zich heeft gebracht dat [eiseres] niet vrijelijk kon doorwerken, zodat dit ten minste tijdsextensief is en in redelijkheid aan [verweerder 5] en [verweerder 6] moet worden toegerekend. De Geschillencommissie heeft volgens [eiseres] geen juridisch dragende verklaring gegeven waarom die exclusieve periode géén deelvertraging of verlenging zou rechtvaardigen en dat is een motiveringsgebrek, te meer nu de Geschillencommissie heeft erkend dat de planning door [eiseres] is aangepast om eigen aannemers van [verweerder 5] en [verweerder 6] toe te laten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>In de zaak van [verweerder 3] en [verweerder 4] heeft de Geschillencommissie volgens [eiseres] – kort gezegd – de uitzonderingsmaatstaf van artikel 6:248 lid 2 BW volledig miskend. De Geschillencommissie heeft nagelaten om de ondertekende overeenkomst, de erkenning door [verweerder 3] en [verweerder 4] en de concrete onderbouwing van [eiseres] te wegen. De beslissing is daarmee ten minste inconsistent, selectief en onvoldoende gemotiveerd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>Het hof overweegt dat, anders dan [eiseres] betoogt, de Geschillencommissie nu, in beide zaken, alsnog het verweer van [eiseres] ten aanzien van de redenen voor de bouwtijdverlenging gemotiveerd heeft verworpen. Zoals reeds in het tussenarrest van 25 februari 2025 is overwogen, is vernietiging slechts mogelijk wanneer de motivering ontbreekt en niet in gevallen van ondeugdelijke motivering (voor zover daar sprake van zou zijn): aan de rechter komt niet de bevoegdheid toe om op deze vernietigingsgrond een arbitraal vonnis naar zijn inhoud te toetsen. Het hof gaat daarom voorbij aan het betoog van [eiseres] dat de Geschillencommissie een onjuiste maatstaf heeft toegepast. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9</nr>
      <para>Nu de Geschillencommissie met toepassing van het bepaalde in het tweede en derde lid van artikel 1065a Rv partijen heeft gehoord, aanvullende arbitrale vonnissen heeft gewezen en daarin alsnog op de betreffende verweren is ingegaan, bestaat de in het tussenarrest van 25 februari 2025 vermelde vernietigingsgrond niet meer. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10</nr>
      <para>Gelet op het oordeel dat de vordering tot vernietiging van de arbitrale vonnissen moet worden afgewezen, bestaat geen aanleiding meer om in te gaan op het verzoek van [verweerder 1] c.s. om de punten 34 tot en met 38 van de akte van [eiseres] buiten beschouwing te laten of om [verweerder 1] c.s. nog de gelegenheid te geven zich bij akte uit te laten, een en ander zoals verzocht door [verweerder 1] c.s. in het h16-formulier van 4 november 2025.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11</nr>
      <para>Ten aanzien van de proceskosten overweegt het hof als volgt. De vernietigingsgrond is op zichzelf terecht voorgedragen, maar vanwege de toepassing van artikel 1065a Rv leidt die niet tot vernietiging. Op alle andere punten is [eiseres] in het ongelijk gesteld. In het licht van deze omstandigheden heeft [eiseres] als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij te gelden en zal het hof haar in de proceskosten veroordelen. Deze kosten worden met toepassing van het liquidatietarief begroot op </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>griffierecht	€	2.277,-</para>
        <para>salaris advocaat	€	3.870,-	(3 punten × tarief II à € 1.290,-)</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">nakosten 	€	189,-</emphasis>	(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
        <para>Totaal	€	6.336,-</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt vast dat de in het tussenarrest van 25 februari 2025 geconstateerde vernietigingsgrond van de door de Geschillencommissie op 1 september 2022 onder dossiernummers 154096/163008 en 154098/163010 gewezen arbitrale vonnissen niet meer bestaat als gevolg van de door de Geschillencommissie op 7 oktober 2025 gewezen arbitrale (herstel)vonnissen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst af de vordering tot vernietiging van alle arbitrale vonnissen van de Geschillencommissie gewezen tussen [eiseres] en [verweerder 1] c.s. van 1 september 2022;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [verweerder 1] c.s. en begroot deze kosten tot op heden op € 6.336,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat als [eiseres] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [eiseres] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt de griffier van het hof op een afschrift van deze beslissing toe te zenden aan de Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw, Postbus 90600, 2509 LP Den Haag;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart dit arrest ten aanzien van de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. P. Volker, J.S. Honée en A.J. Swelheim en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>