<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2025:2802</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-07T09:11:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-001412-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2802">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2802</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-07T09:09:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2802 Gerechtshof Den Haag , 27-03-2025 / 22-001412-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2025:2802:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg aangevangen door de politierechter en verstek verleend voor het tijdstip waartegen was gedagvaard.</para>
        <para>Betekenis daarvan voor het vonnis naar aanleiding van het onderzoek in eerste aanleg waarin deze zaak met een andere zaak was gevoegd</para>
        <para>Terugwijzing van beide zaken na verzoek daartoe van de verdediging in hoger beroep.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2025:2802:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <mediaobject>
    <imageobject>
      <imagedata align="center" scale="100" fileref="08c76232-f862-4998-973e-078b13d7113c" depth="32" width="289" format="image/png" />
    </imageobject>
  </mediaobject>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>enkelvoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rolnummer:		22-001412-23 </para>
      <para>Parketnummers:		09-025968-23 en 09-079291-23 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>TEGENSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak van mr. R.M. Bouritius van 27 maart 2025 in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,</para>
      <para>BRP-adres: [woonadres] te [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">DE FEITEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens het dossier is het bestreden vonnis gewezen naar</para>
      <para>aanleiding van een onderzoek ter terechtzitting dat zich</para>
      <para>— voor zover van belang — als volgt heeft toegedragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De onder parketnummer 09—025968—23 tegen de verdachte</para>
      <para>uitgebrachte dagvaarding om op 4 mei 2023 te 14.30 uur te</para>
      <para>verschijnen voor de politierechter in de rechtbank Den</para>
      <para>Haag (zittingsplaats Den Haag) is op 29 maart 2023</para>
      <para>betekend door uitreiking aan de verdachte in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De onder parketnummer 09-079291-23 tegen de verdachte</para>
      <para>uitgebrachte dagvaarding om op 4 mei 2023 te 15.00 uur te</para>
      <para>verschijnen voor de politierechter in de rechtbank Den</para>
      <para>Haag (zittingsplaats Den Haag) is op 29 maart 2023</para>
      <para>betekend door uitreiking aan de verdachte in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beide zaken zijn ter in de dagvaarding genoemde zitting</para>
      <para>tegelijk uitgeroepen en de politierechter heeft het</para>
      <para>onderzoek ter terechtzitting in beide zaken aangevangen.</para>
      <para>Vervolgens heeft de politierechter na vaststelling dat de</para>
      <para>verdachte niet was verschenen in beide zaken tegen hem</para>
      <para>verstek verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens heeft de politierechter beide zaken gevoegd</para>
      <para>en, na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting, het</para>
      <para>bestreden vonnis uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na deze uitspraak verscheen de verdachte op 4 mei 2023 op</para>
      <para>enig tijdstip gelegen voor 15.00 uur alsnog teneinde van</para>
      <para>zijn recht op persoonlijke verschijning in de zaak</para>
      <para>waarvoor hij tegen 15.00 uur was gedagvaard gebruik te</para>
      <para>maken.</para>
      <para>Zoals hierboven vastgesteld was het vonnis in die</para>
      <para>(inmiddels gevoegde) zaak toen al uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">BEOORDELING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat in de zaak met parketnummer</para>
      <para>09-079291-23 ten onrechte verstek is verleend. Op een</para>
      <para>voor het tijdstip waartegen een verdachte is gedagvaard</para>
      <para>gelegen tijdstip kan immers niet worden vastgesteld dat</para>
      <para>de verdachte niet op die dagvaarding is verschenen.</para>
      <para>Dit brengt mee dat het onderzoek in de zaak met</para>
      <para>parketnummer 09—079291—23 door de politierechter ten</para>
      <para>onrechte na aanvang is voortgezet, zodat er voor voeging van die</para>
      <para>zaak met de zaak waarin tegen de verdachte op zichzelf</para>
      <para>terecht verstek is verleend niet toegelaten was.</para>
      <para>Als gevolg van deze niet toegelaten voeging berust het</para>
      <para>bestreden vonnis op een onderzoek ter terechtzitting</para>
      <para>waarin het recht om persoonlijk te verschijnen en</para>
      <para>verdediging te voeren is miskend. Dit onderzoek is om die</para>
      <para>reden nietig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bestreden vonnis kan dan ook niet in stand blijven en</para>
      <para>zal worden vernietigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu ter terechtzitting in hoger beroep door de verdediging</para>
      <para>is verlangd de zaak terug te wijzen naar de rechtbank Den</para>
      <para>Haag overweegt het hof als volgt.</para>
      <para>Aan het recht op persoonlijke verschijning en verdediging</para>
      <para>van de verdachte in de zaak met parketnummer 09-079291-23</para>
      <para>is — door hem te berechten buiten zijn aanwezigheid,</para>
      <para>zonder dat kon worden gezegd dat hij van het recht</para>
      <para>daartoe afstand had gedaan - tekort gedaan. Door voeging</para>
      <para>van die zaak met de zaak waarin tegen de verdachte op</para>
      <para>zichzelf terecht verstek is verleend is het recht op</para>
      <para>berechting in twee feitelijke instanties voor het gehele</para>
      <para>onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg in het</para>
      <para>geding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat er uit oogpunt van</para>
      <para>evenwichtige rechtspleging van moet worden afgezien om,</para>
      <para>met splitsing van de zaak in zoverre — zo al denkbaar in</para>
      <para>verband met het bepaalde in artikel 422, tweede lid,</para>
      <para>tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering — de</para>
      <para>zaak waarop de inleidende dagvaarding onder parketnummer</para>
      <para>09-025968-23 betrekking heeft wel in hoger beroep af te</para>
      <para>doen en alleen de zaak waarop de inleidende dagvaarding</para>
      <para>onder parketnummer 09-079291-23 betrekking heeft terug te</para>
      <para>wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Derhalve behoort te worden beslist zoals in het dictum van dit arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg, waarvan de voeging van de zaak met parketnummer 09-079291-23 met de zaak met parketnummer 09-025968-23 deel uitmaakt, nietig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de beide zaken terug naar de politierechter in de rechtbank Den Haag, opdat deze beide zaken op de inleidende dagvaardingen in eerste aanleg, uitgebracht onder de parketnummers 09-025968-23 respectievelijk 09-079291-23, opnieuw zullen worden berecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. R.M. Bouritius</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>