<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2025:2668</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-23T10:00:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.349.662/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2668">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2668</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-15T14:14:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2668 Gerechtshof Den Haag , 16-12-2025 / 200.349.662/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2025:2668:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenarrest. Effectenlease. Tussenpersoon. Advisering en wetenschap daaromtrent. Incidentele vordering tot voeging. Het hof staat appellante toe zich bij akte uit te laten over de incidentele vordering tot voeging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2025:2668:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF DEN HAAG                     </bridgehead>
    <para>Civiel recht</para>
    <para>Team Handel</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer hof	: 200.349.662/01</para>
      <para>Zaak- en rolnummer rechtbank	: 10720850 / EL 23-40 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest van 16 december 2025 in het incident tot voeging, opgeworpen door:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [voeger]
        </emphasis>,</para>
      <para>handelende in zijn hoedanigheid van wettelijk erfgenaam van [erflater 1] en [erflater 2] ,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [voeger] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J.B. Maliepaard, kantoorhoudende in Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Dexia Nederland B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Amsterdam,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>hierna te noemen: Dexia,</para>
      <para>advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer, kantoorhoudende in Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde]
        </emphasis>,</para>
      <para>handelende in zijn hoedanigheid van wettelijk erfgenaam van [erflater 1] en [erflater 2] ,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna te noemen: [geïntimeerde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J.B. Maliepaard, kantoorhoudende in Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop in hoger beroep</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van Dexia, waarmee Dexia in hoger beroep is gekomen van het vonnis van 10 oktober 2024 (hierna: het bestreden vonnis) van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de memorie van grieven van Dexia, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de memorie van antwoord van [geïntimeerde] en [voeger] (hierna: [voeger en geïntimeerde] ), met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlaten producties van Dexia van 27 mei 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakte van [voeger en geïntimeerde] van 24 juni 2025. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feitelijke achtergrond</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [erflater 1] (hierna: [erflater 1] ) en [erflater 2] (hierna: [erflater 2] ) hebben  in 1999 effectenleaseovereenkomsten met Dexia afgesloten. De effectenleaseovereenkomsten zijn in 2005 beëindigd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [erflater 1] is in 2015 overleden. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Procedure bij de rechtbank</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [erflater 2] heeft in eerste aanleg gevorderd, kort gezegd, dat Dexia gehouden is de volledige schade van haar (en [erflater 1] ) te vergoeden, omdat [erflater 1] en [erflater 2] vergunningplichtig zijn geadviseerd door een tussenpersoon, die de daarvoor vereiste vergunning niet had bij het aangaan van de effectenleaseovereenkomsten, en Dexia hiervan op de hoogte was, althans dit behoorde te weten. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Dexia heeft hiertegen verweer gevoerd en tegenvorderingen ingesteld. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        [erflater 2] is gedurende de procedure in eerste aanleg overleden. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De kantonrechter heeft de vorderingen in conventie van [erflater 2] toegewezen en de vorderingen van Dexia in reconventie afgewezen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling van het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>In haar appeldagvaarding heeft Dexia [geïntimeerde] in zijn hoedanigheid van wettelijk erfgenaam van [erflater 1] opgeroepen te verschijnen. In de memorie van grieven heeft Dexia [geïntimeerde] aangeduid als erfgenaam van [erflater 1] en [erflater 2] .</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        [voeger en geïntimeerde] hebben bij memorie van antwoord gereageerd. [voeger] is – net als [geïntimeerde] – wettelijk erfgenaam van [erflater 1] en [erflater 2] . [voeger en geïntimeerde] hebben in randnummer 1 van de memorie van antwoord kenbaar gemaakt dat [voeger] zich in dit geschil wenst te voegen aan de zijde van [geïntimeerde] . [voeger en geïntimeerde] hebben hiervoor als reden opgegeven dat [voeger] is benoemd tot executeur in de afwikkeling van de nalatenschap van [erflater 2] .  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Het hof heeft de stellingen van [voeger en geïntimeerde] aldus begrepen dat [voeger] een incident tot voeging heeft willen opwerpen. Dexia heeft nog niet hierop gereageerd. Het hof is van oordeel dat Dexia in staat moet worden gesteld om dat alsnog te doen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Tot slot overweegt het hof nog het volgende. De memorie van antwoord en de antwoordakte zijn op naam van zowel [geïntimeerde] als op naam van [voeger] ingediend. Gezien deze werkwijze acht het hof het voorstelbaar dat, in het geval het voegingsincident wordt toegewezen, partijen geen behoefte meer hebben aan het nemen van een memorie na voeging. Als deze veronderstelling juist is, dan zal het hof na de aktewisseling over het incident in beginsel in één moeite door een arrest in het incident wijzen, als een (eind)arrest in de hoofdzaak. Partijen kunnen in hun aktes reageren op dit voorlopige voornemen van het hof. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para>Het hof:<?linebreak?></para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt Dexia in staat bij akte te reageren op het verzoek van [voeger] om zich aan de zijde van [geïntimeerde] te voegen in de procedure tussen Dexia en [geïntimeerde] ; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verwijst de zaak naar de rol van 13 januari 2026 voor akte uitlaten aan de zijde van Dexia;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>houdt verder iedere beslissing aan.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. C.A. Joustra, P. Volker en A.J.P. Schild en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>