<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2025:2687</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-09T22:47:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.337.863/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2687">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2687</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-09T22:46:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2687 Gerechtshof Den Haag , 05-08-2025 / 200.337.863/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2025:2687:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzekeringsfraude. Onjuiste informatie geven en valse getuigenverklaringen na aanrijding. Bewijs op voorhand geleverd door verzekeraar. Leveren van tegenbewijs toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2025:2687:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF DEN HAAG</bridgehead>
    <para>Civiel recht</para>
    <para>Team Handel</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer hof	: 200.337.863/01</para>
      <para>Zaak- en rolnummer rechtbank	: C/09/640881 / HA ZA 23/41</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest van 5 augustus 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> Starrtrans Transport B.V.,</title>
    <para>gevestigd in Breda ,</para>
    <para>2. <emphasis role="bold">Starrtrans Holding B.V.</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd in Breda ,</para>
    <para>3. <emphasis role="bold">Starrtrans Beheer B.V.</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd in Breda ,</para>
    <para>4. <emphasis role="bold">[appellante 4]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonend in [woonplaats 2] ,</para>
      <para>appellanten, </para>
      <para>advocaat: mr. J.C.P. van Kollenburg, kantoorhoudend in Etten-Leur,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Den Haag,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>advocaat: mr. M. de Haan, kantoorhoudend in Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof noemt appellanten sub 1 tot en met 3 hierna Starrtrans en appellant sub 4 [appellante 4] . Geïntimeerde wordt hierna Nationale-Nederlanden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zaak in het kort</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Nationale-Nederlanden heeft [appellante 4] opgenomen in het Incidentenregister, het Interne Verwijzingsregister, het Externe Verwijzingsregister, de Gebeurtenissenadministratie en een melding gemaakt bij het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit. Dit omdat [appellante 4] zich volgens Nationale-Nederlanden schuldig heeft gemaakt aan verzekeringsfraude door over een aanrijding onjuiste informatie te geven en valse getuigenverklaringen bij Nationale-Nederlanden in te dienen. Starrtrans en [appellante 4] willen dat Nationale-Nederlanden deze registraties ongedaan maakt en vorderen schadevergoeding van Nationale-Nederlanden .</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Het hof oordeelt dat Nationale-Nederlanden op voorhand heeft bewezen dat de informatie en de getuigenverklaringen die [appellante 4] naar Nationale-Nederlanden heeft opgestuurd vals zijn. Starrtrans en [appellante 4] mogen tegenbewijs leveren.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2</nr>Procesverloop in hoger beroep</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 7 februari 2024, waarmee Starrtrans en [appellante 4] in hoger beroep zijn gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 8 november 2023;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de memorie van grieven van Starrtrans en [appellante 4] , met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de memorie van antwoord van Nationale-Nederlanden .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op 9 mei 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt. Mr. De Haan heeft bij brief van 20 juni 2025 gereageerd op dit proces-verbaal. Deze brief is aan proces-verbaal gehecht.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Feitelijke achtergrond</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Starrtrans en [appellante 4] hebben één grief (grief I) gericht tegen de door de rechtbank vastgestelde feiten. Met inachtneming van deze grief gaat het hof uit van de hieronder weergegeven feiten. Het gaat in deze zaak om het volgende.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Starrtrans houdt zich bezig met het transport van koel- en vriesproducten. [appellante 4] is bestuurder/directeur van Starrtrans .</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De voertuigen van Starrtrans waren door [appellante 4] verzekerd bij Nationale-Nederlanden . </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>Op 13 maart 2021 heeft een aanrijding plaatsgevonden tussen een bestelbus van Starrtrans , bestuurd door een werknemer van Starrtrans , [werknemer] (hierna: [werknemer] ), en de personenauto van [betrokkene] (hierna: [betrokkene] ). De politie is ter plaatse gekomen en heeft één getuige genoteerd, [getuige 1] (hierna: [getuige 1] ). Verder staat in het proces-verbaal van de politie:</para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">“Toedracht</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betrokkene [werknemer] , reed over de [straat 1] te [stad] met zijn voertuig met het kenteken (…). [werknemer] kwam uit de richting van de [straat 2] en reed in de richting van de [straat 3] te [stad] . Ter hoogte van het tankstation [tankstation] , sloeg [werknemer] linksaf en verleende daarbij geen voorrang aan de hem tegemoet komende, [betrokkene] met zijn voertuig (…).” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Na de aanrijding hebben [werknemer] en [betrokkene] een schadeformulier (hierna: het schadeformulier) ingevuld en ondertekend. Dit schadeformulier is naar Nationale-Nederlanden gestuurd. Dit schadeformulier vermeldt in de kolom van voertuig B (de bestelbus van Starrtrans ) onder “mijn opmerkingen”: “er was een auto voor auto A die links afging die te laat voorsorteerde”. Op de achterkant van het schadeformulier is door [betrokkene] verklaard dat [werknemer] aansprakelijk is voor de aanrijding, omdat [werknemer] bij het links afslaan geen voorrang verleende aan [betrokkene] .</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Op 21 maart 2021 ontving Nationale-Nederlanden van de assurantietussenpersoon van Starrtrans en [appellante 4] een foto van de voorkant van het toen nog niet ondertekende aanrijdingsformulier met daarbij een situatieschets opgesteld door [appellante 4] . Bij deze schets is geschreven dat [betrokkene] voorgesorteerd stond om linksaf te slaan, maar toen ineens rechtdoor reed, waarna hij met [werknemer] in aanrijding kwam. Ook heeft Nationale-Nederlanden nog drie getuigenverklaringen van de zijde van Starrtrans en [appellante 4] ontvangen, één van mevrouw [getuige 2] (hierna: [getuige 2] ), één van mevrouw [getuige 3] (hierna: [getuige 3] ) en één van de heer [getuige 4] (de broer van [appellante 4] ). Deze verklaringen bevestigen de verklaring van [appellante 4] .</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>Nationale-Nederlanden heeft in deze gang van zaken aanleiding gezien om nader  onderzoek te laten doen. Er is een analyse uitgevoerd door Ongevallen Analyse Nederland (hierna: OAN). In het rapport van OAN is vermeld dat i) vermoed wordt dat [betrokkene] sneller reed dan de maximumsnelheid ii) niet aantoonbaar is dat de auto van [betrokkene] van de voorsorteerstrook voor links afkomstig was en iii) vermoed wordt dat [betrokkene] over het hoofd is gezien door [werknemer] (al dan niet omdat deze in zichtlijn wegviel achter een ander voertuig).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>Nationale-Nederlanden heeft vervolgens onderzoeksbureau l-TEK ingeschakeld. In het rapport van I-TEK staat - onder meer - het volgende. [getuige 2] en [getuige 3] hebben geweigerd bij I-TEK een getuigenverklaring af te leggen. [getuige 4] heeft tegen de onderzoeker van I-TEK aanvankelijk telefonisch gezegd niets van een aanrijding te weten en niet te begrijpen waar de op zijn naam gestelde verklaring vandaan komt. Na vergelijking van het handschrift op het getuigenformulier van [getuige 4] en het handschrift van [appellante 4] op de situatieschets (als bedoeld onder 3.6) is opgevallen dat de handschriften erg veel overeenkomsten vertonen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9</nr>
      <para>Nationale-Nederlanden heeft op basis van voornoemde onderzoeken geconcludeerd dat [appellante 4] onjuiste informatie en valse getuigenverklaringen heeft verstrekt aan Nationale-Nederlanden . Daarop heeft Nationale-Nederlanden op 5 april 2022 de verzekeringen met Starrtrans opgezegd en [appellante 4] geregistreerd in het Incidentenregister, het Interne Verwijzingsregister, het Externe Verwijzingsregister, de Gebeurtenissenadministratie en een melding gemaakt bij het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit (hierna samen: de registers). </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10</nr>
      <para>Op verzoek van Nationale-Nederlanden heeft Justiniana een forensisch schriftonderzoek uitgevoerd. Hiervoor is de onder meer de getuigenverklaring van [getuige 4] en stukken waarvan vaststaat dat [appellante 4] die heeft geschreven ter beschikking gesteld. Uit het op 31 oktober 2022 opgemaakte rapport volgt dat het handschrift op het getuigenformulier van [getuige 4] extreem veel waarschijnlijker is geproduceerd door [appellante 4] dan dat een willekeurig ander persoon dit zou hebben geproduceerd.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Procedure bij de rechtbank</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Starrtrans en [appellante 4] hebben Nationale-Nederlanden gedagvaard en gevorderd dat Nationale-Nederlanden wordt veroordeeld om de negatieve registraties ten aanzien van Starrtrans en [appellante 4] in de registers door te halen, op verbeurte van een dwangsom. Daarnaast vorderen Starrtrans en [appellante 4] een verklaring voor recht dat Nationale-Nederlanden onrechtmatig heeft gehandeld door Starrtrans en [appellante 4] ten onrechte op te nemen in de genoemde registers en Starrtrans en [appellante 4] vorderen op basis daarvan een schadevergoeding nader op te maken bij staat. Verder vorderen Starrtrans en [appellante 4] dat Nationale-Nederlanden wordt veroordeeld in de proces- en nakosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Nationale-Nederlanden heeft de vorderingen van Starrtrans en [appellante 4] betwist en geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen. Nationale-Nederlanden vordert in reconventie betaling door Starrtrans en [appellante 4] van € 17.315,11 te vermeerderen met rente, vanwege de onderzoekskosten die Nationale-Nederlanden heeft gemaakt. Ook vordert Nationale-Nederlanden dat Starrtrans en [appellante 4] worden veroordeeld in de proces- en nakosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De rechtbank heeft geoordeeld dat de registraties rechtmatig zijn en Nationale-Nederlanden geen schadevergoeding verschuldigd is, zodat de vorderingen van Starrtrans en [appellante 4] zijn afgewezen. De vordering van Nationale-Nederlanden (in reconventie) is toegewezen. De onderzoekskosten zijn naar het oordeel van de rechtbank redelijk en daadwerkelijk gemaakt in het kader van het onderzoek. In conventie en reconventie zijn Starrtrans en [appellante 4] veroordeeld in de kosten van het geding.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Vorderingen in hoger beroep</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Starrtrans en [appellante 4] vorderen hetzelfde als bij de rechtbank.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Kort gezegd zien de bezwaren van Starrtrans en [appellante 4] tegen het vonnis van de rechtbank op het volgende.</para>
      <paragroup>
        <nr>5.2.1</nr>
        <para>De rechtbank is uitgegaan van onjuiste of onbewezen feiten en interpreteert de feiten en omstandigheden ten onrechte in het nadeel van Starrtrans en [appellante 4] . Het oordeel van de rechtbank is onvoldoende dan wel onduidelijk gemotiveerd. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat er sterke aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat Starrtrans en [appellante 4] bewust en opzettelijk onjuiste informatie hebben gegeven (en zich dus schuldig hebben gemaakt aan verzekeringsfraude en misleiding) en onvoldoende hebben ingebracht om die verdenking te ontkrachten. Daarnaast staat niet in voldoende mate vast dat Starrtrans en [appellante 4] zich zo hebben gedragen (frauduleuze handelingen hebben verricht) dat zij een bedreiging vormen voor de integriteit en continuïteit van Nationale-Nederlanden en de verzekeringssector (grief I tot en met V).</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.2.2</nr>
        <para>De lat voor rechtmatige inschrijving in de registers is door de rechtbank te laag gelegd en er is onvoldoende rekening gehouden met de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit (grief VI). Ten onrechte heeft de rechtbank de belangen van Nationale-Nederlanden laten prevaleren boven die van Starrtrans en [appellante 4] (grief VIII), en geconcludeerd dat de registraties rechtmatig zijn (grief IX). Eveneens is onvoldoende gemotiveerd waarom Starrtrans en [appellante 4] een verwijt kan worden gemaakt (grief VII). Daarmee is ten onrechte de vordering in conventie afgewezen en de vordering in reconventie toegewezen (grief X en XII).</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.2.3</nr>
        <para>Starrtrans en [appellante 4] zijn ten onrechte niet tot het leveren van bewijs toegelaten (grief XI). Ook zijn zij ten onrechte in de kosten veroordeeld (grief XIII).</para>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Nationale-Nederlanden heeft de grieven bestreden en geconcludeerd tot het bekrachtigen van het vonnis van de rechtbank met veroordeling van Starrtrans en [appellante 4] in de kosten van het hoger beroep.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Beoordeling in hoger beroep</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>Nationale-Nederlanden heeft zowel in eerste aanleg als in hoger beroep aangevoerd dat de registraties alleen betrekking hebben op de persoonsgegevens van [appellante 4] en de vordering tot het verwijderen van de registraties alleen door hem kan worden ingediend. Dit is door [appellante 4] niet bestreden, zodat de vorderingen van Starrtrans die zien op het doorhalen van de registraties moeten worden afgewezen. Dat Starrtrans voor het overige ook geen belang bij de vorderingen zou hebben, zoals Nationale-Nederlanden aanvoert, volgt het hof niet. Starrtrans en [appellante 4] hebben onbetwist gesteld dat ook Starrtrans nadelige gevolgen van de registraties ondervindt omdat ook zij zich niet tegen een regulier tarief kan verzekeren. Dit is door Nationale-Nederlanden op haar beurt niet of onvoldoende betwist, zodat Starrtrans bij de overige vorderingen belang heeft.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>In de kern bestrijden Starrtrans en [appellante 4] dat er sprake is geweest van het geven van onjuiste informatie en het verstrekken van valse getuigenverklaringen, zodat er geen sprake is van frauduleus handelen wat de opname van [appellante 4] in de registers rechtvaardigt.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <para>Het hof stelt voorop dat als [appellante 4] inderdaad opzettelijke onjuiste informatie heeft verstrekt en valse getuigenverklaringen aan Nationale-Nederlanden heeft (laten) geven hem dit te verwijten valt en er sprake is van het opzettelijk misleiden van Nationale-Nederlanden en daarmee ook van verzekeringsfraude. Het opnemen van [appellante 4] in de registers is dan ook gerechtvaardigd en evenredig. Dergelijk gedrag dient in een verzekeringsrelatie te allen tijde achterwege te blijven, omdat het een bedreiging voor de integriteit en continuïteit van de verzekeringsbranche vormt. Als gevolg van dergelijk handelen wordt het vertrouwen, noodzakelijk in een verzekeringsrelatie, ernstig geschaad en kan het gebeuren dat uitkeringen worden gedaan waar geen recht op bestaat. De belangen van Nationale-Nederlanden dienen in dat geval te prevaleren boven die van Starrtrans en [appellante 4] . Hierbij is nog in aanmerking genomen dat de registraties in duur beperkt zijn (vier en iets meer dan zeven jaar).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4</nr>
      <para>Het hof is van oordeel dat Nationale-Nederlanden , die de bewijslast draagt van haar stellingen dat [appellante 4] valse getuigenverklaringen aan Nationale-Nederlanden ter beschikking heeft gesteld en daarmee opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt, met de tot nu toe in het geding gebrachte stukken en bewijsmiddelen op voorhand het bewijs van die stellingen heeft geleverd. Hiertoe is het volgende redengevend.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5</nr>
      <para>Direct na de aanrijding zijn verklaringen afgelegd en is de politie ter plaatse gekomen. Blijkens het proces-verbaal van de politie is toen verklaard dat [werknemer] bij het linksaf slaan geen voorrang heeft gegeven aan de rechtdoor rijdende [betrokkene] . Ook [betrokkene] heeft dit op de achterkant van het aanrijdingsformulier verklaard. De door de politie in het proces-verbaal opgenomen getuige [getuige 1] verklaart dat op dezelfde wijze. [werknemer] heeft blijkens het schadeformulier in de kolom van voertuig B (de bestelbus van Starrtrans ) niet vermeldt dat [betrokkene] op het laatste moment toch in plaats van linksaf rechtdoor reed, maar “er was een auto voor auto A [de auto van [betrokkene] , toevoeging Hof] die links afging die te laat voorsorteerde”. Al deze verklaringen zijn met elkaar in overeenstemming. Daarnaast worden deze verklaringen ondersteund door het onderzoek dat door AON is uitgevoerd. Uit dit onderzoek volgt dat er geen aanleiding is om aan te nemen dat [betrokkene] heeft voorgesorteerd om naar links te gaan, maar wel vermoed wordt dat [betrokkene] te hard reed en waarschijnlijk door [werknemer] over het hoofd is gezien. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6</nr>
      <para>De informatie in het voordeel van Starrtrans en [appellante 4] - waarmee de schuld van de aanrijding bij [betrokkene] in plaats van bij [werknemer] wordt gelegd - die [appellante 4] daarna (o.a. in de situatieschets) aan Nationale-Nederlanden heeft verstrekt komt met al deze verklaringen en onderzoeken niet overeen. Daar komt bij dat de getuigen die daarbij door Starrtrans en [appellante 4] naar voren zijn gebracht niet eerder in beeld waren.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.7</nr>
      <para>Door de politie is alleen getuige [getuige 1] genoteerd. Ook overig direct betrokkenen bij de aanrijding hebben niet verklaard of gezegd dat er meerdere getuigen waren. Voorts is onduidelijk gebleven en wisselend verklaard over hoe en op welke wijze de getuigen [getuige 2] en [getuige 3] in contact zijn gekomen met Starrtrans en [appellante 4] en zij, hoewel zij daartoe zijn verzocht, geen nadere verklaring willen afleggen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.8</nr>
      <para>Ook staat vast dat [getuige 4] (de broer van [appellante 4] ) in eerste instantie tegen de onderzoeker van I-TEK zegt niets te weten van een aanrijding en verklaring en naar aanleiding van het handschriftonderzoek dat Nationale-Nederlanden heeft laten uitvoeren, betwijfeld kan worden of de verklaring wel door [getuige 4] is geschreven omdat het handschrift grote overeenkomsten vertoont met dat van [appellante 4] . </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.9</nr>
      <para>Deze gang van zaken geeft voldoende aanleiding om zodanig aan het waarheidsgehalte van de verklaringen te twijfelen, dat op voorhand kan worden aangenomen dat de verklaringen valselijk zijn opgemaakt om de aanrijding in een ander licht te plaatsen, zodat de schade van Starrtrans , die alleen voor cascoschade is verzekerd, ook (deels) voor vergoeding in aanmerking zou komen en de premie van de verzekering niet omhoog zou gaan. Tevens brengt deze gang van zaken mee dat daarbij moet worden aangenomen dat [appellante 4] wist dat deze verklaringen niet op de waarheid berusten, maar dat hij deze niettemin aan Nationale-Nederlanden heeft laten verstrekken.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.10</nr>
      <para>Starrtrans en [appellante 4] hebben dit echter nadrukkelijk betwist en, ondanks bovenstaande omstandigheden, aangevoerd dat deze drie getuigen de aanrijding wel degelijk hebben zien gebeuren en hierover een juiste verklaring hebben afgelegd en ook de situatieschets en toelichting daarop juist was. Starrtrans en [appellante 4] hebben ook een bewijsaanbod op dit punt gedaan. Het hof zal Starrtrans en [appellante 4] dan ook toelaten tot het leveren van tegenbewijs van de op voorhand bewezen geachte stelling dat [appellante 4] in de afwikkeling van de schade met betrekking tot de aanrijding aan Nationale-Nederlanden onjuiste informatie heeft verstrekt en de verklaringen van de getuigen [getuige 2] , [getuige 3] en/of [getuige 4] valselijk zijn opgemaakt.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.11</nr>
      <para>Als Starrtrans en [appellante 4] getuigen willen laten horen, zal het getuigenverhoor worden afgenomen door mr. M. Verkerk, die het hof als raadsheer-commissaris zal benoemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.12</nr>
      <para>Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para>Het hof:<?linebreak?></para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>laat Starrtrans en [appellante 4] toe tot het leveren van het tegenbewijs van de op voorhand bewezen stelling dat [appellante 4] aan Nationale-Nederlanden onjuiste informatie heeft verstrekt en de verklaringen van de getuigen [getuige 2] , [getuige 3] en/of [getuige 4] valselijk zijn opgemaakt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat als Starrtrans getuigen willen laten horen, de getuigenverhoren zullen worden gehouden in een van de zittingszalen van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 in Den Haag op <emphasis role="bold">donderdag 9 oktober 2025 om 13:30 uur</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>benoemt mr. M. Verkerk als raadsheer-commissaris, die de getuigenverhoren zal afnemen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de raadsheer-commissaris (in beginsel een keer) een nieuwe datum voor de getuigenverhoren zal vaststellen als een van beide partijen dit <emphasis role="bold">binnen twee weken na dit arrest</emphasis> schriftelijk verzoekt onder opgave van verhinderdata van beide partijen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst Starrtrans en [appellante 4] op de eerste zin van artikel 170 Rv: op de eerste zin van artikel 170 Rv: “<emphasis role="italic">De namen en woonplaatsen van de getuigen worden tenminste tien dagen voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier opgegeven.”</emphasis></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>deelt mee dat het hof al beschikt over een kopie van de volledige procesdossiers in eerste aanleg en in hoger beroep, zodat het niet nodig is dit voor een getuigenverhoor nog een keer over te leggen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. M. Verkerk, mr. H.J. van Harten en mr. L. Reurich en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2025 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>