<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2025:2925</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-17T14:49:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.319.625/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2024:1799" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2024:1799</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBDHA:2022:8298" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2022:8298, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2925">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2925</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-17T14:46:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2925 Gerechtshof Den Haag , 27-05-2025 / 200.319.625/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2025:2925:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolg op ECLI:NL:GHDHA:2024:1799. Eindarrest. Ziektekostenverzekering. Zorgverlener (thuiszorg) zonder overeenkomst declareert rechtstreeks bij verzekeraar op basis van een informele betaalovereenkomst. Materiële controle. Handelde zorgverlener onrechtmatig door niet uitgevoerde, niet verzekerde of niet doelmatige zorg te declareren? Audit-trail. Schade.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2025:2925:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF DEN HAAG </bridgehead>
    <para>Civiel recht</para>
    <para>Team Handel</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer hof	: 200.319.625/01</para>
      <para>Zaaknummer rechtbank	: C/09/596757/HA ZA 20-741 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest van 27 mei 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ASR Basis Ziektekostenverzekeringen N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Utrecht,</para>
      <para>appellante, </para>
      <para>advocaat: mr. A.C. van der Salm, kantoorhoudend in 's-Gravenhage,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>MDO Zorg B.V.,</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd in Bilthoven,</para>
      <para>2.<emphasis role="bold"> [geïntimeerde 2]</emphasis>,</para>
      <para>wonend in [woonplaats],</para>
      <para>geïntimeerden,</para>
      <para>advocaat: mr. J.G.J. van Groenendaal, kantoorhoudend in Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal partijen hierna weer noemen: ASR, MDO en [geïntimeerde 2] en geïntimeerden gezamenlijk MDO c.s.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere procesverloop in hoger beroep</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure in hoger beroep na het arrest van 15 oktober 2024 blijkt uit de volgende stukken: <?linebreak?>- de akte van ASR van 12 november 2024 met bijlagen;<?linebreak?>- de akte uitlating van MDO c.s. met bijlagen;<?linebreak?>- een bij H16-formulier gedaan verzoek van ASR om de door MDO bij akte uitlating overgelegde stukken buiten beschouwing te laten;<?linebreak?>- een bij H16-formulier ingediende reactie van MDO c.s. waarin zij zich verzet tegen het buiten beschouwing laten van de door haar ingediende stukken;<?linebreak?>- de akte uitlaten van 7 januari 2025 van ASR;<?linebreak?>- de akte uitlating van 4 februari 2025 van MDO c.s.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vervolgens is een datum voor arrest bepaald.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling in hoger beroep</title>
    <bridgehead role="italic">Verzekerde …/429</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het hof heeft ASR bij tussenarrest van 15 oktober 2024 in de gelegenheid gesteld om bij akte nader toe te lichten hoe de verschillende overzichten (producties 20 en 30) met betrekking tot verzekerde …/429 zich tot elkaar verhouden en voor zover mogelijk nader met stukken (bijvoorbeeld gegevens van de bank) te onderbouwen dat ASR aan MDO over 2018 voor verzekerde …/429 een bedrag van € 117.979,95 heeft betaald. Verder overwoog het hof dat voor zover zorg is gedeclareerd voor verzekerde …/429 zonder dat daaraan een indicatiestelling (al dan niet opgenomen in een zorgplan) ten grondslag lag, geldt dat niet is voldaan aan de vereisten voor verzekerde zorg. Hetzelfde geldt voor zover sprake was van palliatieve zorg zonder een daarop betrekking hebbende verklaring van een huisarts. MDO kon deze kosten zonder die stukken niet declareren bij ASR en heeft – door dat desondanks te doen – onrechtmatig jegens ASR gehandeld, waarbij het gedeclareerde en aan MDO uitbetaalde bedrag als schade moet worden aangemerkt. Het hof overwoog ook dat MDO niet heeft gesteld dat en hoe één en ander achteraf nog zou kunnen worden vastgesteld, en dat MDO in hoger beroep voldoende in de gelegenheid is geweest om een toelichting te geven. Daaraan verbond het hof de conclusie dat als ASR erin slaagt nader te onderbouwen dat in 2018 een bedrag aan MDO is uitgekeerd in verband met zorg aan verzekerde …/429, dit bedrag bij wege van schadevergoeding door MDO aan ASR moet worden vergoed.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>In haar akte van 12 november 2024 heeft ASR het verschil toegelicht tussen de als productie 20 en productie 30 overgelegde overzichten:<?linebreak?>- Volgens ASR is bij nader onderzoek gebleken dat productie 30 (dat blijk geeft van een aan MDO uitgekeerd bedrag van € 14.954,70) enkel de declaratieregels omvat die géén onderdeel uitmaakten van de door ASR verrichte materiële controle over het jaar 2018 en haar hiervan afgeleide vordering. Het bedrag van € 14.954,70, dat betrekking heeft op declaraties vanaf 3 december 2018, wordt dus juist níet teruggevorderd.<?linebreak?>- Wat betreft het bedrag van € 117.979,95 heeft ASR aangevoerd dat dit wél wordt teruggevorderd. ASR heeft als productie 35 een nader gespecificeerd overzicht van de binnen de onderzoeksperiode vallende én aan MDO uitbetaalde declaraties overgelegd. Dit overzicht correspondeert met het eerder als productie 20 overgelegde bestand.<?linebreak?>- ASR heeft verder een verklaring van dhr. [manager Team Finance] (hierna: [manager Team Finance]), manager van Team Finance Ziektekosten overgelegd waarin staat dat ASR niet kan voldoen aan het verzoek tot het overleggen van bankafschriften, hetgeen samenhangt met haar administratieve processen, die [manager Team Finance] gedetailleerd heeft toegelicht. [manager Team Finance] laat aan de hand van de administratie van ASR zien dat over de periode van 5 januari 2018 tot en met 2 december 2018 ten aanzien van verzekerde …/429 in totaal 77 declaraties zijn uitbetaald aan MDO  , verdeeld over 18 facturen, voor een totaalbedrag van € 117.979,95. <?linebreak?>- ASR handhaaft haar standpunt dat niet is gebleken van de feitelijke en terechte levering van de met deze facturen samenhangende zorg.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>MDO c.s. hebben bij akte uitlating het volgende aangevoerd. <?linebreak?>- Met behulp van een externe IT deskundige hebben MDO c.s. backupsvan de administratie van MDO (gedeeltelijk) ontsloten. In deze backups hebben zij een zorgplan voor verzekerde …/429 aangetroffen voor de periode van 12 september 2018 tot en met 31 december 2018. Dit zorgplan sluit aan bij de terminaalverklaringen van de huisarts die MDO al eerder in de procedure had ingebracht. MDO c.s. hebben echter nog niet alle gedetailleerde gegevens over deze periode kunnen terughalen. MDO c.s. bieden aan om nader onderzoek te doen naar deze gegevens. Voor de periode vóór 12 september 2018 hebben MDO c.s. (nog) geen zorgplan kunnen vinden. MDO c.s. sluiten ook niet uit dat MDO geen zorgplan had voor deze periode, omdat zij samenwerkte met andere zorgaanbieders. Dit laat zich volgens MDO c.s. ook niet meer reconstrueren gezien het tijdverloop.<?linebreak?>- MDO c.s. hebben in de ontsloten backup ook twee facturen teruggevonden met betrekking tot aan verzekerde …/429 verleende zorg van 14 februari 2018 en 12 maart 2018, maar geen verdere facturen.<?linebreak?>- MDO c.s. betwisten de juistheid van de door ASR opgevoerde declaratieregels in productie 35. Onjuist is dat er al vanaf juni 2018 gedeclareerd zou zijn alsof verzekerde …/429 terminale zorg kreeg. <?linebreak?>- Er zijn wel degelijk declaraties in documentvorm opgemaakt. Die zou ASR moeten kunnen terugvinden in haar backups.<?linebreak?>- Aan de verklaring van [manager Team Finance] moet geen belang worden gehecht, omdat hij een medewerker van ASR is.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Na deze aktewisseling is tussen partijen een discussie ontstaan over de door MDO bij akte ingediende stukken, waaronder het zorgplan voor de periode 12 september 2018 tot en met 31 december 2018. Volgens ASR is dit stuk te laat ingediend en moet het reeds om die reden buiten beschouwing worden gelaten. Verder voert ASR aan dat het stuk kenmerken heeft waaruit blijkt dat het achteraf is gefabriceerd: er zijn vele aanwijzingen dat het gaat om een aangepaste scan van het eerder overgelegde zorgplan over de periode na 27 december 2018. Het nu overgelegde zorgplan bevat immers exact dezelfde tekst, inclusief typefouten. Verder zijn volgens ASR als gevolg van het scannen gekleurde elementen weggevallen en leestekens en letters zijn verkeerd gescand. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>MDO c.s. hebben hier – kort samengevat – tegenin gebracht dat zij – mede met het oog op artikel 6 EVRM – net als ASR het recht hebben om haar stellingen met stukken te onderbouwen, zeker in het licht van het feit dat door de wijze van procederen van ASR over bepaalde punten pas in een laat stadium van de procedure een inhoudelijke debat is ontstaan. Verder hebben MDO c.s. betwist dat het gaat om een gefabriceerd stuk. Volgens MDO c.s. is het juist ASR die gegevens fabriceert.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Over de procedurele bezwaren het volgende. Het is juist dat het hof in zijn tussenarrest van 15 oktober 2024 heeft overwogen dat MDO niet heeft gesteld dat en hoe achteraf nog kan worden vastgesteld welke zorg voor deze patiënt geïndiceerd was en welke zorg is uitgevoerd. Het hof zag mede daarom gaan aanleiding om MDO in de gelegenheid te stellen daar nog een nadere toelichting op te geven. Nu kennelijk alsnog stukken zijn opgedoken ziet het hof echter – in het licht van het feit dat ook ASR nog in de gelegenheid is gesteld om nadere stukken in het geding te brengen – onvoldoende aanleiding om de stukken van MDO op voorhand ter zijde te leggen. In zoverre komt het hof terug op deze beslissing. ASR wordt hierdoor overigens niet in haar belangen geschaad, omdat zij in de gelegenheid is geweest om op deze nadere stukken te reageren. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Het hof ziet geen aanleiding om MDO c.s. (in aanvulling op de aktewisseling die voorafgaand aan deze uitspraak heeft plaatsgevonden) wederom gelegenheid te geven stukken in het geding te brengen, zoals zij in haar akte aanbiedt. Er is geen goede reden gegeven waarom het zoeken naar stukken inmiddels niet afgerond had kunnen zijn. MDO c.s. hadden naar stukken kunnen zoeken vanaf het moment dat in maart 2019 de materiële controle werd aangekondigd en om stukken ten aanzien van onder meer verzekerde …/429 werd gevraagd, waaronder indicatiestellingen, zorgplannen en rapportages (zie de brief geciteerd in 3.8 van het tussenvonnis van 15 oktober 2024). Niet valt in te zien dat MDO c.s. voor het opzoeken van die gegevens afhankelijk waren van nadere informatie van of overleg met ASR. Dat het ontbreken van die stukken zou liggen aan de houding van ASR, volgt het hof dus niet. Als de documenten (waaronder de zorgrapportages) betrekking hebbende op de zorg aan verzekerde …/429 over het jaar 2018 al in maart 2019 niet meer op eenvoudige wijze konden worden teruggevonden in de administratie van MDO, komt dat voor risico van MDO c.s. Voor wat betreft de kansen die MDO c.s. in deze procedure hebben gehad om stukken in het geding te brengen, wijst het hof erop dat tijdens de mondelinge behandeling gehouden op 12 april 2024 aan de orde is geweest dat de gegevens met betrekking tot verzekerde …/429 ontbreken. MDO heeft dus vanaf dat moment ook (weer) kunnen zoeken, al dan niet met behulp van een IT-deskundige. MDO heeft inmiddels dan ook ruim voldoende tijd gehad. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>Inhoudelijk oordeelt het hof als volgt. Het hof is van oordeel dat ASR voldoende heeft toegelicht dat zij over de periode 5 januari 2018 tot en met 2 december 2018 voor een totaalbedrag van € 117.979,95 heeft uitbetaald aan MDO c.s. voor verzekerde …/429. ASR heeft een gedetailleerde, met overzichten onderbouwde verklaring van [manager Team Finance] in het geding gebracht. Uit de overzichten blijkt precies op welke dagen welke bedragen zijn overgemaakt op welk rekeningnummer van MDO (althans [geïntimeerde 2]) en met welke facturen van MDO die betalingen corresponderen. MDO c.s. hebben niet bestreden dat de werkwijze van ASR meebrengt dat voor MDO steeds duidelijk was welke facturen tot welk bedrag werden goedgekeurd en uitbetaald. Evenmin hebben MDO c.s. tegenover de verklaring van [manager Team Finance] gegevens gesteld van – bijvoorbeeld – de betaalrekening (op naam van [geïntimeerde 2]) waaruit blijkt dat desbetreffende bedragen níet op die rekening zijn overgemaakt op de uit die overzichten volgende data. Niet valt in te zien dat MDO c.s. niet over deze gegevens kunnen beschikken, en dat hebben zij ook niet toegelicht. Dat MDO c.s. bij het onderzoek in de backup van de administratie maar twee facturen heeft teruggevonden, maakt dat niet anders. Dit laatste bewijst overigens wel, dat door MDO wel degelijk zorg is verleend aan deze verzekerde in die periode, terwijl een zorgplan ontbreekt. Het hof ziet – anders dan MDO c.s. – geen aanwijzingen dat ASR gegevens “verhaspelt”. Dat het als productie 30 overgelegde overzicht – naar nu moet worden vastgesteld – niet relevant is voor de beoordeling van deze zaak en verwarring heeft gebracht, is daarvoor in ieder geval onvoldoende. MDO c.s. hebben nog aangevoerd dat ASR dossiers met elkaar vermengt omdat in productie 20 een ander nummer (463085213) zou staan voor verzekerde .../429. Uit het dossier blijkt echter dat het volledige verzekerde-nummer is: 463085213/429. Er is dus geen sprake van een verwisseling van dossiers. Het feit dat [manager Team Finance] bij ASR werkt, is geen reden om aan de juistheid van de overgelegde gegevens te twijfelen, te minder zolang daar geen voldoende gespecificeerde betwisting (zoals de hiervoor genoemde bankgegevens) tegenover staat.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9</nr>
      <para>De vraag resteert of MDO c.s. voldoende hebben toegelicht dat voor het bedrag van € 117.979,95 dat over de periode 5 januari 2018 tot en met 2 december 2018 is gedeclareerde en betaald,  daadwerkelijk zorg is verleend die voldeed aan de – op grond van de regelgeving – te stellen eisen (zie onder 6.13 t/m 6.15 van het tussenarrest van 15 oktober 2024). Het hof is van oordeel dat MDO c.s. dat niet hebben gedaan. Weliswaar is nu nog een zorgplan opgedoken voor de periode vanaf 12 september 2018, maar voor de periode tussen 5 januari 2018 en 12 september 2018 ontbreken nog alle stukken, waaronder een zorgplan. Dat er sprake zou zijn van een zorgplan van een andere zorgorganisatie, waaronder ook de werkzaamheden van MDO zouden vallen, wordt wel door MDO gesuggereerd, maar verder niet toegelicht. MDO c.s. leggen ook niet uit op welke grond het mogelijk zou zijn dat MDO zorgwerkzaamheden declareert die worden gedekt door het zorgplan van een andere organisatie. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10</nr>
      <para>Belangrijker nog is dat MDO c.s. helemaal geen zorgrapportages hebben overgelegd over de gehele periode van 5 januari 2018 tot 2 december 2018 (maar wel vanaf 27 december 2018, zie productie 16c van MDO). Hierdoor blijft de conclusie dat MDO c.s. niet aannemelijk hebben gemaakt dat in de periode van 5 januari tot 2 december 2018 (verzekerde) zorg is geleverd voor verzekerde …/429. Het hof verwijst naar zijn overwegingen in het tussenarrest van 15 oktober 2024 onder 6.14 en 6.15: de zorgrapportages maken onderdeel uit van de verplicht gestelde audit-trail; zonder de zorgrapportages kan niet worden gecontroleerd dat er zorg is verleend en welke zorg dat was. Voor het ontbreken van de zorgrapportages over de periode van 5 januari 2018 tot 2 december 2018 hebben MDO c.s. ook geen voldoende verklaring gegeven. Zoals hiervoor al is overwogen, waren MDO c.s. er al in maart 2019 van op de hoogte dat ASR deze gegevens wilde hebben. Het ontbreken ervan kan dus niet worden toegeschreven aan tijdsverloop. Het kan zijn dat gegevens zijn kwijtgeraakt doordat MDO haar werkzaamheden (gedwongen) heeft gestaakt, maar ook dat komt voor risico van MDO. Gezien dit alles hoeft het hof niet te beoordelen of het bij akte door MDO c.s. overgelegde zorgplan geldend vanaf 12 september 2018 achteraf valselijk is opgemaakt, zoals ASR stelt. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11</nr>
      <parablock>
        <para>Het voorgaande betekent dat het door ASR gevorderde bedrag van € 117.979,95 ten aanzien van MDO kan worden toegewezen.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Overige verzekerden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12</nr>
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot verzekerde …/692 heeft het hof in het tussenarrest van 15 oktober 2024 al beslist dat een bedrag van € 403,80 zal worden toegewezen en met betrekking tot verzekerde …/681 dat geen bedrag zal worden toegewezen. Wat betreft de verzekerden …/579, …/587, …/503 en …/674 heeft het hof ASR in de gelegenheid gesteld om bedragen te verbinden aan de dagen dat (samengevat) geen of dubbele zorg is verleend. ASR heeft deze toelichting gegeven, hetgeen heeft geleid tot bedragen van € 245,52 voor verzekerde …/579, € 182,- voor verzekerde …/587, € 75,75 voor verzekerde …/503 en € 218,40 voor verzekerde …/674. MDO heeft tegen deze toelichtingen en de daaraan gekoppelde bedragen geen verweer meer gevoerd. De desbetreffende bedragen kunnen dus ten aanzien van MDO worden toegewezen, dat wil zeggen een bedrag van in totaal € 1.125,47. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bestuurdersaansprakelijkheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13</nr>
      <para>ASR heeft met betrekking tot de persoonlijke aansprakelijkheid van [geïntimeerde 2] het volgende aangevoerd.<?linebreak?>- [geïntimeerde 2] was enig aandeelhouder en bestuurder van MDO en derhalve verantwoordelijk voor de algemene gang van zaken, waaronder ten minste het strategische beleid, het financiële beleid en het risicobeleid. Hij heeft deze taken dusdanig veronachtzaamd dat hem een ernstig persoonlijk verwijt treft. Hij moest weten dat MDO geen zorg mocht declareren, omdat MDO enkel personeel aan andere instellingen leverde. Hij mocht, als bestuurder, bekend worden verondersteld met de vereisten die de wet, de beroepsstandaard en zorgverzekeraars stellen aan het indiceren, leveren, administreren en declareren van zorg. Nu zorg is gedeclareerd hoewel er geen recht op vergoeding bestond, heeft hij hieraan niet voldaan. Op grond van art. 1 lid 1 sub c onder 2 van de Wmg is ook de natuurlijke persoon die voor het verlenen van zorg tarieven in rekening brengt, aan te merken als zorgaanbieder. [geïntimeerde 2] heeft dus ook persoonlijk in strijd met art. 35 Wmg gehandeld.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14</nr>
      <para>Het hof verwerpt de stelling dat [geïntimeerde 2] zelf als zorgverlener moet worden aangemerkt. De zorgovereenkomsten zijn aangegaan met MDO. Daarbij sluit ook aan dat de aankondiging van de materiële controle door ASR is gericht aan MDO. Dat de facturen van MDO voldaan zijn door betaling op een rekening die op naam van [geïntimeerde 2] staat, maakt dat niet anders. MDO kon immers – zoals ASR zelf ook stelt – [geïntimeerde 2]’s rekening als betaaladres aanwijzen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15</nr>
      <para>MDO c.s. bestrijden – onder verwijzing naar hun stellingen in eerste aanleg – dat sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid van [geïntimeerde 2]. ASR heeft niets gesteld waaruit kan volgen dat [geïntimeerde 2] een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. MDO is (althans was) een keurig bedrijf dat met niemand conflicten heeft, behalve met ASR.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16</nr>
      <para>Het hof oordeelt als volgt. In beginsel isalleen de vennootschap aansprakelijk voor de schade die ontstaat wanneer zij niet aan haar verplichtingen voldoet. Onder bijzondere omstandigheden kan de bestuurder echter naast de vennootschap aansprakelijk zijn. Daarvoor is nodig dat aan die bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt van de door de schuldeiser van de vennootschap geleden schade. Daarbij is de drempel hoog: bestuurders zijn niet aansprakelijk voor iedere gemaakte fout of vergissing. In de rechtspraak is dit nader uitgewerkt. Een bestuurder is – voor zover nu relevant – in principe aansprakelijk indien:</para>
      <parablock>
        <para> hij een handelswijze van de vennootschap heeft bewerkstelligd of toegelaten, waarvan hij wist of behoorde te begrijpen dat dit tot gevolg zou hebben dat de vennootschap haar verplichtingen niet na zou komen en ook geen verhaal zou bieden voor de schade (Hoge Raad 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758);</para>
        <para> hem op andere wijze een persoonlijk ernstig verwijt gemaakt kan worden van de schade van de schuldeiser van de vennootschap. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17</nr>
      <parablock>
        <para>Kort gezegd ligt dus de vraag voor of [geïntimeerde 2] persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt van het feit dat in het bijzonder ten aanzien van verzekerde …/429 geen audit trail aanwezig is en dat dus niet kan worden vastgesteld of daadwerkelijk gegeven, verzekerde zorg in rekening is gebracht. In deze procedure is niet (in positieve zin) komen vast te staan dat sprake is van fraude, in die zin dat opzettelijk declaraties zijn ingediend voor niet-uitgevoerde of niet-verzekerde zorg. ASR heeft ook geen feiten gesteld en te bewijzen aangeboden waaruit kan volgen dat sprake is van frauduleus in rekening gebrachte niet-uitgevoerde zorg. Gedacht zou bijvoorbeeld kunnen worden aan verklaringen van de nabestaanden van verzekerde …/429 waaruit volgt dat er (in een bepaalde periode) in het geheel geen zorg is verleend door MDO of veel minder dan gedeclareerd. Dat aan verzekerde …/429 op enig moment (terminale) zorg is verleend wordt door ASR niet betwist; de in productie 20 opgenomen facturen zijn gewoon door haar betaald. De wel vaststaande feiten laten de mogelijkheid open dat de gegevens van verzekerde …/429 over de van belang zijnde periode door een administratieve fout zijn kwijtgeraakt. Het feit dat MDO haar administratie ten aanzien van deze verzekerde niet op orde had, acht het hof onvoldoende om externe bestuurdersaansprakelijkheid aan te nemen. Ten aanzien van de gebreken in de andere zorgdossiers geldt dat deze eveneens onvoldoende ernstig zijn om een persoonlijk ernstig verwijt aan te nemen. De vorderingen gericht tegen [geïntimeerde 2] in persoon moeten daarom worden afgewezen.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom en proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.18</nr>
      <para>Het voorgaande brengt mee dat hof het vonnis van de rechtbank van 10 augustus 2022 zal vernietigen voor zover gewezen in conventie en, opnieuw rechtdoende, MDO zal veroordelen om aan ASR te betalen een bedrag van (€ 117.979,95 + € 1.125,47 =) € 119.105,42. Tegen de gevorderde wettelijke rente vanaf 13 maart 2020 hebben MDO c.s. geen verweer gevoerd, zodat deze zal worden toegewezen. Bij deze uitkomst past dat MDO alsnog wordt veroordeeld in de kosten van ASR in eerste aanleg in conventie. Deze kosten worden begroot op € 4.131,- aan griffierecht en € 4.425,- aan kosten advocaat, in totaal € 8.556,-. Het vonnis van de rechtbank in reconventie zal worden bekrachtigd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.19</nr>
      <para>Omdat de vorderingen voor zover gericht tegen [geïntimeerde 2] zullen worden afgewezen, zal het vonnis van de rechtbank in reconventie worden bekrachtigd. Het beslag op de woning van [geïntimeerde 2] is immers terecht opgeheven. De beslagkosten blijven daarom ook voor ASR.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.20</nr>
      <para>MDO zal ook worden veroordeeld in de kosten van ASR in het hoger beroep. Weliswaar worden de vorderingen tegen [geïntimeerde 2] in persoon afgewezen, maar daar staat tegenover dat een substantieel bedrag ten laste van MDO wordt toegewezen. Omdat MDO en [geïntimeerde 2] dezelfde advocaat hebben, is er geen aanleiding voor een separate veroordeling van ASR ten behoeve van [geïntimeerde 2]; vanwege de verwevenheid van de vorderingen is er onvoldoende reden om aan te nemen dat er extra kosten zijn gemaakt voor het verweer tegen de vordering op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.21</nr>
      <parablock>
        <para>De kosten van het hoger beroep worden aan de zijde van ASR begroot op:<?linebreak?>dagvaarding	€     103,33  <?linebreak?>griffierecht	€  5.689,-<?linebreak?>salaris advocaat	€  8.930,-	(2,5 punten × tarief V)<?linebreak?><emphasis role="underline">nakosten 	€	€     178,- </emphasis>	(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)<?linebreak?>Totaal		€ 14.900,33	</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
        </para>
        <para>Het hof:</para>
      </parablock>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>vernietigt het bestreden vonnis voor zover gewezen in conventie, en opnieuw rechtdoende:</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>veroordeelt MDO om aan ASR te betalen een bedrag van € 119.105,42, met de wettelijke rente daarover vanaf 13 maart 2020 tot de dag der algehele voldoening;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>veroordeelt MDO in de kosten van ASR van het geding in eerste aanleg, begroot op € 8.556,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als MDO deze niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest heeft voldaan</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>bekrachtigt het bestreden vonnis voor zover gewezen in reconventie;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>veroordeelt MDO in de kosten van de procedure in hoger beroep aan de zijde van ASR begroot op € 14.900,33,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als MDO deze niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest heeft voldaan; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>bepaalt dat als MDO niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, MDO de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,- vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als MDO deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft voldaan </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mr. D.A. Schreuder, mr. R.G.C. Veneman en mr. K. Engel en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2025 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>