<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2026:361</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-11T12:29:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-03-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.364.609/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:361">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:361</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-11T12:18:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2026:361 Gerechtshof Den Haag , 04-03-2026 / 200.364.609/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2026:361:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het wrakingsverzoek ziet op de wijze waarop het artikel 12 beklag is behandeld, in het bijzonder de stilzwijgende stilstand van het verzoek na doorzending door gerechtshof ’s-Hertogenbosch, het terugsturen van het dossier naar gerechtshof ’s-Hertogenbosch zonder kenbare, schriftelijke en verifieerbare rechterlijke beslissing, de summiere afhoudende en feitelijk anonieme communicatie en de omstandigheid dat dit klaagschrift gericht is tegen het gerechtsbestuur van gerechtshof Den Haag, waardoor extra waarborgen tegen (de schijn van) institutionele partijdigheid geboden zijn. Deze gang van zaken heeft bij verzoeker de indruk van onwelwillendheid en afhoudendheid in de behandeling van het beklag gewekt. Hiermee is sprake van een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid, aldus verzoeker. Beslissing op wrakingsverzoek: verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2026:361:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>GERECHTSHOF DEN HAAG</title>
    <para>Zaaknummer				: 200.364.609/01<?linebreak?>Kenmerken beklagzaken (ex art. 12 Sv) 	: geen kenmerk bekend. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake het schriftelijk verzoek tot wraking, gedaan door:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verzoeker] ,</title>
    <parablock>
      <para>Hierna te noemen: verzoeker, </para>
      <para>
        <?linebreak?>strekkende tot de wraking van mr. O.M. Harms, voorzitter van de beklagkamer. <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Het geding en de feiten</title>
    <para />
    <para>1. Op 22 oktober 2025 heeft verzoeker een klaagschrift ingediend bij gerechtshof </para>
    <para>’s-Hertogenbosch waarin verzoeker met toepassing van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) beklag doet over de (de facto) sepotbeslissing van de officier van justitie om een strafbaar feit niet te vervolgen. Dit klaagschrift is aldaar bekend en in behandeling onder kenmerk K25.200446. <?linebreak?></para>
    <para>2. Op 13 november 2025 heeft een administratief medewerker art. 12 Sv (Team strafrecht) van gerechtshof ’s-Hertogenbosch verzoeker laten weten dat de voorzitter van de beklagkamer heeft besloten om het klaagschrift te verwijzen naar het gerechtshof Den Haag, en dat het dossier inmiddels is doorgezonden naar gerechtshof Den Haag. <?linebreak?></para>
    <para>3. Op 19 januari 2026 heeft een griffier van gerechtshof Den Haag per e-mailbericht verzoeker te kennen gegeven dat het klaagschrift eerst in de daaraan voorafgaande week onder de aandacht van de griffie van de beklagkamer is gebracht. Tevens is verzoeker te kennen gegeven dat die ochtend in overleg met de voorzitter van de beklagkamer is besloten de zaak terug te sturen naar gerechtshof ’s-Hertogenbosch.<?linebreak?></para>
    <para>4. Op 26 januari 2026 heeft verzoeker per e-mailbericht te kennen gegeven de voorzitter van de beklagkamer van gerechtshof Den Haag te wraken. Op diezelfde dag heeft verzoeker een schriftelijk verzoek tot wraking van deze voorzitter gedaan, waarbij hij naast zijn wrakingsverzoek een aantal bijlagen, bestaande uit e-mailwisselingen met beide hoven, heeft gevoegd. </para>
    <para />
    <para>5. Voorzitter van de beklagkamer van gerechtshof Den Haag is, en was toen ook, mr. Harms. De wrakingskamer gaat er daarom van uit dat het wrakingsverzoek zich tegen hem richt. Mr. Harms heeft de wrakingskamer laten weten niet in de wraking te berusten.</para>
    <para />
    <para>6. Op 6 februari 2026 heeft de in rov. 2 bedoelde administratief medewerker aan verzoeker bericht dat de voorzitter van de raadkamer heeft vastgesteld dat gerechtshof <?linebreak?>’s-Hertogenbosch bevoegd was en is om kennis te nemen van de klacht van verzoeker, en dat de stukken op zijn verzoek retour gezonden zijn naar gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Ook heeft zij namens hem verontschuldigingen gemaakt voor de onduidelijkheid die is veroorzaakt door de gang van zaken.  </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. Het wrakingsverzoek ziet op de wijze waarop het artikel 12 beklag is behandeld, in het bijzonder de stilzwijgende stilstand van het verzoek na doorzending door gerechtshof <?linebreak?>’s-Hertogenbosch, het terugsturen van het dossier naar gerechtshof ’s-Hertogenbosch zonder kenbare, schriftelijke en verifieerbare rechterlijke beslissing, de summiere afhoudende en feitelijk anonieme communicatie en de omstandigheid dat dit klaagschrift gericht is tegen het gerechtsbestuur van gerechtshof Den Haag, waardoor extra waarborgen tegen (de schijn van) institutionele partijdigheid geboden zijn. Deze gang van zaken heeft bij verzoeker de indruk van onwelwillendheid en afhoudendheid in de behandeling van het beklag gewekt. Hiermee is sprake van een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid, aldus verzoeker. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van de ontvankelijkheid</title>
    <para />
    <para>8. Op grond van artikel 512 Sv kan op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Naar het oordeel van de wrakingskamer staat ook verzoeker, in zijn hoedanigheid van klager, het wrakingsmiddel van artikel 512 Sv ten dienste.</para>
    <para />
    <para>9. Voor ontvankelijkheid is echter verder vereist dat het wrakingsverzoek gericht is tot een rechter die de zaak van de verzoeker tot wraking in behandeling heeft. Uit de hiervoor in rov. 3 aangehaalde e-mail blijkt dat in overleg met de voorzitter van de beklagkamer van gerechtshof Den Haag – mr. Harms – was besloten om de zaak retour te sturen naar gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Voor zover mr. Harms de beklagzaak vóór dat moment in behandeling had, heeft hij met zijn besluit tot retourzending kennelijk een einde daaraan willen maken. Ongeacht de status van zijn bemoeienis, kan niet gezegd worden dat hij de zaak nog in behandeling had toen verzoeker zijn wrakingsverzoek tegen hem indiende. Reeds om deze reden is verzoeker kennelijk niet ontvankelijk in zijn verzoek. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De wrakingskamer:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan verzoeker en de genoemde raadsheer. <?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 4 maart 2026 door mrs. Chr.Th.P.M. Zandhuis, J.W. Frieling en M.J. van Cleef-Metsaars, in aanwezigheid van de griffier mr. I.M.A. Schipper.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is getekend door de voorzitter en de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>