<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2025:407</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-30T11:23:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.311.592/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBDHA:2022:4009" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2022:4009</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2025-1222</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:407">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:407</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-23T13:44:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:407 Gerechtshof Den Haag , 11-03-2025 / 200.311.592/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2025:407:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Werknemer vordert onder meer achterstallig loon van werkgever. Werkgever betwist dat zij de werkgever van werknemer is en voert verweer tegen de vordering. Het hof komt tot het oordeel dat werkgever als werkgever moet worden beschouwd, en dat de (loon)vorderingen terecht zijn toegewezen, en veroordeelt werkgever na een tussenarrest tot betaling van de in hoger beroep aangepaste loonvordering, kosten waaronder beslagkosten, en de werkelijke advocaatkosten van werknemer omdat zij misbruik van procesrecht heeft gemaakt dan wel onrechtmatig heeft gehandeld jegens werknemer door haar houding in de procedure.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2025:407:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF DEN HAAG </bridgehead>
    <para>Civiel recht</para>
    <para>Team Handel</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer hof	: 200.311.592/01</para>
      <para>Zaaknummer rechtbank	: 8728229\ RL EXPL 20-15251 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest van 11 maart 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Venlo Group B.V. voorheen genaamd Euro Start Uitzendbureau B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Eindhoven,</para>
      <para>appellante in het principale hoger beroep,</para>
      <para>geïntimeerde in het incidentele hoger beroep,</para>
      <para>advocaat: mr. T. Venneman, kantoorhoudend in Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend in [woonplaats],</para>
      <para>geïntimeerde in het principale hoger beroep,</para>
      <para>appellant in het incidentele hoger beroep,</para>
      <para>advocaat: mr. A.C.E.G. Cordesius, kantoorhoudend in Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal partijen hierna ESBV en [geïntimeerde] noemen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zaak in het kort</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Na het tussenarrest heeft [geïntimeerde] een aangepaste loonberekening ingediend en opgave gedaan van de kosten van het door hem tijdens het hoger beroep ten laste van ESBV gelegde conservatoir derdenbeslag. ESBV heeft daarop gereageerd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Het hof bekrachtigt de bestreden vonnissen en wijst de in hoger beroep gewijzigde vordering van [geïntimeerde] gedeeltelijk toe.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>In deze zaak heeft het hof een tussenarrest uitgesproken op 14 mei 2024 (hierna: het tussenarrest). Voor het procesverloop tot die datum verwijst het hof naar dat arrest. Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep na het tussenarrest blijkt uit de volgende stukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de akte overlegging productie tevens akte wijziging eis van [geïntimeerde] , met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakte van ESBV;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de e-mail van [geïntimeerde] van 2 december 2024, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het H16-formulier van ESBV van 13 december 2024.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Vervolgens is een datum voor arrest bepaald.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De verdere beoordeling in hoger beroep</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof verwijst naar en volhardt in het tussenarrest.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De nieuwe loonberekening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>In r.o. 5.31 van het tussenarrest is overwogen dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat [geïntimeerde] in 2017 voldeed aan de 900 urennorm als bedoeld in artikel 34 lid 3 van de cao voor de Glastuinbouw. Daarom is [geïntimeerde] in de gelegenheid gesteld om een aangepaste berekening van zijn loonvordering over te leggen. In r.o. 5.34 van het tussenarrest is vervolgens overwogen dat deze loonberekening ook consequenties kan hebben voor de hoogte van het in hoger beroep alsnog gevorderde bedrag van € 16.247,33 bruto dat [geïntimeerde] in eerste aanleg abusievelijk niet heeft gevorderd.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          [geïntimeerde] heeft daarna bij akte overlegging productie, tevens akte wijziging eis een nieuwe loonberekening overgelegd en heeft daarbij zijn vordering gewijzigd. Deze eiswijziging betreft het loon over de periode van week 18 van 2021 tot en met week 46 van 2022. ESBV heeft hierop bij akte gereageerd. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De wijziging van eis van [geïntimeerde] is in strijd met de tweeconclusieregel</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>ESBV heeft bezwaar gemaakt tegen de wijziging van eis van [geïntimeerde] . </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof acht deze (als nieuwe grief aan te merken) eiswijziging in strijd met de tweeconclusieregel die meebrengt dat [geïntimeerde] in hoger beroep zijn eis in beginsel niet later dan in zijn memorie van antwoord mocht veranderen of vermeerderen, terwijl zich hier niet een van de in de rechtspraak aanvaarde uitzonderingen op deze in beginsel strakke regel voordoet. De eiswijziging is derhalve te laat naar voren gebracht en zal door het hof buiten beschouwing worden gelaten.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De aangepaste loonberekening over de periode tot en met week 17 van 2021</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Dit brengt mee dat de loonvordering van [geïntimeerde] verder slechts beoordeeld wordt over de periode tot en met week 17 van 2021. Uit de aangepaste loonberekening valt op te maken dat tot en met week 17 van 2021 aan loon, toeslagen en overwerk een totaalbedrag van € 76.049,88 bruto betaald had moeten worden (het totaal van de bedragen in kolom J berekend tot en met week 17 van 2021). Er is over deze periode slechts een bedrag van € 36.340,51 bruto betaald (het totaal van de bedragen in de kolommen E+F+H), zodat volgens deze berekening [geïntimeerde] aanspraak kan maken op nabetaling van het verschil tussen deze beide bedragen, dat is een bedrag van € 39.709,37 bruto. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>Over deze periode had ook een bedrag van € 5.920,60 bruto aan vakantiebijslag betaald moeten worden (het totaal van de bedragen in kolom L berekend tot en met week 17 van 2021). Er is slechts een bedrag van € 2.999,52 bruto betaald (het totaal van de bedragen in kolom K), zodat volgens deze berekening [geïntimeerde] aanspraak kan maken op nabetaling van het verschil tussen deze beide bedragen, dat is een bedrag van € 2.921,08 bruto. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>ESBV heeft - samengevat en voor zover thans nog van belang - aangevoerd dat uit de akte van [geïntimeerde] niet kan worden afgeleid dat er te weinig loon is uitbetaald. Volgens ESBV heeft [geïntimeerde] onvoldoende gemotiveerd dat de nieuwe berekening is gebaseerd op cao’s uit de verschillende jaren en op informatie van de rijksoverheid. [geïntimeerde] heeft evenmin gemotiveerd waarom de bedragen in de kolommen G en I van productie 12 juist zijn, of hoe deze bedragen tot stand zijn gekomen. Volgens ESBV kan kolom J van productie 12 geen verzamelkolom zijn omdat de totalen van de kolommen G en I een fractie bedragen van het totaalbedrag van kolom J. Onderaan de spreadsheet staat de som van G+I+J onder de noemer “had betaald moeten zijn". Dit klopt niet aangezien die drie kolommen niet samen op het genoemde bedrag van € 103.128,96 uitkomen, aldus ESBV. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9</nr>
      <para>Het hof volgt ESBV niet in haar verweer. In r.o. 5.29 van het tussenarrest is reeds  overwogen dat [geïntimeerde] recht heeft op loon conform de cao voor de Glastuinbouw. In eerste aanleg heeft [geïntimeerde] bij akte uitlating, tevens houdende akte wijziging van eis, tevens houdende akte overlegging producties, de loontabellen van de toepasselijke versies van deze cao overgelegd die golden in de jaren 2017-2021, evenals een overzicht van de minimum uurloonbedragen die golden in de jaren 2017-2019 krachtens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. In die akte heeft [geïntimeerde] zijn destijds daarop gebaseerde loonberekening nader toegelicht. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10</nr>
      <para>In de aangepaste loonberekening is – overeenkomstig r.o. 5.31 van het tussenarrest - pas vanaf 1 januari 2019 rekening gehouden met een extra trede in plaats van per 1 januari 2018. In de “Legenda” op de laatste pagina van productie 12 zijn de uurlonen waarmee is gerekend toegelicht. De overige uitgangspunten van de aangepaste loonberekening verschillen niet van de uitgangspunten die [geïntimeerde] heeft gehanteerd bij zijn eerdere loonberekening(en), welke uitgangspunten ESBV niet, althans niet gemotiveerd heeft bestreden. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11</nr>
      <para>De kolommen G en I in productie 12 bevatten de bedragen die - op grond van correcte uurlonen - verschuldigd zijn als vergoeding van vakantie-uren en tijd-voor-tijd-uren. Kolom J bevat de totaalbedragen die verschuldigd zijn voor gewerkte uren, vakantie-uren, tijd-voor-tijd, feestdaguren en onregelmatige uren. Naar het hof begrijpt, omvatten deze bedragen tevens de bedragen die vermeld worden in de kolommen G en I. Het hof zal daarom de bedragen in de kolommen G en I buiten beschouwing laten en niet optellen bij de bedragen in de kolom J, zoals [geïntimeerde] onder het kopje “Totaliseringen [geïntimeerde] ” op de zevende pagina van productie 12 wel heeft gedaan. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12</nr>
      <parablock>
        <para>Dit alles leidt tot de conclusie dat ESBV aan [geïntimeerde] over de periode tot en met week 17 van 2021 een bedrag van € 39.709,37 bruto verschuldigd is aan loon, toeslagen en overwerk en een bedrag van € 2.921,08 bruto aan vakantiebijslag, dat is in totaal een bedrag van € 42.630,45 bruto. In eerste aanleg heeft de kantonrechter al een totaalbedrag van € 33.432,79 bruto aan achterstallig loon, vakantiegeld, overwerk e.d. toegewezen over deze periode. Het hof zal daarom het verschil tussen beide totaalbedragen van (€ 42.630,45 - € 33.432,79 =) € 9.197,66 nog toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50 procent en de wettelijke rente waartegen ESBV geen zelfstandig verweer heeft gevoerd.  </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beslagkosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13</nr>
      <para>
        [geïntimeerde] heeft per e-mail opgave gedaan van de hoogte van de beslagkosten in hoger beroep, met overlegging van bewijsstukken. De beslagkosten hebben volgens [geïntimeerde] in totaal € 4.436,64 bedragen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.14</nr>
      <para>ESBV heeft vervolgens bij H16-formulier betwist dat zij rechtsverhoudingen heeft (gehad) met de bedrijven waaronder conservatoir derdenbeslag is gelegd en heeft aangevoerd dat de beslagkosten daarom nodeloos zijn gemaakt. Bovendien blijkt uit de beslagen dat er geprocedeerd wordt op basis van een toevoeging die door de Raad voor Rechtsbijstand is verleend zodat de beslagkosten waren gedekt door die toevoeging, aldus ESBV.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.15</nr>
      <para>Dit verweer faalt. Het verweer “Venlo betwist uitdrukkelijk dat Venlo rechtsverhoudingen heeft of heeft gehad met genoemde bedrijven” acht het hof ondeugdelijk omdat het te weinig specifiek is tegen de achtergrond van de verwarring die ESBV omtrent haar identiteit heeft doen ontstaan en waarover het hof reeds heeft geoordeeld in het tussenarrest. Het tweede verweer faalt omdat ESBV niet heeft betwist dat de toevoeging van [geïntimeerde] is ingetrokken nadat zijn vermogen door toewijzing van zijn vordering de vermogensgrens voor gefinancierde rechtsbijstand als bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand had overschreden. [geïntimeerde] heeft dit gesteld in randnummer 37 van de memorie van antwoord, tevens houdende memorie van grieven in incidenteel appel en heeft dit tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep onweersproken nader toegelicht. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.16</nr>
      <parablock>
        <para>Daarom dient nu alleen nog de hoogte van de gevorderde beslagkosten te worden beoordeeld. [geïntimeerde] heeft afschriften overgelegd van de uitgebrachte exploten en van de overbetekening hiervan aan ESBV, en heeft onweersproken gesteld dat de kosten hiervan in totaal € 4.436,64 hebben bedragen. ESBV zal daarom worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente waartegen ESBV geen  verweer heeft gevoerd.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie en proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.17</nr>
      <para>De conclusie is dat het hof de bestreden vonnissen zal bekrachtigen. Rechtdoende op de bij memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel appel geformuleerde vermeerdering van eis, zal het hof ESBV veroordelen tot betaling aan [geïntimeerde] van € 9.197,66 bruto aan achterstallig loon, toeslagen, overwerk en vakantiebijslag, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50 procent, € 12.000,- aan vergoeding van advocaatkosten en € 4.436,64 aan beslagkosten in hoger beroep, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen. ESBV zal als de hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de door [geïntimeerde] in principaal en incidenteel hoger beroep gemaakte proceskosten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.18</nr>
      <parablock>
        <para>Die proceskosten worden begroot op:</para>
        <para>In het principaal hoger beroep:</para>
        <para>griffierecht	€  	 343,-</para>
        <para>salaris advocaat	€ 5.532,50 (2,5 punten × € 2.213,-, tarief IV)</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">nakosten 	€ 	 178,- </emphasis>	(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
        <para>Totaal	€ 6.053,50</para>
        <para>In het incidenteel hoger beroep: salaris advocaat € 2.766,25 (0,5 x € 5.532,50).  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>- bekrachtigt de vonnissen van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 12 augustus 2021 en 27 januari 2022;</para>
    <para>rechtdoende op de bij memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel appel geformuleerde vermeerdering van eis:</para>
    <para>-  veroordeelt ESBV tot betaling aan [geïntimeerde] van:</para>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>€ 9.197,66 bruto aan achterstallig loon, toeslagen, overwerk en vakantiebijslag, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50 procent;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€ 12.000,- aan vergoeding van advocaatkosten;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€ 4.454,64 aan beslagkosten in hoger beroep;</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>de wettelijke rente over de hiervoor genoemde bedragen vanaf 7 februari 2023 tot de dag van volledige betaling;</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt ESBV in de kosten van de procedure in principaal hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 6.053,50;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt ESBV in de kosten van de procedure in incidenteel hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 2.766,25;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat als ESBV niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, ESBV de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. F.J. Verbeek, R.J.F. Thiessen en G.J.J. Heerma van Voss en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2025 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>